ECLI:NL:TNOKSGR:2013:17 Kamer van toezicht 's-Gravenhage 13-06
| ECLI: | ECLI:NL:TNOKSGR:2013:17 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 16-10-2013 |
| Datum publicatie: | 16-10-2013 |
| Zaaknummer(s): | 13-06 |
| Onderwerp: | Personen- en Familierecht |
| Beslissingen: | |
| Inhoudsindicatie: | De klacht valt, zakelijk weergegeven, uiteen in de volgende onderdelen: De notaris heeft bij aanvang van het bewind de tekeningsbevoegdheid ten aanzien van de bankrekeningen van de moeder niet naar zich toe getrokken. Tijdens het bewind heeft de notaris vier schenkingen van circa € 180.000,00 gedaan zonder enig overleg met klaagsters. Door de schenkingen is de liquiditeit van het vermogen van de moeder aangetast waardoor verkoop van onroerend goed noodzakelijk werd. Voorts was het niet gebruikelijk om elk jaar schenkingen te doen. De notaris heeft geen afschriften van de beschikkingen van de kantonrechter aan klaagsters verstuurd. De notaris heeft tijdens het bewind het (winkel)pand van de moeder zonder toestemming van (onder meer) klaagsters verkocht. Daarnaast was de verkoopprijs te laag. Er is van een hypothecaire geldlening een bedrag van € 60.000,00 opgenomen en verminderd tot nihil na verkoop van voormeld (winkel)pand. De notaris heeft op 9 maart 2010 een aanvullend testament gepasseerd, terwijl de moeder onbekwaam was. Daarnaast heeft de notaris zichzelf tot executeur benoemd. De notaris heeft na het overlijden van de moeder niet haar bankrekeningen laten blokkeren. Klaagster [klaagster A] heeft dat toen zelf gedaan. Ruim een week na het overlijden van de moeder heeft de notaris op aandringen van klaagsters de sloten van het ouderlijk huis te [plaatsnaam] laten vervangen. Dit is echter te laat gebeurd. Er was al ingebroken voordat de notaris de sloten had laten vervangen. Klaagster [klaagster A] verwijt de notaris dat zij met de e-mail van de notaris van 11 september 2012 onder druk is gezet om haar echtgenoot bij de bespreking van 14 september 2012 thuis te laten. De notaris wordt een partijnotaris van zes van de negen kinderen van de moeder. De notaris geeft tijdens de bespreking op 14 september 2012 geen uitleg over de weigering van het executeurschap. Tijdens voormelde bespreking is de mogelijkheid van beneficiair aanvaarden niet besproken. Voorts waren er twee onbekende personen aanwezig tijdens het voorlezen van het testament van de moeder. De notaris deelt een financieel overzicht uit dat is gedateerd op 14 september 2014 in plaats van 14 september 2012. De notaris heeft, eerst na veel aandringen, pas op 21 januari 2013 een akte van erfrecht opgemaakt op basis van de wensen van slechts een deel van de kinderen. Daarnaast is de akte van slechte kwaliteit ten aanzien van de tekeningsbevoegdheden. De notaris heeft voor het bewind en niet aangenomen executeurschap € 15.000,00 à 16.000,00 in rekening gebracht. De notaris had de bedragen van € 4.000,00 en € 9.000,00 die op haar derdengeldrekening waren overgemaakt direct moeten retourneren. |
Kamer voor het notariaat in het ressort Den Haag
Beslissing d.d. 16 oktober 2013 inzake de klacht onder nummer 13-06 van:
1. [klaagster A],
2. [klaagster B],
3. [klaagster C],
hierna ook te noemen: klaagsters,
tegen
mr. [notaris],
notaris te [vestingsplaats],
hierna ook te noemen: de notaris,
advocaat mr. W. van Eekhout te Amsterdam.
De procedure
De Kamer heeft kennisgenomen van:
· de klacht, met bijlagen, ingekomen op 28 februari 2013,
· het antwoord van de notaris, bij brief van 18 april 2013, met bijlagen, ingekomen op 23 april 2013,
· de repliek van klaagsters bij brief van 10 juni 2013, met bijlagen, ingekomen op 13 juni 2013,
· de dupliek van de notaris bij brief van 26 juli 2013, met bijlagen, ingekomen op 29 juli 2013.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 11 september 2013. Daarbij waren aanwezig klaagsters, de notaris en haar advocaat. Van het verhandelde is procesverbaal opgemaakt met daaraan in afschrift gehecht de op de zitting overgelegde pleitaantekeningen van klaagsters en de notaris.
De feiten
- Klaagsters zijn drie van de negen kinderen van mevrouw [X], verder ook de moeder.
- Bij beschikking van 16 juli 2009 van deze rechtbank, sector kanton (verder de kantonrechter), is de notaris als bewindvoerder benoemd ten aanzien van alle goederen van de moeder.
- Bij brief van 12 oktober 2009 heeft de notaris aan klaagster [klaagster B] over de verkoop van het (winkel)pand van de moeder, gelegen aan de [adres] te [woonplaats], (verder het (winkel)pand), het volgende geschreven:
“Na akkoordbevinding door alle kinderen van mevrouw [X] wil ik een tegenbod doen van € 440.000,--. Indien u akkoord gaat met dit voorstel verzoek ik u bijgaande kopie van deze brief voor 31 oktober 2009 voor akkoord te ondertekenen en aan mij te retourneren. Indien er geen overeenstemming over de prijs zal plaatsvinden, dan zal het perceel verhuurd blijven.”
- De notaris heeft op 9 maart 2010 een aanvullend testament van de moeder gepasseerd.
- Bij beschikking van 18 juni 2010 heeft de kantonrechter de notaris machtiging gegeven tot de verkoop en levering van het (winkel)pand van de moeder voor een bedrag van € 425.000,00.
- Bij beschikking van 24 december 2010 heeft de kantonrechter de notaris machtiging gegeven tot het doen van een toegestane belastingvrije schenking uit het vermogen van de moeder aan haar negen kinderen voor ieder een bedrag van € 5.000,00 over het jaar 2010 en 2011. Bij beschikking van 8 juni 2012 heeft de kantonrechter voormelde machtiging gegeven over het jaar 2012 voor ieder van de kinderen een bedrag van € 5.116,00.
- De moeder is op 3 september 2012 overleden.
- Bij e-mail van 11 september 2012 schrijft de notaris het volgende aan klaagster [klaagster A]:
“Van uw familieleden vernam ik dat uw echtgenoot allerlei zwaar beschuldigende onjuiste verhalen vertelt die tot laster kunnen worden gerekend en strafrechtelijk kunnen worden bestraft. Indien uw echtgenoot dit blijft doen zal ik het openbaar ministerie inschakelen. Is het niet beter dat u uw echtgenoot buiten de afwikkeling houdt? U bent erfgenaam, niet uw echtgenoot.
Graag verneem ik van u.”
- Op 14 september 2012 om 15.30 uur heeft er een gezamenlijke bespreking met klaagsters en de andere erfgenamen plaatsgevonden. De notaris heeft toen medegedeeld het executeurschap niet te aanvaarden. Voordat de bespreking plaatsvond, hebben klaagster in de ochtend bij de rechtbank de nalatenschap beneficiair aanvaard.
- Bij e-mail van 17 januari 2013 schrijft de notaris aan (een deel van) de erfgenamen het volgende:
“Vandaag heb ik de laatste 3 verklaringen (beneficiair) ontvangen, zodat ik de verklaring van erfrecht kan opmaken. Hiervoor zal ik aanstaande maandag zorgdragen.”
De klacht en het verweer van de notaris
De klacht valt, zakelijk weergegeven, uiteen in de volgende onderdelen:
- De notaris heeft bij aanvang van het bewind de tekeningsbevoegdheid ten aanzien van de bankrekeningen van de moeder niet naar zich toe getrokken.
- Tijdens het bewind heeft de notaris vier schenkingen van circa € 180.000,00 gedaan zonder enig overleg met klaagsters. Door de schenkingen is de liquiditeit van het vermogen van de moeder aangetast waardoor verkoop van onroerend goed noodzakelijk werd. Voorts was het niet gebruikelijk om elk jaar schenkingen te doen. De notaris heeft geen afschriften van de beschikkingen van de kantonrechter aan klaagsters verstuurd.
- De notaris heeft tijdens het bewind het (winkel)pand van de moeder zonder toestemming van (onder meer) klaagsters verkocht. Daarnaast was de verkoopprijs te laag. Er is van een hypothecaire geldlening een bedrag van € 60.000,00 opgenomen en verminderd tot nihil na verkoop van voormeld (winkel)pand.
- De notaris heeft op 9 maart 2010 een aanvullend testament gepasseerd, terwijl de moeder onbekwaam was. Daarnaast heeft de notaris zichzelf tot executeur benoemd.
- De notaris heeft na het overlijden van de moeder niet haar bankrekeningen laten blokkeren. Klaagster [klaagster A] heeft dat toen zelf gedaan.
- Ruim een week na het overlijden van de moeder heeft de notaris op aandringen van klaagsters de sloten van het ouderlijk huis te [plaatsnaam] laten vervangen. Dit is echter te laat gebeurd. Er was al ingebroken voordat de notaris de sloten had laten vervangen.
- Klaagster [klaagster A] verwijt de notaris dat zij met de e-mail van de notaris van 11 september 2012 onder druk is gezet om haar echtgenoot bij de bespreking van 14 september 2012 thuis te laten. De notaris wordt een partijnotaris van zes van de negen kinderen van de moeder.
- De notaris geeft tijdens de bespreking op 14 september 2012 geen uitleg over de weigering van het executeurschap. Tijdens voormelde bespreking is de mogelijkheid van beneficiair aanvaarden niet besproken. Voorts waren er twee onbekende personen aanwezig tijdens het voorlezen van het testament van de moeder. De notaris deelt een financieel overzicht uit dat is gedateerd op 14 september 2014 in plaats van 14 september 2012.
- De notaris heeft, eerst na veel aandringen, pas op 21 januari 2013 een akte van erfrecht opgemaakt op basis van de wensen van slechts een deel van de kinderen. Daarnaast is de akte van slechte kwaliteit ten aanzien van de tekeningsbevoegdheden.
- De notaris heeft voor het bewind en niet aangenomen executeurschap € 15.000,00 à 16.000,00 in rekening gebracht.
- De notaris had de bedragen van € 4.000,00 en € 9.000,00 die op haar derdengeldrekening waren overgemaakt direct moeten retourneren.
De notaris heeft gemotiveerd verweer gevoerd, dat hierna voor zover nodig zal worden besproken.
De beoordeling van de klacht
Klaagster [klaagster C]
Bij repliek heeft klaagster [klaagster C] verzocht zich te mogen voegen aan de zijde van klaagsters sub 1 en 2. Bij dupliek heeft de notaris bezwaar gemaakt tegen de voeging. De Kamer overweegt dat [klaagster C] wordt toegelaten tot voeging aangezien zij als één van de erfgenamen van de moeder voldoende aannemelijk heeft gemaakt belang bij de voeging te hebben. Daarnaast betekent toelating tot voeging dat er geen processuele vertraging wordt opgelopen.
Klachtonderdelen 1, 2, 3, 5 en 10
Deze klachtonderdelen betreffen klachten over de bewindvoering. De Kamer is niet de instantie die een uitspraak doet over de vraag of een bewindvoerder goed heeft gefunctioneerd en of hij op een correcte wijze rekening en verantwoording heeft afgelegd. Die taak is voorbehouden aan de kantonrechter. Het is niet een taak van de Kamer om als tuchtrechter hier een oordeel over te geven. Derhalve zijn klaagsters in deze klachtonderdelen niet-ontvankelijk. Aan een inhoudelijke behandeling van deze klachtonderdelen komt de Kamer niet toe.
De klachtonderdelen 3, 5 en 10 worden hieronder door de Kamer nog nader toegelicht:
Klachtonderdeel 3
Klaagsters stellen dat de notaris tijdens het bewind het (winkel)pand van de moeder zonder toestemming van (onder meer) klaagsters heeft verkocht. Uit de stukken blijkt dat de notaris bij brief van 12 oktober 2009 aan klaagster [klaagster B] heeft geschreven dat bij verkoop van het (winkel)pand alle kinderen akkoord dienen te gaan met een tegenbod van € 440.000,00. Bij beschikking van 18 juni 2010 heeft de kantonrechter de notaris machtiging gegeven tot de verkoop en levering van het (winkel)pand van moeder voor een bedrag van € 425.000,00. Gezien de inhoud van de brief van 12 oktober 2009 verwijten klaagsters de notaris dat het (winkel)pand zonder hun toestemming is verkocht en bovendien voor een te lage prijs. Dit klachtonderdeel betreft echter de vraag of de notaris als bewindvoerder goed heeft gefunctioneerd en is voorbehouden aan de kantonrechter. De kantonrechter heeft nadien machtiging gegeven voor de verkoop en levering van het (winkel)pand voor de betreffende verkoopprijs.
Klachtonderdeel 5
De notaris heeft na het overlijden van de moeder niet haar bankrekeningen laten blokkeren. Klaagster [klaagster A] heeft dat toen zelf gedaan. De notaris stelt dat een medewerkster van haar kantoor direct na het overlijden van de moeder heeft gebeld met de bank om het overlijden door te geven. Klaagsters betwisten dit. Uit de stukken blijkt dat de notaris bij brief van 11 september 2012 de ABN Amro Bank N.V. (verder de bank) heeft geïnformeerd over het overlijden van de moeder (produktie 14 bij het antwoord van de notaris). Bij brief van 28 september 2012 bevestigt de bank aan klaagster [klaagster A] dat zij onlangs de bank op de hoogte heeft gebracht van het overlijden van haar moeder (produktie 7 bij de klacht). Het bewindvoerderschap van de notaris is van rechtswege geëindigd op 3 september 2012, de dag van overlijden van de moeder. De notaris heeft, zo blijkt uit de stukken, op 8 september 2012 het voornemen uitgesproken het executeurschap te aanvaarden. Tijdens de gezamenlijke bespreking van 14 september 2012 aanvaardt zij het executeurschap echter niet. Dit houdt in dat haar brief van 11 september 2012 aan de bank niet uit hoofde van het executeurschap is geschreven. Hoewel het bewindvoerderschap op dat moment al wel was geëindigd, ziet de Kamer het handelen van de notaris als het handelen van bewindvoerder die nazorg levert. De vraag of de notaris niet of te laat de bankrekeningen heeft laten blokkeren, betreft ook hier de vraag of de notaris als bewindvoerder goed heeft gefunctioneerd waarbij het antwoord hierop is voorbehouden aan de kantonrechter.
Klachtonderdeel 10
De notaris wordt verweten dat zij voor het bewind en het niet aangenomen executeurschap € 15.000,00 à € 16.000,00 in rekening heeft gebracht. Deze bedragen betreffen het bewindvoerderschap aangezien de notaris het executeurschap nimmer heeft aanvaard. Dit houdt in dat ook de beoordeling van deze klacht behoort tot de bevoegdheid van de kantonrechter.
Klachtonderdelen 4, 6, 7, 8, 9, en 11
Ter beoordeling van de Kamer staat thans of de notaris heeft gehandeld in strijd met de tuchtnorm als geformuleerd in artikel 93 van de Wet op het notarisambt (Wna). Een notaris is aan tuchtrechtspraak onderworpen ter zake van handelen of nalaten in strijd met hetzij enige bij of krachtens deze wet gegeven bepaling, hetzij met de zorg die hij als notaris behoort te betrachten ten opzichte van degenen te wier behoeve hij optreedt, alsmede ter zake van handelen of nalaten dat een behoorlijk notaris niet betaamt.
Klachtonderdeel 4
Klaagsters stellen dat hun moeder nooit op eigen initiatief tot een wijziging van haar testament had kunnen komen. Zij leed aan dementie, was nagenoeg blind, doof en niet tot communiceren in staat. De notaris stelt zich hiertegenover op het standpunt dat zij conform ‘het Stappenplan Beoordeling Wilsbekwaamheid’ heeft vastgesteld dat de moeder in staat was haar wil te bepalen. De moeder had gedurende langere tijd dikwijls de wens geuit de notaris tot executeur te benoemen, aldus de notaris. De Kamer stelt vast dat de stellingen van klaagsters en de notaris lijnrecht tegenover elkaar staan. Naar het oordeel van de Kamer had het op de weg van klaagsters gelegen om voldoende aannemelijk te maken dat hun moeder nimmer op eigen initiatief tot wijziging van haar testament had kunnen komen, bijvoorbeeld aan de hand van een medische verklaring waaruit haar geestelijke gezondheidstoestand blijkt. Nu zulks niet uit de overgelegde stukken blijkt, kan niet worden geconcludeerd dat het handelen van de notaris tuchtrechtelijk laakbaar is. Dit klachtonderdeel is daarom ongegrond.
Klachtonderdeel 6
Klaagsters voeren aan dat de notaris te laat de sloten van het ouderlijk huis heeft laten vervangen, waardoor er is ingebroken. De notaris stelt dat zij op verzoek van de echtgenoot van klaagster [klaagster A] een slotenmaker heeft ingeschakeld om de sloten van het ouderlijk huis te laten vervangen. Uit de factuur van de slotenmaker [Y] blijkt dat op 8 september 2012 het slot van het ouderlijk huis is vervangen. Voor zover klaagsters bedoelen dat het moment van vervangen van het slot als zodanig te lang op zich heeft laten wachten, stelt de Kamer vast dat de notaris binnen vijf dagen nadat de moeder was overleden het slot heeft laten vervangen hetgeen niet als te laat kan worden beschouwd. Voor zover klaagsters bedoelen dat de notaris verantwoordelijk is voor de inbraak, is zulks tegenover de gemotiveerde betwisting van de notaris, onvoldoende aannemelijk geworden. De notaris heeft immers ter zitting onweersproken verklaard dat het slot reeds was vervangen toen er op 12 september 2012 werd ingebroken. Niet kan worden vastgesteld dat de notaris verantwoordelijk is voor de inbraak. Ook dit klachtonderdeel is ongegrond.
Klachtonderdeel 7
Klaagster [klaagster A] verwijt de notaris dat zij met de e-mail van de notaris van 11 september 2012 onder druk is gezet om haar echtgenoot bij de bespreking van 14 september 2012 thuis te laten. De notaris wordt een partijnotaris van zes van de negen kinderen van de moeder, aldus klaagsters. De notaris voert aan dat zij na de uitvaart van de moeder had vernomen dat de echtgenoot van klaagster [klaagster A] allerlei nare opmerkingen over haar persoonlijk had gemaakt. Gelet op de eerdere onplezierige contacten die zij met hem had gehad, is de e-mail van de notaris van 11 september 2012 aan klaagster [klaagster A] geschreven, aldus de notaris. De echtgenoot van klaagster [klaagster A] was aanwezig tijdens de mondelinge behandeling op 11 september 2013 en heeft ontkend vervelende opmerkingen over de notaris te hebben gemaakt dan wel dat er onplezierige contacten zijn geweest. De Kamer overweegt dat de toon van voormelde e-mail vriendelijker had gekund, maar niet gezegd kan worden dat de notaris in strijd met de tuchtnorm heeft gehandeld zoals geformuleerd in artikel 93 van de Wna. Voorts hebben klaagsters onvoldoende onderbouwd dat de notaris een partijnotaris is geworden van zes van de negen kinderen van de moeder. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen is dit klachtonderdeel ongegrond.
Klachtonderdeel 8
Volgens klaagsters heeft de notaris tijdens de bespreking op 14 september 2012 geen uitleg gegeven over de weigering van het executeurschap. Tijdens deze bespreking is het beneficiair aanvaarden niet besproken en waren er twee onbekende personen aanwezig tijdens het voorlezen van het testament van de moeder. De notaris deelt een financieel overzicht uit dat is gedateerd op 14 september 2014 in plaats van 14 september 2012. Verder klopt voormeld overzicht niet, omdat de bankstanden ongeveer € 9.000,00 te hoog waren en de schuldpositie was € 145.000,00 te laag. Tot op heden hebben klaagsters het juiste stuk per overlijdensdatum niet ontvangen.
De notaris heeft aangevoerd dat zij de familieverhoudingen niet verder wilde verslechteren en er daarom bewust voor heeft gekozen om niet toe lichten waarom zij het executeurschap niet wilde aanvaarden. Het beneficiair aanvaarden is volgens de notaris wel besproken. De twee zogenaamd onbekende personen waren de heren Bergwerff (mediator en belastingadviseur) en Balkenede gespecialiseerd in boedelbeschrijvingen, taxatie en verkoopbemiddeling). Zij zijn aan de aanwezigen voorgesteld. Deze personen worden vaker door de notaris ingeschakeld en zij waren aanwezig om eventuele werkzaamheden te verrichten in het kader van de afwikkeling van de nalatenschap. Verder is per abuis de verkeerde datum op het financieel overzicht vermeld, aldus de notaris. Voorop wordt gesteld dat het een notaris vrij staat een executeurschap wel of niet te aanvaarden. Dat de notaris ervoor heeft gekozen om geen toelichting te geven, levert niet een klachtwaardig handelen op. Ter zitting hebben klaagsters verklaard dat zij de ochtend voorafgaande aan de bespreking op 14 september 2012 de nalatenschap bij deze rechtbank beneficiair hebben aanvaard. Dit houdt in dat zij geen belang hebben bij het klachtonderdeel dat tijdens de bespreking het beneficiair aanvaarden niet is besproken. Voorts hebben klaagsters onvoldoende onderbouwd dat het financiële overzicht, dat niet overgelegd is, twee onjuiste bedragen vermeldt. Met betrekking tot de verschrijving van 14 september 2014 overweegt de Kamer dat zulks niet als tuchtrechtelijk laakbaar handelen kan worden aangemerkt.
Klachtonderdeel 9
De notaris wordt verweten dat zij, eerst na veel aandringen, pas op 21 januari 2013 een akte van erfrecht heeft opgemaakt op basis van de wensen van slechts een deel van de kinderen. Daarnaast is de akte van slechte kwaliteit ten aanzien van de tekeningsbevoegdheden, aldus klaagsters. Uit de stukken blijkt dat het ongeveer vier maanden heeft geduurd voordat de notaris alle informatie had om de akte op te kunnen stellen. Pas op 17 januari 2013 heeft de notaris de laatste drie verklaringen van de beneficiaire aanvaarding ontvangen (produktie 16 bij het antwoord van de notaris). Daarnaast blijkt uit de stukken dat de kinderen het niet eerder met elkaar eens konden worden aan wie volmacht zou worden gegeven voor de afwikkeling van (een deel van) de nalatenschap. De Kamer oordeelt dan ook dat het de notaris niet kan worden verweten dat het circa vier maanden heeft geduurd voordat de akte van erfrecht werd opgemaakt. Klaagsters hebben op de ochtend van 14 september 2012 de nalatenschap bij deze rechtbank beneficiair aanvaard, zodat het op hun weg lag om de stukken van beneficiaire aanvaarding aan de notaris te doen toekomen. Het was derhalve niet aan de notaris om deze stukken zelf bij de rechtbank op te vragen. Hierbij wordt opgemerkt dat de inhoud van een akte van erfrecht beperkt is, omdat daarin alleen staat vermeld wie de erfgenamen zijn en wie bevoegd is tot welke rechtshandelingen. Dat de bevoegdheden beperkt waren is eveneens niet de notaris te verwijten, omdat de kinderen op dat moment verdere overeenstemming over de wijze van afwikkeling kennelijk (nog) niet hadden bereikt. Er is hier geen sprake van klachtwaardig handelen van de notaris.
Klachtonderdeel 11
De notaris had de bedragen van € 4.000,00 en € 9.000,00 die op haar derdengeldenrekening waren overgemaakt, direct moeten retourneren, aldus klaagsters. Ter zitting heeft de notaris daarover opgemerkt dat zij de gelden alleen kan uitkeren indien zij opdracht krijgt van alle erfgenamen, zijnde de rechthebbenden. Het is dan ook aan alle erfgenamen om deze opdracht zo snel mogelijk aan de notaris te verstrekken, zodat de notaris daarnaar kan handelen. Gegeven deze stand van zaken is tevens dit klachtonderdeel ongegrond.
Het bovenstaande leidt tot de conclusie dat de klacht deels als niet-ontvankelijk en deels als ongegrond moet worden aangemerkt en mitsdien zal worden afgewezen.
Hoewel uit het voorgaande volgt dat de notaris niet klachtwaardig heeft gehandeld en hoewel de Kamer zich realiseert dat de afwikkeling van een dergelijke boedel gecompliceerd is, had de notaris naar het oordeel van de Kamer er beter aangedaan een strakke regie te volgen. Dat had de duidelijkheid bevorderd.
De beslissing
De Kamer voornoemd:
wijst de klacht voor zover het betreft de klachtonderdelen 1, 2, 3, 5 en 10 af als niet-ontvankelijk;
wijst de klacht voor zover het betreft klachtonderdelen 4, 6, 7, 8, 9, en 11 als ongegrond.
Deze beslissing is gegeven door mrs. R.J. Paris, voorzitter, R. van der Galiën, O. van der Burg, J. Smal en W.C.A. van der Heiden en in tegenwoordigheid van de secretaris, mr. M. Belhaj, in het openbaar uitgesproken op 16 oktober 2013.
Kopie van deze beslissing wordt bij aangetekende brief aan partijen gezonden. Tegen deze beslissing staat hoger beroep open bij het Gerechtshof te Amsterdam, postbus 1312, 1000 BH Amsterdam, binnen dertig dagen na de dagtekening van genoemde brief.