ECLI:NL:TGZREIN:2013:YG2877 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 12119

ECLI: ECLI:NL:TGZREIN:2013:YG2877
Datum uitspraak: 24-04-2013
Datum publicatie: 25-04-2013
Zaaknummer(s): 12119
Onderwerp: Onjuiste behandeling/verkeerde diagnose
Beslissingen: Ongegrond/afwijzing
Inhoudsindicatie: psychiater. Klager verwijt verweerster dat zij: een verkeerde diagnose heeft gesteld en verkeerde medicatie heeft voorgeschreven waardoor klager veel in gewicht toenam. Ongegrond.

Uitspraak: 24 april 2013

 

HET REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG

TE EINDHOVEN

heeft het volgende overwogen en beslist omtrent de op  26 juli 2012binnengekomen klacht van:

A

wonende te B

klager

tegen:

C

psychiater

werkzaam te B

wonende te D

verweerster

gemachtigde mr. R.G.A.M. Theunissen te Eindhoven

1. Het verloop van de procedure

Het college heeft kennisgenomen van:

-         het klaagschrift

-         het verweerschrift

-         de repliek

-         de dupliek

Partijen hebben geen gebruik gemaakt van de hun geboden mogelijkheid in het kader van het vooronderzoek mondeling te worden gehoord.

De klacht is ter openbare zitting van 3 april 2013 behandeld. Partijen waren aanwezig en werden bijgestaan door hun gemachtigden.

2. De feiten

Het gaat in deze zaak om het volgende:

Op 24 maart 2009 stelde een psychiater van de crisisdienst van GGZ bij klager de diagnose bipolaire I stoornis. Op 17 april 2009 werd klager opgenomen op de Opnameafdeling ouderenpsychiatrie bij de GGZ instelling en vervolgens werd hij op 6 juli 2009 overgeplaatst naar de afdeling Klinische Behandeling ouderenpsychiatrie van dezelfde instelling. De diagnose bipolaire I stoornis werd gehandhaafd. Op 24 augustus 2009 startte klager medicatie met lithium. Op 4 oktober 2010 werd klager overgeplaatst naar de afdeling waar verweerster als psychiater werkzaam was en kwam bij haar onder behandeling. Gedurende zijn verblijf op deze afdeling heeft verweerster de medicatie niet gewijzigd.

3. Het standpunt van klager en de klacht

Klager verwijt verweerster dat zij een verkeerde diagnose bij klager heeft gesteld. Zij stelde de diagnose manisch-depressief, terwijl er alleen sprake was van depressief gedrag. Op basis van deze diagnose heeft verweerster lithium voorgeschreven. Klager heeft verweerster vaak gezegd dat hij zijn oorspronkelijke medicatie Remeron (mirtazapine) wenste in plaats van lithium. Verweerster weigerde daar gehoor aan te geven. Klager verzocht om een second opinion, maar verweerster honoreerde dit niet. Klager is als gevolg van het gebruik van lithium in gewicht toegenomen. Namelijk van 68 kilo naar 92 kilo.

Daarnaast verwijt klager verweerster dat zij ernstig te kort is geschoten in haar taak om het gedrag van klager in gunstige (helende) zin te beïnvloeden. Zij had er naar moeten streven om van hem een ex-patiënt te maken.

4. Het standpunt van verweerster

De diagnose manisch-depressief ofwel bipolaire I stoornis is door een andere psychiater dan verweerster gesteld. Dit gebeurde reeds voordat verweerster voor het eerst met klager in contact kwam. Op 4 oktober 2010 werd klager met de medicatie lithium overgeplaatst naar de afdeling waar verweerster werkzaam was. De medicatie is door verweerster, tijdens klagers verblijf op de afdeling niet gewijzigd. Klager heeft de lithium altijd volgens voorschrift gebruikt zonder daar bij verweerster of andere hulpverleners op de afdeling bezwaar tegen te hebben gemaakt.

Klager heeft nooit om een second opinion verzocht. Ook heeft klager nooit een verzoek voor medicatie Remeron geuit. Op de zitting van 16 april 2012 met betrekking tot een rechterlijke machtiging heeft de advocaat van klager een verzoek voor een second opinion naar voren gebracht. Voor een second opinion is niet de toestemming of verwijzing van verweerster nodig.

Lithium is een medicijn dat inderdaad veel bijwerkingen heeft en nauwgezet gecontroleerd moet worden. Hiertoe is bij de GGZ een protocol opgesteld dat standaard driemaandelijks wordt uitgevoerd door middel van bloedcontroles. Dit werd ook bij klager driemaandelijks uitgevoerd. De gewichtstoename is waargenomen en met klager besproken op 16 mei 2011. Verweerster heeft klager voorgelicht over de mogelijke oorzaken van gewichtsstijging. Verweerster heeft klager geadviseerd om meer te gaan bewegen en gezonde voeding te gebruiken. Klager gebruikte ook Zyprexa. Dat is een medicijn dat hongergevoel opwekt waarbij een sterkte gewichtsstijging kan voorkomen. Verweerster heeft dat omgezet in risperdal dat deze bijwerking veel minder heeft.

Een bipolaire stoornis is een ziekte die niet te genezen is. Door middel van structuur op de afdeling waar klager verbleef, de ingestelde medicatie en begeleidende gesprekken met verweerster en de casemanager van de instelling is geprobeerd de ziekte onder controle te houden.

5. De overwegingen van het college

De bij klager eerder door anderen gestelde diagnose is door verweerster, na toetsing, overgenomen als zijnde juist. Overigens is ook klager zelf thans die mening toegedaan, zoals hij ter zitting heeft verklaard. Het college beschikt over geen enkele aanwijzing dat deze diagnose of de door verweerster in dit verband gepleegde handelingen, onjuist zouden zijn.

Datzelfde geld voor de medicatietoediening. Voor het college staat vast dat de eerder door anderen vastgestelde medicatie door verweerster is overgenomen en dat de toediening vervolgens deugdelijk is gecontroleerd. Het college heeft in dit verband geen aanwijzingen kunnen vinden die duiden op onzorgvuldig of onbekwaam handelen.

Niet is komen vast te staan dat verweerster een rol had in het kader van de second opinion, zodat ook hier geen verwijt aan verweerster kan worden gemaakt.

Klager heeft zich, ten slotte, gestoord aan een opmerking van verweerster, maar nog los van het feit dat niet is gebleken dat deze opmerking onbehoorlijk bedoeld was, kan de gewraakte opmerking, die moet worden gezien in de context, niet als tuchtrechtelijk verwijtbaar worden aangemerkt.

Ook overigens valt verweerster geen verwijt te maken.

De klachten zijn ongegrond.

6. De beslissing

Het college:

-         wijst de klacht af.

Aldus beslist door mr. H.P.H. van Griensven als voorzitter, mr. P.J.M. van Wersch als

lid-jurist, M.Ch. Doorakkers, dr. W.M. Mulleners en A. de Jong als leden-beroepsgenoten, in aanwezigheid van mr. C. Chapelle als secretaris en in het openbaar uitgesproken op

24 april 2013 in aanwezigheid van de secretaris.