ECLI:NL:TGZREIN:2013:27 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 1327b
| ECLI: | ECLI:NL:TGZREIN:2013:27 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 15-10-2013 |
| Datum publicatie: | 15-10-2013 |
| Zaaknummer(s): | 1327b |
| Onderwerp: | Geen of onvoldoende zorg |
| Beslissingen: | Ongegrond/afwijzing |
| Inhoudsindicatie: | Klaagster verwijt de tandarts dat hij in zijn hoedanigheid als directeur van de kliniek zich kleinerend en onprofessioneel tegenover klaagster heeft uitgelaten. Verweerder zich beter had kunnen onthouden van het geëtaleerde cynisme, maar heeft tuchtrechtelijk niet verwijtbaar gehandeld. Klacht ongegrond. |
Uitspraak: 15 oktober 2013
HET REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG
TE EINDHOVEN
heeft het volgende overwogen en beslist omtrent de op 6 februari 2013 binnengekomen klacht van:
[A]
wonende te [B]
klaagster
tegen:
[C]
tandarts
werkzaam te [D]
verweerder
gemachtigde mr. H.A.J. Stollenwerck te Maastricht
1. Het verloop van de procedure
Het college heeft kennisgenomen van:
- het klaagschrift en de aanvullingen daarop
- het verweerschrift
- de röntgenfoto’s
Na ontvangst van het verweerschrift heeft de secretaris de zaak naar een openbare zitting van het college verwezen.
Partijen hebben geen gebruik gemaakt van de hun geboden mogelijkheid in het kader van het vooronderzoek mondeling te worden gehoord.
De klacht is ter openbare zitting van 6 september 2013 behandeld. Klaagster en verweerder waren niet aanwezig. Aanwezig was de gemachtigde van verweerder.
2. De feiten
Het gaat in deze zaak om het volgende:
Van 26 januari 2000 tot en met 9 maart 2009 is klaagster in behandeling geweest bij de kliniek, waarvan verweerder directeur/eigenaar is. Na 9 maart 2009 is klaagster weggebleven uit de kliniek. Klaagster heeft verweerder een brief geschreven waarin zij haar klachten naar voren brengt. Verweerder heeft daarop schriftelijk gereageerd.
3. Het standpunt van klaagster en de klacht
Klaagster heeft klachten over meerdere behandelingen: zij verwijt verweerder dat de in de kliniek werkzame tandartsen onzorgvuldig hebben gehandeld. Omdat verweerder directeur/eigenaar is, is hij algemeen verantwoordelijk voor de gang van zaken in de kliniek.
Klaagster heeft een deel uit de reactie van verweerder op haar brief geciteerd. Zij acht deze reactie zeer onprofessioneel.
4. Het standpunt van verweerder
Verweerder is niet betrokken geweest bij beslissingen die klaagster tijdens de behandelrelatie “direct hebben geraakt” (CTG 21 maart 2013 nr. 2013/21). De brief van verweerder van 6 januari 2013 dateert van na de behandelrelatie. Op grond daarvan is verweerder van oordeel dat de tweede tuchtnorm op hem in deze zaak niet van toepassing is. Bovendien wijst hij er op dat het zogeheten ‘weerslagcriterium’ terughoudend behoort te worden toegepast.
De inhoud van de brief van 6 januari 2013 is zeker niet als kleinerend of onprofessioneel te kenschetsen. De brief is een reactie op de aansprakelijkstelling en dan mag de reactie ook zakelijk zijn.
5. De overwegingen van het college
Klaagster heeft de klacht tegen verweerder gericht omdat hij als directeur/eigenaar algemeen verantwoordelijk voor de kliniek. In het tuchtrecht gaat het in zo’n situatie om het handelen en/of nalaten dat in strijd is met het algemeen belang gelegen in een goede uitoefening van de individuele gezondheidszorg. Klaagster heeft geen feiten en/of omstandigheden gesteld op grond waarvan moet worden aangenomen dat verweerder onder de tweede tuchtnorm valt c.q. waaruit valt af te leiden waarin hij onzorgvuldig zou hebben gehandeld.
Het blijft immers gaan om een hem persoonlijk toe te rekenen handelen of nalaten.
Over de inhoud van de reactie van verweerder van 6 januari 2013 oordeelt het college als volgt: het moge zo zijn dat verweerder door de aansprakelijkstelling geïrriteerd was, dit laat onverlet dat verweerder zich beter had kunnen onthouden van het geëtaleerde cynisme.
Het college is evenwel van oordeel dat verweerder tuchtrechtelijk niet verwijtbaar heeft gehandeld.
6. De beslissing
Het college:
- wijst de klacht af.
Aldus beslist door mr. P.G.Th. Lindeman-Verhaar als voorzitter, mr. K.A.J.C.M. van den Berg Jeths-van Meerwijk als lid-jurist, R.F. Lamp, R.C.M. van Gorp en
P.E. Hornman-van de Wiel als leden-beroepsgenoten, in aanwezigheid van
mr. K. Hoebers-Provoost als secretaris en in het openbaar uitgesproken op 15 oktober 2013 in aanwezigheid van de secretaris.