ECLI:NL:TGZCTG:2013:YG2864 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2012.371

ECLI: ECLI:NL:TGZCTG:2013:YG2864
Datum uitspraak: 23-04-2013
Datum publicatie: 23-04-2013
Zaaknummer(s): c2012.371
Onderwerp: Onheuse bejegening
Beslissingen:
Inhoudsindicatie: Klacht tegen huisarts. Verwijt dat de huisarts klager niet zorgvuldig heeft behandeld en zich onheus en agressief jegens hem gedragen heeft. Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht ongegrond. Hoger beroep klager verworpen door Centraal Tuchtcollege.

C E N T R A A L  T U C H T C O L L E G E

voor de Gezondheidszorg

Beslissing in de zaak onder nummer C2012.371 van:

A., wonende te B., appellant, klager in eerste aanleg,

tegen

C., huisarts, werkzaam te B., verweerder in beide instanties,

gemachtigde: mr. M.C. Hoogendam.

1.         Verloop van de procedure

A. - hierna: klager - heeft op 8 november 2011 bij het Regionaal Tucht­college te

's-Gravenhage tegen C. - hierna: de huisarts - een klacht ingediend. Bij beslissing van 26 juni 2012, onder kenmerk 2011-228 heeft dat College de klacht afgewezen.

Klager is van die beslissing tijdig in hoger beroep gekomen. De huisarts heeft een verweer­schrift in hoger beroep ingediend. De zaak is in hoger beroep behandeld ter openbare terechtzitting van het Centraal Tucht­college van 26 maart 2013, waar klager is verschenen, alsmede de huisarts, bijgestaan door zijn gemachtigde.

2.         Beslissing in eerste aanleg

Het Regionaal Tuchtcollege heeft aan zijn voormelde beslissing de volgende overwegingen ten grondslag gelegd:

            “2. De feiten

Klager is als patiënt  ingeschreven bij de huisarts vanaf 2010. Klager heeft op

6 september 2010 tijdens een consult met de arts een gesprek gehad over gebeurtenissen in D..

Volgens klager was hij toen uit de trein gezet wegens het brengen van de Hitlergroet aan stadswachten waarna hij tijdelijk was vastgezet op het politiebureau. Na dit consult heeft emailverkeer plaatsgevonden tussen partijen.

            3. De klacht

Klager verwijt de arts dat hij hem niet zorgvuldig behandeld heeft en zich onheus en agressief jegens hem gedragen heeft.

            4. Het standpunt van de arts

De arts heeft verweer gevoerd. Hij heeft klager zorgvuldig behandeld. De arts heeft zijn betrokkenheid bij de behandeling van klager en de gesprekken met hem uitgebreid toegelicht.

            5. De beoordeling

Klager verwijt de arts dat hij hem onzorgvuldig heeft bejegend en behandeld. De arts heeft dit gemotiveerd bestreden. Het College heeft geen aanwijzingen dat de arts tijdens de behandeling niet zorgvuldig heeft gehandeld.

Van enig tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen door de arts is het College dan ook niet gebleken. Gezien het vorenstaande komt het College tot het oordeel dat de klacht ongegrond is.”

3.         Vaststaande feiten en omstandigheden

Voor de beoordeling van het hoger beroep gaat het Centraal Tuchtcollege uit van de feiten en omstandigheden zoals weergegeven onder “2. De feiten” van de beslissing in eerste aanleg.

4.         Beoordeling van het hoger beroep

4.1 Klager heeft in hoger beroep zijn klacht herhaald en nader toegelicht.

4.2 De huisarts heeft gemotiveerd verweer gevoerd.

4.3 De behandeling in hoger beroep heeft het Centraal Tuchtcollege geen aanleiding gegeven tot de vaststelling van andere feiten en tot andere beschouwingen en beslissingen dan die van het College in eerste aanleg, zodat het beroep moet worden verworpen.

5.         Beslissing

Het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg:

verwerpt het beroep.

Deze beslissing is gegeven door: mr. A.H.A. Scholten, voorzitter, mr. J.P. Balkema en

mr.drs. R. Prakke-Nieuwenhuizen, leden-juristen en drs. F.M.M. van Exter en

drs. M.G.M. Smid-Oostendorp, leden-beroepsgenoten en mr. M.H. van Gool, secretaris en uitgesproken ter openbare zitting van 23 april 2013.

                        Voorzitter   w.g.                                Secretaris  w.g.