ECLI:NL:TGZCTG:2013:86 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2012.425
| ECLI: | ECLI:NL:TGZCTG:2013:86 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 13-08-2013 |
| Datum publicatie: | 13-08-2013 |
| Zaaknummer(s): | c2012.425 |
| Onderwerp: | Onjuiste behandeling/verkeerde diagnose |
| Beslissingen: | |
| Inhoudsindicatie: | Klacht tegen dermatoloog. De arts heeft klaagster op consult gezien en heeft daarbij biopten genomen. Klaagster verwijt de arts dat deze foutieve aanwijzingen heeft verricht voor het nemen van en biopt, geen anamnese heeft afgenomen en geen lichamelijk onderzoek heeft verricht, een psychiater heeft ingeschakeld en het dossier heeft vervalst. Het Regionaal Tuchtcollege wijst de klacht als kennelijk ongegrond af en het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster. |
C E N T R A A L T U C H T C O L L E G E
voor de Gezondheidszorg
Beslissing in de zaak onder nummer C2012.425 van:
A., wonende te B., appellante, klaagster in eerste aanleg,
tegen
C., dermatoloog, werkzaam te D., verweerder in beide instanties, gemachtigde: mr. P.N. van Regteren Altena, advocaat te Amsterdam.
1. Verloop van de procedure
A. - hierna klaagster - heeft op 11 mei 2011 bij het Regionaal Tuchtcollege te Amsterdam tegen C.- hierna de arts - een klacht ingediend. Bij beslissing van 10 juli 2012, onder nummer 11/191 heeft dat College de klacht als kennelijk ongegrond afgewezen. Klaagster is van die beslissing tijdig in hoger beroep gekomen. De arts heeft een verweerschrift in hoger beroep ingediend.
De zaak is in hoger beroep tegelijkertijd behandeld - maar niet gevoegd - met de zaken C2012.421, C2012.422, C2012.423, C2012.424, C2012.426 en C2012.427 ter openbare terechtzitting van het Centraal Tuchtcollege van 4 juni 2013, waar zijn verschenen klaagster en, namens de arts, mr. van Regteren Altena voornoemd, vergezeld van zijn kantoorgenoot mr. M.C.J. Höfelt.
2. Beslissing in eerste aanleg
Het Regionaal Tuchtcollege heeft aan zijn beslissing het volgende ten grondslag gelegd.
“2. De feiten
Op grond van de stukken kan van het volgende worden uitgegaan:
2.1
Verweerder is als dermatoloog verbonden aan de afdeling Huidziekten van een Academisch Ziekenhuis, hierna “ het ziekenhuis” te noemen. Klaagster heeft vanaf het jaar 2001 de polikliniek bezocht van de afdeling Huidziekten. Van klaagster is een medische status aangelegd.
2.2
Klaagster heeft in de jaren 2006 en 2007 diverse keren de polikliniek bezocht. Verweerder trad in deze op als supervisor. Verweerder heeft klaagster gezien op
16 augustus 2006. Tijdens genoemd consult is een biopt genomen voor nader onderzoek. Op 29 september 2006 is opnieuw een biopt genomen, samen met aanvullende diagnostiek: parasieten serologie en hematologisch onderzoek. Verschillende oorzaken van huidaandoeningen zijn uitgesloten. Met enkele dermatologen is de diagnose “ dermatitis artefacta” besproken.
3. De klacht en het standpunt van klaagster
De klacht houdt zakelijk weergegeven in dat verweerder:
1. foutieve aanwijzingen heeft verricht voor het nemen van een biopt, geen
anamnese heeft afgenomen en geen lichamelijk onderzoek heeft verricht;
2. een psychiater erbij heeft gehaald om klaagster als “gestoord” te
brandmerken;
3. het dossier van klaagster heeft vervalst.
4. Het standpunt van verweerder
Verweerder heeft de klacht en de daaraan ten grondslag gelegde stellingen bestreden. Voor zover nodig wordt daarop hieronder ingegaan.
5. De overwegingen van het college
5.1
Voorop moet worden gesteld dat verweerder slechts als supervisor bij de behandeling van klaagster betrokken is geweest. De betrokkenheid van verweerder is beperkt geweest tot het superviseren van de arts tot wie klaagster zich had gewend. Verweerder heeft aannemelijk gemaakt - klaagster heeft dat ook niet betwist- dat hij klaagster slechts eenmaal heeft gezien en wel op 16 augustus 2006. Ook bij dat consult is verweerder slechts opgetreden als supervisor. Hij heeft geen anamnese afgenomen en geen lichamelijk onderzoek verricht bij klaagster. Dat hoefde hij als supervisor ook niet te doen. Niet is gebleken dat verweerder bij het nemen van het biopt foutieve aanwijzingen heeft gegeven en dat verweerder niet lege artis heeft gehandeld.
Dit klachtonderdeel is ongegrond.
5.2
Van enige betrokkenheid van verweerder bij het inschakelen van een psychiater is niet gebleken.
Dit klachtonderdeel is derhalve ongegrond.
5.3
Niet is gebleken dat verweerder op enigerlei wijze het dossier heeft vervalst. Daar zijn geen aanwijzingen voor.
Dit klachtonderdeel is eveneens ongegrond.
De conclusie van het voorgaande is dat de klacht in al haar onderdelen kennelijk ongegrond is en zonder verder onderzoek in raadkamer zal worden afgewezen.
Verweerder kan met betrekking tot de klacht geen verwijt als bedoeld in artikel 47 lid 1 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg worden gemaakt.”
3. Vaststaande feiten en omstandigheden
Voor de beoordeling van het hoger beroep gaat het Centraal Tuchtcollege uit van de feiten en omstandigheden zoals deze zijn vastgesteld door het Regionaal Tuchtcollege en hiervoor onder “2. De feiten” zijn weergegeven.
4. Beoordeling van het hoger beroep
4.1 In hoger beroep heeft klaagster haar klacht herhaald en nader toegelicht. Zij
concludeert tot vernietiging van de uitspraak van het Regionaal Tuchtcollege en - impliciet - tot gegrond verklaring van haar klacht.
4.2 De arts heeft verweer gevoerd en - eveneens impliciet - geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
4.3 De behandeling van de zaak in hoger beroep heeft het Centraal Tuchtcollege geen aanleiding gegeven tot de vaststelling van andere feiten noch tot andere beschouwingen en beslissingen dan die van het Regionaal Tuchtcollege in eerste aanleg, zodat het beroep moet worden verworpen.
5. Beslissing
Het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg:
verwerpt het beroep.
Deze beslissing is gegeven door: mr. A.D.R.M. Boumans, voorzitter, mr. R.A. van der Pol en
mr. L.F. Gerretsen-Visser, leden-juristen en drs. A.C.L. Allertz en prof. dr. R. Willemze, leden-beroepsgenoten en mr. M.D. Barendrecht-Deelen, secretaris, en uitgesproken ter openbare zitting van 13 augustus 2013. Voorzitter w.g. Secretaris w.g.