ECLI:NL:TPETPVE:2012:5 Tuchtgerecht Productschap Pluimvee en Eieren Zoetermeer TPPE1812

ECLI: ECLI:NL:TPETPVE:2012:5
Datum uitspraak: 21-11-2012
Datum publicatie: 20-12-2012
Zaaknummer(s): TPPE1812
Onderwerp: Dierengezondheid
Beslissingen: Geldboete
Inhoudsindicatie: Geen Actieplancontrole in 2009, 2010 en 2011. Ten aanzien van het verweer dat betrokkene niet bekend was met de Actieplancontrole, oordeelt het Tuchtgerecht dat de afgelopen jaren daarover door het Productschap dusdanig is gecommuniceerd naar de sector, dat dit bij betrokkene bekend had moeten zijn. Hetzelfde geldt voor de dierenarts van betrokkene. Betrokkene wordt het nalaten van deze controle in 2010 en 2011 aangerekend. Verder oordeelt het Tuchtgerecht dat beide overtredingen op één moment zijn komen vast te staan en beschouwt deze als één overtreding. Volgt een boete van € 200 waarvan € 100 voorwaardelijk, proeftijd 2 jaar.

Zaaknummer :

TPPE 18/2012

Betrokkene :

[betrokkene]

[adres]

Datum :

21 november 2012

Gang van zaken :

De zaak berust op een berechtingsrapport dat CoMore Bedrijfsdiensten B.V. (hierna: CoMore) heeft opgemaakt onder nummer CBD AP 1228, naar aanleiding van een telefonische inspectie door een controleur van CoMore op 10 juli 2012. Deze inspectie had betrekking op de onderneming die wordt uitgeoefend op het bedrijf aan [adres], dat op naam van [betrokkene] is geregistreerd onder [KIP-nummer].

Het Tuchtgerecht heeft de zaak beoordeeld op basis van de schriftelijke verklaring, zoals bedoeld in artikel 15 van de Wet tuchtrechtspraak bedrijfsorganisatie 2004.

Het Tuchtgerecht heeft de zaak op 21 november 2012 behandeld op zijn openbare terechtzitting, gehouden te Amersfoort.

Ter terechtzitting is verschenen d e heer [betrokkene], geboren [geboorteplaats], wonende aan [adres] (hierna: betrokkene).

Voorts zijn ter zitting verschenen de heer mr. R.B.R. Henke en de heer ir. J.N. Schouwenburg, beide namens het PPE, en de heer H.G.M. Grolleman, namens CoMore.

Behandeling van de zaak :

Ter terechtzitting heeft de vertegenwoordiger van het Productschap aangegeven de schriftelijke verklaring te willen wijzigen. Het jaar 2009 ligt te ver weg en dient geschrapt te worden. Alleen jaar 2010 en 2011 liggen nog ten laste.

De voorzitter van het Tuchtgerecht staat de wijziging toe, aangezien die niet ten nadele van de ondernemer is.

Het Tuchtgerecht heeft op 21 november 2012 uitspraak gedaan.

Verweten gedraging :

In 2010 heeft geen controle op de naleving van de Verordening hygiënevoorschriften pluimveehouderij (PPE) 2007 plaatsgevonden en in 2011 heeft geen controle op de naleving van de Verordening uit 2007 en op diens rechtsopvolger de Verordening hygiënemaatregelen en bestrijding zoönosen in pluimveebedrijven en kuikenbroederijen (PPE) 2011 plaatsgevonden.

Verklaring van betrokkene :

In het berechtingsrapport is onder meer de volgende verklaring van betrokkene opgenomen, zakelijk weergegeven:

“Ik ben niet tevreden over de uitgevoerde controle van 1 februari 2012. De controleur liegt. (…) Ik heb de salmonella onderzoeken altijd uit laten voeren. Controlerapporten van voorgaande jaren zijn er niet.”

Ter terechtzitting heeft betrokkene onder meer nog verklaard, zakelijk weergegeven:

“Ik wist het niet, ook mijn dierenarts heeft mij niet op de hoogte gebracht.

Ter terechtzitting heeft de dierenarts van betrokkene onder meer nog verklaard, zakelijk weergegeven:

“Ik kom sinds 2009 elke 2 maanden bij [betrokkene] op het bedrijf voor onderzoeken, waaronder Salmonella. Het is een duurzaam en goed bedrijf, diergeneeskundig klopt alles. Nu wilde de heer [betrokkene] zelf graag dat zijn bedrijf IKB-waardig zou worden en blijkt hij met terugwerkende kracht afgerekend te worden op regels die bij ons geheel onbekend zijn. U kunt het mij als dierenarts verwijten dat ik het ook niet wist, ik heb heel veel papierwerk.”

Bewijs en verwijtbaarheid :

Ten aanzien van het verwijt dat betrokkene geen Actieplancontrole heeft laten uitvoeren, oordeelt het Tuchtgerecht dat op grond van de inhoud van het berechtingsrapport met bijlagen en de daarin opgenomen verklaring van betrokkene, ter zitting vast is komen te staan dat op het bedrijf van betrokkene, dat geregistreerd is bij het Productschap Pluimvee en Eieren onder [KIP-nummer], de volgende gedraging heeft plaatsgevonden:

Het nalaten in 2010 en 2011 van een jaarlijkse controle op de naleving van de hygiënevoorschriften door een erkende controle-instantie.

Dit levert op:

Twee maal overtreding van artikel 11, lid 1 van de Verordening hygiënevoorschriften pluimveehouderij (PPE) 2007 juncto art. 21, lid 1, van de Verordening hygiënemaatregelen en bestrijding zoönosen in pluimveebedrijven en kuikenbroederijen (PPE) 2011.

Motivering van de tuchtrechtelijke maatregel :

Bij de vorming van zijn oordeel ten aanzien van het nalaten van de Actieplancontrole neemt het Tuchtgerecht nota van de verklaring van de betrokkene blijkende uit het berechtingsrapport onder nummer CBD AP1228.

Op grond van het bovenstaande overweegt het Tuchtgerecht Productschap Pluimvee en Eieren, Kamer Primaire Sector, het volgende:

Voor de pluimveesector is een “Plan van Aanpak” opgesteld om besmettingen van pluimvee met Salmonella en Campylobacter terug te dringen, om de consument een betere bescherming te bieden tegen gezondheidsproblemen die mogelijk door deze besmettingen kunnen worden veroorzaakt. Er is nu een samenstel van maatregelen van kracht op grond van het bij of krachtens bepaalde in de Verordening hygiënevoorschriften pluimveehouderij (PPE) 2007. Om het met het plan van aanpak beoogde doel te bereiken, is het van het grootste belang dat een ieder zich houdt aan het totale pakket van de geldende maatregelen.

De jaarlijkse controle maakt onder meer duidelijk of een ondernemer de verplichte monsternemingen en analyses met betrekking tot Salmonella en Campylobacter uitvoert dan wel laat uitvoeren.

Ten aanzien van het verweer dat betrokkene niet bekend was met de Actieplancontrole, oordeelt het Tuchtgerecht dat de afgelopen jaren daarover door het Productschap dusdanig is gecommuniceerd naar de sector, dat dit bij betrokkene bekend had moeten zijn. Hetzelfde geldt voor de dierenarts van betrokkene. Betrokkene wordt daarom het nalaten van deze controle in 2010 en 2011 aangerekend, waarvoor een tuchtrechtelijke maatregel wordt opgelegd.

Verder oordeelt het Tuchtgerecht dat beide overtredingen op één moment zijn komen vast te staan; het Tuchtgerecht beschouwt deze dus als één overtreding.

Bij de vaststelling van de hoogte van de geldboete is rekening gehouden met het feit dat aan betrokkene niet eerder een tuchtrechtelijke maatregel is opgelegd en met het feit dat betrokkene een bedrijf van zeer kleine omvang bedrijf heeft.

Gelet op het bovenstaande legt het Tuchtgerecht Productschap Pluimvee en Eieren, Kamer Primaire Sector, betrokkene - ingevolge artikel 13, eerste lid, van de Verordening hygiënevoorschriften pluimveehouderij (PPE) 2007 en artikel 23 van de Verordening hygiënemaatregelen en bestrijding zoönosen in pluimveebedrijven en kuikenbroederijen (PPE) 2011 - de volgende tuchtrechtelijke maatregel op:

Beslissing:

Een geldboete van € 200,- (zegge: tweehonderd euro), waarvan € 100, - (zegge: eenhonderd euro) voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.

Indien binnen deze periode door betrokkenen niet aan de voorwaarde wordt voldaan, wordt – nadat deze uitspraak onherroepelijk wordt – het voorwaardelijke deel van de boete alsnog ten uitvoer gelegd. De voorwaarde is, dat geen enkele bepaling van de Verordening hygiënemaatregelen en bestrijding zoönosen in pluimveebedrijven en kuikenbroederijen (PPE) 2011 of van enige andere verordening over hygiënevoorschriften met betrekking tot de pluimveehouderij mag worden overtreden.

Toepasselijke artikelen :

Naast de al vermelde artikelen zijn van toepassing de Wet Tuchtrechtspraak bedrijfsorganisatie 2004 en het Instellingsbesluit Productschap Pluimvee en Eieren.

Samenstelling van het Tuchtgerecht:

De uitspraak is gedaan door mr. L.F.A. Husson , voorzitter en de heer ing. J. Bazuin en de heer drs. T.S. de Vries, leden, in aanwezigheid van mevrouw drs. A.M.P. Regout, secretaris.