ECLI:NL:TPETPVE:2012:1 Tuchtgerecht Productschap Pluimvee en Eieren Zoetermeer TPPE2312
| ECLI: | ECLI:NL:TPETPVE:2012:1 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 21-11-2012 |
| Datum publicatie: | 20-12-2012 |
| Zaaknummer(s): | TPPE2312 |
| Onderwerp: | Dierengezondheid |
| Beslissingen: | Geldboete |
| Inhoudsindicatie: | Het nalaten in 2011 van de jaarlijkse controle op de naleving van de hygiënevoorschriften door een erkende controle-instantie, op drie locaties. Betrokkene is sinds 1998 elke jaar in de maand september benaderd door Indas voor de controles. In september 2011 heeft hij geen telefoontje gehad. Indas bestaat niet meer, daarvan was betrokkene niet op de hoogte. Het bedrijf bestaat uit drie locaties. Ter zitting is vast komen te staan dat het bedrijf de controle altijd op één dag laat uitvoeren, waarbij met de controleur langs alle locaties wordt gegaan. Het Tuchtgerecht oordeelt dat het niet doen uitvoeren van de controles in 2011 zijn oorsprong vond in een eenmalig communicatieprobleem in verband met het opheffen van Indas. Het Tuchtgerecht legt daarom één geldboete op van € 1000,- waarvan € 500, - voorwaardelijk, proeftijd twee jaar. |
Zaaknummer :
TPPE 23/2012
Betrokkene :
Maatschap [bedrijfsnaam]
[adres 1]
Datum :
21 november 2012
Gang van zaken :
De zaak berust op een berechtingsrapport dat CoMore Bedrijfsdiensten B.V. (hierna: CoMore) heeft opgemaakt onder nummer CBD AP1236, naar aanleiding van een telefonische inspectie door een controleur van CoMore op 4 en 13 september 2012. Deze inspectie had betrekking op de onderneming die wordt uitgeoefend op de bedrijfslocaties aan [adres 1], aan [adres 2] en aan [adres 3], en die op naam van Maatschap [bedrijfsnaam] zijn geregistreerd onder respectievelijk [KIP-nummer 1], [KIP-nummer 2] en [KIP-nummer 3].
Het Tuchtgerecht heeft de zaak beoordeeld op basis van de schriftelijke verklaring, zoals bedoeld in artikel 15 van de Wet tuchtrechtspraak bedrijfsorganisatie 2004.
Het Tuchtgerecht heeft de zaak op 21 november 2012 behandeld op zijn openbare terechtzitting, gehouden te Amersfoort.
Ter terechtzitting is verschenen de heer [betrokkene], geboren [geboorteplaats], wonende aan [adres 2] (hierna: betrokkene).
Voorts zijn ter zitting verschenen de heer mr. R.B.R. Henke en de heer ir. J.N. Schouwenburg, beide namens het PPE, en de heer H.G.M. Grolleman, namens CoMore.
Het Tuchtgerecht heeft op 21 november 2012 uitspraak gedaan.
Verweten gedraging :
Voor de drie afzonderlijke locaties van het bedrijf heeft in het jaar 2011 geen controle plaatsgevonden op de naleving van de Verordening hygiënevoorschriften pluimveehouderij (PPE) 2007 op diens rechtsopvolger de Verordening hygiënemaatregelen en bestrijding zoönosen in pluimveebedrijven en kuikenbroederijen (PPE) 2011.
Verklaring van betrokkene :
In het berechtingsrapport is onder meer de volgende verklaring van betrokkene opgenomen, zakelijk weergegeven:
Betrokkene is sinds 1998 elke jaar in de maand september benaderd door Indas voor de controles. In september 2011 heeft hij geen telefoontje gehad. De controles hebben uiteindelijk begin 2012 plaatsgevonden.
Ter terechtzitting heeft betrokkene onder meer nog verklaard, zakelijk weergegeven:
“Indas bestaat niet meer, en dat wist ik niet. Ik zie het verder als één controle, want in één dag rijden we langs onze drie locaties”.
Bewijs en verwijtbaarheid :
Ten aanzien van het verwijt dat betrokkene geen Actieplancontrole heeft laten uitvoeren, oordeelt het Tuchtgerecht dat op grond van de inhoud van het berechtingsrapport met bijlagen en de daarin opgenomen verklaring van betrokkene, ter zitting vast is komen te staan dat op het bedrijf van betrokkene, dat geregistreerd is bij het Productschap Pluimvee en Eieren onder de [KIP-nummers 1, 2 en 3], de volgende gedraging heeft plaatsgevonden:
Het nalaten in 2011 van een jaarlijkse controle op de naleving van de hygiënevoorschriften door een erkende controle-instantie, op drie locaties.
Dit levert op:
Overtreding van artikel 11, lid 1 van de Verordening hygiënevoorschriften pluimveehouderij (PPE) 2007 juncto art. 21, lid 1, van de Verordening hygiënemaatregelen en bestrijding zoönosen in pluimveebedrijven en kuikenbroederijen (PPE) 2011.
Motivering van de tuchtrechtelijke maatregel :
Bij de vorming van zijn oordeel ten aanzien van het nalaten van de Actieplancontrole neemt het Tuchtgerecht nota van de verklaring van de betrokkene blijkende uit het berechtingsrapport onder nummer CBD AP1236.
Op grond van het bovenstaande overweegt het Tuchtgerecht Productschap Pluimvee en Eieren, Kamer Primaire Sector, het volgende:
Voor de pluimveesector is een “Plan van Aanpak” opgesteld om besmettingen van pluimvee met Salmonella en Campylobacter terug te dringen, om de consument een betere bescherming te bieden tegen gezondheidsproblemen die mogelijk door deze besmettingen kunnen worden veroorzaakt. Er is nu een samenstel van maatregelen van kracht op grond van het bij of krachtens bepaalde in de Verordening hygiënevoorschriften pluimveehouderij (PPE) 2007. Om het met het plan van aanpak beoogde doel te bereiken, is het van het grootste belang dat een ieder zich houdt aan het totale pakket van de geldende maatregelen.
De jaarlijkse controle maakt onder meer duidelijk of een ondernemer de verplichte monsternemingen en analyses met betrekking tot Salmonella en Campylobacter uitvoert dan wel laat uitvoeren.
Het bedrijf bestaat uit drie locaties. Ter zitting is vast komen te staan dat het bedrijf de controle altijd op één dag laat uitvoeren, waarbij met de controleur langs alle locaties wordt gegaan. Het Tuchtgerecht oordeelt dat het niet doen uitvoeren van de controles in 2011 zijn oorsprong vond in een eenmalig communicatieprobleem in verband met het opheffen van Indas. Het Tuchtgerecht legt daarom één geldboete op.
Bij de vaststelling van de hoogte van de geldboete is tevens rekening gehouden met het feit dat aan betrokkene niet eerder een tuchtrechtelijke maatregels is opgelegd en met het feit dat betrokkene een bedrijf van zeer grote omvang bedrijf heeft.
Gelet op het bovenstaande legt het Tuchtgerecht Productschap Pluimvee en Eieren, Kamer Primaire Sector, betrokkene - ingevolge artikel 13, eerste lid, van de Verordening hygiënevoorschriften pluimveehouderij (PPE) 2007 en artikel 23 van de Verordening hygiënemaatregelen en bestrijding zoönosen in pluimveebedrijven en kuikenbroederijen (PPE) 2011 - de volgende tuchtrechtelijke maatregel op:
Beslissing:
Een geldboete van € 1000,- (zegge: eenduizend euro), waarvan € 500, - (zegge: vijfhonderd euro) voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.
Indien binnen deze periode door betrokkenen niet aan de voorwaarde wordt voldaan, wordt – nadat deze uitspraak onherroepelijk wordt – het voorwaardelijke deel van de boete alsnog ten uitvoer gelegd. De voorwaarde is, dat geen enkele bepaling van de Verordening hygiënemaatregelen en bestrijding zoönosen in pluimveebedrijven en kuikenbroederijen (PPE) 2011 of van enige andere verordening over hygiënevoorschriften met betrekking tot de pluimveehouderij mag worden overtreden.
Toepasselijke artikelen :
Naast de al vermelde artikelen zijn van toepassing de Wet Tuchtrechtspraak bedrijfsorganisatie 2004 en het Instellingsbesluit Productschap Pluimvee en Eieren.
Samenstelling van het Tuchtgerecht:
De uitspraak is gedaan door mevrouw mr. L.F.A. Husson, voorzitter en de heer ing. J. Bazuin en de heer drs. T.S. de Vries, leden, in aanwezigheid van mevrouw drs. A.M.P. Regout, secretaris.