ECLI:NL:TNOKSHE:2012:YC0902 Kamer van toezicht 's-Hertogenbosch Kln.11.32
| ECLI: | ECLI:NL:TNOKSHE:2012:YC0902 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 14-11-2012 |
| Datum publicatie: | 31-12-2012 |
| Zaaknummer(s): | Kln.11.32 |
| Onderwerp: | Overig |
| Beslissingen: | Klacht gegrond met berisping |
| Inhoudsindicatie: | Klacht door het BFT. De notarissen krijgen de maatregel van berisping voor het laten ontstaan van een negatieve bewaringspositie en hebben deze niet onverwijld aangevuld. Zij hebben derdengelden gebruikt voor hun kantoor. |
KLN 11.32
14 november 2012
DE KAMER VAN TOEZICHT OVER DE NOTARISSEN EN KANDIDAAT-NOTARISSEN IN HET ARRONDISSEMENT 's-HERTOGENBOSCH
neemt de volgende beslissing inzake de klacht van het Bureau Financieel Toezicht (BFT), gevestigd te Utrecht, hierna te noemen klaagster, tegen mr. […] en mr. […], beiden notaris te […], hierna te noemen de notarissen.
1. De procedure
1.1. Bij brief van 21 oktober 2011 heeft klaagster een klacht ingediend tegen de notarissen, bij de kamer van toezicht over de notarissen en kandidaat-notarissen te […].
1.2. De president van het gerechtshof Amsterdam heeft op 30 november 2011 beslist dat de kamer van toezicht over de notarissen en kandidaat-notarissen te ’s-Hertogenbosch met de behandeling van de klacht wordt belast.
1.3. De notarissen hebben op 26 januari 2012 op de klacht gereageerd.
1.4. Klaagster heeft gerepliceerd bij brief van 22 februari 2012, ontvangen bij de kamer van toezicht op 24 februari 2012.
1.5. Notaris […] heeft bij brief van 20 maart 2012 gedupliceerd.
1.6. De plaatsvervangend voorzitter van de kamer heeft de zaak verwezen naar de volle kamer.
1.7. De kamer van toezicht heeft de klacht behandeld ter openbare vergadering van
25 oktober 2012. Voor klaagster zijn verschenen de heer D. van de Veer R.A. en mevrouw mr. M.A. Drenth. Notaris mr. […] is eveneens in persoon verschenen. Notaris mr. […] is, hoewel behoorlijk daartoe opgeroepen, niet verschenen.
2. De feiten
2.1. Uit de bevindingen van het BFT komt naar voren dat er sprake was van een negatieve bewaringspositie in de periode van mei 2011 tot begin september 2011. De bewaringstekorten bedroegen (afgerond) op 31 mei 2011 € 52.140,00; op 30 juni 2011 € 92.353,00; op 26 juli 2011 € 34.515,00; op 12 september 2011 € 5.815,00.
2.2. Vanaf 16 september 2011 was er weer sprake van een positieve bewaringspositie.
2.3. Ingevolge artikel 112 lid 3 van de Wet op het notarisambt (Wna) dient het BFT een klacht in tegen de notarissen vanwege een negatieve bewaringspositie op de hiervoor onder 2.1. genoemde tijdstippen. Deze tekorten zijn per 16 september 2011 opgeheven.
3. De klacht en het verweer daartegen
3.1. Klaagster stelt, zakelijk weergegeven, het volgende.
Uit de door de notaris verstrekte gegevens zijn het BFT de hiervoor onder 2.1 gemelde tekorten gebleken. Uit het onderzoek van het BFT bleek dat in de periode van 1 april 2011 tot en met 1 juli 2011 in strijd met artikel 23, lid 1, van de Wna juncto artikel 15, lid 1, Verordening beroeps- en gedragsregels (oud) een negatieve bewaringspositie hebben laten ontstaan en hebben laten bestaan, zonder deze na ontdekking daarvan ‘onverwijld’ aan te vullen. De notarissen hebben het tekort twee maanden na ontdekking en vaststelling van de negatieve bewaringspositie aangevuld, zodat niet gesproken kan worden van ‘onverwijld’ aanvullen van het tekort. Op 16 september 2011 bleek de bewaringspositie weer positief te zijn.
Het openbare klachtenbeleid van het BFT houdt ten aanzien van een negatieve bewaringspositie in dat “in het geval op enig moment (dus ook tussentijds) sprake is van structurele kleinere tekorten dan wel van een incidentele negatieve bewaringspositie van groter dan € 25.000,00 een klacht zal worden ingediend”.
3.2. De notarissen stellen, zakelijk weergeven, het volgende.
De notarissen hebben geldbedragen van de kwaliteitsrekening gehaald zonder direct na te gaan of de bewaringspositie dit op dat moment toeliet. De notarissen zijn in 2011 overgeschakeld op een nieuw financieel systeem. De notarissen hebben maatregelen getroffen en dat heeft geresulteerd in een positieve bewaringspositie op 16 september 2011. De notarissen hebben structurele maatregelen getroffen om te voorkomen dat in de toekomst wederom een negatieve bewaringspositie zal ontstaan. De notarissen hebben inmiddels de administratie van hun kantoor op orde, zodat een incident als het onderhavige niet meer zal voorvallen.
4. De beoordeling
4.1. De bewaringpositie van de notaris (de aanwezige cliëntengelden minus de vorderingen van derden) moet te allen tijde positief zijn. Klaagster heeft laten weten dat bij negatieve bewaringsposities van € 25.000,00 of groter zij een klacht indient bij de kamer van toezicht.
De kamer constateert dat niet is weersproken dat de notarissen in de periode van 31 mei 2011 tot 16 september 2011 een negatieve bewaringspositie hadden. Dit betekent dat de notarissen onvoorzichtig zijn omgesprongen met de gelden op hun kwaliteitsrekening.
De bewaringstekorten bedroegen (afgerond) op 31 mei 2011 € 52.140,00; op 30 juni 2011 € 92.353,00; op 26 juli 2011 € 34.515,00; op 12 september 2011 € 5.815,00. De tekorten in mei 2011, juni 2011 en juli 2011 waren groter dan € 25.000,00. De kamer van toezicht zal de klacht daarom gegrond verklaren.
4.2. De Kamer constateert daarnaast dat de negatieve positie is ontstaan doordat de notarissen gelden van de rekening hebben gebruikt om betalingen te verrichten ten behoeve van de kantoororganisatie en zichzelf, zonder voorafgaande controle of die betalingen, gelet op bovenstaande regelgeving, wel plaats mochten vinden. De notarissen wordt daarnaast zwaar aangerekend dat zij, na constatering van de negatieve positie, begin juli 2011, ruim twee maanden hebben laten verstrijken voordat de negatieve positie was aangevuld, hetgeen in strijd is met het feit dat de negatieve positie "onverwijld" moet worden aangevuld. De redenen die de notarissen daarvoor aanvoeren overtuigen de Kamer niet en wekken de indruk dat de notarissen een en ander onvoldoende serieus hebben genomen .
4.2. Het onder 4.1 gegrond verklaarde klachtonderdeel en de in 4.2 weergegeven wijze waarop zij daarop hebben gehandeld, betreffen zeer laakbare tekortkomingen van beide notarissen. Daarom dient aan beiden de maatregel van berisping te worden opgelegd.
5. De beslissing
De kamer van toezicht:
verklaart de klacht gegrond;
legt notaris mr. […] de maatregel van berisping op;
legt notaris mr. […] de maatregel van berisping op;
bepaalt dat bovenstaande maatregelen zullen worden ten uitvoer gelegd op een nader te bepalen tijdstip.
Aldus gegeven te 's-Hertogenbosch door mr. J.H.W. Rullmann, plaatsvervangend voorzitter,
mr. M.A.M. Kessels, mr. M.H.G. Giesbers en mr. J.J.G.M. Kuijpers, leden, en mr. H.G. Robers, plaatsvervangend lid, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 november 2012,
in tegenwoordigheid van de secretaris.
Hoger beroep tegen vorenstaande beslissing is mogelijk door indiening van een verzoekschrift ‑ binnen dertig dagen na dagtekening van het aangetekend schrijven waarbij van deze beslissing is kennis gegeven - bij het gerechtshof te Amsterdam, postadres: postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.