We werken hard aan het herstel van de stabiliteit van tuchtrecht.overheid.nl. Excuus voor het ongemak.

ECLI:NL:TNOKSHE:2012:YC0899 Kamer van toezicht 's-Hertogenbosch Kln.12.09

ECLI: ECLI:NL:TNOKSHE:2012:YC0899
Datum uitspraak: 25-10-2012
Datum publicatie: 31-12-2012
Zaaknummer(s): Kln.12.09
Onderwerp: Personen- en Familierecht
Beslissingen:
  • Klacht ongegrond
  • Klacht niet-ontvankelijk
Inhoudsindicatie: De notaris wordt verweten dat hij als boedelnotaris de verdeling van de nalatenschap niet voldoende voortvarend afhandelt. De notaris dient het geschil tussen de erfgenamen te beslechten. De kamer oordeelt een deel van de klacht te oud. Het overige deel van de klacht verklaart de kamer ongegrond.

KLN 12.09

25 oktober 2012

DE KAMER VAN TOEZICHT OVER DE NOTARISSEN EN KANDIDAAT-NOTARISSEN IN HET ARRONDISSEMENT 's-HERTOGENBOSCH

neemt de volgende beslissing op de klacht van mevrouw […], hierna te noemen klaagster, tegen de heer mr. […], notaris te […], hierna te noemen de notaris.

1. De procedure

1.1              Bij brief van 18 maart 2012 heeft de woordvoerder van klaagster de klacht tegen de notaris geformuleerd. Deze klacht is op 19 april 2012 bij de kamer van toezicht ontvangen.

1.2              De notaris heeft geantwoord op 5 juni 2012. Dit antwoord is op 6 juni 2012 bij de kamer van toezicht ontvangen.

1.3              Bij brief van 19 juni 2012, ontvangen bij de kamer van toezicht op 20 juni 2012, heeft de woordvoerder van klaagster gerepliceerd.

1.4              De notaris heeft gedupliceerd bij brief van 11 juli 2012, bij de kamer van toezicht ontvangen op 16 juli 2012

1.5              De plaatsvervangend voorzitter van de kamer van toezicht heeft de zaak verwezen naar de volle kamer.

1.6              De kamer van toezicht heeft de klacht behandeld ter openbare vergadering van 26 september 2012. De woordvoerder van klaagster, haar echtgenoot […] is verschenen. De notaris is eveneens verschenen.

2. De feiten

2.1       Op 10 maart 2003 is mevrouw […] (hierna: erflaatster) overleden te […]. Haar vermogen was onder bewind gesteld en haar gelden werden beheerd door […] te […]. In haar testament heeft zij haar zoon […] benoemd als executeur.

2.2       De erfgenamen van mevrouw […] zijn haar zoon, de heer […], en haar dochter, mevrouw […] (klaagster).

2.3       De notaris heeft de opdracht gekregen voor de afwikkeling van de nalatenschap van mevrouw […]. Op [datum] 2004 en op [datum] 2004 heeft een vergadering plaatsgevonden op het kantoor van de notaris, waarbij de verdeling van de erfenis van mevrouw […] is besproken. Deze verdeling is thans nog niet afgerond.

2.4       De notaris heeft nog een geldbedrag van de boedel van ongeveer 170.000 euro op zijn derdengeldrekening staan.

3. De klacht en het verweer daartegen

3.1       Klaagster stelt, zakelijk weergegeven, het volgende.

De notaris is in 2004 door de executeur van de nalatenschap van erflaatster belast met de afwikkeling van deze nalatenschap. Het is mede aan de notaris te wijten dat deze afwikkeling niet voortvarend is geschied. Dat is al begonnen met de vergaderingen over de verdeling van de nalatenschap in 2004. Pas na een tweede kort geding bij de kantonrechter in ’s-Hertogenbosch is tot een grove verdeling van de boedel gekomen. De notaris heeft zich naar de mening van klaagster een hoeveelheid geld van de derdenrekening toegeëigend. Een deel als som voor zijn honorarium en een deel som die tot de erfenis behoorde. Door te handelen als voornoemd heeft de notaris in strijd met de zorgplicht klachtwaardig gehandeld.

3.2       De notaris stelt, zakelijk weergegeven, het volgende.

            De notaris heeft in 2004 van de executeur van de nalatenschap van erflaatster opdracht gekregen tot afwikkeling van deze nalatenschap. De notaris heeft de verdeling van de nalatenschap voortvarend willen afwerken, maar omdat de betrokkenen steeds met nieuwe geschilpunten kwamen, kon en kan deze verdeling nog niet worden afgehandeld. De notaris heeft daar geen invloed op. Hij voert de opdracht uit die hem is gegeven. Het geld uit de boedel staat nog steeds op de derdengeldrekening van de notaris en de notaris heeft daar geen bedrag vanaf gehaald.

            De notaris is van mening dat hij aan zijn opdracht ten aanzien van de afwikkeling van de nalatenschap heeft voldaan en dat hij niet klachtwaardig heeft gehandeld. De klacht dient ongegrond te worden verklaard.

4.  De beoordeling

4.1       Klaagster heeft bij deze kamer van toezicht een klacht ingediend waarin de notaris wordt verweten dat hij de opdracht tot afwikkeling van de nalatenschap van erflaatster niet goed (1) en niet voortvarend (2) heeft afgehandeld en dat hij gelden van zijn derdengeldrekening zou hebben opgenomen die tot de boedel van de nalatenschap zouden behoren (3).

4.1.1        Uit de stukken en op de zitting is gebleken dat de klacht mede betrekking heeft op handelen dan wel nalaten van de notaris, verricht vóór de termijn van drie jaar als bedoeld in artikel 99, twaalfde lid, van de Wet op het notarisambt (Wna). De klacht is ten aanzien van dat handelen dan wel nalaten niet-ontvankelijk. Ten aanzien van het eerste klachtonderdeel is de kamer van toezicht van oordeel dat overigens niet is gebleken dat de notaris de afwikkeling van de nalatenschap niet goed heeft gedaan, zodat dit onderdeel van de klacht ongegrond is. Het verwijt van partijdigheid is niet met feiten onderbouwd.

4.1.2        Het tweede klachtonderdeel betreft het verwijt dat de notaris niet voortvarend te werk is gegaan bij de afwikkeling van de nalatenschap van erflaatster. De kamer van toezicht overweegt hiertoe dat de notaris uitvoering heeft gegeven aan de opdracht van de executeur van de nalatenschap. Partijen worden het vervolgens niet eens over de wijze van verdeling van de nalatenschap. Ook wordt door (een van de) partijen geen uitvoering gegeven aan een vaststellingsovereenkomst. In zoverre kan de notaris geen verwijt worden gemaakt. Overigens heeft klager niet onderbouwd dat de vertraging in de afwikkeling van de nalatenschap het gevolg is van handelen of nalaten van de notaris. Dit klachtonderdeel is ongegrond.

4.1.3        Het derde klachtonderdeel betreft het geld van de boedel van de nalatenschap. De notaris heeft betwist dat hij geld van de boedel van zijn derdengeldrekening heeft opgenomen en dat het bedrag nog op deze rekening staat tot de partijen de verdeling van de nalatenschap hebben afgerond. Klager heeft deze stelling van de notaris niet gemotiveerd betwist. Nu het geld van de boedel nog onder de notaris op diens derdengeldrekening staat is dit klachtonderdeel ongegrond.

5. De beslissing

De kamer van toezicht:

verklaart de klacht voor zover deze feiten ouder dan drie jaar betreffen niet-ontvankelijk;

verklaart de klacht voor het overige in al haar onderdelen ongegrond.

Aldus gegeven te 's-Hertogenbosch door mr. J.P.M. van der Ham, plaatsvervangend voorzitter,

mr. M.A.M. Kessels, mr. M.H.G. Giesbers, J.J.G.M. Kuijpers, leden, mr. P.M. Knaapen, plaatsvervangend lid, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 25 oktober 2012,

in tegenwoordigheid van de secretaris.

Hoger beroep tegen vorenstaande beslissing is mogelijk door indiening van een verzoekschrift ‑ binnen dertig dagen na dagtekening van het aangetekend schrijven waarbij van deze beslissing is kennis gegeven - bij het gerechtshof te Amsterdam, postadres: postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.