ECLI:NL:TNOKARN:2012:3 Kamer van toezicht Arnhem 07.831/2012/5
| ECLI: | ECLI:NL:TNOKARN:2012:3 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 18-12-2012 |
| Datum publicatie: | 11-07-2013 |
| Zaaknummer(s): | 07.831/2012/5 |
| Onderwerp: | Personen- en Familierecht |
| Beslissingen: | Klacht ongegrond |
| Inhoudsindicatie: | De Kamer van Toezicht verwijt de kandidaat-notaris dat zij onjuiste of onvolledige informatie heeft verstrekt tijdens de mondelinge behandeling van een tegen haar ingediende klacht, alsmede dat zij ná de mondelinge behandeling haar verklaring niet heeft rechtgezet. Voorts heeft zij haar toezegging om na de mondelinge behandeling informatie toe te sturen niet gestand gedaan. Klacht ongegrond. |
KAMER VAN TOEZICHT OVER DE NOTARISSEN EN KANDIDAAT-
NOTARISSEN TE ARNHEM
Kenmerk: 07.831/2012/5
Beslissing van de Kamer van Toezicht te Arnhem op de ambtshalve klacht van
de voorzitter van de
Kamer van Toezicht over de notarissen en kandidaat-notarissen te Zutphen,
[…],
tegen
[…],
kandidaat-notaris te […],
gemachtigde: mr. G.L. Maaldrink, advocaat te ‘s-Gravenhage.
Partijen zullen verder klager en de kandidaat-notaris worden genoemd.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de brief met bijlagen van klager van 21 februari 2012, waarin in een bijlage de ambtshalve klacht tegen de kandidaat-notaris is neergelegd;
- de beslissing van de president van het gerechtshof te Amsterdam van 13 februari 2012, waarin is bepaald dat de Kamer van Toezicht te Arnhem wordt belast met de behandeling van de zaak;
- het verweerschrift met bijlagen van de kandidaat-notaris van 20 april 2012;
- een brief met bijlage van de kandidaat-notaris van 26 juli 2012;
- een brief met bijlagen van de kandidaat-notaris van 23 augustus 2012;
- een brief met bijlage van de kandidaat-notaris van 30 oktober 2012;
- de mondelinge behandeling van de klacht op 8 november 2012, waarbij zijn verschenen:
- […], plaatsvervangend voorzitter van de Kamer van Toezicht te Zutphen, namens klager;
- de kandidaat-notaris, bijgestaan door mr. Maaldrink voornoemd;
- de pleitaantekeningen van de kandidaat-notaris.
2. De feiten
2.1 Op 17 juni 2010 heeft mevrouw [A] (hierna: [A]) een klacht tegen de kandidaat-notaris ingediend bij de Kamer van Toezicht te Zutphen (hierna: KvTZ).
2.2 De klacht had betrekking op het testament dat mevrouw [B] (hierna: erflaatster) op 17 februari 2010 door de kandidaat-notaris heeft laten opmaken. [A] verweet de kandidaat-notaris dat zij ten aanzien van de beoordeling van de handelings- en wilsbekwaamheid van erflaatster onzorgvuldig heeft gehandeld.
2.3. [A] is een oud-medewerkster van het kantoor van de kandidaat-notaris, welke dienstbetrekking na een arbeidsconflict is geëindigd.
2.4 Op 27 januari 2011 heeft de mondelinge behandeling van deze klacht voor de KvTZ plaatsgevonden. Van deze mondelinge behandeling is een proces-verbaal opgemaakt. Volgens het proces-verbaal is de kandidaat-notaris tijdens de mondelinge behandeling akkoord gegaan met het verzoek van één van de leden van de KvTZ om kopieën van het testament met de daarop met potlood geschreven aantekeningen en van de verklaring van executele aan de KvTZ te doen toekomen.
2.5 Op 18 februari 2011 heeft de kandidaat-notaris de KvTZ medegedeeld dat zij de toezegging onder druk van de omstandigheden ter zitting heeft gedaan, maar dat zij na overleg met haar adviseur, gelet op haar geheimhoudingsplicht, het verzoek van de KvTZ om de inhoud van het testament integraal aan de KvTZ bekend te maken, niet kon honoreren.
3. De klachten en het verweer
3.1 Klager acht de handelwijze van de kandidaat-notaris ten tijde van en na de mondelinge behandeling op 27 januari 2011 klachtwaardig en tuchtrechtelijk verwijtbaar. Hij verwijt de kandidaat-notaris dat zij (a) de KvTZ tijdens de mondelinge behandeling op 27 januari 2011 onjuiste mededeling aangaande de wijzigingen in het testament heeft gedaan, meer in het bijzonder dat zij de opname van een legaat in het testament ten behoeve van de afstammelingen van de overleden echtgenoot van de erflaatster niet heeft genoemd, en dat zij (b) ook ná die mondelinge behandeling haar omissie niet heeft rechtgezet.
Het tweede klachtonderdeel betreft het niet toezenden van een kopie van het testament ondanks dat de kandidaat-notaris dit ter zitting had toegezegd. Pas na een brief van de behandelend voorzitter heeft de kandidaat-notaris de KvTZ laten weten zich te beroepen op haar geheimhoudingsplicht.
3.2 De kandidaat-notaris voert gemotiveerd verweer. De Kamer zal hierna nader ingaan op het verweer, voor zover van belang voor de beoordeling.
4. De beoordeling van de klachten
4.1 Ingevolge artikel 98 lid 1 Wet op het notarisambt (Wna) zijn notarissen aan het tuchtrecht onderworpen ter zake van enig handelen of nalaten in strijd met hetzij enige bij of krachtens deze wet gegeven bepaling of een op deze wet berustende verordening, hetzij de zorg die zij als notarissen behoren te betrachten ten opzichte van degenen te wier behoeve zij optreden en ter zake van enig handelen of nalaten dat een behoorlijk notaris niet betaamt. De Kamer dient derhalve te onderzoeken of de handelwijze van de notaris een verwijtbare gedraging in de zin van dit artikel oplevert.
4.2 Klager stelt dat van een notaris verwacht mag worden dat de verklaringen die zij aan de Kamer doet juist zijn. Dat zij zich tijdens de mondelinge behandeling onder druk gezet voelde, doet hier niets aan af, aldus klager.
De kandidaat-notaris heeft ter zitting toegelicht dat zij zich tijdens de mondelinge behandeling op 27 januari 2011 in een lastige situatie bevond. Erflaatster wilde niet dat [A] op de hoogte zou komen van de inhoud van haar testament. De kandidaat-notaris wilde tijdens de mondelinge behandeling geen informatie geven vanwege haar geheimhoudingsplicht, maar zij voelde zich door de KvTZ ernstig onder druk gezet om toch mededelingen te doen over de inhoud van het testament. Daarop heeft zij getracht deze vragen zo beperkt mogelijk te beantwoorden, ook omdat de vragen werden gesteld in aanwezigheid van [A]. Ook bij toezending van het testament aan de Kamer vreesde zij dat [A] kennis zou nemen van de inhoud van het testament. Zij heeft na de mondelinge behandeling op 27 januari 2011 contact gezocht met een deskundige op het gebied van de geheimhoudingsplicht en heeft zo spoedig mogelijk daarna de KvTZ laten weten dat zij de toegezegde bescheiden niet over zou leggen, aldus de kandidaat-notaris.
4.3 De Kamer overweegt ten aanzien van klachtonderdeel a. en b. dat het duidelijk was dat de kandidaat-notaris, met het oog op haar geheimhoudingsplicht, tijdens de mondelinge behandeling voor de KvTZ slechts beperkt en onvolledig mededelingen heeft gedaan over de inhoud en de wijzigingen van het testament. Nu de klacht meer specifiek betrekking heeft op de onvolledigheid van de verklaringen van de kandidaat-notaris, is het temeer noodzakelijk om te weten welke vragen aan haar zijn gesteld en of het uit die vragen aan haar duidelijk moet zijn geweest dat van haar verwacht werd dat zij ook het onder 3.1 vermelde legaat had moeten melden, om te kunnen beoordelen of de kandidaat-notaris tijdens de mondelinge behandeling op 27 januari 2011 willens en wetens onjuiste informatie heeft gegeven en heeft moeten begrijpen dat zij verwijtbaar handelde door het legaat niet te noemen. Uit het proces-verbaal van de mondelinge behandeling blijkt niet welke vragen aan de kandidaat-notaris zijn gesteld, alleen de antwoorden van de kandidaat-notaris zijn vermeld. Bij de mondelinge behandeling van de onderhavige klacht heeft de kandidaat-notaris aangegeven dat aan haar vragen werden gesteld in een wat vreemde sfeer door verschillende leden van de KvTZ, die zij in de context van de klacht niet goed kon plaatsen. Dit is niet weersproken door klager. Nu het verloop van de mondelinge behandeling op 27 januari 2011 slechts beperkt is af te leiden uit het proces-verbaal, is niet komen vast te staan dat de kandidaat-notaris zich bewust moet zijn geweest dat zij de KvTZ verwijtbaar onjuist of onvolledig informeerde, waardoor evenmin is komen vast te staan dat van haar verwacht mocht worden dat zij zich dit na de mondelinge behandeling realiseerde en dat zij stappen ondernam om die omissie recht te zetten.
4.4 Ten aanzien van het tweede klachtonderdeel overweegt de Kamer als volgt. Ter zitting heeft de kandidaat-notaris verklaard dat zij meteen na de mondelinge behandeling de deskundige heeft gebeld om te vragen in hoeverre zij een beroep kon doen op haar geheimhoudingsplicht. Op 10 februari 2011 heeft een medewerkster van de KvTZ de kandidaat-notaris telefonisch verzocht om de ter zitting toegezegde documenten alsnog toe te sturen. De kandidaat-notaris heeft hiertoe op 10 februari 2011 slechts de aanhef en het slot van het testament van erflaatster van 17 februari 2010 gefaxt. Daarop heeft de behandelend voorzitter van de KvTZ bij brief van 17 februari 2011 de kandidaat-notaris schriftelijk verzocht alsnog de volledige tekst toe te sturen. Bij brief van 18 februari 2011 heeft de kandidaat-notaris de KvTZ meegedeeld dat zij vanwege haar geheimhoudingsplicht het verzoek van de KvTZ niet kon honoreren.
De Kamer is van oordeel dat de kandidaat-notaris de KvTZ tijdig heeft laten weten dat zij een beroep deed op haar geheimhoudingsplicht. Voldoende aannemelijk is dat zij enige tijd nodig had om duidelijkheid te krijgen over haar rechten en plichten met betrekking tot het verstrekken van de gevraagde gegevens. Ten overvloede overweegt de Kamer dat de kandidaat-notaris het recht had zich ten opzichte van de KvTZ op haar geheimhoudingsplicht te beroepen.
4.5 De Kamer acht de klacht ongegrond.
5. De beslissing
De Kamer van Toezicht
verklaart de klacht tegen de kandidaat-notaris ongegrond.
Deze beslissing is gegeven door mr. L.A. van Son, plv. voorzitter,
mrs. T.K. Lekkerkerker, P.F. Heuff, B.J. Engberts en A.A.H.M. Derks plv. leden, en in tegenwoordigheid van mr. C. van Schelven, secretaris, uitgesproken in het openbaar op 18 december 2012
De secretaris De plv. voorzitter