ECLI:NL:TGZRZWO:2012:YG2287 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 232/2011

ECLI: ECLI:NL:TGZRZWO:2012:YG2287
Datum uitspraak: 09-08-2012
Datum publicatie: 09-08-2012
Zaaknummer(s): 232/2011
Onderwerp: Onjuiste behandeling/verkeerde diagnose
Beslissingen: Ongegrond/afwijzing
Inhoudsindicatie: Klacht tegen apotheker. Klacht ziet op onjuiste aflevering medicatie, vernietiging van retourmedicatie, bejegening en het automatiseringssysteem voor de aanvraag van herhaalrecepten. Klacht afgewezen.

REGIONAAL TUCHTCOLLEGE TE ZWOLLE

Beslissing d.d. 9 augustus 2012 naar aanleiding van de op 6 september 2011 bij het Regionaal Tuchtcollege te Zwolle ingekomen klacht van

A ,

B ,

wonende te C,

k l a g e r s

-tegen-

D , apotheker, werkzaam te C,

bijgestaan door mr. L. Neuschäfer-Greebe, werkzaam bij DAS Rechtsbijstand,

v e r w e e r d e r

1.      HET VERLOOP VAN DE PROCEDURE

Het college heeft kennisgenomen van:

- het klaagschrift met bijlagen;

- het verweerschrift met bijlagen;

- de repliek;

- de dupliek;

- de op verzoek van het college door verweerder overgelegde stukken (de afleverhistorie van het laatste jaar, een kopie van het recept, een schermprint van aantekeningen in het EPD en een kopie van de procedure waarin wordt aangegeven hoe wordt omgegaan met retourmedicatie);

- de brief van klagers van 12 januari 2012 met bijlagen;

- de brief van klagers van 13 juni 2012.

Partijen hebben afgezien van de hun geboden mogelijkheid om te worden gehoord in het kader van het vooronderzoek.

De zaak is behandeld ter openbare zitting van 29 juni 2012, alwaar verweerder is verschenen met zijn gemachtigde, die de zaak heeft bepleit aan de hand van een pleitnota. Klagers zijn met voorafgaand bericht niet verschenen.

2.      DE FEITEN

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting dient, voor zover van belang voor de beoordeling van de klacht, van het volgende te worden uitgegaan.

Klagers hebben bij verweerder per e-mail verzocht om ter hand stelling van medicatie, te weten 56 tabletten Niaspan voor klaagster en Xatral voor klager. Met dit verzoek per e-mail zijn wat problemen geweest en het verzoek is verder telefonisch in orde gemaakt door de assistente van verweerder.

Klager heeft op 30 augustus 2011 de medicatie opgehaald. Bij thuiskomst bleek klager dat hem een doosje Niaspan was afgeleverd met 30 tabletten en dat hij nog 26 tabletten tegoed had. Daarnaast was Alfuzosine in plaats van Xatral afgeleverd.

Diezelfde avond hebben klagers verweerder om 21.11 uur een e-mailbericht verzonden, waarin zij meedelen dat de verkeerd afgeleverde Alfuzosine en Niaspan op 31 augustus 2011

’s ochtends bij verweerder zal worden afgeleverd en dat zij, in verband met vakantie, verwachten dat alsnog de juiste medicatie kan worden opgehaald.

Klager heeft de medicijnen op 31 augustus 2011 direct na openingstijd van de apotheek teruggebracht. De Niaspan bracht hij terug omdat hij alleen volle verpakkingen wenste te ontvangen. De assistente heeft de medicatie in ontvangst genomen en direct vernietigd.

Later die dag heeft verweerder klager een e-mailbericht verzonden waarin hij klager informeert dat Niaspan uit de handel is genomen en niet meer leverbaar is en dat in overleg met de voorschrijver op zoek moet worden gegaan naar een alternatief. Daarnaast heeft verweerder vermeld dat in plaats van Alfuzosine Xatral afgeleverd had moeten worden en dat Xatral diezelfde middag nog zou worden bezorgd. Verweerder besluit zijn bericht met de mededeling dat er geen goede basis is om met elkaar verder te gaan en dat hij klagers heeft overgeschreven naar een andere apotheek.

3.      HET STANDPUNT VAN KLAGERS EN DE KLACHT

Klagers verwijten verweerder -zakelijk weergegeven- dat hij:

  1. bestelde medicatie niet in juiste vorm en hoeveelheid heeft afgeleverd;
  2. een voor klaagster bestemde deelaflevering Niaspan heeft vernietigd zonder klager te informeren dat Niaspan niet meer leverbaar was;
  3. zich onbeschoft heeft uitgelaten jegens klager;
  4. een systeem heeft om via internet herhaalrecepten aan te vragen dat niet klopt.

4.      HET STANDPUNT VAN VERWEERDER

Verweerder voert -zakelijk weergegeven- het volgende aan.

Inderdaad is ten onrechte Alfuzosine in plaats van Xatral afgeleverd maar diezelfde dag is alsnog Xatral bezorgd. Verder heeft verweerder standaard 30 tabletten Niaspan op voorraad en bestaat een verpakking Niaspan uit 56 tabletten. Bij ieder nieuw recept worden derhalve 30 tabletten uit de voorraad afgeleverd en wordt de rest nageleverd. De reden waarom verweerder slechts een geringe hoeveelheid Niaspan als voorraad aanhoudt, is gelegen in de omstandigheid dat klaagster de enige patiënt is in de apotheek van verweerder die dit geneesmiddel gebruikt.

Het is een standaardprocedure in alle apotheken dat retourmedicatie wordt vernietigd.

Pas bij het verwerken van de retourinformatie van de groothandel is verweerder gebleken dat Niaspan niet meer leverbaar was. Verweerder heeft dat klagers diezelfde dag nog laten weten.

Verweerder heeft zich jegens klager niet onbeschoft uitgelaten. Tot slot betwist verweerder dat zijn systeem om via internet herhaalrecepten aan te vragen niet klopt. Patiënten kunnen op twee verschillende manieren herhaalmedicatie aanvragen via internet. Ze kunnen toegang krijgen tot hun medicatiedossier en van daaruit een aanvraag indienen of ze kunnen een aanvraagformulier invullen. Als dit op de juiste wijze gebeurt, volgt een bevestiging dat de aanvraag bij de apotheek is binnengekomen. Tientallen patiënten maken dagelijks gebruik van het systeem en behalve klager heeft nooit iemand over het systeem geklaagd.

5.      DE OVERWEGINGEN VAN HET COLLEGE

5.1               

Het college wijst er allereerst op, dat het bij de tuchtrechtelijke toetsing van professioneel handelen er niet om gaat of dat handelen beter had gekund, maar om het geven van een antwoord op de vraag of de beroepsbeoefenaar bij het beroepsmatig handelen is gebleven binnen de grenzen van een redelijk bekwame beroepsuitoefening, rekening houdend met de stand van de wetenschap ten tijde van het klachtwaardig geachte handelen en met hetgeen toen in de beroepsgroep ter zake als norm of standaard was aanvaard.

5.2

Het eerste klachtonderdeel is ongegrond.

Dat in eerste instantie per ongeluk Alfuzosine is afgeleverd acht het college niet dusdanig ernstig dat verweerder daarvan een tuchtrechtelijk verwijt te maken valt, te meer niet nu kort daarna alsnog Xatral is afgeleverd. Voorts is de door verweerder in zijn stukken en ter zitting geschetste handelwijze met betrekking tot de tabletten Niaspan binnen de beroepsgroep niet ongebruikelijk en algemeen aanvaard.

5.3

Het tweede klachtonderdeel is eveneens ongegrond.

Door vernietiging van de retour gebrachte Niaspan is gehandeld in overeenstemming met het binnen de apotheek van verweerder gehanteerde protocol, waarmee tevens wordt voldaan aan de binnen de beroepsgroep geldende HKZ-normen Openbare Apotheken.

Dat klager niet direct bij het terugbrengen is geïnformeerd dat Niaspan niet meer leverbaar was, valt verweerder tuchtrechtelijk niet te verwijten. De leverancier van de betreffende medicatie, Abbott B.V., heeft groothandelaren en medisch specialisten geïnformeerd over de beëindiging van de verkoop van Niaspan. Apotheken zijn daarover echter niet rechtstreeks geïnformeerd. Het college is van oordeel dat verweerder in het onderhavige geval niet eerder dan thans het geval is geweest op de hoogte had kunnen of had moeten zijn van het staken van de verkoop van Niaspan.

5.4

Het derde klachtonderdeel treft evenmin doel.

Klager stelt dat verweerder zeer onbeschoft reageerde toen hij hem met zijn klachten confronteerde. Verweerder zou kwaad geworden zijn en tegen klager zijn gaan schreeuwen, waardoor geen redelijk gesprek mogelijk was. Nadat klager verweerder had voorgehouden dat hij een klacht tegen hem zou indienen, zou verweerder hebben gezegd dat klager de klacht in zijn reet kon stoppen. Verweerder heeft betwist dat hij zich als zodanig jegens klager heeft uitgelaten. Nu alleen klager en verweerder aan het gesprek hebben deelgenomen, is niet vast te stellen hoe dat gesprek precies is verlopen. Dat brengt mee dat niet kan worden vastgesteld of verweerder klachtwaardig heeft gehandeld. Dit berust er niet op dat aan het woord van klager minder waarde wordt gehecht dan aan dat van verweerder, maar op het uitgangspunt dat het handelen dat door een klager ter toetsing aan het college wordt voorgelegd eerst met voldoende mate van zekerheid moet kunnen worden vastgesteld, alvorens kan worden beoordeeld of dit al dan niet tuchtrechtelijk door de beugel kan.

5.5

Het vierde klachtonderdeel slaagt ook niet.

Het systeem, zoals verweerder dat in zijn stukken en zijn toelichting ter zitting uiteen heeft gezet, is een binnen de beroepsgroep zeer gebruikelijk en veelvoorkomend systeem. Niet gebleken is dat het systeem van verweerder niet naar behoren heeft gefunctioneerd.

6.      DE BESLISSING

Het college wijst de klacht af.

Aldus gedaan in raadkamer door mr. W.J.B. Cornelissen, voorzitter, mr. D.M. Schuiling,

lid-jurist, en Y.M.G. van Remmerden-Gleis, B. Veen en dr. Th.J.F. Tromp, leden-apothekers, in tegenwoordigheid van mr. M. Willemse, secretaris, en uitgesproken in het openbaar op

9 augustus 2012 door mr. A.L. Smit, voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. H. van der Poel-Berkovits, secretaris.

                                                                                                                 voorzitter

                                                                                                                 secretaris

 

Tegen deze beslissing kan binnen zes weken na de dag van verzending van het afschrift ervan schriftelijk hoger beroep worden ingesteld bij het Centrale Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg door:

a. de klager en/of klaagster, voor zover de klacht is afgewezen, of voor zover hij/zij niet-ontvankelijk is verklaard;

b. degene over wie is geklaagd;

c. de hoofdinspecteur of de regionale inspecteur van de volksgezondheid, wie de aangelegenheid uit hoofde van de hun toevertrouwde belangen aangaat.

Het tot het Centrale Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg gerichte beroepschrift wordt ingezonden bij de secretaris van het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te Zwolle, door wie het binnen de beroepstermijn moet zijn ontvangen.