ECLI:NL:TGZRZWO:2012:YG1668 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 011/2011
ECLI: | ECLI:NL:TGZRZWO:2012:YG1668 |
---|---|
Datum uitspraak: | 05-01-2012 |
Datum publicatie: | 05-01-2012 |
Zaaknummer(s): | 011/2011 |
Onderwerp: | Onjuiste behandeling/verkeerde diagnose |
Beslissingen: | Ongegrond/afwijzing |
Inhoudsindicatie: | Klacht tegen tandarts in penitentiaire inrichting. Onvoldoende houvast om te oordelen dat er klachtwaardig is gehandeld. Klacht ongegrond. |
REGIONAAL TUCHTCOLLEGE TE ZWOLLE
Beslissing d.d. 5 januari 2012 naar aanleiding van de op 11 januari 2011 bij het Regionaal Tuchtcollege te Zwolle ingekomen klacht van
A , verblijvende te B,
k l a g e r
-tegen-
C , tandarts, werkzaam te D,
v e r w e e r d e r
1. HET VERLOOP VAN DE PROCEDURE
Het college heeft kennisgenomen van:
– het klaagschrift;
– het verweerschrift met de bijlagen;
– correspondentie met verweerder over het behandeldossier.
Partijen hebben afgezien van de hun geboden mogelijkheid om te worden gehoord in het kader van het vooronderzoek.
De zaak is behandeld ter openbare zitting van 18 november 2011, alwaar zijn verschenen klager en verweerder. Ter zitting zijn tevens behandeld de klachten van drie andere klagers, destijds medegedetineerden van klager, tegen verweerder, genummerd 010, 012 en 013/2011. In die zaken wordt gelijktijdig uitspraak gedaan.
2. DE FEITEN
Op grond van de stukken waaronder het medisch dossier en het verhandelde ter zitting dient, voor zover van belang voor de beoordeling van de klacht, van het volgende te worden uitgegaan.
Klager was in de periode waarover wordt geklaagd gedetineerd in het Huis van Bewaring te B. Verweerder was aan deze Penitentiaire Inrichting verbonden als tandarts. Daarnaast is hij aan nog vier andere justitiële inrichtingen verbonden als tandarts.
De overgelegde behandelkaart bevat de volgende handgeschreven aantekeningen:
? -10-10 contr tst. verw
13 DP
24 MO life/c+e A
? 0-11-10 consult A
3. HET STANDPUNT VAN KLAGER EN DE KLACHT
Klager verwijt verweerder -zakelijk weergegeven- dat hij niet secuur en netjes werkt, waardoor het vullen van kleine gaatjes leidt tot pijnklachten en ontstekingen en uiteindelijk tot zenuwbehandelingen of het trekken van de desbetreffende elementen.
4. HET STANDPUNT VAN VERWEERDER
Verweerder voert -zakelijk weergegeven- aan dat volgens het Medisch Verstrekkingenpakket de behandelmogelijkheden van een gedetineerde in een Huis van Bewaring nog meer beperkt zijn dan van hen die lang gestraft zijn. Die mogelijkheden zijn wat preventie, parodontologie en occlusieherstel beperkter dan in de vrije maatschappij. Het is niet toegestaan dat een gedetineerde zelf aan de tandarts betaalt voor extra verrichtingen. Niettemin zijn gedetineerden in Nederland wat de tandheelkundige zorg betreft niet slecht af, zeker niet ten opzichte van die zorg in de ons omringende landen.
Specifiek ten aanzien van klager voert verweerder nog aan dat de behandeling bestond uit een controle, tandsteen verwijderen en de behandeling van enkele kleine caviteiten. Er zijn geen tanden of kiezen getrokken en verweerder begrijpt dan ook niet waar de bezwaren op gestoeld zijn.
5. DE OVERWEGINGEN VAN HET COLLEGE
5.1
Het college wijst er allereerst op, dat het bij de tuchtrechtelijke toetsing van professioneel handelen er niet om gaat of dat handelen beter had gekund, maar om het geven van een antwoord op de vraag of de beroepsbeoefenaar bij het beroepsmatig handelen is gebleven binnen de grenzen van een redelijk bekwame beroepsuitoefening, rekening houdend met de stand van de wetenschap ten tijde van het klachtwaardig geachte handelen en met hetgeen toen in de beroepsgroep ter zake als norm of standaard was aanvaard.
5.2
Ter zitting heeft klager zijn klachten toegelicht. Klager stelt dat hij last had van een beginnend gaatje en daarom naar het spreekuur van verweerder ging. Verweerder heeft echter twee andere gaatjes geboord en gevuld, terwijl klager daar geen last van had. Na de behandeling kreeg hij daar wel last van. Hij is daarom teruggegaan naar verweerder die toen zei dat er misschien bij de vorige behandeling een vuiltje onder was gekomen en dat hij er niks aan kon doen. Klager kon niet meer kauwen door de nieuwe vullingen maar durfde niet meer terug te gaan.
Verweerder kan zich de consulten niet meer herinneren maar hij heeft ter zitting gesteld dat hij ongetwijfeld gekeken heeft naar de tand waar klager last van had. Het kan goed zijn dat er inderdaad sprake was van een beginnend gaatje waarvan hij op dat moment oordeelde dat het beter was om het af te wachten. Verweerder kan zich voorstellen dat klager bij het volgend consult linksboven nog pijnklachten had gelet op de composietvulling en het feit dat daar een onderlaag gemaakt was. Verweerder stelt dat hij waarschijnlijk aan klager heeft gezegd het nog even aan te zien.
Het college heeft geen objectief houvast om te kunnen oordelen dat verweerders tandheelkundige verrichtingen bij klager de in 5.1 genoemde toets der kritiek niet kunnen doorstaan. Verweerder heeft twee caviteiten geconstateerd en heeft deze behandeld, waarbij het gelet op de behandeling goed mogelijk was dat klager linksboven nog wat pijnklachten had. Niet aannemelijk is geworden dat verweerder niet secuur heeft gehandeld en dat daardoor de klachten zijn ontstaan. De klacht is dan ook ongegrond.
5.3
Het college wil nog opmerken dat verweerder wel zeer summier aantekeningen heeft gemaakt. Daar waar slechts “consult” is vermeld had verweerder er beter aan gedaan de aard van het bezoek of de klacht en het over en weer besprokene te noteren, zodat daar later ook geen discussie over kan ontstaan. Ook heeft verweerder niet vermeld dat hij verdovingen heeft gegeven. De reden hiervoor, namelijk dat alleen de declarabele verrichtingen werden genoteerd, is uit oogpunt van goede tandheelkundige dossiervoering onvoldoende. Verweerder heeft ter zitting wel aangegeven dat hij van deze zaak heeft geleerd en dat hij thans beter aantekeningen maakt.
6. DE BESLISSING
Het college wijst de klacht af.
Aldus gedaan in raadkamer door mr. A.L. Smit, voorzitter, mr. W.J.B. Cornelissen, lid-jurist, en R. Rowel, J. Dam en R.T. Thomson, leden-tandartsen, in tegenwoordigheid van mr. K.M. Dijkman, secretaris, en uitgesproken in het openbaar op 5 januari 2012 door mr. A.L. Smit, voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. H. van der Poel-Berkovits, secretaris.
voorzitter
secretaris
Tegen deze beslissing kan binnen zes weken na de dag van verzending van het afschrift ervan schriftelijk hoger beroep worden ingesteld bij het Centrale Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg door:
a. de klager en/of klaagster, voor zover de klacht is afgewezen, of voor zover hij/zij niet-ontvankelijk is verklaard;
b. degene over wie is geklaagd;
c. de hoofdinspecteur of de regionale inspecteur van de volksgezondheid, wie de aangelegenheid uit hoofde van de hun toevertrouwde belangen aangaat.
Het tot het Centrale Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg gerichte beroepschrift wordt ingezonden bij de secretaris van het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te Zwolle, door wie het binnen de beroepstermijn moet zijn ontvangen.