ECLI:NL:TGZREIN:2012:YG2199 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 11164b

ECLI: ECLI:NL:TGZREIN:2012:YG2199
Datum uitspraak: 05-07-2012
Datum publicatie: 05-07-2012
Zaaknummer(s): 11164b
Onderwerp: Onjuiste behandeling/verkeerde diagnose
Beslissingen: Ongegrond/afwijzing
Inhoudsindicatie: Klacht dat huisarts onvoldoende heeft geluisterd naar de klachten van de echtgenoot van klaagster en hem had moeten laten opnemen wegens een cerebraal abces ongegrond. Verweerder heeft met spoed een visite afgelegd en antibiotica voorgeschreven voor de patiënt die bekend was met oorontstekingen, waarmee adequaat is gereageerd.  

Uitspraak: 5 juli 2012

 

HET REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG

TE EINDHOVEN

heeft het volgende overwogen en beslist omtrent de op 19 oktober 2011 binnengekomen klacht van:

A

wonende te B

klaagster

gemachtigde C

tegen:

D

huisarts

werkzaam te B

wonende te E

verweerder

1. Het verloop van de procedure

Het college heeft kennisgenomen van:

-         het klaagschrift

-         het verweerschrift

-         de repliek

-         de dupliek.

Partijen hebben geen gebruik gemaakt van de hun geboden mogelijkheid in het kader van het vooronderzoek mondeling te worden gehoord.

De klacht is ter openbare zitting van 4 juni 2012 behandeld, gezamenlijk doch niet gevoegd met de zaken 1164a en 1164c. Partijen waren aanwezig, klaagster bijgestaan door F

2. De feiten

Het gaat in deze zaak om het volgende:

De echtgenoot van klaagster, hierna te noemen ‘de patiënt’, bezoekt dinsdag 26 juli 2011 het spreekuur van zijn huisarts met pijn in zijn rechteroor. De huisarts vindt bij onderzoek een nattend rechteroor met belletjes en een kloppend trommelvlies. Zij stelt de diagnose otitis externa en schrijft Polymyxine b oordruppels voor. Woensdag 27 juli belt klaagster de praktijk. Zij vertelt dat haar man veel pijn heeft, waarop de doktersassistente van verweerder adviseert paracetamol in te nemen. Donderdagmorgen 28 juli belt klaagster weer met de praktijk over oorpijn en hoofdpijn van haar man. Verweerder legt een spoedvisite af en stelt dezelfde diagnose als de eigen huisarts. In verband met de koorts en de pijn schrijft hij orale antibiotica (Augmentin) voor en Morfine supp. tegen de pijn. Diezelfde avond belt de dochter, waarna een vervanger een huisbezoek aflegt en twee injecties geeft tegen de pijn (Diclofenac en Morfine). Naar aanleiding van een telefoontje van klaagster op vrijdag 29 juli bezoekt de eigen huisarts de patiënt thuis om 14.45 uur. Zij adviseert, na onderzoek en na overleg met de KNO-arts van de patiënt, om de werking van de antibiotica af te wachten. Naar aanleiding van een telefoontje van de dochter legt de dienstdoende huisarts samen met een coassistent ’s avonds om 22.45 uur een huisbezoek af. De patiënt jammert en kreunt, is onrustig en gedesoriënteerd in tijd. Hij geeft pijn aan in hoofd en nek, die wisselt van plaats. Bij onderzoek vinden zowel de coassistent als de dienstdoende huisarts een lichte meningeale prikkeling. Besloten wordt om de patiënt op te laten nemen. Na onderzoek in het ziekenhuis (o.a. CT-scan) blijkt dat sprake is van een cerebraal otogeen abces. De patiënt heeft nu, bijna een jaar later, nog last van de volgende restverschijnselen: doofheid aan het rechteroor, een verlamming aan de rechterzijde van het lichaam en een zeer kort geheugen.

3. Het standpunt van klaagster en de klacht

Klaagster verwijt verweerder dat hij eerder had moeten luisteren naar de klachten van de patiënt en de aanwijzingen hadden moeten volgen, vooral omdat hij 10 jaar geleden kanker heeft gehad in zijn neusholte.

4. Het standpunt van verweerder

Verweerder wijst erop dat in 2006, 2007 en 2009 vaker sprake was van otitis externa, toen ook met koorts en pijnklachten. Hij heeft op verzoek van klaagster op 28 juli 2011 om 9.30 uur s’morgens met spoed een visite afgelegd en ziet bij aankomst een man die fors pijnlijk oogt, koorts heeft (rectaal 38,6) en een nattend pijnlijk rechter oor. Verder onderzoek toont geen alarmsignalen of aanwijzingen voor andere diagnosen dan de reeds gestelde otitis externa. In de wetenschap dat een forse otitis externa koorts kan geven stapt verweerder over op een orale kuur antibiotica en geeft hij morfine supp. tegen de forse pijn. Hij spreekt met klaagster af dat zij de volgende dag zal bellen hoe het gaat en hoe het met de koorts gaat. Dan is de eigen huisarts weer in de praktijk. Verweerder vindt dat hij niet onverantwoord of nalatig heeft gehandeld.

5. De overwegingen van het college

Het college acht klaagster ontvankelijk als direct belanghebbende, omdat aangenomen wordt dat de patiënt, voorzover hij de klacht begrijpt, achter de klacht staat en voorzover hij het niet begrijpt klaagster namens hem mag optreden.

Het college constateert met klaagster dat in dit geval de hulp van de huisarts binnen enkele dagen vaak is ingeroepen. Dat betekent echter niet dat verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. De patiënt heeft in het verleden meerdere keren een oorontsteking gehad met veel pijn. Verweerder heeft met spoed een visite afgelegd. Toen bleek dat patiënt niet op de paracetamol reageerde en koorts had, heeft verweerder antibiotica voorgeschreven en een middel tegen de pijn. Verweerder heeft daarmee adequaat gereageerd op de door de patiënt afgegeven signalen.

Ten slotte kan niet worden geconstateerd dat de aandoening waarvoor verweerder is opgenomen een relatie heeft met de tumor in de neusholte, waarvoor hij negen jaar eerder behandeld is.

Op grond van het voorgaande zal de klacht als ongegrond worden afgewezen.

6. De beslissing

Het college:

-         wijst de klacht af.

Aldus beslist door mr. A.C. Oosterman-Meulenbeld als voorzitter, mr. H.P.H. van Griensven als lid-jurist, J.D.M. Schelfhout, M.F.J.M. Broekman en L. Relik-van Wely als leden-beroepsgenoten, in aanwezigheid van mr. N.A.M. Sinjorgo als secretaris en in het openbaar uitgesproken op 5 juli 2012 in aanwezigheid van de secretaris.