ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG2027 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2010.284

ECLI: ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG2027
Datum uitspraak: 15-05-2012
Datum publicatie: 15-05-2012
Zaaknummer(s): c2010.284
Onderwerp: Onjuiste verklaring of rapport
Beslissingen:
Inhoudsindicatie: Klacht tegen psychiater. De samenvatting van de psychiater in zijn rapport is geen samenvatting van de feiten, maar door de psychiater aangepaste feiten in het licht van zijn conclusies. Het onderzoek op 11 juli 2008 was van te korte duur om tot een behoorlijk oordeel te kunnen komen. Ten onrechte vond de psychiater het niet nodig om met de behandelaars van klager te overleggen of bij hen medische informatie op te vragen. Uit het rapport blijkt niet waarop is gebaseerd dat de klachten vergelijkbaar waren met de klachten in 2004. Het Centraal Tuchtcollege is van oordeel dat d e wellicht enigszins beperkt te noemen vraagstelling van het UVW in voldoende mate werd aangevuld door de meegezonden gegevens en dat de psychiater terecht heeft geoordeeld dat de voorliggende informatie, tezamen met de bevindingen uit zijn eigen onderzoek, voldoende was en dat er geen noodzaak bestond tot het inwinnen van nadere medische informatie. Weliswaar is de beantwoording door de psychiater van Vraag 1. “Is betrokkene naar uw mening op 07-11-2004 vanuit psychiatrisch oogpunt volledig geïnvalideerd te achten?” met enkel “Nee” kort te noemen, maar de psychiater heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat dit “Nee” weldoordacht was hetgeen ook blijkt uit hetgeen door de psychiater in zijn rapportage is weergegeven onder de kopjes “Psychiatrisch onderzoek” en “Descriptieve conclusie”. Het beroep wordt verworpen.

C E N T R A A L T U C H T C O L L E G E

voor de Gezondheidszorg

Beslissing in de zaak onder nummer C2010/284 van:

A., wonende te B., appellant, klager in eerste aanleg,

gemachtigde: mr. D.J. Ladrak, advocaat te Leiden,

tegen

C., psychiater, wonende te D., verweerder in beide instanties,

gemachtigde: mr. E.J.C. de Jong, advocaat te Utrecht.

1. Verloop van de procedure

A. - hierna klager - heeft bij brief van 4 november 2009 bij het Regionaal Tuchtcollege te ‘s-Gravenhage tegen C. - hierna de psychiater - een klacht ingediend. Bij beslissing van 24 augustus 2010, onder nummer 2009 T 210 heeft dat College de klacht afgewezen. Klager is van die beslissing tijdig in hoger beroep gekomen. De psychiater heeft een verweerschrift in hoger beroep ingediend.

De zaak is in hoger beroep behandeld ter openbare terechtzitting van het Centraal Tuchtcollege van 22 maart 2012, waar zijn verschenen mr. D.J. Ladrak als gemachtigde van klager en de psychiater, bijgestaan door mr. E.J.C de Jong. Klager is niet verschenen. Mr. D.J. Ladrak heeft de standpunten van klager toegelicht aan de hand van een pleitnotitie die aan het Centraal Tuchtcollege is overgelegd.

2. Beslissing in eerste aanleg

Het Regionaal Tuchtcollege heeft aan zijn beslissing het volgende ten grondslag gelegd.

“2. De feiten

Naar aanleiding van een verzoek van het UWV van 20 juni 2008 tot het uitvoeren van een expertise in het kader van een arbeids(on)geschiktheidsbeoordeling heeft de psychiater klager op 11 juli 2008 gezien. De psychiater heeft vervolgens op 24 juli 2008 zijn bevindingen in een rapportage aan het UWV bericht. In dit rapport heeft de psychiater weergegeven:

“In diagnostische zin is er sprake van een chronische aanpassingsstoornis met depressieve kenmerken. Voor een posttraumatische stress-stoornis zijn geen aanwijzingen vanwege het ontbreken van recidiverende herbelevingen en vermijdingsgedrag. Qua persoonlijkheid is er geen sprake van een persoonlijkheidsstoornis, wel van narcistische trekken.”

3. De klacht

In de kern behelst de klacht het volgende:

Het onderzoek op 11 juli 2008 was van te korte duur om tot een behoorlijk oordeel te kunnen komen. De samenvatting van de psychiater in zijn rapport is geen samenvatting van de feiten, maar door de psychiater aangepaste feiten in het licht van zijn conclusies. Ten onrechte vond de psychiater het niet nodig om met de behandelaars van E. te overleggen of daar medische informatie op te vragen. Uit het rapport blijkt niet waarop is gebaseerd dat de klachten vergelijkbaar waren met de klachten in 2004. In strijd met zijn deskundigheid heeft de psychiater klagers beperkingen volgens de FML-systematiek – in plaats van semi-kwantitatief - benoemd.

4. Het standpunt van de psychiater

De psychiater heeft uitvoerig toegelicht dat hij meent bij het opstellen van zijn rapport de vereiste zorgvuldigheid in acht te hebben genomen en dat het rapport voldoet aan de eisen die daaraan tuchtrechtelijk gesteld worden. Het onderzoek op 11 juli 2008 heeft circa een uur geduurd. Alle relevante onderwerpen zijn hierbij aan de orde gekomen en er is gebruik gemaakt van de beschikbare gegevens van de behandelend sector. De psychiater vond de aanwezige informatie voldoende. Anamnestisch en ingevolge de huidige klachten waren deze vergelijkbaar met de situatie in 2004. Een belastbaarheidsprofiel volgens de FML-methodiek – in getal of maat – is niet door de arts opgesteld.

5. De beoordeling

5.1 De beoordeling van de vraag of een rapportage door een arts voldoet aan de (tuchtrechtelijk te toetsen) maatstaven, geschiedt volgens vaste tuchtrechtelijke jurisprudentie aan de hand van vier criteria:

a) het advies zet op inzichtelijke en consistente wijze uiteen op welke gronden de conclusie van het advies steunt;

b) de in het advies uiteengezette gronden vinden aantoonbaar voldoende steun in de feiten, omstandigheden en bevindingen van het advies;

c) de gronden kunnen de daaruit getrokken conclusie rechtvaardigen;

d) de rapportage beperkt zich tot het deskundigheidsgebied van de rapporteur.

Anders gezegd is de vraag: voldoet het advies aan de vanuit het oogpunt van vakkundigheid en zorgvuldigheid te stellen eisen? (vgl. CTG 13 december 2005 in de zaak onder nummer 2004/256)

Ten overvloede meldt het College dat omstandigheden en klachten na de peildatum van een advies of de gevolgen die verbonden (zouden) zijn aan een advies, niet worden meegewogen. Het gaat er om of het advies zorgvuldig is opgesteld in vorenbedoelde zin volgens de vastgestelde criteria.

5.2 De psychiater is, als medisch deskundige, op goede gronden tot zijn conclusie en advies kunnen komen en is binnen zijn eigen specialisme gebleven.

Het College heeft geen aanwijzingen dat de psychiater klager niet behoorlijk heeft onderzocht. Uit de anamnese kwam naar voren dat klager last had nachtmerries, maar de psychiater kon op basis van zijn bevindingen redelijkerwijs tot het oordeel komen dat er geen aanwijzingen waren voor een posttraumatische stress-stoornis vanwege het ontbreken van herbeleving en vermijdingsgedrag. In dit verband verwijst het College naar de multidisciplinaire GGZ-richtlijn voor de diagnostiek, behandeling en begeleiding van volwassen patiënten met een angststoornis, waarin is vermeld dat bij een posttraumatische stress-stoornis wordt gesproken over “de gevolgen van een ingrijpende gebeurtenis, waarin betrokkene met de dood of ernstig letsel is bedreigd of de lichamelijke integriteit is bedreigd. Het betreft situaties als: bankovervallen met geweld, de confrontatie met iemand die ernstig gewond is of gedood, verkrachtingen, overstromingen, etc. Bij PTSS moet er sprake zijn van herbelevingen bijvoorbeeld in de vorm van terugkerende, beangstigende dromen of herinneringen met betrekking tot het trauma. Hiernaast komt eveneens vermijding van stimuli voor die in verband staan met het trauma of een verdoving van de algemene responsiviteit. Ten slotte zijn er langdurige symptomen van toegenomen spanning of opwinding, die niet aanwezig waren voor het trauma (zoals prikkelbaarheid of woede-uitbarstingen, overdreven schrikreacties, zich moeilijk kunnen concentreren). “

5.3 Voor het opvragen van nadere medische informatie of contact op te nemen met E. bestond geen noodzaak. Zijn conclusie en advies heeft de psychiater in zijn rapport behoorlijk gemotiveerd weergegeven, waarbij hij ook de diagnose van de behandelend psychiater voldoende volledig heeft vermeld.

5.4 Aangezien de psychiater geen Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) heeft ingevuld, acht het College het verwijt in dit verband niet gegrond. De psychiater heeft in dit verband uitsluitend naar de rubrieken persoonlijk en sociaal functioneren verwezen bij beantwoording van de vraag van het UWV of klager op het vakgebied van de psychiater beperkingen als rechtstreeks gevolg van ziekte of gebrek had.

5.5 Alles overziend concludeert het College dat het rapport voldoet aan de vanuit het oogpunt van vakkundigheid en zorgvuldigheid daaraan te stellen eisen en dat niet is gebleken dat de psychiater in dit verband een tuchtrechtelijk verwijt te maken valt.”

3. Vaststaande feiten en omstandigheden

Voor de beoordeling van het hoger beroep gaat het Centraal Tuchtcollege uit van de feiten en omstandigheden zoals weergegeven in de beslissing in eerste aanleg, welke weergave in hoger beroep niet is bestreden.

4. Beoordeling van het hoger beroep

4.1 Klager beoogt met zijn grieven de zaak in volle omvang ter beoordeling voor te leggen aan het Centraal Tuchtcollege en concludeert in zijn beroepschrift tot gegrond-verklaring van zijn klachten. De psychiater heeft gemotiveerd verweer gevoerd en geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

4.2 Het Centraal Tuchtcollege onderschrijft de overwegingen van het Regionaal Tuchtcollege ten aanzien van de verschillende klachtonderdelen en voegt hieraan met betrekking tot het klachtonderdeel dat de psychiater het ten onrechte niet nodig vond om verder overleg te plegen met de behandelaars van E. of daar medische informatie op te vragen het volgende toe.

4.3 De psychiater heeft in zijn rapportage van 24 juli 2008 onder het kopje “Meegezonden gegevens en ingewonnen informatie” aangegeven op welke informatie hij zijn rapportage heeft gebaseerd. Naar oordeel van het Centraal Tuchtcollege bevatte de vraagstelling van het UVW voldoende feitelijke informatie en heeft de psychiater terecht geoordeeld dat deze informatie samen met de bevindingen van zijn eigen onderzoek van klager voldoende uitgebreid en gedetailleerd was voor het uitbrengen van zijn rapportage met de daarin vervatte conclusies. Er bestond geen noodzaak tot het inwinnen van nadere medische informatie.

4.4 Ten aanzien van het klachtonderdeel inhoudende dat de psychiater zijn diagnose en zijn conclusie dat er in de periode na 7 november 2004 geen wijzigingen in de beperkingen van klager waren opgetreden onvoldoende heeft onderbouwd en/of gemotiveerd, wordt het volgende overwogen. Evenals het Regionaal Tuchtcollege is het Centraal Tuchtcollege van oordeel dat de psychiater zijn anamnese, psychiatrisch onderzoek en descriptieve conclusie voldoende onderbouwd en gemotiveerd heeft weergegeven in zijn rapportage van 24 juli 2008. Weliswaar heeft de psychiater Vraag 1 (“Is betrokkene naar uw mening op 07-11-2004 vanuit psychiatrisch oogpunt volledig geïnvalideerd te achten?”) slechts met “Nee” beantwoord, maar de psychiater heeft daarvoor in zijn rapportage met name onder de kopjes“Psychiatrisch onderzoek” en “Descriptieve conclusie” een deugdelijke verantwoording gegeven.

4.5 Nu de verschillende klachtonderdelen niet leiden tot een andere uitkomst dan die van het Regionaal Tuchtcollege, is de slotsom dat het beroep niet slaagt zodat het dient te worden verworpen.

4.6 Om redenen aan het algemeen belang ontleend zal de beslissing op na te melden wijze bekend worden gemaakt.

5. Beslissing

Het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg:

verwerpt het beroep;

bepaalt dat deze beslissing op de voet van artikel 71 Wet BIG zal worden bekendgemaakt in de Nederlandse Staatscourant, en zal worden aan­geboden aan het Tijdschrift voor Gezondheids-recht, Gezondheidszorg Jurisprudentie, Medisch Contact en het Tijdschrift voor Bedrijfs- en Verzekeringsgeneeskunde, met het verzoek tot plaatsing.

Deze beslissing is gegeven door: mr. A.H.A. Scholten, voorzitter, mr. H.C. Cusell en

mr. G.P.M. van den Dungen, leden-juristen en mr.drs. J.A.W. Dekker en drs. A.C.L. Allertz, leden-beroepsgenoten en mr. R. Blokker, secretaris, en uitgesproken ter openbare zitting van 15 mei 2012. Voorzitter w.g. Secretaris w.g.