We werken hard aan het herstel van de stabiliteit van tuchtrecht.overheid.nl. Excuus voor het ongemak.

ECLI:NL:TGZREIN:2011:YG1151 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 10128

ECLI: ECLI:NL:TGZREIN:2011:YG1151
Datum uitspraak: 01-06-2011
Datum publicatie: 01-06-2011
Zaaknummer(s): 10128
Onderwerp: Onjuiste verklaring of rapport
Beslissingen: Gegrond, waarschuwing
Inhoudsindicatie: Klaagster verwijt verweerster dat zij zonder toestemming een verklaring over de medische situatie van klaagster aan haar (ex)-echtgenoot en diens advocaat heeft verstrekt. Gegrond. Waarschuwing.  

Uitspraak: 1 juni 2011

 

HET REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG

TE EINDHOVEN

heeft het volgende overwogen en beslist omtrent de op 15 september 2010 binnengekomen klacht van:

A

wonende te B

klaagster

gemachtigde: mr. B.A.H.M. Boelens te Valkenswaard

tegen:

C

huisarts

werkzaam te D

wonende te E

verweerster

gemachtigde: F te E.

1. Het verloop van de procedure

Het college heeft kennisgenomen van:

-         het klaagschrift en de aanvulling bij brief van 28 september 2010 met bijlagen

-         het verweerschrift

-         de repliek

-         de dupliek

-         het proces-verbaal van het mondelinge vooronderzoek.

De klacht is ter openbare zitting van 20 april 2011 behandeld. Partijen waren, bijgestaan door hun gemachtigden, aanwezig. De standpunten van partijen zijn toegelicht.

2. De feiten

Het gaat in deze zaak om het volgende:

Klaagster is met haar ex-partner in een echtscheidingsprocedure verwikkeld. Sinds 2009 strijdt klaagster over het hoofdverblijf van de kinderen en de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken. Verweerster was als behandelend huisarts van het gezin van klaagster bekend met de echtscheidingsprocedure. Op 15 december 2009 vond de mondelinge behandeling van de voorlopige voorzieningen op de rechtbank plaats. Op 11 december 2009 heeft de advocaat van klaagster aan verweerster gevraagd informatie te verschaffen over het huiselijk geweld dat had plaatsgevonden. Zowel per brief als per fax d.d. 14 december 2009 heeft verweerster de navolgende informatie niet alleen aan de advocaat van klaagster, maar ook aan de advocaat van de ex-partner gezonden: “Hiermee bevestig ik dat ik mij als huisarts van het gezin G al langer zorgen maak over de geestesgesteldheid van A. Ik heb in het verleden, meerdere malen getracht haar zover te krijgen dat zij hulp hiervoor inschakelt. Mijns inziens heeft zij stemmingsstoornissen, waarbij professionele hulp wenselijk zou zijn. Echter dit wordt door A zelf, zo niet gezien. Gaarne ben ik bereid hierover verdere informatie te verstrekken”. Vervolgens heeft verweerster bij brief van 12 februari 2010 aan de advocaat van de ex-partner onder meer geschreven: “Het bevreemd mij dat ik, als huisarts van het gezin, in deze niet ben gehoord. Ik maak me namelijk ernstig zorgen over de kinderen van dit echtpaar en zou dit graag, binnen de mogelijkheden van mijn beroepsgeheim, mondeling toe willen lichten aan daartoe bevoegde instanties of personen”. Ook heeft verweerster zich tegenover de Raad voor de Kinderbescherming over de persoonlijkheidstructuur van klaagster uitgelaten.

3. Het standpunt van klaagster en de klacht

Klaagster verwijt verweerster - kort en zakelijk weergegeven - het navolgende.

Verweerster is bij haar beroepsmatig handelen buiten de grenzen van een redelijk bekwame beroepsuitoefening getreden. Verweerster heeft haar beroepsgeheim geschonden door zonder toestemming van klaagster haar verklaring van 14 december 2009 ook aan de advocaat van de ex-partner te zenden. Hetzelfde geldt ook voor de brief van 12 februari 2010 van verweerster aan de advocaat van de ex-partner en voor de door verweerster aan de Raad voor de Kinderbescherming gegeven informatie.

Bovendien heeft verweerster onjuiste en niet-onderbouwde informatie aan de (advocaat van de) ex-partner verschaft.

Klaagster heeft daartoe nog met name aangevoerd als volgt.

Verweerster wist c.q. had kunnen weten dat de verstrekking van de informatie de zaak zowel bij de rechtbank als bij de Raad voor de Kinderbescherming in het voordeel van de ex-partner zou beïnvloeden. Verweerster heeft hierbij niet het belang van de kinderen voorop gesteld. Verweerster heeft zich op suggestieve wijze uitgelaten over de persoonlijkheidsstructuur van klaagster, waarbij zij uitlatingen heeft gedaan die niet binnen haar specialisatie vallen. Volgens klaagster heeft verweerster nimmer gesproken over vermeende psychische problemen. Klaagster is dan ook niet bekend met een doorverwijzing.

4. Het standpunt van verweerster

In 2008 heeft verweerster advies ingewonnen bij een Afrika-deskundige van de GGZ. Op basis van haar eigen bevindingen en gesteund door het van die deskundige gekregen advies heeft verweerster klaagster doorverwezen naar de GGZ. Klaagster heeft hieraan geen gevolg gegeven. Op 26 maart 2009 heeft verweerster klaagster nogmaals geadviseerd hulp te zoeken bij de GGZ, waarop klaagster aangaf hieraan geen gevolg te willen geven. De inhoud van de brief van 14 december 2009 is gegrond op de eigen expertise en bevindingen van verweerster en de notities van waarnemend collega’s. Verweerster heeft zich bij die brief wel laten leiden door haar beroepsgeheim, maar heeft aan de belangen van de vier kinderen uiteindelijk een groter gewicht toegekend. Het was niet de bedoeling van verweerster het geschil tussen de ex-echtelieden te beïnvloeden. Haar enige oogmerk was het belang van de kinderen in deze kwestie. Verweerster heeft de verklaring met de grootst mogelijke zorgvuldigheid opgesteld, hetgeen blijkt uit het woordgebruik en het bezigen van de woorden ‘Mijns inziens’. Verweerster is in die zin gelukkig met de uitspraak van de Raad voor de Kinderbescherming dat ook de Raad heeft ingezien dat toewijzing van de kinderen aan klaagster tot een maatschappelijk onverantwoorde situatie zou leiden. Het niet toewijzen van de kinderen aan klaagster heeft zeer positief voor de kinderen uitgepakt.

5. De overwegingen van het college

Vast is komen te staan dat verweerster zonder toestemming van klaagster een verklaring over haar medische situatie aan de (advocaat van de) ex-partner heeft gestuurd. Het college heeft weliswaar begrepen dat verweerster die verklaring en ook de latere brief van 12 februari 2010 heeft verstrekt vanuit haar oprechte zorg voor de kinderen van het gezin, maar dit valt in de verklaring van 14 december 2009 niet te lezen.

Het college is van oordeel dat de zorg van verweerster voor de kinderen het beroepsgeheim niet vermag te doorbreken. Het had op de weg van verweerster gelegen de belangen van de kinderen via andere kanalen veilig te stellen.

Dit onderdeel van de klacht is dan ook gegrond.

Het college is niet in staat te beoordelen of hetgeen verweerster in haar verklaring heeft vermeld onjuist is. Nu de standpunten van partijen voor wat betreft de verwijzing naar de GGZ lijnrecht tegenover elkaar staan, kan daarover geen uitspraak worden gedaan.

Alle omstandigheden afwegend is het college van oordeel dat te dezen de maatregel van waarschuwing passend is.

6. De beslissing

Het college:

-         verklaart de klacht gedeeltelijk gegrond als hiervoor overwogen

-         legt de maatregel van waarschuwing op

-         wijst de klacht voor het overige af.

Aldus beslist door mr. P.G.Th. Lindeman-Verhaar als voorzitter, mr. A.E.M. van der Putt-Lauwers als lid-jurist, P.A.M. Beker, G.B.W.M. Wensing en E.C.M. Bollen als leden-beroepsgenoten, in aanwezigheid van mr. M.E.B. Morsink als secretaris en in het openbaar uitgesproken op 1 juni 2011 in aanwezigheid van de secretaris.