ECLI:NL:TADRAMS:2011:YA1740 Raad van Discipline Amsterdam 10-130H

ECLI: ECLI:NL:TADRAMS:2011:YA1740
Datum uitspraak: 15-06-2011
Datum publicatie: 20-06-2011
Zaaknummer(s): 10-130H
Onderwerp: Wat een behoorlijk advocaat betaamt t.o. de wederpartij, subonderwerp: Vrijheid van handelen
Beslissingen:
Inhoudsindicatie: Klaagster verwijt verweerder dat hij zich onvoldoende heeft verdiept in het dossier alvorens aan haar een brief te schrijven namens klaagsters wederpartij. Klacht ongegrond, verzet ongegrond.

                                                 RAAD VAN DISCIPLINE

                                                   in het ressort Amsterdam

BESLISSING d.d. 15 juni 2011

in de zaak 10-130 H

De raad heeft het volgende overwogen en beslist naar aanleiding van het verzet tegen de beslissing van de voorzitter van de raad op de klacht van:

Mevrouw  

k l a a g s t e r

tegen

de heer mr.

v e r w e e r d e r  

1. Verloop van de procedure

1.1 Bij brief van 13 april 2011, door de raad ontvangen op 15 april 2011, heeft de deken van de orde van advocaten in het arrondissement Haarlem de klacht ter kennis van de raad gebracht. Bij beslissing van 4 mei 2010 heeft de voorzitter van de raad van discipline de klacht kennelijk ongegrond verklaart, welke beslissing op 7 mei 2010 aan klaagster is verzonden. Bij brief van 18 mei 2010, door de raad ontvangen op 20 mei 2010 heeft klaagster verzet aangetekend tegen deze beslissing.

1.2 Het verzet is behandeld ter zitting van 4 april 2011. Verweerder heeft op voorhand te kennen gegeven niet aanwezig te zullen zijn. Ter zitting is klaagster niet verschenen. Van de zitting van 4 april 2011 is proces-verbaal opgemaakt.

1.3 De raad heeft kennis genomen van:

- de in paragraaf 1.1 genoemde brief van de deken aan de raad;

- de stukken genummerd onder 1 t/m 18 in de bij deze brief gevoegde inventarislijst, en

- de brief van klaagster van 25 maart 2011.

2 De klacht

De klacht houdt zakelijk weergegeven in dat verweerder in strijd met artikel 46 Advocatenwet heeft gehandeld door:

(a) klaagster de brief van 19 november 2009 te zenden, en

(b) niet te reageren op haar verzoek om opheldering daarover.

3. Het verzet

Het verzet houdt zakelijk weergegeven in dat de voorzitter de klacht ten onrechte kennelijk ongegrond heeft verklaard nu de voorzitter de klachten van klaagster onjuist heeft weergegeven en in de beslissing onvoldoende heeft gemotiveerd dat verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld door onvoldoende onderzoek te verrichten naar de achtergrond van het gebeurde, terwijl ook de deken onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar de achtergronden van de klacht van klaagster.

4. De feiten

4.1 Verweerder heeft op verzoek van de voorzitter van zijn cliĆ«nte, de beroepsvereniging X, bij brief van 19 november 2009 gereageerd op de brief van klaagster aan X van 10 november 2009. In de brief van 10 november 2009 heeft klaagster een aantal klachten geuit over het college van toezicht van X.

4.2 In de brief van 19 november 2009 heeft verweerder inhoudelijk gereageerd op de brief van klaagster en haar tevens verzocht zich te onthouden van het benaderen van leden van X en klaagster daartoe tevens gesommeerd.

4.3 Bij email van 21 december 2009 heeft klaagster verweerder verzocht om een toelichting en toezending van een aantal stukken. Verweerder heeft klaagster bij e-mailbericht van 22 december 2009 onder meer bericht dat hij op grond van zijn beroepsgeheim geen inzage in zijn advocatendossier kan geven en om heeft om die reden het verzoek tot toezending van de stukken afgewezen.

5. Beoordeling van het verzet

 Het verzetschrift noch hetgeen in brieven nadien door klaagster is gesteld biedt aanleiding voor nieuwe gezichtspunten, zodat de raad zich met het oordeel van de voorzitter van 4 mei 2010 verenigt.

BESLISSING:

De raad van discipline verklaart het verzet ongegrond.

Aldus gewezen en uitgesproken ter openbare zitting van 15 juni 2011 door mr. H. Brouwer, voorzitter, mrs. M.A. le Belle, A. Gerritsen-Bosselaar, H.C.M.J. Karskens, M. Pannevis, leden en mr. D.J.L. Siegers als griffier.

voorzitter      griffier

Deze beslissing is op 15 juni 2011 per aangetekende brief verzonden aan:

- klaagster

- verweerder

- de deken in het arrondissement Haarlem

- de deken van de Nederlandse orde van advocaten.

Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.