Overheid.nl

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Terug naar zoekresultaten

ECLI:
ECLI:NL:TGZRAMS:2019:183
Datum uitspraak:
26-08-2019
Datum publicatie:
26-08-2019
Zaaknummer(s):
2019/120
Onderwerp:
Geen of onvoldoende zorg
Beroepsgroep:
Arts
Beslissingen:
Ongegrond/afwijzing
Inhoudsindicatie:
Klager verwijt verweerster dat er onnodig neusspray is voorgeschreven terwijl een operatie van de neus nodig was.  Ongegrond

REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG

AMSTERDAM

 

Beslissing naar aanleiding van de op 15 maart 2019 binnengekomen klacht van:

 

 

A,

wonende te C,

k l a g e r,

           

tegen

 

B,

KNO-arts,

werkzaam te D,

v e r w e e r s t e r,

gemachtigde: mr. A.C. de Die

             

 

 

 

 

1.         De procedure

Het college heeft kennisgenomen van de volgende stukken:

-                     het klaagschrift met de bijlagen;

-                     het aanvullende klaagschrift;

-                     het verweerschrift met de bijlagen;

-                     de repliek;

-                     de dupliek;

-                     de correspondentie met betrekking tot het vooronderzoek.

 

 

Partijen hebben geen gebruik gemaakt van de hun geboden mogelijkheid in het kader van het vooronderzoek mondeling te worden gehoord.

 

De klacht is in raadkamer behandeld.

 

 

2.         De feiten

Op grond van de stukken kan van het volgende worden uitgegaan:

Klager is door zijn huisarts op 25 april 2018 naar de KNO-arts verwezen. In de verwijzing staat onder meer het volgende:

“(S) – probleem met ademhalen: neusvleugels trekken naar binnen bij inademen. als hij op neuspunt drukt, gaat het probleem weg

 (O) – neus: Re.neusgat kleiner dan Li. enige zwelling slijmvlies

 (E) – meneer wil operatie neus, dus inkorten onderzijde.  dat lijkt mij geen goede optie. maar meneer wil dit toch graag van de chirurg (in dit geval KNO) horen

 (P) – Budesonide voorgeschreven en meneer toch verwezen, vanwege persistente wens

maar ook de budesonide wil hij niet

Klager is op 6 juni 2018 op de polikliniek gezien door een KNO-arts in opleiding. Deze heeft onder meer in het dossier genoteerd:

Onderzoek:

Uitwendig plompe tip, tip en dorsum iets naar rechts, brede columella weefselsurplus re>li, valt tegen laterale crus rechts aan, bij inspiratie aanzuigen en vrijwel volledig afsluiten rechts.

Rhinoscopia anterior: rustige mucosa, slanke conchae, septum mediaan.

Cavum oris: verzorgde dentitie, geen mucosale afwijkingen, tonsillen Friedman-classificatie graad 1.

Conclusie: Neuspassageklachten dd allergische rhinitis, dd bij forse collumella

Beleid:

Avamys 2dd2, controle met HPT over 6 weken.

Op 19 juni 2018 heeft klager telefonisch contact gehad met een andere KNO-arts in opleiding. Deze heeft onder meer genoteerd:

Patient snapt ingestelde beleid niet. Wil weten waarom hij neusspray voorgeschreven is; patient wil eigenlijk een operatie. De huisarts heeft namelijk gezegd dat een neusspray niet gaat helpen. Patient begrijpt niet dat deze meningen verschillen.”

en

Bij herhaling uitgelegd dat ons beleid nu is

- eerst neusspray langere periode dagelijks gebruiken

- dan controle met allergietest

- dan herevalueren

Patient geeft aan dat hij neusspray wel gaat gebruiken (eerder neusspray van huisarts niet gebruikt)

controle staat gepland

Op 8 augustus 2018 heeft de eerste KNO-arts in opleiding klager weer gezien. De neusspray hielp onvoldoende. De allergietest was positief voor graspollen. In het dossier is onder meer genoteerd:

Beleid:

Uitleg bevindingen, septumcorrectie met versmallen collumella (evt verwijderen weefselsurplus) besproken. Patient geeft aan dat hij graag wil dat de droopy tip ook gecorrigeerd wordt; uitleg dat dit een rhinoplastiek betreft en hier een aanvraag voor verzekering voor nodig is. Patient gaat nadenken over zijn wensen; folder neusseptumcorrectie meegegeven.

Verder is genoteerd dat dit door verweerster medebeoordeeld is.

Op 22 augustus 2018 heeft klager telefonisch contact gehad met verweerster. Zij heeft daarover genoteerd:

Uitleg over gang van zaken met eerst neusspray, uitleg waarom

Uitleg over opties, pt wil ook graag uitwendige correctie, hier machtiging voor nodig. uitleg dat dit gebonden is aan de kliniek waar de operatie plaatsvindt.

Pt vindt wachttijd te lang. wil snel geopereerd op spoedlijst

Uitleg dat voor rhinoplastiek bij ons een lange wachttijd bestaat, geen spoedindicatie

Advies naar [andere kliniek], daar goede neusoperateurs.

Pt vindt dit te ver weg, wil zelf zoeken.

Pt wil met HA overleggen voor andere kliniek

Afgesproken dat ik brief voor HA maak met gegevens erin en dat die dan naar HA stuur

Afspraak 24-9 [KNO-arts in opleiding] afzeggen.”

 

 

3.         De klacht en het standpunt van klager

Klager verwijt verweerster dat er onnodig neusspray is voorgeschreven, terwijl een operatie van de neus nodig was. Dit werkte vertragend en bracht kosten met zich mee vanwege het eigen risico.

 

Ter toelichting op de klacht heeft klager onder meer aangevoerd dat het onderzoek had uitgewezen dat een operatie nodig was. De huisarts zei dat de neusspray de klachten niet zou verhelpen, waardoor klager die spray chronisch zou moeten gebruiken. In reactie op de klacht/aansprakelijkstelling van klager is in een brief van 23 november 2018 gezegd dat klager tijdens het onderzoek van 6 juni 2018 last van een verkoudheid had, terwijl dat niet juist was. Klager werd verplicht de neusspray te gebruiken, waardoor de operatie ongeveer twee en een halve maand werd vertraagd en klager de neusspray moest kopen van zijn eigen risico.

 

 

4.         Het standpunt van verweerster

Verweerster heeft de klacht en de daaraan ten grondslag gelegde stellingen bestreden. Zij heeft daartoe onder meer het navolgende aangevoerd.

 

Uit de verwijsbrief van de huisarts blijkt dat de huisarts een operatie geen goede optie vond en dat de huisarts een neusspray heeft voorgeschreven, maar dat klager dat niet wilde.

Verweerster heeft nooit ontkend dat er obstructieklachten waren. Ter discussie staat dus niet dat sprake was van neuspassageproblemen, maar alleen het behandelbeleid.

Klager wilde direct een operatie, terwijl eerst een neusspray is voorgeschreven.

Relevant is dat de klachten pas kort (ca. 6 weken) bestonden, terwijl de anatomische situatie van de neus al veel langer was zoals hij was. Ook was soms sprake van conjunctivitis (roodheid en jeuk van de ogen). Gebruikelijk is dat eerst wordt gestart met een corticosteroïd-neusspray, die zowel bij allergische als niet-allergische zwellingen wordt voorgeschreven. Er is zoals het hoort gekozen voor een minder ingrijpende behandeling (neusspray) voordat een meer ingrijpende behandeling (operatie) aan de orde was. Er was geen sprake van een spoedindicatie.

Het behandelbeleid, om eerst de neusspray te gebruiken, is klager voorgehouden en uitgelegd. Klager is niets opgedrongen. Het stond klager vrij de neusspray niet te gebruiken en/of zich te wenden tot een andere KNO-arts.

In de brief van 23 november 2018 staat inderdaad het woord ‘verkoudheid’, waar ‘allergische rhinitis’ of ‘pollenallergie’ had moeten staan, zoals het ook in het dossier is vermeld. Dit rechtvaardigt geen tuchtrechtelijk verwijt omdat de aard van de klachten niet ter discussie staat.

 

 

5.         De beoordeling

Het college is van oordeel dat door verweerster is gehandeld conform de huidige professionele standaard binnen het vakgebied van de KNO. De keuze om eerst te starten met een corticosteroïd houdende neusspray is logisch en zorgvuldig, mede gelet op de klachten van klager, de bevindingen bij het onderzoek en ook omdat klager nog niet was gestart met een neusspray. Uit de verwijsbrief van de huisarts blijkt dat deze een neusspray heeft voorgeschreven en dat klager die niet wilde gebruiken. Ook blijkt daaruit dat de huisarts het niet eens was met klager, die (direct) een operatie wilde.

Pas als is gebleken dat een neusspray onvoldoende oplossing geeft voor de klachten komt een mogelijke operatie aan de orde. Uit het dossier blijkt dat dit beleid verschillende malen met klager is besproken. Toen bleek dat de voorgeschreven neusspray daadwerkelijk onvoldoende verlichting gaf, zijn de verschillende mogelijkheden voor een operatie met klager besproken. Dat er een wachttijd bestaat voor een dergelijke operatie is niet ongebruikelijk en is verweerster niet te verwijten. Het dossier biedt het college geen aanknopingspunten ter bevestiging van de stelling van klager dat sprake was van een spoedindicatie. Met klager is de mogelijkheid tot verwijzing besproken om het proces te versnellen. Klager is op zijn verzoek naar zijn huisarts terug verwezen om in overleg met de huisarts te onderzoeken waar klager voor de door hem gewenste operatie op kortere termijn terecht kon.

Aan de (terecht) voorgeschreven neusspray zijn nu eenmaal kosten verbonden die, net als andere medische kosten die onder het eigen risico vallen, voor rekening van de patiënt komen. Hiervan valt verweerster geen verwijt te maken. 

Dat in de brief van de juridisch adviseur van de organisatie waar verweerster werkzaam is, ten onrechte het woord verkoudheid is gebruikt, is voor de beoordeling van de klacht niet van belang nu het medisch dossier de correcte feiten bevat. Bovendien valt verweerster van deze woordkeuze door een derde geen verwijt te maken.

 

De conclusie van het voorgaande is dat de klacht kennelijk ongegrond is.

 

Verweerster kan met betrekking tot de klacht geen verwijt als bedoeld in artikel 47 lid 1 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg worden gemaakt.

 

 

 

 

 

6. De beslissing

Het college verklaart de klacht kennelijk ongegrond.

 

Aldus beslist op 26 augustus 2019 door:

J. Recourt, voorzitter,

J.Q.P.J. Claessen en D.E. de Jong , leden-beroepsgenoten,

bijgestaan door N.A.M. Sinjorgo, secretaris.





WG secretaris                                                                                         WG voorzitter





 

Meer informatie

Acties

Meta gegevens