Overheid.nl

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Terug naar overzicht

ECLI:
ECLI:NL:TNORARL:2020:4
Datum uitspraak:
24-01-2020
Datum publicatie:
10-02-2020
Zaaknummer(s):
C/05/357536 KL RK 19-107
Onderwerp:
Personen- en Familierecht
Beslissingen:
Klacht niet-ontvankelijk
Inhoudsindicatie:
De kamer verklaart de klacht niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de klachttermijn.

KAMER VOOR HET NOTARIAAT IN HET RESSORT ARNHEM-LEEUWARDEN

 



 

 

Kenmerk:        C/05/357536 / KL RK 19-107

 

beslissing van de kamer voor het notariaat

 

op de klacht van

 

[ naam klaagster sub 1 ],

wonende in [ woonplaats klaagster sub 1 ],

 

[ naam klaagster sub 2 ],

wonende in [ woonplaats klaagster sub 2 ],

klaagsters,

 

gemachtigde: [ naam gemachtigde ], wonende in [ woonplaats gemachtigde ],

 

 

tegen

 

 

[ naam notaris ],

notaris in [ vestigingsplaats notaris ],

gemachtigde: mr. M.P.L.M. Buijsrogge, advocaat in Arnhem.

 

Partijen worden hierna respectievelijk klaagsters en de notaris genoemd.

 

 

1.         Het verloop van de procedure

 

1.1.      Het verloop van de procedure blijkt uit:

-          de klacht, met bijlagen, van 1 augustus 2019;

-          het verweer van de notaris van 11 november 2019.

 

1.2.      De klachtzaak is op de zitting van 10 januari 2020 behandeld. Klaagsters, vergezeld van hun gemachtigde, en de notaris, bijgestaan door zijn gemachtigde, zijn naar de zitting gekomen. Allen hebben het woord gevoerd, de gemachtigden aan de hand van door hen overgelegde pleitaantekeningen.

 

                                           

2.         De feiten

 

2.1.      De heer [ naam vader ] (hierna: vader) is overleden op 7 mei 2007. Hij liet achter zijn echtgenote, mevrouw [ naam moeder ] (hierna: moeder) en zijn vier dochters: mevrouw [ H ]), mevrouw [ klaagster sub 2 ] , mevrouw [ Y ] en mevrouw [ klaagster sub 1 ].

 

2.2.      Op 28 november 2013 is moeder overleden. Op grond van het door moeder opgemaakte testament liet zij haar vier dochters achter als erfgenaam, ieder voor een gelijk gedeelte.

 

2.3.      De nalatenschap van vader is afgewikkeld na het overlijden van moeder. Vanuit de afwikkeling van de nalatenschap van vader hadden de vier zussen een vordering op (de nalatenschap van) moeder.

 

 

2.4.      Op 28 januari 2014 heeft [ klaagster sub 1 ] een bespreking met de notaris gehad met betrekking tot het opstellen van een verklaring van erfrecht in de nalatenschap van moeder.

 

2.5.      Naar aanleiding van die bespreking heeft de notaris op 31 januari 2014 een brief gestuurd aan alle erfgenamen. In die brief gaf de notaris een toelichting op het testament van moeder en de keuzes die de erfgenamen hadden wat betreft de (beneficaire) aanvaarding c.q. verwerping van de nalatenschap. Ook nodigde de notaris de erfgenamen uit voor een bespreking.

 

2.6.      Die bespreking heeft plaatsgevonden op 18 februari 2014. Tijdens die bespreking hebben [ H ] en [ Y ] ervoor gekozen om de nalatenschap van moeder beneficiair te aanvaarden. [ klaagster sub 2 ] en [ klaagster sub 1 ] hebben de nalatenschap van moeder zuiver aanvaard.

 

2.7.      Op 21 maart 2014 heeft de notaris de verklaring van erfrecht opgemaakt.

 

2.8.      Op 13 oktober 2017 heeft [ Y ] klaagsters persoonlijk aansprakelijk gesteld voor het boedeltekort in de nalatenschap van moeder. Op 10 november 2017 heeft [ H ] klaagsters eveneens aansprakelijk gesteld.

 

2.9.      Op 2 maart 2018 heeft er een gesprek plaatsgevonden tussen de notaris en klaagsters. Hierbij is onder meer gesproken over de afwikkeling van de nalatenschap van moeder en de aansprakelijkstelling van klaagsters door de andere erfgenamen.

 

 

3.         De klacht en het verweer

 

3.1.      Klaagster stellen dat de notaris klaagsters foutief dan wel onvolledig heeft geadviseerd over de aanvaarding van de nalatenschap van moeder.

De notaris had klaagsters moeten wijzen op de mogelijkheid dat er in de nalatenschap van moeder nog vorderingen aanwezig zouden zijn vanwege de schuldig gebleven erfdelen uit de nalatenschap van vader en dat hierdoor de nalatenschap van moeder mogelijk negatief was. De notaris had klaagsters uitdrukkelijk mondeling en schriftelijk moeten wijzen op de risico’s van zuivere aanvaarding. Ook had de notaris klaagsters moeten adviseren om beneficiair te aanvaarden om geen ongelijkheid tussen de zussen te laten ontstaan. Als klaagsters juist waren geadviseerd zouden zij de nalatenschap van moeder nimmer zuiver hebben aanvaard.

 

3.2.      De notaris stelt primair dat de klacht niet-ontvankelijk dient te worden verklaard wegens overschrijding van de klachttermijn. Subsidiair stelt de notaris dat de klacht ongegrond is. Op het verweer van de notaris zal de kamer hierna, voor zover het verweer van belang is voor de beoordeling van de klacht, nader ingaan.

 

 

4.         De beoordeling

 

4.1.      Artikel 99 lid 21 Wet op het notarisambt (hierna: Wna) bepaalt dat een klacht slechts kan worden ingediend gedurende drie jaren na de dag waarop de tot klacht gerechtigde van het handelen of nalaten van een notaris, toegevoegd notaris of kandidaat-notaris dat tot tuchtrechtelijke maatregelen aanleiding kan geven, kennis heeft genomen.

De vervaltermijn neemt een aanvang zodra een klager kennis draagt van het handelen of nalaten van een notaris, en dus niet op het moment dat een klager tot de opvatting komt dat zodanig handelen of nalaten klachtwaardig is.

 

4.2.      De bespreking over de (beneficiaire) aanvaarding c.q. verwerping van de nalatenschap van moeder heeft plaatsgevonden op 18 februari 2014. Tijdens die bespreking heeft de notaris klaagsters, zoals zij stellen, onjuist dan wel onvolledig geadviseerd als gevolg waarvan zij de verklaring van zuivere aanvaarding hebben ondertekend. Vanaf dat moment, 18 februari 2014, waren klaagsters dus op de hoogte van het vermeende klachtwaardige handelen van de notaris, zodat de klachttermijn vanaf dat moment is ingegaan. Omdat de klacht is ingekomen op 1 augustus 2019, komt de kamer tot de conclusie dat de klacht te laat is ingediend.

 

4.3.      In het slot van artikel 99 lid 21 Wna is een uitzonderingsgrond opgenomen. De beslissing tot niet-ontvankelijkheidsverklaring blijft achterwege indien de gevolgen van het handelen of nalaten redelijkerwijs pas nadien bekend zijn geworden. In dat geval verloopt de termijn voor het indienen van een klacht een jaar na de datum waarop de gevolgen redelijkerwijs als bekend geworden zijn aan te merken.

 

4.4.      Klaagsters stellen dat pas na aansprakelijkstelling door [ H ] en [ Y ] op 13 oktober 2017 respectievelijk 10 november 2017 voor hen duidelijk werd dat de boedel van moeder negatief was en dat zij persoonlijk aansprakelijk waren voor het boedeltekort.

 

4.5.      Zelfs als de kamer toepassing zou geven aan de uitzonderingsgrond zou dit betekenen dat de klachttermijn uiterlijk 13 oktober 2018 is verstreken. Nu de klacht bij de kamer is ingekomen op 1 augustus 2019 is ook bij toepassing van de uitzonderingsgrond de klacht niet tijdig ingediend.

 

 

5.         De beslissing

 

De kamer voor het notariaat in het ressort Arnhem-Leeuwarden:

 

-          verklaart de klacht niet-ontvankelijk.

 

 

 

Deze beslissing is gegeven door mr. D.T. Boks, voorzitter, mr. D.E.M.J. Eggels en mr. F. Drost, leden, en in tegenwoordigheid van mr. K.K.H. Wagemaker, secretaris, door de voorzitter in het openbaar uitgesproken op 24 januari 2020.

 

 

De secretaris

 

De voorzitter

 

 

 

 

Tegen deze beslissing van de kamer voor het notariaat kunnen partijen binnen dertig dagen na de datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Amsterdam, Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.

 

 

 

 

 

 

Meer informatie

Acties

Meta gegevens