Aankondigingen over uw buurt

Zoals bouwplannen en verkeersmaatregelen.

Dienstverlening

Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies.

Beleid & regelgeving

Officiële publicaties van de overheid.

Contactgegevens overheden

Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.

ECLI:NL:TNORAMS:2019:17 Kamer voor het notariaat Amsterdam 664213 / NT 19-17

ECLI: ECLI:NL:TNORAMS:2019:17
Datum uitspraak: 17-10-2019
Datum publicatie: 08-01-2020
Zaaknummer(s): 664213 / NT 19-17
Onderwerp: Ondernemingsrecht
Beslissingen: Klacht gegrond met berisping
Inhoudsindicatie: Het tweede en derde verwijt van klagers dat de notaris zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat hij de conceptakte niet mocht toesturen en vervolgens op 1 december 2018 slechts een deel van de akte - te weten het alleen door klager sub 1 ondertekende gedeelte - heeft toegestuurd, waarna klagers uiteindelijk pas op 1 december 2018 via een medewerker van het restaurant een volledig getekende kopie hebben kunnen bemachtigen, acht de kamer eveneens gegrond. Er was niets op tegen geweest indien de notaris mr. Lamers, toenmalig advocaat van klagers, als antwoord op zijn onder 2.r. bedoelde eerste e-mail van 14 mei 2018 of diens verdere e-mails, had geantwoord dat er wel een bij wijze van volmachtverlening door betrokkenen ondertekende concept-leveringsakte was, onder toezending daarvan, met zo nodig verdere uitleg. In plaats daarvan heeft de notaris op een omfloerste wijze gereageerd, daarbij ten onrechte een tijd lang de indruk wekkend dat er in het geheel niets ondertekend was. Dat de notaris geen kopie van het ondertekende stuk aan de advocaat van klagers wilde verstrekken, is bovendien niet te rijmen met zijn stelling dat klagers allang, sinds 7 februari 2017, een kopie in hun bezit moeten hebben gehad. In het bijzonder kan de kamer de notaris niet volgen in zijn verweer dat het hem niet vrij stond een in zijn ogen niet (meer) bestaand document in het verkeer te brengen omdat hij dan zou bijdragen aan verwarring en dat dát in strijd zou zijn met zijn positie als notaris. Als gevolg van de intrekking van de volmacht door de vervreemders is de onder 2.r. bedoelde (concept-)akte immers niet een niet-bestaand document geworden, maar slechts een meerzijdige volmachtverlening ten aanzien waarvan enkele, maar niet alle, volmachtgevers hun volmacht vervolgens hebben ingetrokken. Desgewenst had de notaris bij de verstrekking van een kopie onder de handtekeningen van [C] en [D] kunnen aantekenen dat hun volmachten inmiddels waren vervallen. Ook hier past het de notaris gewoon en direct te vertellen hoe het is, ook opdat partijen vervolgens zich kunnen beraden over actie.

KAMER VOOR HET NOTARIAAT IN HET RESSORT AMSTERDAM

Beslissing van 17 oktober 2019 in de klacht met nummer 664213 / NT 19-17  van:

1.     [Klager],

wonende te [woonplaats],

2.     de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [Klaagster],

gevestigd te [vestigingsplaats],

raadsman: mr. R. Klöters,

klagers ,

tegen:

[de notaris] ,

notaris gevestigd te [vestigingsplaats],

de notaris .

1. Het verloop van de procedure

De kamer is uitgegaan van de volgende stukken:

- klaagschrift met bijlagen van 29 maart 2019;

- verweerschrift met bijlagen van 25 april 2019, ingekomen op 29 april 2019;

- e-mail met bijlagen van klagers van 19 augustus 2019.

Bij de mondelinge behandeling van de klacht op 5 september 2019 zijn klager sub 1, bijgestaan door zijn raadsman en vergezeld door mr. W. Lamers, en de notaris verschenen. Partijen hebben het woord gevoerd. Uitspraak is bepaald op heden.

2. De feiten

De kamer gaat uit van de volgende voor de beoordeling van de klacht van belang zijnde feiten en omstandigheden:

  1. Klager sub 1 is directeur en enig aandeelhouder van klaagster sub 2,

    [naam B.V.] (hierna: [klaagster sub 2]).

  2. [A B.V.] (hierna: [A bv]) is een vennootschap waarvan de aandelen worden gehouden door [B B.V.] (hierna: [B bv]), een vennootschap van [C] (hierna: [C]), [D Holding B.V.  (hierna: [D Holding]), een vennootschap van [D]  (hierna: [D]), en [E B.V.] (hierna: [E bv]), een vennootschap waarvan de aandelen (indirect) worden gehouden door twee dj’s.
  3. Eind 2016 heeft [A bv] klager sub 1 benaderd in verband met de ontwikkeling van een Arabisch restaurant-concept. De daaruit volgende gesprekken hebben erin geresulteerd dat op 2 februari 2017 Syrisch restaurant ‘[naam restaurant]’ in [woonplaats] werd geopend. In 2017 is ‘[naam restaurant]’ in Het Parool uitgeroepen tot één van de tien beste restaurants in [woonplaats].
  4. In juli 2017 heeft ten kantore van de raadsvrouw van [A bv], mr. E. Nordmann (hierna: mr. Nordmann), een bespreking plaatsgevonden tussen klager sub 1, [C], [D], en mr. Nordmann, betreffende een overdracht van 20% van het aandelenkapitaal van [A bv] aan klagers.
  5. Op 25 juli 2017 heeft mr. Nordmann een Share Purchase Agreement aan klager sub 1 toegezonden.
  6. Op 8 september 2017 heeft de notaris van [F], een zakenpartner van [D]  (hierna: [F]), een e-mail ontvangen, waarbij [F] een overleg aankondigt voor een aantal transacties, waaronder de voorgenomen aandelentransactie aan klagers.
  7. Op 26 september 2017 om 9.00 uur heeft ten kantore van de notaris een tweede bespreking plaatsgevonden tussen klager sub 1, [C], [D] en

    mr. Nordmann. De notaris heeft met het oog op de beoogde participatie van klager sub 1 in het aandelenkapitaal van [A bv] een concept leveringsakte opgemaakt.

  8. Vervolgens heeft de notaris op 20 december 2017 een derde bespreking met de in 2.d. genoemde partijen gehouden, waarbij de concept leveringsakte is aangepast.
  9. Op 4 januari 2018 heeft de notaris een e-mail van [F] ontvangen waarin wordt verzocht een nieuwe bepaling in de concept leveringsakte toe te voegen.
  10. Klager sub 1 heeft op 15 januari 2018 bij een ander notariskantoor met het oog op zijn participatie in [A bv] [klaagster sub 2] (klaagster sub 2) opgericht.
  11. Op 7 februari 2018 heeft ten kantore van de notaris een vierde bespreking plaatsgevonden tussen klager sub 1, [C] en [D]. Daarbij is een concept voor een akte van levering aandelen, volgens welke [B bv] 20 en [D Holding] 6 van de in totaal 133 geplaatste aandelen [A bv] aan klaagster sub 2 levert tegen een koopsom van € 54.000,0, ondertekend door klager sub 1, [C] en [D]. In de kop van de akte staat vermeld: “CONCEPT met volmachtverlening:” en aan het einde, direct voor de ondertekening: VOOR AKKOORD EN TEN BLIJKE VAN VOLMACHTVERLENING AAN ALLE MEDEWERKERS VAN NOTARISKANTOOR [NAAM] c.s. [VESTIGINGSPLAATS]:”  

    Op dezelfde dag heeft klager sub 1 op het kantoor van de notaris de notulen van een aandeelhoudersvergadering houdende besluit tot statutenwijziging, waarbij de naam [klaagster sub 2] gewijzigd wordt in [G bv], ondertekend. De daarvoor benodigde akte is niet gepasseerd.  

  12. Op 9 februari 2018 hebben [B bv], [klaagster sub 2] en [D Holding] samen de vennootschap [H bv] opgericht met als doel de exploitatie van een restaurant.
  13. Vervolgens is de verstandhouding tussen klager sub 1 en de in 2.b. genoemde partijen ernstig verstoord geraakt.
  14. Op 26 februari 2018 heeft de notaris een e-mailbericht ontvangen van [F] dat de voorgenomen overdracht van de aandelen van [A bv] aan klagers niet zal plaatsvinden.
  15. Op 21 april 2018 is de situatie in het restaurant ‘[naam]’ tussen [D] en klager sub 1 zodanig geëscaleerd, dat [D] aangifte van verduistering heeft gedaan tegen klager sub 1, die die dag uit het restaurant is gezet.

    Op diezelfde dag is het restaurant door de politie ontruimd en gesloten.

  16. Kort na de sluiting op 21 april 2018 is het restaurant heropend en enige tijd geëxploiteerd met een andere manager, die door [D] was aangesteld. Op 7 juni 2018 hebben klager sub 1 en het hem trouwe personeel zich weer toegang verschaft tot het restaurant en de exploitatie voortgezet, tot 21 juli 2018.
  17. Op 30 april 2018 heeft het bestuur van [A bv] telefonisch contact opgenomen met de notaris en hem verboden nog met derden te communiceren over dit dossier.
  18. Op 14 mei 2018 heeft de (toenmalig) raadsman van klagers, mr. W. Lamers (hierna: mr. Lamers) aan de notaris geschreven dat hij als raadsman voor klagers optreedt en hem zowel telefonisch als schriftelijk om een afschrift van een door klager sub 1, [D] en [C] getekende notariële akte verzocht.
  19. Daarop heeft de notaris per e-mail (14:56 uur) geantwoord: “Weet dat je de 2e advocaat bent die hierover belt (ik wil het maar even gezegd hebben).

    Net als de vorige advocaat van mijnheer, kan ik niet anders dan je hetzelfde schrijven.

    Er is een concept akte van levering voorbereid, maar die is nooit getekend, omdat in iedere b.v. de zittende aandeelhouders afstand moeten doen van hun voorkeursrecht tot het nemen van aandelen (en deze twee aandeelhouders hebben tot op de dag van vandaag nooit gereageerd.)”

  20. Daarop heeft mr. Lamers zijn verzoek per e-mail (van 15:17 uur) herhaald, waarna de notaris een kopie van de - ongetekende - conceptakte heeft toegezonden.
  21. Vervolgens heeft mr. Lamers aan de notaris per e-mail (van 16:43 uur) geschreven: “met cliënt besprak ik de conceptakte. Dit is dezelfde akte die ook aan de vorige raadsman toegestuurd en cliënt stelt zeer nadrukkelijk dat deze akte op 8 februari jongstleden ’s morgens rond 9:00 uur bij jou ondertekend zou zijn door cliënt, [D] en [C]. Handtekeningen werden in elkaars bijzijn gezet nadat jij deze akte had voorgelezen. Jij stelt daarover: Niemand heeft nog een handtekening onder de akte zelf gezet, want we zijn in de concept fase blijven steken.

    wat versta jij onder: onder de akte zelf?

    Van cliënt begrijp ik dat het dj-duo, [naam dj] en [naam dj], niet daarbij waren.

    Zijn er daadwerkelijk handtekeningen gezet zoals cliënt dat stelt? Mogelijk heb je een antwoord voor mij.”

  22. Op 7 juni 2018 heeft klager sub 1 (tezamen met een deel van het personeel) de exploitatie van het restaurant weer voortgezet.
  23. Op 12 juni 2018 heeft de notaris aan mr. Lamers per e-mail geschreven: ”Ter voorkoming van misverstanden, en ook ter voorkoming van het feit dat ik straks door de wederpartij wordt aangesproken voor mogelijke schending van mijn ambtsgeheim, is zojuist met mevrouw Nordmann overeengekomen dat ik jullie beiden over de gelijke mailwisselingen zal informeren.

    Ik moet dit allemaal vandaag tussen de bedrijven door regelen, maar het komt echt asap.”

  24. Bij e-mail van 13 juni 2018 (10:21 uur), daags voor de behandeling van een kort geding tussen klagers enerzijds en [A bv], [B bv] en [D Holding] anderzijds (hierna: [A bv] c.s.), heeft de notaris aan mr. Nordmann en mr. Lamers geschreven: “Conform de met u beiden gemaakte afspraak, doe ik u het door mij – naar beste weten – herleide stappenplan in deze casus.

    (..) Er is op mijn kantoor vervolgens op 7 februari een buitengewone vergadering belegd, en de notulen voor de statutenwijziging zijn vervolgens ter plekke door de heer [klager] getekend (deze akte is overigens nooit gepasseerd, omdat de heer [klager] uiteindelijk mij hier de opdracht niet toe heeft gegeven (ondanks de volmacht voor mijn medewerkers om namens hem te KUNNEN tekenen).

    In die sessie is ook door de heren de concept akte van levering aangepast, en hebben de heer [C], de heer [D] en [klager], dit concept “voor akkoord en ten blijke van volmachtverlening aan alle medewerkers van notariskantoor [naam] c.s. te [vestigingsplaats]” getekend. (..)

    Bij vertrek is er door de heer [C] toegezegd dat hij zou proberen contact te zoeken met de DJ’s (de overige aandeelhouder), zodat die EN afstand zouden moeten doen van het voorkeursrecht tot het nemen van aandelen, en ook moesten instemmen met de toevoeging in de akte dat er nooit een ander restaurant geopend kon worden door 1 van hen, zonder elkaars medeweten/toestemming). Toen is er wederom radiostilte geweest.

    Dan krijgt ons kantoor op 26 februari 2018 een email van de heer [F] dat de voorgenomen overdracht van aandelen geen doorgang zal plaatshebben, en wordt ons kantoor, ruim twee maanden later, en wel op 30 april gebeld door het bestuur van de vennootschap dat we geen informatie aan derden mogen verschaffen over dit dossier.”

  25. Om 10:27 uur heeft mr. Lamers de notaris verzocht de afschriften van de e-mails van partijen toe te sturen.
  26. Om 10:35 uur heeft de notaris daarop aan mr. Lamers geantwoord: “Volgens mij schrijf ik “jullie beiden over de gelijke mailwisseling zal informeren”, en schrijf ik niet dat ik ze 1 op 1 doorstuur.

    En, omdat ik niet als notaris “mijn boekje te buiten wil gaan, wegens schending ambtsgeheim”, dacht ik ze eenvoudigweg morgen mee te nemen naar de rechtbank, en dan hoor ik wel of ik ze mag/moet afgeven/overleggen.

    Het spreekt echter voor zich dat als mevrouw Nordmann aangeeft dat ik ze ook nu al mag toesturen, dat ik ze meteen zal inscannen, en het dus voor de zitting al kan toesturen.”

  27. Vervolgens heeft mr. Lamers zijn verzoek om toezending van de e-mailwisseling aan de notaris diezelfde dag nog twee maal (e-mails van 10.55 en 11:13 uur) herhaald. In totaal zijn tussen klagers en [A bv] c.s. (tenminste) (circa) vier of vijf korte gedingen gevoerd, waarvan één of twee ook in hoger beroep. Ingevolge een daarin gewezen arrest van het Hof Amsterdam van 14 augustus 2018 hebben klagers de exploitatie van het restaurant weer moeten staken. Thans is nog een bodemprocedure aanhangig bij de rechtbank te Amsterdam.
  28. Op 29 november 2018 heeft mr. Lamers aan de notaris geschreven: “Twee weken geleden heb ik u telefonisch en per e-mail verzocht om een bespreking inzake de inmiddels beruchte conceptakte levering aandelen van 9 februari 2018, die door u als transporterende notaris werd verzorgd. (..)

    De vragen van de zijde van cliënte zijn:

    * waarom werd cliënte door u niet als zijnde ook uw cliënte behandeld en hem geen afschrift verstrekt van de op die dag, 9 februari 2018, door partijen “voor akkoord en ten blijke van volmachtverlening aan alle medewerkers van het notariskantoor [naam] CS te [vestigingsplaats] getekend?

    * Waarom werd cliënte niet in kennis gesteld door u van de e-mail van de heer [F] van 26 februari 2018 met als inhoud dat de voorgenomen overdracht van aandelen geen doorgang zou vinden?

    * Waarom werd cliënte niet in kennis gesteld van het telefoongesprek dat het bestuur van de vennootschap met u had op 30 april 2018 aan waarin u werd medegedeeld dat geen informatie aan derden mocht worden verschaft over dit dossier?

    * Waarom heeft u mij in onze e-mailwisseling van 14 mei 2018 een ongetekende conceptakte van levering aandelen toegezonden en niet de door partijen ondertekende conceptakte?

    (..)”

  29. Op 1 december 2018 heeft de notaris aan mr. Lamers geantwoord: “(..) Punt A.

    (..) Omdat het geen onherroepelijke volmacht was, en er ook geen sprake was van drie losse volmachten, werd ik – toen aangegeven werd door de verkopers dat zij hun volmacht introkken – geconfronteerd met een voor mij nog onbekend juridisch vraagstuk. Zij stelden zich op het standpunt dat als je een volmacht intrekt, hij ook niet meer bestaat, en als iets niet meer bestaat, vonden zij het niet gepast/gewenst dat ik dit in het rechtsverkeer zou brengen.

    Ik moet u wel vertellen dat ik de betreffende volmacht bij mij had, ten tijde van het KG, en als u toen aan de rechter had gevraagd of ik ‘m had mogen of moeten afgeven, dan was deze discussie voor mij althans heel eenvoudig beslecht.

    Ik zal u – bij afzonderlijke email – de pagina’s van de volmacht doen toekomen die betrekking hebben op uw (en ook mijn client), zijnde [klager].

    Punt 2.

    Zoals u inmiddels bekend is de heer [F] formeel geen partij bij deze transactie. (..) dus een notaris moet niet voor onnodig paniek zorgen. Daarnaast heb ik ook een geheimhoudingsverplichting, zoals u wellicht bekend.

    En ik heb – zeer zeker om u ter wille te zijn – in het begin gedacht actief de communicatie met de raadsvrouw van [A B.V.] te moeten zoeken, zodat zij mij hiervan kon ontslaan, en ik u zo goed mogelijk kon bijpraten over hetgeen zich voor uw bemoeienis in dit dossier had voorgedaan.

    Punt 3, zie punt 2.

    Met dien verschille natuurlijk dat het bestuur, in tegenstelling tot de heer [F], wel een partij is bij de transactie. Partijen hebben echter actief met elkaar gesproken/onderhandeld, en (arbeids)contracten gesloten buiten mijn kennis/kantoor om: dus ook deze mededeling had het bestuur rechtstreeks kunnen doen aan de beoogd koper/toetreder, [klager]. (..)

    Echter van een kwade opzet jegens MIJN cliënt, [klager] kan geen sprake zijn; dat wil ik nogmaals benadrukken. (..)”

    Op diezelfde dag heeft de notaris de ondertekende conceptakte, met uitzondering van de laatste pagina (pagina 4), aan mr. Lamers toegezonden.

  30. Vervolgens heeft mr. Lamers diezelfde dag aan de notaris geschreven: ”Contact met de wederpartij is niet meer nodig.

    Ik heb inmiddels met client contact gehad en de ontbrekende 4e pagina met de twee andere handtekeningen is “boven water”.

    Het blijft vreemd dat een partij alle informatie krijgt en de andere niet, althans dat in rechte zou moeten vragen.

    Beide partijen hebben recht op hetgeen door partijen gezamenlijk werd ondertekend.

    Client wenst dat er een klacht naar de Broederschap uitgaat, hetgeen ik wilde voorkomen, maar nu kan ik moeilijk anders dan zijn wens te eerbiedigen.

    Ik betreur dit ten zeerste”.

3. De klacht

3.1. Klagers verwijten de notaris ten eerste dat hij klagers niet op de hoogte heeft gesteld van het e-mailbericht van [F] van 26 februari 2018, waarin de notaris is meegedeeld dat de overdracht van de aandelen in [A bv] niet doorging.

De notaris heeft klagers voorts ook niet meegedeeld dat het bestuur van [A bv] op 30 april 2018 telefonisch contact met de notaris heeft opgenomen en hem op dat moment heeft verboden nog contact met derden te hebben over het dossier.

Klagers zijn echter geen derden in deze en hadden dus door de notaris van het vorenstaande op de hoogte moeten worden gesteld en niet pas op 13 juni 2018. De notaris heeft derhalve gehandeld in strijd met artikel 17 Wna.

3.2. Klagers verwijten de notaris ten tweede dat hij zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat hij de onder 2.k. bedoelde (concept)akte niet aan klagers mocht toesturen en pas één dag voor de behandeling van een kort geding heeft toegegeven dat er wel degelijk een door betrokkenen ondertekende akte bestond. Dit verdraagt zich niet met het feit dat de notaris later schriftelijk heeft bevestigd dat hij klager sub 1 niet als derde maar als ‘cliënt’ beschouwde en met de bevestiging van de notaris dat hij normaal gesproken de aanwezigen een kopie van de op zijn kantoor ondertekende stukken meegeeft.

3.3 Daarmee hangt samen het derde verwijt van klagers dat de notaris ten onrechte niet de volledige door alle partijen ondertekende conceptakte aan de raadsman van klagers heeft toegezonden, maar op 14 mei 2018 eerst een kopie van de niet-ondertekende conceptakte en op 1 december 2018 slechts de eerste drie pagina’s van de conceptakte, waarop alleen de handtekening van klager sub 1 stond vermeld.

3.4 Klagers stellen ernstig belemmerd te zijn geweest in de onderbouwing van hun rechtspositie omdat zij in diverse gerechtelijke procedures geen ondertekende versie van de conceptakte over konden leggen. Hierdoor is klager sub 1 definitief uit het restaurant gezet en zijn klagers verschillende verboden opgelegd met dwangsommen.

4. Het verweer

4.1 De notaris heeft het volgende verweer gevoerd.

Het notariskantoor is destijds benaderd voor het voorbereiden van een akte van levering aandelen in het kapitaal van [A bv].

Nadat de raadsman van klagers de notaris diverse keren had bezocht op het kantoor, heeft de notaris aan de raadsvrouw van [A bv] gevraagd of zij ermee kon instemmen dat hij hen beiden een schriftelijke opgave zou verstrekken van hetgeen naar zijn mening op zijn kantoor had plaatsgevonden dan wel was besproken.

Het verbaast de notaris dat klagers in de veronderstelling waren dat de notaris hen (tijdelijk) niet als cliënten heeft beschouwd. Echter, de notaris kon zijns inziens niet met klagers alle informatie delen die de beoogd wederpartij hem had toevertrouwd.

De notaris heeft juist getracht om - zonder zijn geheimhoudingsplicht te schenden -  en derhalve alleen maar met toestemming van beide raadslieden, hen beiden gelijke informatie te geven. Het is volgens de notaris dus niet zo dat hij de één ten opzichte van de ander ‘leidend’ heeft laten zijn.

4.2 De notaris verwijst voorts naar de in de conceptakte opgenomen volmacht, waarbij de gedachte was dat indien en zodra de overige aandeelhouders afstand hadden gedaan van hun voorkeursrecht tot het nemen van aandelen, ze niet wederom gedrieën naar het kantoor van de notaris behoefden te komen, maar dat een medewerker van het notariskantoor dan voor en namens hen de betreffende leveringsakte kon tekenen. De betreffende volmacht is door enkele aandeelhouders weer ingetrokken.

De notariële akte van levering aandelen zelf is echter nooit getekend omdat de goedkeuring/afstandsverklaring voorkeursrecht van [E bv] ontbrak, aldus de notaris.

De notaris voert aan dat het op zijn kantoor vaste regel is dat een ieder een kopie mee krijgt van het op zijn kantoor getekende document en dat de onder 2.k. bedoelde akte  dus ook zeker is meegegeven aan ieder van genoemde drie partijen.

Ten aanzien van het bestaan van de volmacht heeft de notaris veelvuldig aangegeven aan de raadsman van klagers dat deze er zeker is geweest, maar dat hij zich niet vrij acht om ‘iets’ opnieuw in het rechtsverkeer te brengen, wat door een ander is herroepen/ingetrokken (bovendien had zijn en de cliënt van de notaris bij het weggaan van zijn kantoor op 7 februari 2018 hier al een kopie van meegekregen).

5. De beoordeling

5.1 Ingevolge artikel 93 lid 1 van de Wet op het notarisambt (hierna: Wna) zijn notarissen, toegevoegd notarissen en kandidaat-notarissen aan tuchtrechtspraak onderworpen ter zake van handelen of nalaten in strijd met hetzij enige bij of krachtens deze wet gegeven bepaling, hetzij met de zorg die zij behoren te betrachten ten opzichte van degenen te wier behoeve zij optreden en ter zake van handelen of nalaten dat een behoorlijk notaris niet betaamt. De kamer dient derhalve te onderzoeken of de handelwijze van de notaris een verwijtbare gedraging in de zin van dit artikel oplevert.

5.2 De notaris heeft als toelichting op de onder 2.k. bedoelde (concept-)akte uiteengezet, dat de akte zelf nog niet kon worden gepasseerd omdat eerst de afwezige aandeelhouder [E bv] moest hebben ingestemd met de akte (inclusief de daar op die datum in aangebrachte wijziging houdende een non-concurrentiebeding) én afstand moest hebben gedaan van haar voorkeursrecht. Het was dan de bedoeling dat de leveringsakte, zodra deze bevestigingen binnen zouden zijn, terstond, bij volmacht en dus zonder dat de op 7 februari 2017 aanwezige personen daartoe op het kantoor behoefden terug te keren, kon worden gepasseerd. Dit c.q. deze wijze van volmachtverlening, door ondertekening op een document waarin de conceptakte tot het verlijden waarvan de volmacht strekt is opgenomen, is een vaker op het kantoor van de notaris gevolgde werkwijze. In dat geval krijgen alle ondertekenaars van het document steevast een kopie daarvan mee, aldus de notaris. Achteraf stelt de notaris het te betreuren dat de volmachten niet onherroepelijk waren en dat zij van alle partijen in één en hetzelfde document waren opgenomen.

5.3 Het eerste verwijt dat de notaris ten onrechte klagers noch na 27 februari 2018 noch direct na 30 april 2018 heeft geïnformeerd dat de aandelentransactie niet door zou gaan, acht de kamer gegrond. Het verweer van de notaris dat hij in dat soort gevallen niet direct alle betrokkenen inlicht omdat het wel vaker voorkomt dat een koper de notaris ineens informeert dat de transactie niet doorgaat waarna de transactie later toch gewoon door blijkt te gaan, acht de kamer, nog los van de onzuiverheid van deze parallel, niet overtuigend. Maar ook als de notaris erin zou worden gevolgd dat het gerechtvaardigd zou zijn dan enige tijd af te wachten om te bezien of de eerdere mededeling wordt herroepen en de transactie alsnog gewoon doorgaat, moet het de notaris na het telefoongesprek van 30 april 2018 in ieder geval duidelijk zijn geweest dat de voorgenomen levering van aandelen niet doorging. Door een van de partijen daarbij hiervan niet in kennis te stellen, miskent de notaris het belang van klagers om volledig te worden geïnformeerd met betrekking tot de voorgenomen aandelenoverdracht. Door klagers deze informatie te onthouden heeft de notaris klagers in de veronderstelling gelaten dat de levering van de desbetreffende aandelen door zou gaan. Bovendien ontneemt hij klagers hiermee de mogelijkheid zo tijdig mogelijk rechtsmaatregelen uit te lokken tegen hun wederpartij terzake van de voorgenomen overdracht. Door deze informatie niet te delen miskent de notaris zijn positie als notaris. Er was niets op tegen geweest, integendeel, indien de notaris op of direct na 27 februari 2017, maar in ieder geval 30 april 2017, alle partijen een briefje had geschreven met de vraag of hij zijn dossier kon sluiten en zijn declaratie kon opmaken, of iets dergelijks. De kamer rekent de notaris zijn nalaten des te meer aan omdat de notaris ter zitting geen duidelijk antwoord kon geven op de vraag hoe lang die situatie dan bij hem kan blijven voortbestaan anders dan dat dit wel tot de administratieve jaarafsluiting kan duren.

5.4 Het tweede en derde verwijt van klagers dat de notaris zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat hij de conceptakte niet mocht toesturen en vervolgens op 1 december 2018 slechts een deel van de akte - te weten het alleen door klager sub 1 ondertekende gedeelte - heeft toegestuurd, waarna klagers uiteindelijk pas op 1 december 2018 via een medewerker van het restaurant een volledig getekende kopie hebben kunnen bemachtigen, acht de kamer eveneens gegrond. Er was niets op tegen geweest indien de notaris mr. Lamers, toenmalig advocaat van klagers, als antwoord op zijn onder 2.r. bedoelde eerste e-mail van 14 mei 2018 of diens verdere e-mails, had geantwoord dat er wel een bij wijze van volmachtverlening door betrokkenen ondertekende concept-leveringsakte was, onder toezending daarvan, met zo nodig verdere uitleg. In plaats daarvan heeft de notaris op een omfloerste wijze gereageerd, daarbij ten onrechte een tijd lang de indruk wekkend dat er in het geheel niets ondertekend was. Dat de notaris geen kopie van het ondertekende stuk aan de advocaat van klagers wilde verstrekken, is bovendien niet te rijmen met zijn stelling dat klagers allang, sinds 7 februari 2017, een kopie in hun bezit moeten hebben gehad. In het bijzonder kan de kamer de notaris niet volgen in zijn verweer dat het hem niet vrij stond een in zijn ogen niet (meer) bestaand document in het verkeer te brengen omdat hij dan zou bijdragen aan verwarring en dat dát in strijd zou zijn met zijn positie als notaris. Als gevolg van de intrekking van de volmacht door de vervreemders is de onder 2.r. bedoelde (concept-)akte immers niet een niet-bestaand document geworden, maar slechts een meerzijdige volmachtverlening ten aanzien waarvan enkele, maar niet alle, volmachtgevers hun volmacht vervolgens hebben ingetrokken. Desgewenst had de notaris bij de verstrekking van een kopie onder de handtekeningen van [C] en [D] kunnen aantekenen dat hun volmachten inmiddels waren vervallen. Ook hier past het de notaris gewoon en direct te vertellen hoe het is, ook opdat partijen vervolgens zich kunnen beraden over actie.

Maatregel

5.5 De kamer acht de verweten gedragingen ernstig. Zoals hierboven overwogen, heeft de notaris in meerderlei opzicht zijn positie als notaris miskend. Hij heeft, zonder enige goede reden of deugdelijke rechtvaardiging, onduidelijkheid en geen transparantie betracht en de belangen van klagers miskend door hen de informatie en het stuk te onthouden waar zij recht en belang bij hadden of konden hebben. De notaris heeft klagers daarmee ook de mogelijkheid onthouden zich zo tijdig mogelijk te beraden omtrent rechtsmaatregelen of andere actie. Hiermee heeft de notaris tenminste ook de schijn van partijdigheid ten nadele van klagers en ten gunste van hun wederpartijen gewekt.

De kamer acht daarom de maatregel van berisping passend en geboden. 

Vergoeding griffierecht aan klagers

5.6 Omdat de kamer de klacht gegrond verklaart, dient de notaris het door klagers betaalde griffierecht van € 50,- op grond van artikel 99 lid 5 Wna aan klagers te vergoeden.

Kostenveroordeling

5.7 Nu de kamer de klacht gegrond verklaart en de notaris tevens een maatregel oplegt, zal de kamer de notaris op grond van artikel 103b lid 1 Wna jo. de tijdelijke richtlijn kostenveroordeling kamers voor het notariaat (Staatscourant 2019, nr. 35649) veroordelen in de volgende kosten:

a. € 50,- kosten van klagers;

b. € 3.500,- kosten van behandeling van de klacht door de kamer.

Er zijn geen bijzondere omstandigheden gebleken die aanleiding geven tot een andere beslissing.

5.8 De notaris dient de kosten van klagers en het griffierecht binnen vier weken na het onherroepelijk worden van deze beslissing aan klager te voldoen. Klagers dienen daartoe tijdig schriftelijk hun rekeningnummer aan de notaris door te geven.

5.9 De notaris dient de kosten van de behandeling van de klacht door de kamer na het onherroepelijk worden van deze beslissing te voldoen aan het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak (LDCR), waarbij de in de artikelen 103b lid 3 Wna bepaalde termijn en de wijze waarop de kosten moeten worden voldaan door het LDCR per brief aan de notaris zullen worden meegedeeld.

5.10 Op grond van het voorgaande wordt beslist als volgt.

BESLISSING

De kamer voor het notariaat:

-      verklaart de klachten gegrond;

-      legt de notaris een berisping op;

-      veroordeelt de notaris tot betaling aan klagers van de kosten van klagers van € 50,- en het griffierecht van € 50,- op de wijze en binnen de termijn als hiervóór onder 5.8 bepaald;

-      veroordeelt de notaris tot betaling van € 3.500,- in de kosten van behandeling van de klacht door de kamer, op de wijze en binnen de termijn als hiervóór onder 5.9 bepaald.

Deze beslissing is gegeven door mrs. O.J. van Leeuwen, voorzitter, J.J. Dijk, R.H. Meppelink, J.P. van Harseler, en A.J.H.M. Janssen, leden, in tegenwoordigheid van mr. M. Land-Smorenburg, secretaris, en in het openbaar uitgesproken op 17 oktober 2019.

Tegen deze beslissing van de kamer voor het notariaat kunnen partijen binnen dertig dagen na de datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Amsterdam (postadres, postbus 1312, 1000 BH Amsterdam).