Overheid.nl

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Terug naar overzicht

ECLI:
ECLI:NL:TNORDHA:2018:20
Datum uitspraak:
28-11-2018
Datum publicatie:
05-12-2018
Zaaknummer(s):
18-54
Onderwerp:
Registergoed
Beslissingen:
Klacht ongegrond Klacht gegrond zonder maatregel
Inhoudsindicatie:
De klacht bestaat uit de volgende onderdelen:1. aan klagers is elk het volledig tarief voor kadastraal recht van inschrijving royementsakte in rekening gebracht, terwijl in de betreffende royementsakte royementen van meerdere cliënten worden opgenomen en de notaris feitelijk slechts éénmaal het kadastraal recht aan het Kadaster betaalt. Hierdoor zijn er structureel onjuiste facturen opgemaakt c.q. ten onrechte niet gecorrigeerd; 2. het hogere (niet KIK-tarief) in rekening brengen bij cliënten als onbelast kadastraal recht, terwijl de akte feitelijk voor het lagere KIK-tarief wordt ingeschreven bij het Kadaster en weigeren om desgevraagd (voorafgaand aan het passeren) het KIK-tarief toe te passen en vervolgens bij passeren verstrekken van feitelijk onjuiste informatie (“Wij werken niet met KIK”); 3. kopers aantrekken met een laag tarief voor honorarium voor levering/hypotheek, terwijl aan de verkoper een hoog tarief wordt opgelegd nadat de notariskeuze is gemaakt door de koper; 4. het weigeren om in te gaan op een verzoek voorafgaand aan het passeren om een meer passend honorarium voor royement te hanteren;5. het rekenen van een te hoog bedrag aan kadastrale recherchekosten (meer dan alle andere notariskantoren);6. het weigeren – na daartoe te zijn verzocht – om zelf actie te ondernemen om alle cliënten die op basis van bovenstaande teveel hebben betaald actief restitutie te verlenen.

Kamer voor het notariaat in het ressort Den Haag

Beslissing d.d. 28 november 2018inzake de klacht onder nummer 18-54 van:

 

[klagers];

hierna tezamen ook te noemen: klagers,

gemachtigde [P],

 

tegen

 

[notaris];

notaris te [vestigingsplaats],

hierna ook te noemen: de notaris,

advocaat mr. V.J.N. van Oijen te Amsterdam.

De procedure

De Kamer heeft kennisgenomen van:

·        de klacht, met bijlagen, ingekomen op 30 juli 2018,

·        het antwoord van de notaris, met bijlagen,

·        e-mailbericht van de notaris van 18 september 2018, met bijlage.

 

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 31 oktober 2018. Daarbij waren aanwezig klagers [P] (gemachtigde) en [A], en de notaris bijgestaan door kantoorgenoot mr. [B] en advocaat mr. V.J.N. van Oijen. Van het verhandelde is proces­verbaal opgemaakt met daaraan de door beide partijen overgelegde pleitnotities gehecht.

De feiten

Alle klagers hebben de afgelopen jaren een huis gekocht of verkocht. De notaris was als notaris betrokken bij de levering.

De klacht en het verweer van de notaris

De klacht bestaat uit de volgende onderdelen:

1. aan klagers is elk het volledig tarief voor kadastraal recht van inschrijving royementsakte in rekening gebracht, terwijl in de betreffende royementsakte royementen van meerdere cliënten worden opgenomen en de notaris feitelijk slechts éénmaal het kadastraal recht aan het Kadaster betaalt. Hierdoor zijn er structureel onjuiste facturen opgemaakt c.q. ten onrechte niet gecorrigeerd. De facturen bevatten daarmee tevens een onjuist bedrag voor BTW-afdracht. De notaris ziet aan het einde van het boekjaar dat hij een groot bedrag aan verschotten in rekening heeft gebracht die onbelast zijn van BTW. Er is slechts een fractie van dit bedrag door hem afgedragen aan het Kadaster. Het verschil beschouwt de notaris gemakshalve als inkomsten in plaats van onverschuldigde betaling die hij had moeten crediteren aan de cliënt. Het waren echter geen inkomsten, want dan hadden deze bedragen belast moeten zijn met BTW.

Uit een gerechercheerde royementsakte blijkt dat er 38 hypotheken zijn doorgehaald, terwijl er aan klagers het volledige bedrag “kadastraal recht doorhaling” van € 74,- in rekening is gebracht. Voor deze ene akte is (37 maal € 74,-) € 2.738,- teveel aan kadastraal recht in rekening gebracht bij klagers;

 

2. het hogere (niet KIK-tarief) in rekening brengen bij cliënten als onbelast kadastraal recht, terwijl de akte feitelijk voor het lagere KIK-tarief wordt ingeschreven bij het Kadaster en weigeren om desgevraagd (voorafgaand aan het passeren) het KIK-tarief toe te passen en vervolgens bij passeren verstrekken van feitelijk onjuiste informatie (“Wij werken niet met KIK”).

Bij alle klagers voor wie de notaris de aankoop heeft verzorgd heeft de notaris meer “Inschrijvingskosten Kadaster levering (onbelast)” bij cliënten in rekening gebracht dan hij feitelijk aan het Kadaster heeft betaald, te weten € 168,- (niet KIK-tarief) in plaats van € 103,- (KIK-tarief). Over dit bedrag werd geen BTW op de factuur gerekend, waardoor dit wordt gepresenteerd als een directe doorlevering van een onbelaste dienst, terwijl dit een onjuiste weergave is van de feitelijk af te dragen BTW vanwege de toegevoegde waarde. Het inschrijven tegen niet KIK-tarief is opmerkelijk, omdat er door klager [P] voorafgaand aan het passeren per e-mailbericht is verzocht om het lagere KIK-tarief te hanteren. Ondanks rappel werd daar niet op gereageerd. Bij het passeren stelde de notaris “Wij werken niet met KIK”. Op de website van het notariskantoor staat echter vermeld dat [kantoornaam] (waartoe het notariskantoor behoort) ketenpartner is van KIK.

De kostenbesparingen voor het Kadaster komen niet ten goede aan de cliënten, maar worden door de notaris achtergehouden voor eigen gewin;

 

3. kopers aantrekken met een laag tarief voor honorarium voor levering/hypotheek, terwijl aan de verkoper een hoog tarief wordt opgelegd nadat de notariskeuze is gemaakt door de koper.

Hierdoor is de schijnbaar lage prijsstelling misleidend. De notaris biedt het laagste honorarium aan in de regio voor het opmaken van een akte van levering. Hierdoor kiezen veel kopers voor dit notariskantoor. Voor verkopers hanteert de notaris echter niet een gelijkwaardig laag tarief, maar een relatief hoger tarief. De notaris maakt hierdoor misbruik van zijn monopolypositie.

Zo moesten drie klagers voor doorhaling in totaal € 255,50 betalen, terwijl dat door de verkopers van het huis dat door klager [P] een maand eerder was aangekocht (bij een andere notaris in de regio die voor levering juist duurder was), slechts € 162,20 was, een verschil van 39%. Dit wordt niet alleen veroorzaakt door de doorbelasting van de kadastrale leges, maar ook door het opgelegde honorarium. Het lage tarief voor de koper wordt door de notaris dus deels ten laste gebracht van de verkoper die niet zelf de notaris kiest, waardoor de prijsstelling misleidend is en de kosten niet worden neergelegd waar deze horen te liggen, zonder dat koper zich hiervan bewust is;

 

4. het weigeren om in te gaan op een verzoek voorafgaand aan het passeren om een meer passend honorarium voor royement te hanteren. Klager [P] heeft bij e-mailbericht van 23 juli 2015 aan het notariskantoor verzocht om voor de notariskosten voor doorhaling een meer concurrerend tarief aan te bieden, in lijn met de advertenties van de notaris met betrekking tot de scherpe tarieven. Hierop is ondanks het rappel op 30 juli 2015 niet gereageerd waardoor klager [P] genoodzaakt was het hogere bedrag te betalen;

 

5. het rekenen van een te hoog bedrag aan kadastrale recherchekosten (meer dan alle andere notariskantoren). Dit draagt bij aan het misleidend lage geoffreerde honorarium. De notaris rekent weliswaar het laagste honorarium, maar ook de hoogste “Recherchekosten Kadaster” (€ 60,- in tegenstelling tot €12,50 bij andere notariskantoren). Dit bedrag is tussen 2015 en 2018 niet aangepast, terwijl de feitelijke kosten in deze periode sterk gedaald zijn (€ 3,50 per raadpleging in 2015 naar € 2,40 in 2018). Dit is weer een kostenbesparing door het Kadaster die niet ten goede komt van de cliënt;

 

6. het weigeren – na daartoe te zijn verzocht – om zelf actie te ondernemen om alle cliënten die op basis van bovenstaande teveel hebben betaald actief restitutie te verlenen. Dit terwijl van cliënten niet redelijkerwijs kan worden verwacht dat zij allen kadastrale recherche doen. Als cliënt is het zeer lastig om te kunnen ontdekken dat je teveel hebt betaald. Daarvoor is kennis van de regeling Tarieven Kadaster nodig in combinatie met het opvragen van stukken bij het Kadaster, wat kostbaar en tijdrovend is. Het is derhalve onjuist dat de notaris alleen geld wil restitueren aan cliënten die zelf hebben ontdekt dat ze teveel hebben betaald en weigert actie te ondernemen richting overige cliënten.

 

De algehele conclusie is dat de notaris zich niet heeft gehouden aan de eisen die door de wet aan een notaris worden gesteld. Een notaris dient zich in de uitoefening van zijn beroep en daarbuiten zodanig te gedragen dat het vertrouwen in het notariaat en in zijn eigen beroepsuitoefening niet wordt geschaad. De notaris dient een declaratie op te stellen waarin zowel het honorarium als de overige aan de zaak verbonden kosten duidelijk zijn weergegeven.

 

De notaris heeft ter zitting het volgende aangevoerd. Het laat de notaris niet onberoerd dat klagers hebben gemeend de gang naar de tuchtrechter te moeten maken. Het is een zwaar middel en dat raakt hem. De notaris distantieert zich nadrukkelijk van de forse verwijten die door klagers zijn gemaakt in het e-mailbericht van 20 juli 208 waarin wordt gesproken over “malversaties” en “op listige wijze gepleegde fraude”.

De notaris heeft een ontvankelijkheidsverweer gevoerd, waarover bij de beoordeling meer.

 

Per klachtonderdeel heeft de notaris het volgende aangevoerd:

1. de notaris bestrijdt niet dat aan klagers meer kosten in rekening zijn gebracht ter zake het kadastraal recht dan feitelijk door het Kadaster aan de notaris is berekend. De notaris bestrijdt wel dat hij daarmee tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. De KNB heeft in een nieuwsbericht van 11 juli 2018 het doorberekenen van het volledig tarief voor kadastraal recht van inschrijving royementsakte beoordeeld als “onaanvaardbaar, (ethisch) onjuist, niet transparant en niet zoals een goed notaris betaamt”. Dit artikel heeft nogal wat onrust teweeg gebracht binnen het notariaat, omdat de KNB hiermee een handelwijze “verkettert” die al jaren lang op grote schaal binnen het notariaat gangbaar is of in ieder geval tot voor kort was. Bij bericht van 17 augustus 2018 nuanceert de voorzitter van de KNB zijn eerdere bericht. Een notaris mag geen “substantiële winst” maken op de doorbelasting van verschotten, maar moet zijn inkomen halen uit honorarium. Wat onder “substantiële winst” wordt verstaan is onduidelijk. De berichten van de KNB zijn onverenigbaar met elkaar en zij zadelt hiermee het notariaat op met een onduidelijke situatie.

De notaris fungeert in onderhavige klacht als “kop van jut”. Zijn kantoor staat als enige in de spotlights. De notaris vindt dit niet terecht, omdat hij naar zijn mening adequaat heeft gereageerd op de berichten van de KNB. In de brief van 23 juli 2018 aan [P] schrijft de notaris:

“(…)

Naar aanleiding van de recente berichten van de KNB heeft mijn kantoor haar handelwijze met betrekking tot de hiervoor bedoelde kosten bovendien reeds aangepast. Ik hecht er aan te melden dat mijn kantoor de BTW aangifte methodiek al gewijzigd had naar aanleiding van een eerder bericht daarover van de KNB. Mijn kantoor voldoet dan ook volledig aan de door de KNB op dit moment gegeven richtlijnen voor het declareren van (royements)kosten.

“(…)”

 

De notaris paste niet alleen zijn handelwijze aan, maar hij heeft ook contact gezocht met de KNB voor advies hoe om te gaan met gevallen uit het verleden. Van de KNB kwam een onbevredigende reactie. Het is nota bene de KNB geweest die [P] heeft geadviseerd om de klachten in te dienen bij de Kamer. Dit heeft de notaris nogal verbaasd.

 

De notaris voldoet met zijn offertes en tarifering aan het wettelijke kader van art. 55 lid 1 Wna, art. 10 lid 2 en 3 Verordening beroeps- en gedragsregels 2011 en jurisprudentie van het Hof Amsterdam (26 juli 2016, ECLI:GHAMS:2016:2992 en 11 februari  2012, ECLI:GHAMS:2012:4377). Volgens het Hof is het “toepassen van een vast tarief voor (…) [kadaster]kosten (…) toelaatbaar”, mits geen sprake is van kosten, “zodanig excessief dat het tarief in strijd komt met wat een notaris in dit opzicht betaamt”. Klagers betaalden een vast bedrag van € 74,- of € 21,-, hetgeen niet buitensporig is;

 

2. op voorhand is niet (altijd) duidelijk of een akte wel of niet via KIK kan worden ingediend.

Volgens het Hof is het “toepassen van een vast tarief voor (…) [kadaster]kosten (…) toelaatbaar”, mits geen sprake is van kosten, “zodanig excessief dat het tarief in strijd komt met wat een notaris in dit opzicht betaamt”. Klagers betaalden een vast bedrag van € 103,- (in plaats van € 65,-) hetgeen niet buitensporig is.

De bij klagers in rekening gebrachte kosten zijn binnen de door het Hof vastgestelde tuchtrechtelijke marges gebleven;

 

3. er is sprake van een vrije markt met vrije tarieven. De handelwijze van de notaris is in overeenstemming met de daarvoor gestelde normen.

 

De notaris merkt nog op dat de vraag gesteld moet worden of de tuchtrechter wel de meest aangewezen instantie is om – in een vrije markt – te oordelen over de door de notaris gehanteerde tarieven;

 

4. de marktwerking in het notariaat brengt met zich mee dat het aan de notaris is voorbehouden om een tarief te bepalen voor zijn werkzaamheden;

 

5. de notaris is vrij in het bepalen van zijn tarieven. Zijn tarieven zijn marktconform. Door andere notarissen gehanteerde tarieven zijn niet relevant;

 

6. het is legitiem dat de notaris de uitkomst van de ledenraad van de KNB en het vast te stellen beleid afwacht.

 

De beoordeling van de ontvankelijkheid

Wat betreft de ontvankelijkheid hebben klagers ter zitting het volgende gesteld. Klagers bestrijden dat er met de notaris een minnelijke regeling is getroffen. Dat de notaris de ten onrechte in rekening gebrachte bedragen louter uit coulance wil terugbetalen is voor klagers volstrekt onvoldoende. Reden hiervoor is dat het geen misverstand betreft, maar er structureel misleidend is gehandeld voor eigen gewin.

Klagers hebben wel degelijk een redelijk belang bij de behandeling van de klacht. Klagers willen erkenning voor het feit dat de notaris onjuist heeft gehandeld. Bovendien heeft de handelwijze van de notaris ervoor gezorgd dat klagers mogelijk een onjuiste aangifte inkomstenbelasting hebben ingediend.

Indien klagers van mening waren dat het slechts om een onverschuldigde betaling ging, hadden zij zich tot de civiele rechter gewend.

Dat de klachten prematuur zouden zijn, omdat de ledenraad van de KNB zich hierover moet buigen en de notaris zich zal conformeren aan het daar opgestelde beleid snijdt geen hout, omdat er hier geen sprake is van beleidsmatige vragen. Onderwerp van geschil is het bewust onjuist factureren, hetgeen strijdig is met de wet. De ledenraad heeft ondertussen plaatsgevonden en de voorzitter van de KNB heeft het volgende hierover gemeld:

“de ledenraad was net als het bestuur van de KNB van mening dat de regels op dit punt al voldoende duidelijk zijn, maar kon zich wel vinden in het voorstel van het bestuur van de KNB om een nadere toelichting op de regelgeving op te stellen om elk misverstand, wat er dan blijkbaar bij sommige notarissen bestaat, weg te nemen.

(…)

Wij zijn voornemens de uitspraak van de tuchtrechter in de door u aangespannen tuchtzaak daarbij mee te nemen, uiteraard indien mogelijk en voor zover relevant”.

 

De redenering van de notaris dat het delen van een klacht met de KNB klagers niet-ontvankelijk zou maken gaat simpelweg niet op, al was het maar omdat daarmee de klachtbemiddeling door de KNB automatisch de weg naar de Kamer zou afsluiten. En zoals zojuist aangegeven wil de KNB juist de tuchtzaak betrekken in een nadere toelichting op de regelgeving.

 

Wat betreft de ontvankelijkheid heeft de notaris het volgende aangevoerd. De notaris heeft met klager [P] voor de indiening van de klacht al een minnelijke regeling getroffen. [P] heeft alle door hem betaalde kosten, maar daarnaast ook het volledige honorarium terugbetaald gekregen. De notaris heeft aan de overige klagers ook een minnelijke regeling aangeboden. De door hen (te veel) betaalde (kadaster)kosten zullen vergoed worden. Dit voorstel is aanvaard. De notaris kon dit pas doen na indiening van de klacht, omdat [P] weigerde de namen te noemen van de andere personen dit hij vertegenwoordigd.

 

Klagers hebben vooral – of in elk geval mede – het oog op de belangen van derden, te weten niet nader genoemde “andere cliënten” en de Belastingdienst. Zonder een daartoe strekkende volmacht kunnen die partijen niet door klagers worden vertegenwoordigd. Bovendien is de aanduiding “alle benadeelde cliënten” veel te ruim en daarmee te vaag.

Verder maakt het gegeven dat met klagers een minnelijke regeling is getroffen, dat klagers geen redelijk belang meer hebben bij hun klacht. Klagers hebben geen direct of afgeleid belang bij de door andere cliënten betaalde kosten. Evenmin kan het belang van de Belastingdienst worden aangemerkt als een (eigen) belang van klagers. Klagers kunnen dus alleen klagen namens zichzelf. Zij kunnen niet klagen in het algemeen belang. Doordat er een minnelijke regeling is getroffen vervalt het belang van klagers. Klagers dienen daarom niet-ontvankelijk te worden verklaard.

 

De onderhavige kwestie is reeds bekend bij KNB en BFT. Beide instanties kunnen, anders dan klagers, klagen in het algemeen belang.

Bovendien is de klacht prematuur. Er zal een ledenraad van de KNB plaatsvinden en de notaris heeft al eerder aangegeven dat hij zich zal conformeren aan dat beleid.

Bovendien is de KNB al sinds september 2017 van de kwestie van de doorberekening van de kadasterkosten op de hoogte, maar pas sinds juli/augustus 2018 heeft zij haar leden meegedeeld dat dit niet zou zijn toegestaan. De KNB is aan zet te komen met duidelijke regelgeving, die voor alle notarissen in Nederland gaat gelden. Dat beleid is ook aangekondigd door de KNB. Het is spijtig dat klagers daar niet op willen wachten.

 

De Kamer overweegt het volgende. Uit de toelichting ter zitting is gebleken dat het klagers gaat om hun eigen belang. Hun vertrouwen in het notariaat is geschaad. Klagers willen erkenning voor het feit dat de notaris onjuist heeft gehandeld. Bovendien heeft de handelwijze van de notaris ertoe geleid dat klagers mogelijk een onjuiste aangifte inkomstenbelasting hebben ingediend. De notaris heeft pas actie ondernomen, nadat klagers daarover hadden geklaagd. Ondanks de getroffen minnelijke regeling met klagers is van hun eigen belang voldoende gebleken. Klagers zijn ontvankelijk in hun klacht, behoudens met betrekking tot klachtonderdeel 6, waarover hierna meer.

 

De inhoudelijke beoordeling van de klacht

Ter beoordeling van de Kamer staat of de notaris heeft gehandeld in strijd met de tuchtnorm als geformuleerd in artikel 93 Wna. Een notaris is aan tuchtrechtspraak onderworpen ter zake van handelen of nalaten in strijd met hetzij enige bij of krachtens deze wet gegeven bepaling, hetzij met de zorg die hij als notaris behoort te betrachten ten opzichte van degenen te wier behoeve hij optreedt, alsmede ter zake van handelen of nalaten dat een behoorlijk notaris niet betaamt. 

 

Voor zover het klachtonderdeel 1 betreft overweegt de Kamer als volgt. Uit een deugdelijke declaratie moet blijken wat de daadwerkelijk gemaakte kosten zijn. Met de inzichten van nu mag de cliënt ervan uitgaan dat de kosten die staan vermeld in de declaratie, daadwerkelijk gemaakte, reële kosten zijn. Voor zover dit anders zou zijn dient de notaris dit van tevoren kenbaar te maken. Vast is komen te staan dat de notaris hogere bedragen aan kosten aan klagers in rekening heeft gebracht, zonder klagers van dit feit vooraf op de hoogte te stellen. De wijze van declareren voldoet daardoor niet aan hetgeen van een behoorlijk notaris verwacht mocht worden. Dit klachtonderdeel is gegrond.

 

Voor zover het klachtonderdeel 2 betreft overweegt de Kamer als volgt. Ook voor het in rekening brengen van het KIK-tarief of niet KIK-tarief geldt dat uit de declaratie moet blijken wat de daadwerkelijk gemaakte kosten zijn. Indien er alsnog wordt ingeschreven tegen KIK-tarief, terwijl er voor nietKIK-tarief is geoffreerd, dient dit van tevoren kenbaar te worden gemaakt aan cliënten.

De declaratie dient dan te worden aangepast. Dit klachtonderdeel is gegrond, behoudens met betrekking tot klager [P], die immers stelt aan de notaris, voorafgaand aan het passeren, verzocht te hebben het KIK-tarief toe te passen. De Kamer heeft niet kunnen vaststellen dat [P] door de notaris met betrekking tot dit aspect onjuist is geïnformeerd.

 

Over klachtonderdeel 3 wordt het volgende overwogen. Vast is komen te staan dat uit de declaratie niet blijkt dat het lage tarief voor de koper niet zonder meer geldt voor de verkoper: de goedkope prijsstelling voor de levering ten opzichte van dure prijsstelling voor royement is aanleiding om aan te nemen dat het verdienmodel verlegd wordt van koper naar verkoper. De Kamer acht dit in strijd met art 10 lid 3 Verordening beroeps- en gedragsregels 2011.

 

Deze handelswijze wordt van tevoren niet kenbaar gemaakt aan cliënten. Hierdoor is de wijze van declareren niet transparant. Nu de koper de notaris kiest en de verkoper “veroordeeld” is tot de behandeld notaris is de prijsstelling misleidend. Dit leidt tot een gegrondheid van dit klachtonderdeel.

 

Voor zover het klachtonderdeel 4 betreft overweegt de Kamer als volgt. Van een notaris mag een redelijke reactie worden verwacht. Het is echter zo dat een notaris zijn eigen tarieven bepaalt. Op het verzoek van een cliënt om de prijs te verlagen hoeft de notaris gezien de vrije tarieven niet in te gaan. Dit klachtonderdeel is ongegrond.

 

Over klachtonderdeel 5 overweegt de Kamer het volgende. Bij gebrek aan verdere gegevens is de Kamer niet in staat om te beoordelen of het door de notaris gehanteerde tarief, mede gelet op de aan recherche te besteden tijd, te hoog is. Dit klachtonderdeel is ongegrond.

 

Voor zover het klachtonderdeel 6 betreft overweegt de Kamer als volgt. Dit klachtonderdeel ziet op het algemeen belang, c.q. het belang van anderen dan klagers. Klagers worden niet-ontvankelijk verklaard nu er geen volmacht is overgelegd van de derden voor wie zij klagen.

 

Geen maatregel

Uit de stukken en de toelichting daarop ter zitting is duidelijk geworden dat binnen het notariaat de wijze van declareren waarover de klachtonderdelen in essentie gaan in het notariaat tot voor kort geenszins ongebruikelijk was en breed werd toegepast. Pas recent is binnen de KNB en het notariaat hier discussie over ontstaan. Omdat de notaris zijn declaratiegedrag heeft aangepast en deze wijze van declareren kennelijk usance was in het notariaat ziet de Kamer een aanleiding om geen maatregel op te leggen.

 

 

De beslissing

De Kamer voornoemd:

 

verklaart klagers niet-ontvankelijk in klachtonderdeel 6;

 

verklaart de klachtonderdelen 4 en 5 ongegrond;

 

verklaart de klachtonderdelen 1 tot en met 3 gegrond, behoudens klachtonderdeel 2 van klager [P];

 

legt de notaris geen maatregel op.

 

 

Deze beslissing is gegeven door mrs. A.F.L. Geerdes, voorzitter, R.R. Roukema en R.B. van der Horst, en in tegenwoordigheid van de secretaris, mr. F.S. Pietersma-Smit, in het openbaar uitgesproken op 28 november 2018.

 

 

 

 

 

 

Kopie van deze beslissing wordt bij aangetekende brief aan partijen gezonden. Tegen deze beslissing staat hoger beroep open bij het Gerechtshof te Amsterdam, postbus 1312, 1000 BH  Amsterdam. Het beroepschrift dient binnen dertig dagen na de dagtekening van genoemde brief door het Hof te zijn ontvangen, waarbij de datum van ontvangst door het Hof bepalend is.

Meer informatie

Acties

Meta gegevens