Overheid.nl

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Terug naar overzicht

ECLI:
ECLI:NL:TGZRSGR:2020:12
Datum uitspraak:
14-01-2020
Datum publicatie:
14-01-2020
Zaaknummer(s):
2019-075a
Onderwerp:
Overige klachten
Beroepsgroep:
Arts
Beslissingen:
Inhoudsindicatie:
Klaagster niet-ontvankelijk in de klacht tegen een gynaecoloog. De beklaagde behoort niet tot de kring van personen over wie bij het College kan worden geklaagd. Klaagster niet-ontvankelijk verklaard. 

Het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te Den Haag heeft de volgende beslissing gegeven inzake de klacht van:

 

A,

wonende te B,

klaagster,

gemachtigde: mr. M.J. de Wit-Jansen, werkzaam te Etten-Leur,

 

tegen:

 

C, gynaecoloog,

werkzaam te B,

beklaagde,

gemachtigde: mr. O.L. Nunes, werkzaam te  Utrecht.

 

 

1.                 Het verloop van de procedure

 

1.1             Het verloop van de procedure blijkt uit:

-      het klaagschrift, ontvangen op 20 maart 2019;

-      het aanvullend klaagschrift;

-      het verweerschrift.

 

1.2             De partijen hebben afgezien van de mogelijkheid om in het vooronderzoek mondeling te worden gehoord.



1.3             Het College heeft de klacht op 3 december 2019 in raadkamer behandeld.

  

2.                 De feiten



Klaagster is op 18 juni 2013 geopereerd. Beklaagde trad op als buitenlandse gastoperateur tijdens deze operatie, onder supervisie van een andere gynaecoloog (beklaagde in zaaknummer 2019-075b). Beklaagde is sinds 2014 geregistreerd in het BIG-register.



3.                 De beoordeling



De persoon tegen wie de klacht is gericht stond ten tijde van het handelen waarop de klacht ziet niet ingeschreven in een van de registers, bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (Wet BIG) en is ook niet op grond van artikel 36a van die wet onderworpen aan tuchtrechtspraak door het College. De beklaagde behoort dus niet tot de kring van personen over wie bij het College kan worden geklaagd.

 

4.                 De beslissing



Het College:

 

-     verklaart klaagster niet-ontvankelijk in de klacht.

 

Deze beslissing is gegeven op 14 januari 2019 door  E.J. Daalder, voorzitter, P.M. de Keuning, lid-jurist, G.L. Bremer, I. Dawson, A.L.M. Mulder, leden-beroepsgenoten, bijgestaan door E.C. Zandman, secretaris.

 

voorzitter                                                                                           secretaris

 

Tegen deze beslissing kan in de volgende gevallen schriftelijk beroep worden ingesteld bij het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg:

a.      Heeft u de klacht ingediend? Dan kunt u in beroep als

- het college u of uw klacht geheel of gedeeltelijk niet-ontvankelijk heeft verklaard of

- als de klacht geheel of gedeeltelijk ongegrond is verklaard.

Bij een gedeeltelijke niet-ontvankelijkverklaring of een gedeeltelijke ongegrondverklaring kan uw beroep alleen betrekking hebben op dat deel van de beslissing.

b.     Is de klacht tegen u gericht? Dan kunt u altijd in beroep.

c.      Ook de inspecteur van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd kan beroep instellen.

U moet het beroepschrift richten aan het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg, maar opsturen naar de secretaris van het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te Den Haag. Daar moet het zijn ontvangen binnen zes weken nadat de beslissing aan u is verstuurd.

Als u beroep instelt, moet u € 50,- griffierecht betalen aan het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg. U ontvangt hierover bericht. Als u geheel of gedeeltelijk in het gelijk wordt gesteld, wordt het griffierecht aan u terugbetaald.

 

Meer informatie

Acties

Meta gegevens