Aankondigingen over uw buurt

Zoals bouwplannen en verkeersmaatregelen.

Dienstverlening

Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies.

Beleid & regelgeving

Officiële publicaties van de overheid.

Contactgegevens overheden

Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.

ECLI:NL:TGZREIN:2020:3 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 1970b

ECLI: ECLI:NL:TGZREIN:2020:3
Datum uitspraak: 08-01-2020
Datum publicatie: 08-01-2020
Zaaknummer(s): 1970b
Onderwerp: Overige klachten
Beslissingen:
Inhoudsindicatie: Verwijt aan huisartsen, werkzaam in een Penitentiaire Inrichting, dat zij niet hebben ingegrepen toen ze wisten dat klager in de isoleercel werd geplaatst, waardoor zij het systeem in stand houden. Geen betrekking op de individuele gezondheidszorg. Klager niet-ontvankelijk.

Uitspraak: 8 januari 2020

 

HET REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG

TE EINDHOVEN

heeft het volgende overwogen en beslist omtrent de op 29 maart 2019 ingekomen klacht van:

[A]

destijds verblijvende te [B]

klager

tegen:

[C]

huisarts

werkzaam te [D]

verweerder

gemachtigde mr. drs. S. Slabbers te Utrecht

1. Het verloop van de procedure

Het college heeft kennisgenomen van:

-       het klaagschrift en de aanvulling daarop van 23 april 2019

-       de brief d.d. 15 april 2019 van de secretaris aan klager

-       de brief d.d. 8 mei 2019 van de secretaris aan de penitentiaire inrichting

-       de e-mail d.d. 12 juni 2019 van de penitentiaire inrichting

-       het verweerschrift

-       de brieven van de secretaris aan de gemachtigde van verweerder van 14 augustus en 30 augustus 2019

-       de brieven van de gemachtigde van verweerder aan de secretaris van 19 augustus en

2 september 2019.

Partijen hebben geen gebruik gemaakt van het aangeboden mondelinge vooronderzoek.

De klacht is ter openbare zitting van 29 november 2019 behandeld. Partijen waren aanwezig. Verweerder werd bijgestaan door zijn gemachtigde, die heeft gepleit aan de hand van de door haar overgelegde pleitnota.

2. De feiten

Het gaat in deze zaak om het volgende.

Klager is op 20 juli 2019 aangehouden en overgebracht naar de Penitentiaire Inrichting (P.I.) in verband met het uitzitten van een gevangenisstraf van vier weken. In eerste instantie is klager voor de medische intake gezien door een verpleegkundige. Klager weigerde zijn medewerking. De verpleegkundige heeft dit gemeld aan de wachtcommandant, die vervolgens overleg heeft gehad met de directie van de P.I.. Op diezelfde dag heeft de vestigingsdirecteur van de P.I. klager een ordemaatregel opgelegd, te weten veertien dagen afzondering in een afzonderingscel en observatie d.m.v. cameratoezicht. Deze maatregel werd genomen omdat klager iedere medewerking weigerde m.b.t. de medische dienst en zelfs de arts niet te woord wilde staan, terwijl binnen de setting van een P.I. van klager verwacht werd dat hij meewerkte. Door de weigering was het niet mogelijk klager op de afdeling te plaatsen en werd cameratoezicht opgelegd voor zijn eigen veiligheid. Uit de beslissing blijkt voorts dat klager door de vestigingsdirecteur is gehoord voordat de ordemaatregel is genomen. Verweerder heeft klager op diezelfde dag nog (20 juli 2019) in de afzonderingscel bezocht in verband met zijn weigering om mee te werken aan de intake. Klager weigerde de vragen van verweerder te beantwoorden en zei alleen dat hij niet wilde meewerken. Verweerder heeft klager nadien niet meer gezien of gesproken.

3. Het standpunt van klager

Verweerder wordt verweten dat hij:

-       in de P.I. functioneert in een systeem dat klager dwingt informatie met hem te delen en dat hij verantwoordelijk is voor aan klager opgelegde sancties als klager niet van de diensten gebruik maakt;

-       niet klagers belang, maar het belang van de organisatie waar verweerder in dienst is voorop heeft gesteld;

-       klager niet goed heeft ingelicht over de consequenties van het niet meewerken aan de intake, namelijk dat dit betekende dat klager in de isoleercel zou worden geplaatst, waardoor aan klager schade is toegebracht;

-       geen afstand heeft genomen van de beslissing tot het plaatsen van klager in de isoleercel terwijl het plaatsen in een isoleercel gelijk staat aan martelen en folteren.

4. Het standpunt van verweerder

Primair stelt verweerder dat klager niet-ontvankelijk is omdat de plaatsing in een isoleercel en het beleid terzake niet valt onder individuele gezondheidszorg. Het is niet verweerder geweest die heeft besloten om klager in een isoleercel te plaatsen.

Subsidiair stelt verweerder dat klager niet-ontvankelijk is omdat een P.I. een eigen rechtsgang heeft via de Commissie van Toezicht.

Meer subsidiair stelt verweerder dat de klacht ongegrond moet worden verklaard. Verweerder heeft klager niet gedwongen informatie met hem te delen en is niet betrokken geweest bij opleggen van de ordemaatregel. Hij heeft klager ook niet kunnen waarschuwen voor eventuele consequenties van het niet meewerken aan een medische intake omdat verweerder klager pas heeft gezien in de isoleercel.

5. De overwegingen van het college

Het college dient als eerste te oordelen over het niet-ontvankelijkheidsverweer.

Het college vat de klacht van klager zo op dat hij verweerder verwijt dat hij had moeten ingrijpen toen verweerder wist dat klager in de isoleercel werd geplaatst omdat verweerder op deze wijze het systeem in stand houdt. Het college is van oordeel dat de klacht in al zijn onderdelen op geen enkele wijze betrekking heeft op de individuele gezondheidszorg. Om die reden zal het college klager niet-ontvankelijk verklaren.

6. De beslissing

Het college:

-       verklaart klager niet-ontvankelijk.

Aldus beslist door E.C.M. de Klerk , voorzitter, A.H.M.J.F. Piëtte , lid-jurist,

C.L.S.M. Stuurman, M.A.M.U. Vermeulen en W.F.R.M. Koch, leden-beroepsgenoten, in aanwezigheid van C.W.M. Hillenaar, secretaris en uitgesproken door C.D.M. Lamers op

8 januari 2019 in aanwezigheid van de secretaris.