Overheid.nl

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Terug naar overzicht

ECLI:
ECLI:NL:TGZRSGR:2019:3
Datum uitspraak:
02-01-2019
Datum publicatie:
02-01-2019
Zaaknummer(s):
2018-185
Onderwerp:
Onjuiste behandeling/verkeerde diagnose
Beroepsgroep:
Arts
Beslissingen:
Inhoudsindicatie:
 Kennelijk ongegronde klacht tegen een psychiater. Vast staat dat destijds een andere psychiater heeft besloten om de dosering hasperidol te verhogen, ten aanzien van dit onderdeel geen tuchtrechtelijk verwijt. Naar het oordeel van College is de beslissing van verweerster om de dosering niet te verlagen verdedigbaar. Dat klager veel last ondervindt van de bijwerkingen kan verweerster niet verweten worden omdat de hoge dosering van hasperidol geïndiceerd is.Klacht afgewezen.

 

Het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te Den Haag heeft de volgende beslissing gegeven inzake de klacht van:

 

A,

verblijvende te B,

klager,

 

tegen:

 

C, psychiater,

werkzaam te B,

verweerster,

gemachtigde: mr. drs. P.A. de Zeeuw, werkzaam te Amsterdam.

 

 

1.           Het verloop van de procedure

 

1.1       Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het klaagschrift met bijlage, ontvangen op 8 augustus 2018

- het verweerschrift met bijlagen

- het proces-verbaal van het mondelinge vooronderzoek op 29 oktober 2018

 

1.2       Het College heeft de klacht op 14 november 2018 in raadkamer behandeld.  

 

2.          De feiten



2.1       Klager verblijft sinds februari 2016 in D in B. Verweerster was vanaf 1 april 2016 tot 1 april 2017 in hoedanigheid van arts-assistent in opleiding tot psychiater betrokken bij de behandeling van klager, dit onder supervisie van psychiater E. Sinds 1 oktober 2017 is verweerster in dienst bij D en is zij klagers behandelend psychiater.

 

2.2       Sinds mei 2016 krijgt klager haloperidol voorgeschreven, eerst in orale vorm en later in depotvorm. Begin 2017 kreeg klager 25 mg haloperidol per twee weken toegediend. Psychiater E heeft de dosering haloperidol in augustus 2017 verhoogd naar 50 mg per twee weken in augustus 2017 en verder verhoogd naar 75 mg per twee weken in september 2017. In klagers dossier staat hierover:

’ (…) Door: E op: 04-08-2017 (…)

Ik vertel dat ik mij zorgen maak over met gaten dat ik vind dat we de medicatie moeten verhogen van 25 naar 50 mg per twee weken. (…) Hij j trekt zich terug en maakt een psychotische indruk. Heeft geen enkel inzicht in zijn ziekte, geen besef. Wil niet meewerken aan de behandeling van varices. (…). Geen dreiging of spanning waarneembaar bij patiënt maar vele symptomen (…). Symptomen duiden op (onder- behandelde) psychose.’

Sinds januari 2018 heeft verweerster de dosering haloperidol verlaagd naar 70 mg per twee weken.  

 

2.3       Klager heeft steeds aangegeven dat hij een lagere dosering haloperidol wil vanwege de bijwerkingen. Klagers wens is daarom herhaaldelijk onderwerp van gesprek geweest. In klagers dossier staat hierover:

‘(…) Door: C op: 18-01-2018 (…)

Geen aanwijzingen voor decompensatie, blijft stabiel. Probleem is nu gebrek aan openheid en gebrek aan mogelijkheden om de subtielere psychotische symptomen in te schatten. Geen verdere verlaging zonder meer openheid bij pt. (…)

 

Door: C op: 13-02-2018 (…)

Psychose in remissie, antisociale trekken op voorgrond. Heeft vermoeidheidsklachten van haldoldepot, maar is te weinig in zicht om een eventuele decompensatie te constateren, waardoor verlagen nu niet veilig wordt geacht. (…)

 

Door: F op: 04-04-2018 (…)

Tevens terugkoppeling gegeven over de eventuele medicatieverlaging. In de BB is besproken dit niet door te voeren. Dit omdat pt nog te weinig in zicht is en staf dus ook slecht hoogte van hem kan krijgen. (…)

 

Door: F op: 16-07-2018 15:25 Gesproken met psychiater en ANIOS

RvC/ Bespreken dwangtraject (…)

- Pt zou het depot weigeren wanneer de dwangbehandeling wordt beëindigd en de dosering niet verlaagd wordt.

- Ook als het depot als verlofvoorwaarde zou gaan gelden dan zou pt het depot weigeren omdat hij het verlof niet dusdanig belangrijk vindt. (…)

Voorstel is om de dwangbehandeling te verlengen gezien de gebrekkige motivatie van pt om de haloperidol in de juiste hoeveelheid te blijven innemen.’

 

2.4       Tot op heden krijgt klager 70 mg haloperidol per twee weken in depotvorm.

 

3.          De klacht



Klager verwijt verweerder - zakelijk weergegeven – dat zij de dosis haloperidol onnodig heeft verhoogd naar 70 mg per twee weken, enkel omdat er geen bloedspiegel was te vinden. Van de hoge dosering haloperidol heeft klager veel bijwerkingen.

 

4.       Het standpunt van verweerster

 

Verweerster heeft de klacht en de daaraan ten grondslag gelegde stellingen bestreden. Voor zover nodig wordt daarop hieronder ingegaan.

 

5.       De beoordeling



5.1       Het College stelt vast dat destijds een andere psychiater heeft besloten om de dosering haloperidol te verhogen van 20 mg naar 50 mg en vervolgens naar 75 mg per twee weken. Verweerster treft dan ook ten aanzien van dit onderdeel geen tuchtrechtelijk verwijt. Uit klagers dossier blijkt dat de beslissing om de dosering te verhogen naar 75 mg per twee weken is ingegeven door de aanwezigheid van psychotische symptomen, die duiden op een (onder behandelde) psychose. De verhoging was gebaseerd op het klinisch beeld en niet op de lage bloedspiegel. Het meten van de bloedspiegel is mogelijk uitsluitend gebruikt voor het bepalen of klager medicatietrouw was.

Het College is verder van oordeel dat verweersters beslissing om de dosering vervolgens niet verder te verlagen dan naar 70 mg per twee weken verdedigbaar is. Verweerster heeft haar beslissing telkens in de door haar gemaakte aantekeningen onderbouwd. Hoezeer het College ook begrijpt dat klager veel last ondervindt van de bijwerkingen, maar dat valt verweerster niet te verwijten omdat, zoals overwogen, de hoge dosering van de haloperidol geïndiceerd is.

 

Om bovenstaande redenen zal de klacht zonder nader onderzoek als kennelijk ongegrond worden afgewezen.

 

6.       De beslissing



Het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te Den Haag beslist als volgt:

 

wijst de klacht af.

 

Deze beslissing is gegeven op 2 januari 2019 door W.N.L. Donker, voorzitter, M.W. Koek, lid-jurist, A.M. van Hemert, M. Bezemer, P.C.L.A. Lambregts, leden-beroepsgenoten, bijgestaan door B.J. Dekker, secretaris.

 

 

 

voorzitter                                                                                          secretaris

 

Tegen deze beslissing kan binnen zes weken na de dag van verzending van het afschrift ervan schriftelijk hoger beroep worden ingesteld bij het Centrale Tuchtcollege voor de Gezond­heidszorg door:

a.         de klager en/of klaagster, voor zover de klacht is afgewezen, of voor zover hij/zij niet-ontvankelijk is verklaard;

b.         degene over wie is geklaagd;

c.         de hoofdinspecteur of de regionale inspecteur Gezondheidszorg en Jeugd, wie de aangelegenheid uit hoofde van de hem toevertrouwde belangen aangaat.

Het tot het Centrale Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg gerichte beroep­schrift wordt ingezon­den bij de secretaris van het Regionaal Tuchtcolle­ge voor de Gezondheidszorg te

Den Haag, door wie het binnen de beroepstermijn moet zijn ontvangen.

 

 

 

Meer informatie

Acties

Meta gegevens