Overheid.nl

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Terug naar overzicht

ECLI:
ECLI:NL:TGZRSGR:2019:20
Datum uitspraak:
15-01-2019
Datum publicatie:
15-01-2019
Zaaknummer(s):
2018-113a
Onderwerp:
Overige klachten
Beroepsgroep:
Fysiotherapeut
Beslissingen:
Inhoudsindicatie:
 Klaagster niet-ontvankelijk in de klacht tegen klachtenfunctionaris van een huisartsenpraktijk die geregistreerd staat als fysiotherapeut. De klachtenfunctionaris heeft niet gehandeld in haar hoedanigheid van fysiotherapeut. Klaagster niet-ontvankelijk. 

 

Het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te Den Haag heeft de volgende beslissing gegeven inzake de klacht van:

 

A,

wonende te B,

klaagster,

 

tegen:

 

C, fysiotherapeut,

werkzaam te D,

verweerster,

gemachtigde: mr. R.J. Peet, werkzaam te Utrecht.

 

 

1.           Het verloop van de procedure

 

1.1       Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het klaagschrift met bijlagen, ontvangen op 29 mei 2018

- het verweerschrift.

 

1.2       Het College heeft de klacht op 4 december 2018 in raadkamer behandeld, in eerste instantie om te beoordelen of klaagster kan worden ontvangen in haar klacht jegens verweerster.   

 

2.          De feiten



2.1             Klaagster, geboren in 1986, heeft op 8 februari 2018 in de avonduren telefonisch contact opgenomen met E vanwege onder andere ondraaglijke hoofdpijnen. Omdat zij van mening was dat zij niet goed te woord was gestaan, niet serieus is genomen en haar situatie totaal is onderschat, heeft zij op diezelfde dag een klacht laten indienen bij E over de slechte hulpverlening.

 

2.2       Verweerster is zelfstandig gevestigd fysiotherapeut. Daarnaast was zij als klachtenfunctionaris in loondienst bij de huisartsenpost E in D. Inmiddels is verweerster niet meer werkzaam bij E. Zij is deels betrokken geweest bij de behandeling van de door klaagster ingediende klacht.

 

3.          De klacht



Klaagster verwijt verweerster dat klaagster niet serieus is genomen. Ondanks de belofte van verweerster dat er een gesprek tussen alle partijen zou plaatsvinden, heeft dat gesprek nooit plaatsgevonden. Op de mail van klaagster werd niet meer gereageerd.

 

4.        Het standpunt van verweerster

 

Verweerster heeft primair een beroep gedaan op de niet-ontvankelijkheid van klaagster en subsidiair de klachten en de daaraan ten grondslag gelegde stellingen bestreden. Voor zover nodig wordt daarop hieronder ingegaan.

 

5.        De beoordeling



5.1       Klaagster kan niet worden ontvangen in haar klacht.

 

5.2       Wat verweerster in deze zaak (als BIG-geregistreerde fysiotherapeut) wordt verweten is geen handelen dat wordt bestreken door de eerst tuchtnorm (artikel 47, lid 1 aanhef en onder a Wet BIG), die kort gezegd betrekking heeft op de (behandel)relatie tussen een zorgverlener en een patiënt.

Volgens de tweede tuchtnorm (artikel 47, lid 1 aanhef en onder b Wet BIG) is verweerster ook  onderworpen aan tuchtrechtspraak ter zake van enig ander dan onder a bedoeld handelen of nalaten in strijd met het belang van een goede uitoefening van de individuele gezondheidszorg. Daarvoor is vereist dat dit handelen of nalaten is verricht in de hoedanigheid van BIG-geregistreerde fysiotherapeut én voldoende weerslag heeft op de individuele gezondheidszorg.

Het College stelt vast dat verweerster in haar functie van klachtenfunctionaris in ieder geval niet heeft gehandeld in haar hoedanigheid van fysiotherapeut. Reeds op basis hiervan kan klaagster niet worden ontvangen in haar klacht. In het midden kan daarom blijven of het door klaagster in haar klacht aan de orde gestelde handelen of nalaten (voldoende) weerslag heeft op de individuele gezondheidszorg.

 

5.3       Hoewel het College zich de frustratie van klaagster over de behandeling van de klacht kan voorstellen, kan dit niet aan verweerster worden verweten.

 

6.       De beslissing



Het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te Den Haag beslist als volgt:

 

verklaart klaagster niet-ontvankelijk in de klacht.

 

Deze beslissing is gegeven op 15 januari 2019  door  N.B. Verkleij, voorzitter, J.E. Geensen en W.M. Mooij, leden-beroepsgenoten, bijgestaan door I.C.M. Spitters-Vermeulen, secretaris.

 

 

voorzitter                                                                                          secretaris

 

Tegen deze beslissing kan binnen zes weken na de dag van verzending van het afschrift ervan schriftelijk hoger beroep worden ingesteld bij het Centrale Tuchtcollege voor de Gezond­heidszorg door:

a.         de klager en/of klaagster, voor zover de klacht is afgewezen, of voor zover hij/zij niet-ontvankelijk is verklaard;

b.         degene over wie is geklaagd;

c.         de hoofdinspecteur of de regionale inspecteur Gezondheidszorg en Jeugd, wie de aangelegenheid uit hoofde van de hem toevertrouwde belangen aangaat.

Het tot het Centrale Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg gerichte beroep­schrift wordt ingezon­den bij de secretaris van het Regionaal Tuchtcolle­ge voor de Gezondheidszorg te

Den Haag, door wie het binnen de beroepstermijn moet zijn ontvangen.

Meer informatie

Acties

Meta gegevens