Overheid.nl

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Terug naar overzicht

ECLI:
ECLI:NL:TGZRSGR:2019:193
Datum uitspraak:
05-11-2019
Datum publicatie:
05-11-2019
Zaaknummer(s):
2019-078b
Onderwerp:
Onjuiste behandeling/verkeerde diagnose
Beroepsgroep:
Arts
Beslissingen:
Inhoudsindicatie:
Kennelijk ongegronde klacht tegen een orthopeed. Dat klager had verwacht dat de orthopeed de operateur zou zijn, kan niet aan beklaagde worden verweten. Beklaagde mocht ervan uit gaan dat klager voorafgaand aan de operatie schriftelijk op de hoogte zou worden gesteld van de naam van de operateur. Klager heeft ook toegegeven dat de orthopeed heeft gezegd dergelijke operaties niet meer uit te voeren. Klacht kennelijk ongegrond verklaard. 

Het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te Den Haag heeft de volgende beslissing gegeven inzake de klacht van:

 

A,

wonende te B,

klager,

 

tegen:

 

C, orthopeed,

werkzaam te B,

beklaagde,

gemachtigde: mr. A.C.I.J. Hiddinga, werkzaam te Amsterdam.

 

 

1.                 Het verloop van de procedure

 

1.1             Het verloop van de procedure blijkt uit:

-      het klaagschrift met bijlagen, ontvangen op 21 maart 2019;

-      het aanvullend klaagschrift;

-      het verweerschrift met bijlagen;

-      het proces-verbaal van het mondelinge vooronderzoek, gehouden op 19 juni 2019.

 

1.2             Het College heeft de klacht op 24 september 2019 in raadkamer behandeld.

 

2.                 De feiten



2.1             Klager is op 8 december 2016 door een collega van beklaagde (bij het College bekend onder kenmerk 2019-078a; hierna: beklaagde a.) geopereerd aan zijn rechterschouder, nadat klager jaren eerder door beklaagde aan zijn schouders was geopereerd. De operatie van 8 december 2016 betrof een kijkoperatie, waarbij een schouderpees gescheurd bleek te zijn. Beklaagde a. heeft de pees toen met metalen ankertjes gehecht. Omdat klager pijn bleef houden is hij op 28 november 2017 weer geopereerd aan zijn rechterschouder, ook nu weer door beklaagde a. Daarbij bleek dat de scheur in de schouderpees was geheeld. Desondanks bleef klager pijnklachten houden.



2.2             In het ziekenhuis van beklaagde is het gebruikelijk dat de patiënt voorafgaande aan een operatie een brief krijgt waarin de naam van de operateur is vermeld.



3.                 De klacht



De klacht luidt – zakelijk weergegeven - als volgt.

1)         Ten onrechte is klager op 8 december 2016 en 28 november 2017 door beklaagde a. geopereerd, terwijl met beklaagde was afgesproken dat klager door beklaagde geopereerd zou worden;

2)         Zonder toestemming van klager zijn toen metalen ankertjes in klagers schouder geplaatst.

 

4.                 Het standpunt van beklaagde

 

De beklaagde heeft de klacht en de daaraan ten grondslag gelegde stellingen bestreden. Voor zover nodig wordt daarop hieronder ingegaan.

5.                 De beoordeling

 

Klachtonderdeel 1

5.1             Duidelijk is dat klager bij de operatie op 8 december 2016 verwacht had dat beklaagde de operateur zou zijn. Mogelijk is er sprake geweest van een misverstand. Hiervan valt beklaagde echter geen verwijt te maken, nu hij klager heeft gezegd dat hij deze operatie niet zelf meer uitvoerde en dat klager door een collega geopereerd zou worden. Klager heeft dit ook erkend bij het verhoor in het mondelinge vooronderzoek. Omdat klager pijnklachten bleef houden is hij vervolgens gezien door beklaagde a. die een tweede operatie adviseerde. Vervolgens is klager (en in het kader van een tweede mening) gezien door collega-orthopeed, die een tweede operatie onderschreef. Klager is toen op de lijst gezet voor een tweede schouderoperatie door ofwel beklaagde ofwel beklaagde a. Uiteindelijk is klager de tweede keer ook door beklaagde a. geopereerd. Ook hiervan valt beklaagde in de gegeven omstandigheden geen verwijt te maken. Dit geldt des te sterker nu het in het ziekenhuis van klager gebruikelijk is dat voorafgaand aan de operatie aan patiënt een brief wordt gestuurd waarin de naam van de operateur wordt vermeld. Beklaagde mocht ervan uitgaan dat klager een dergelijke brief had ontvangen. Dit klachtonderdeel is ongegrond.

Klachtonderdeel  2

5.2             Deze klacht is eveneens ongegrond, nu beklaagde bij de uitvoering van deze operaties niet was betrokken.

 

5.3             Om bovenstaande redenen zal de klacht in al zijn onderdelen zonder nader onderzoek kennelijk ongegrond worden verklaard.

 

6.                 De beslissing



Het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te Den Haag beslist als volgt:

 

verklaart de klacht kennelijk ongegrond.

 

Deze beslissing is gegeven op 5 november 2019 door M.A.F. Tan-de Sonnaville, voorzitter, P.M. van Dijk-de Keuning, lid-jurist, A.M.J.S. Vervest, H.C. Baak en W.F.R.M. Koch, leden-beroepsgenoten, bijgestaan door Y.M.C. Bouman, secretaris.

 

 

 

voorzitter                                                                                           secretaris

 

Tegen deze beslissing kan in de volgende gevallen schriftelijk beroep worden ingesteld bij het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg:

a.      Heeft u de klacht ingediend? Dan kunt u in beroep als

- het college u of uw klacht geheel of gedeeltelijk niet-ontvankelijk heeft verklaard of

- als de klacht geheel of gedeeltelijk ongegrond is verklaard.

Bij een gedeeltelijke niet-ontvankelijkverklaring of een gedeeltelijke ongegrondverklaring kan uw beroep alleen betrekking hebben op dat deel van de beslissing.

b.     Is de klacht tegen u gericht? Dan kunt u altijd in beroep.



c.      Ook de inspecteur van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd kan beroep instellen.

U moet het beroepschrift richten aan het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg, maar opsturen naar de secretaris van het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te Den Haag. Daar moet het zijn ontvangen binnen zes weken nadat de beslissing aan u is verstuurd.

Als u beroep instelt, moet u € 50,- griffierecht betalen aan het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg. U ontvangt hierover bericht. Als u geheel of gedeeltelijk in het gelijk wordt gesteld, wordt het griffierecht aan u terugbetaald.

 

Meer informatie

Acties

Meta gegevens