Overheid.nl

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Terug naar overzicht

ECLI:
ECLI:NL:TGZCTG:2019:13
Datum uitspraak:
17-01-2019
Datum publicatie:
17-01-2019
Zaaknummer(s):
c2018.195
Onderwerp:
Onjuiste behandeling/verkeerde diagnose
Beroepsgroep:
Tandarts
Beslissingen:
Inhoudsindicatie:
 Klacht tegen tandarts. Verweerster heeft klager met spoed verwezen naar een kaakchirurg, die een lymfoom in de bovenkaak heeft vastgesteld. Na behandeling is klager door het CBT geadviseerd contact op te nemen met de praktijk van verweerster om de reguliere behandeling weer aan te vangen. Het CBT heeft verweerster verzocht contact met klager op te nemen voor reiniging en instructie mondhygiëne. Een medewerkster van verweerster heeft geprobeerd een afspraak met klager te maken maar deze afspraak is niet tot stand gekomen. Klager verwijt verweerster dat zij – kort gezegd – de toepasselijke richtlijnen niet heeft gevolgd en dat de door verweerster voorgestelde behandeling ernstige gevolgen voor klager had kunnen hebben. Voorts verwijt klager verweerster dat zij geen empathie heeft getoond. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht als kennelijk gegrond afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.

 

C E N T R A A L  T U C H T C O L L E G E

voor de Gezondheidszorg

Beslissing in de zaak onder nummer C2018.195 van:

A., wonende te B., appellant, klager in eerste aanleg

tegen

C., tandarts, werkzaam te B., verweerster in beide instanties, gemachtigde: mr. V.C.A.A.V. Daniels, verbonden aan de stichting VvAA Rechtsbijstand te Utrecht.

1.        Verloop van de procedure

A. – hierna klager – heeft op 10 januari 2018 bij het Regionaal Tuchtcollege te Eindhoven tegen C. – hierna de tandarts  – een klacht ingediend. Bij beslissing van 25 april 2018, onder nummer 1807, heeft dat College de klacht als kennelijk ongegrond afgewezen.

Klager is van die beslissing tijdig in beroep gekomen. De tandarts heeft een verweerschrift in beroep ingediend.

De zaak is in beroep behandeld ter openbare terechtzitting van het Centraal Tuchtcollege van 4 december 2018, waar zijn verschenen klager, en de tandarts, bijgestaan door mr. Daniels voornoemd.

De zaak is ter terechtzitting over en weer bepleit.

2.        Beslissing in eerste aanleg

Het Regionaal Tuchtcollege heeft aan zijn beslissing het volgende ten grondslag gelegd.

“2.      De feiten

Het gaat in deze zaak om het volgende.

Klager was sedert 2006 patiënt bij verweerster. Tijdens een op initiatief van klager gemaakte afspraak met verweerster op 23 maart 2017 constateerde verweerster een in twee weken ontstaan fors defect van bot en tandvlees. Verweerster was van mening dat een spoedige verwijzing naar de kaakchirurg wenselijk was. Zij heeft meteen de kaakchirurg gebeld, waar klager nog dezelfde dag terecht kon.

Er bleek sprake van een lymfoom in de bovenkaak, waarvoor de kaakchirurg klager heeft behandeld. Bij deze behandeling zijn onder meer zes elementen en een deel van de frontale processus alveolaris verwijderd. Vervolgens is klager verwezen naar het Centrum voor Bijzondere Tandheelkunde (CBT) voor tandheelkundige rehabilitatie.

Bij brief van 12 september 2017, met kopie aan klager, door verweerster ontvangen op 20 september 2017, berichtte het CBT aan verweerster dat klager aldaar onder behandeling was geweest voor een aanwezig lymfoom in de bovenkaak en dat klager daarvoor een operatie had ondergaan en immunotherapie.

Verder stond er in die brief dat aan klager advies was gegeven om contact met de praktijk van verweerster op te nemen om de reguliere begeleiding weer aan te vangen met betrekking tot de nog aanwezige elementen door middel van preventieve en reguliere maatregelen (reiniging van tandvlees, ontdoen van tandsteen/plaque en instructie mondhygiëne), bij verweerster dan wel eventueel een mondhygiënist(e) of preventieassistent(e). Tot slot verzocht het CBT in de brief om contact met klager op te nemen voor reiniging en instructie mondhygiëne, alsook voor reguliere tandheelkundige behandeling indien nodig.

Op 20 september 2017 heeft verweerster haar baliemedewerkster gevraagd om, conform de brief van het CBT, contact te zoeken met klager voor het maken van een afspraak voor instructie mondhygiëne en reinigen gebit door de preventieassistente, waarop de baliemedewerkster klager heeft gebeld. Dit telefoongesprek is niet goed verlopen en resulteerde niet in een afspraak. Nader telefonisch contact de volgende dag verliep eveneens niet goed en had tot gevolg dat klager besloot een andere tandarts te gaan zoeken.

3.         Het standpunt van klager en de klacht

Klager verwijt verweerster dat:

a.    de tandheelkundige behandeling, waarvoor hij onder haar verantwoordelijkheid is benaderd, had kunnen leiden tot complexe medische problemen met ernstige gevolgen;

b.    richtlijnen, die van toepassing zijn bij zijn medische historie, niet door haar zijn gevolgd. Zeker gezien zijn complexe medische dossier, waarvoor lopende behandelingen bij diverse medische specialismen in UMC D., heeft zij onzorgvuldig gehandeld;

c.     zij geen enkele empathie/begrip heeft getoond naar hem toe als persoon en bij zijn ziekteproces.

4.         Het standpunt van verweerster

Verweerster betreurt zeer dat klager een klacht tegen haar heeft ingediend. Zij is de mening toegedaan dat zij adequaat en in overeenstemming met de brief van het CBT heeft gehandeld.

Zij heeft zich wel degelijk empatisch jegens klager betoond en betreurt het dat dit kennelijk niet is overgekomen.

5.         De overwegingen van het college

Ad a

Het college stelt voorop dat verweerster volledig heeft gehandeld conform het behandelingsvoorstel van het CBT op basis waarvan zij heeft getracht via haar baliemedewerkster klager een afspraak te laten maken met haar preventiemedewerkster.

Het college kan de stelling van klager dat de door verweerster, in navolging van het CBT, voorgestelde behandeling, die voorshands slechts bestond uit een behandeling op het terrein van een preventieassistente, zoals instructie mondhygiëne en (supragingivale) gebitsreiniging, zou kunnen leiden tot ernstige medische problemen, niet volgen. Ondanks de inderdaad ernstige medische problematiek van klager konden de genoemde behandelingen naar het oordeel van het college veilig worden uitgevoerd en hoefden er geen bijzondere (veiligheids)maatregelen te worden getroffen. Het college distantieert zich geheel van de door klager tijdens het mondeling vooronderzoek naar voren gebrachte stelling dat van een poging tot moord sprake zou zijn.

Ad b

Klager specificeert niet welke richtlijnen of bepalingen daaruit verweerster ten onrechte niet zou hebben gevolgd. Het college overweegt verder dat niet gebleken is dat verweerster in strijd met de voor haar als tandarts geldende richtlijnen heeft gehandeld. Richtlijnen die golden voor de (medische) behandelaars van klager zijn in beginsel niet van toepassing op het handelen van verweerster.

Ad c

Klager heeft, naar het college begrijpt, met name grote moeite met de gang van zaken zoals die is geweest na de brief van het CBT van september 2017.

Het college gaat, gelet op de verschillende lezingen over de telefonische contacten met klager in deze periode, ervan uit dat de contacten hebben plaatsgevonden zoals - uitvoerig- vermeld in het overgelegde patiëntendossier.

Daarvan uitgaande kan verweerster geen enkel verwijt worden gemaakt dat de afspraak uiteindelijk niet tot stand is gekomen. Weliswaar was het, achteraf bezien, beter geweest als verweerster na het eerste, niet prettig verlopen, telefonische contact zelf naar klager had gebeld, maar tuchtrechtelijk verwijtbaar is dit niet. Een gebrek aan empathie, laat staan een empatisch gebrek dat tuchtrechtelijk relevant is, kan uit de vaststaande gang van zaken niet worden afgeleid. Ook overigens is een gebrek aan empathie niet komen vast te staan.

Op grond van het voorgaande wordt de klacht afgewezen als kennelijk ongegrond.”

3.        Vaststaande feiten en omstandigheden

Voor de beoordeling van het beroep gaat het Centraal Tuchtcollege uit van de feiten en omstandigheden zoals weergegeven in de beslissing in eerste aanleg, welke weergave in beroep niet, althans onvoldoende, is bestreden.

4.        Beoordeling van het beroep

4.1 In beroep heeft klager zijn klacht herhaald en nader toegelicht. Voorts stelt

klager dat zijn belangen zijn geschaad doordat het Regionaal Tuchtcollege de zaak na het mondeling vooronderzoek in raadkamer heeft afgedaan. Klager concludeert – impliciet – tot gegrondverklaring van het beroep.

4.2       De tandarts heeft gemotiveerd verweer gevoerd en geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

4.3       Voor wat betreft de stelling van klager dat hij in zijn belang is geschaad doordat de zaak in eerste aanleg niet op een terechtzitting is behandeld, geldt dat die mondelinge behandeling ter terechtzitting bij de behandeling in beroep wel heeft plaatsgevonden en dat partijen bij die gelegenheid hun standpunten naar voren hebben kunnen brengen.

4.4 Voor het overige heeft de behandeling van de zaak in beroep geen ander licht op

de zaak geworpen. Het Centraal Tuchtcollege kan zich verenigen met de overwegingen en het oordeel van het Regionaal Tuchtcollege en neemt deze overwegingen en dit oordeel integraal over. Dit betekent dat het beroep wordt verworpen.

 

5.        Beslissing

Het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg:

verwerpt het beroep.

Deze beslissing is gegeven door: T.L. de Vries, voorzitter;

Y.A.J.M. van Kuijck en R. Prakke-Nieuwenhuizen, leden-juristen en M. Fokke en

A. Vissink, leden-beroepsgenoten en M.D. Barendrecht-Deelen, secretaris.

Uitgesproken ter openbare terechtzitting van 17 januari 2019.

Voorzitter  w.g.  Secretaris  w.g.

 

 

Meer informatie

Acties

Meta gegevens