Aankondigingen over uw buurt

Zoals bouwplannen en verkeersmaatregelen.

Dienstverlening

Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies.

Beleid & regelgeving

Officiële publicaties van de overheid.

Contactgegevens overheden

Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.

ECLI:NL:TGZREIN:2015:92 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 1553

ECLI: ECLI:NL:TGZREIN:2015:92
Datum uitspraak: 09-11-2015
Datum publicatie: 09-11-2015
Zaaknummer(s): 1553
Onderwerp: Onjuiste verklaring of rapport
Beslissingen: Gegrond, berisping
Inhoudsindicatie:   Huisarts wordt verweten dat hij een partijdige verklaring heeft afgegeven ten behoeve van een echtscheidingsprocedure. Willens en wetens in strijd met de eisen van  zorgvuldigheid en objectiviteit gehandeld. Ten onrechte diffamerende uitlatingen over klager gedaan. Beroepsgeheim geschonden. Ontbreken van een behoorlijk excuus aan klager. Ontbreken van inzicht in handelen. Berisping en publicatie.

Uitspraak: 9 november 2015

 

HET REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG

TE EINDHOVEN

heeft het volgende overwogen en beslist omtrent de op 30 maart 2015 binnengekomen klacht van:

[A]

wonende te [B]

klager

tegen:

[C]

huisarts

werkzaam te [D]

verweerder

gemachtigde mr. S.J. Berkhoff-Muntinga te Utrecht

1. Het verloop van de procedure

Het college heeft kennisgenomen van:

-         het klaagschrift en de aanvulling daarop

-         het verweerschrift.

Na ontvangst van het verweerschrift heeft de secretaris de zaak naar een openbare zitting van het college verwezen. 

Partijen hebben geen gebruik gemaakt van de hun geboden mogelijkheid in het kader van het vooronderzoek mondeling te worden gehoord.

De klacht is ter openbare zitting van 30 september 2015 behandeld. Verweerder was aanwezig bijgestaan door zijn gemachtigde. Klager was met berichtgeving afwezig.

2. De feiten

Het gaat in deze zaak om het volgende.

Verweerder is huisarts sinds 1983. Klager en zijn (inmiddels ex-)echtgenote waren, evenals hun twee kinderen, patiënt van verweerder. Klager en zijn toenmalige echtgenote raakten verwikkeld in een (v)echtscheidingsprocedure, in verband waarmee de echtgenote de echtelijke woning verliet. In deze situatie heeft de echtgenote van klager aan verweerder verzocht om een verklaring op te stellen die zij zou kunnen gebruiken bij haar verzoek om toewijzing van de woning in een procedure bij de rechtbank. Verweerder heeft deze verklaring zonder overleg met klager opgesteld en aan de echtgenote gegeven. De inhoud van de verklaring, gedateerd 19 maart 2015, is als volgt.

“Als huisarts van het gezin […] kan ik aangeven dat er een situatie is ontstaan waarbij een gezamenlijke huishouding niet meer mogelijk is. Dit is ontstaan uit en door het gedrag van [klager].

Het lijkt in de rede te liggen dat bij woningtoewijzing [de echtgenote] de meest belanghebbende is.”

De verklaring is door de echtgenote aan de rechtbank overgelegd en de rechtbank heeft de woning aan de echtgenote toegewezen. Na het indienen van de klacht bij het tuchtcollege heeft verweerder de verklaring schriftelijk zowel jegens klager als diens (ex)echtgenote ingetrokken, met bevestiging dat hij de verklaring niet had mogen opstellen.

3. Het standpunt van klager en de klacht

Verweerder had de verklaring niet mogen afgeven. Hij heeft dat gedaan zonder klager daarin te kennen en dus geen hoor en wederhoor toegepast. Verweerder gaat op de stoel van de rechter zitten. Hij is partijdig geweest. Verder heeft verweerder door zijn verklaring inbreuk gemaakt op de privacy van klager.

4. Het standpunt van verweerder

Verweerder wist dat hij een dergelijke verklaring niet mocht afgeven. Het gezin van klager verkeerde echter in een noodsituatie. Met zijn verklaring hoopte verweerder bij te dragen tot een oplossing daarvan. Hij heeft niet de bedoeling gehad klager te schaden, maar soms is het nodig een ‘verkeersfout’ te maken om erger te voorkomen. Hij ziet in dat hij onjuist heeft gehandeld. Het zal hem nooit meer overkomen.

5. De overwegingen van het college

De tuchtrechter heeft in het verleden meerdere keren uitgemaakt dat een medische verklaring als deze door een behandelend arts niet mag worden afgegeven. Het is overduidelijk dat de verklaring van verweerder niet voldeed aan de jurisprudentiële eisen van zorgvuldigheid en objectiviteit. Deze eisen mogen bij de beroepsgenoten bekend worden verondersteld.  

Verweerder bezat niet de vereiste deskundigheid en objectiviteit om zich over de toewijzing van de echtelijke woning uit te laten zoals hij in zijn verklaring heeft gedaan. Bovendien  handelde hij door zijn uitlating over klager, die ook zijn patiënt was, in strijd met zijn geheimhoudingsplicht.

Ook de KNMG heeft in de richtlijn inzake het omgaan met medische gegevens 2010 een helder, met de jurisprudentie van de tuchtcolleges overeenstemmend, standpunt ingenomen. Hoewel verweerder met de voor hem geldende regelgeving op de hoogte was, heeft hij desondanks de verklaring afgegeven.

De klacht is gegrond, zoals verweerder overigens ook erkent.

Wat betreft de maatregel overweegt het college het volgende.

Verweerder heeft door het afgeven van de verklaring willens en wetens in strijd met voor hem geldende regels gehandeld. Hij heeft zich daarbij ten onrechte en diffamerend over klager, zijn patiënt, uitgelaten, en heeft daarmee bovendien zijn beroepsgeheim geschonden. Ook in zijn verweerschrift, waarin hij stelt dat hij bekend was met een depressie bij klager, schendt hij andermaal zijn beroepsgeheim. Weliswaar staat het de verweerder vrij om in een tuchtprocedure medische gegevens over een patiënt/klager te verstrekken, maar alleen als dit voor het verweer relevant kan zijn. Zelfs bij de daarbij passende ruime beoordelingsmarge ziet het college de relevantie van deze mededeling over klager niet in. Voorts overweegt het college dat verweerder heeft nagelaten excuses aan klager aan te bieden. De tekst in het verweerschrift luidende “Indien klager dit [de verklaring] alsnog als een schending van zijn privacy opvat, dan is verweerder bereid hiervoor zijn welgemeende excuses aan te bieden” kan niet als een excuus worden aangemerkt.

Het college heeft zich zeer uitvoerig beraden over de vraag welke maatregel passend is, een waarschuwing of een berisping. Voor een waarschuwing pleit dat het de eerste keer is in zijn 38-jarige praktijk dat verweerder met de tuchtrechter in aanraking komt. Maar het college is van oordeel dat op grond van het navolgende toch een zwaardere maatregel op zijn plaats is. Er is niet alleen sprake van het -willens en wetens- verstrekken van een ongeoorloofde verklaring. Daarnaast is ook sprake van het (meermalen) schenden van het beroepsgeheim, het ontbreken van een behoorlijk excuus aan klager en het ontbreken van inzicht bij verweerder in (de gevolgen van) zijn handelen. Verweerder heeft weliswaar ter zitting bezworen dat dit hem nooit meer zal overkomen, maar wel vanuit de nog steeds bij hem bestaande gedachte dat hij in het belang van het gezin van klager heeft gehandeld. Daarmee onderkent hij nog steeds onvoldoende dat hij door zijn diffamerende verklaring klager heeft beschadigd.

Het college heeft daarom besloten een berisping op te leggen.

Om redenen aan het algemeen belang ontleend, bepaalt het college dat deze beslissing op de voet van artikel 71 Wet BIG zal worden gepubliceerd.

6. De beslissing

Het college:

-         verklaart de klacht gegrond;

-         berispt verweerder;

-         bepaalt dat om redenen, aan het algemeen belang ontleend, de beslissing, zodra zij onherroepelijk is geworden, zal worden gepubliceerd in de Staatscourant en ter publicatie zal worden aangeboden aan het tijdschrift “Medisch Contact”.

Aldus beslist door mr. H.P.H. van Griensven als voorzitter, mr. P. Hoekstra als lid-jurist, C.L.S.M. Stuurman, J.D.M. Schelfhout en H.C.Th. Maassen als leden-beroepsgenoten, in aanwezigheid van mr. I.H.M. van Rijn als secretaris en in het openbaar uitgesproken op

9 november 2015 in aanwezigheid van de secretaris.