Overheid.nl

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Terug naar overzicht

ECLI:
ECLI:NL:TGDKG:2018:137
Datum uitspraak:
04-09-2018
Datum publicatie:
15-01-2019
Zaaknummer(s):
C/13/622071 / DW RK 17/38
Onderwerp:
Ambtshandelingen (art. 2 Gdw)
Beslissingen:
Inhoudsindicatie:
 Dwangbevel is op juiste wijze betekend. Dat op het betreffende adres veel post kwijtraakt komt voor eigen rekening en risico. Gelet op de afspraak met klaagster is niet tuchtrechtelijk laakbaar gehandeld door af te zien van het overbetekenen van het gelegde beslag. Klacht ongegrond.

 

KAMER VOOR GERECHTSDEURWAARDERS TE AMSTERDAM

 

Beslissing van 4 september 2018 zoals bedoeld in artikel 43 van de Gerechtsdeurwaarderswet inzake de klacht met nummer C/13/622071 / DW RK 17/38 CI/WdJ ingesteld door:

 

[ ],

gevestigd te [ ],

klaagster,

vertegenwoordigd door [ ], enig aandeelhouder en bestuurder van de vennootschap,

tegen:

 

[ ],

toegevoegd gerechtsdeurwaarder te [ ],

beklaagde.

 

Ontstaan en loop van de procedure

Bij klachtenformulier met bijlagen, ingekomen op 13 januari 2017, heeft klaagster een klacht ingediend tegen beklaagde, hierna: de gerechtsdeurwaarder. Bij verweerschrift, ingekomen op 9 februari 2017, heeft de gerechtsdeurwaarder op de klacht gereageerd. De klacht is behandeld ter openbare terechtzitting van 10 juli 2018 alwaar de gerechtsdeurwaarder is verschenen. Klaagster is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet ter zitting verschenen. Van de behandeling ter zitting zijn aantekeningen gemaakt. De uitspraak is bepaald op 4 september 2018.

 

1. De feiten

Uitgegaan wordt van de volgende feiten en omstandigheden:

 

-                      De gerechtsdeurwaarder is belast met de tenuitvoerlegging van een door de officier van justitie op 23 september 2016 ten laste van klaagster uitgevaardigd dwangbevel.

-                      Bij exploot van 5 oktober 2016 is het dwangbevel door een collega van de gerechtsdeurwaarder aan het kantoor van klaagster betekend.

-                      Bij brief van 14 oktober 2016 is klaagster door de gerechtsdeurwaarder aangeschreven het verschuldigde bedrag te voldoen. De brief is gericht aan het kantooradres van klaagster en is retour ontvangen.

-                      Bij brief van 17 november 2016 is klaagster wederom tot betaling aangeschreven met de aankondiging van een beslaglegging op 24 november 2016.

-                      Bij exploot van 16 december 2016 heeft de gerechtsdeurwaarder beslag gelegd op de bedrijfsauto van klaagster, te weten een Dodge, type RAM 1500 Laramie.

-                      Bij e-mail van 19 december 2016 heeft de gerechtsdeurwaarder klaagster een specificatie van de vordering en het dwangbevel toegezonden met het verzoek het bedrag uiterlijk 23 december 2016 te voldoen.

-                      Bij exploot van 10 januari 2017 is klaagster aangezegd dat de openbare verkoop van de inbeslaggenomen auto zal plaatsvinden op 27 januari 2017 om 14.00 uur.

-           Klaagster heeft op 12 januari 2017 verzet aangetekend tegen het dwangbevel.

 

2. De klacht

2.1 Klaagster verwijt de gerechtsdeurwaarder dat deze haar nooit een proces-verbaal van het gelegde beslag op haar bedrijfsauto heeft betekend, zoals wel is aangekondigd bij exploot van 16 december 2016.  

 

2.2 Uit stukken die op 12 januari 2017 bekend zijn geworden bij klaagster, blijkt dat een al eerder aangezegde openbare verkoop was verschoven naar 27 januari 2017. Klaagster kent geen enkel document inzake de eerder aangezegde verkoop. Door het onzorgvuldige handelen is klaagster onnodig op kosten gejaagd.

 

2.3 In een e-mail van 12 januari 2017 maakt de gerechtsdeurwaarder melding van het feit dat door klaagster op 16 december 2016 is toegezegd het openstaande bedrag over te maken. Dat is onjuist. Klaagster heeft de gerechtsdeurwaarder medegedeeld dat zij de boete niet kende daar op haar kantooradres veel post kwijtraakt. Klaagster heeft de gerechtsdeurwaarder verzocht een kopie van deze stukken aan haar toe te zenden, omdat de gerechtsdeurwaarder die op 16 december 2016 aan de deur stond geen documenten bij zich had. Ondanks dit verzoek heeft klaagster niets ontvangen, behoudens het exploot van 10 januari 2017 waarin tot haar verbazing een verkoopdatum wordt vermeld die verschoven is.

 

3. Het verweer van de gerechtsdeurwaarder

De gerechtsdeurwaarder heeft de klacht gemotiveerd weersproken. Voor zover van belang wordt hierna op dat verweer ingegaan.

 

4. De beoordeling van de klacht

4.1 Op grond van artikel 34 lid 1 van de Gerechtsdeurwaarderswet zijn gerechtsdeurwaarders, waarnemend gerechtsdeurwaarders, toegevoegd gerechtsdeurwaarders, kandidaat -gerechtsdeurwaarders en degene die is toegevoegd in het kader van de stageverplichting bij de in artikel 25, eerste lid bedoelde opleiding, onderworpen aan tuchtrechtspraak ter zake van enig handelen of nalaten in strijd met enige bij of krachtens deze wet gegeven bepaling en ter zake van enig handelen of nalaten dat een behoorlijk gerechtsdeurwaarder niet betaamt. Ter beoordeling staat of de handelwijze van de gerechtsdeurwaarder een tuchtrechtelijk verwijtbare gedraging in de zin van dit artikel oplevert.

 

4.2Dat klaagster niet op de hoogte was van de boete en de betekening van het dwangbevel komt voor haar rekening en risico. Er is betekend aan het adres waar de besloten vennootschap volgens het handelsregister staat ingeschreven, hetgeen juist is. Als daar veel post kwijtraakt is het aan klaagster de vennootschap in te schrijven op een ander adres.

 

4.3Op grond van artikel 475i Rv dient een proces-verbaal van het leggen van beslag binnen acht dagen aan de geëxecuteerde betekend te worden. In dit geval heeft klaagster, op het moment dat de gerechtsdeurwaarder beslag legde op haar bedrijfsauto op 16 december 2016, aangegeven nooit stukken te hebben ontvangen. De gerechtsdeurwaarder heeft ter zitting aannemelijk gemaakt dat hij met klaagster heeft afgesproken dat hij haar alle stukken zou toezenden waarna klaagster het totaal verschuldigde bedrag zou betalen. De gerechtsdeurwaarder heeft hierop bij e-mail van 19 december 2016 de stukken aan klaagster verzonden met het verzoek het verschuldigde bedrag uiterlijk 23 december 2016 te voldoen. De gerechtsdeurwaarder heeft er gelet op de toezegging van klaagster bewust voor gekozen het gelegde beslag niet aan haar over te betekenen, teneinde kosten te besparen. De kamer overweegt dat het niet overbetekenen van een gelegd beslag in beginsel tuchtrechtelijk laakbaar is, maar dat hier in dit geval gelet op het voorgaande, geen sprake van is. Dat de gerechtsdeurwaarder na het uitblijven van een reactie dan wel betaling van klaagster bij exploot van 10 januari 2017 de openbare verkoop van de in beslaggenomen bedrijfsauto heeft aangezegd en hierbij per abuis heeft verzuimd het proces-verbaal van het gelegde beslag alsnog mee te betekenen is slordig, maar gelet op het geheel van omstandigheden niet dusdanig dat hem een tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt.

 

4.4Op grond van het voorgaande wordt beslist als volgt.

 

 

BESLISSING

 

De Kamer voor Gerechtsdeurwaarders:

 

-     verklaart de klacht ongegrond.

 

Aldus gegeven door mr. C.W. Inden, voorzitter, en mr. D. Bode en mr. J.N. Reijn, leden en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 4 september 2018, in tegenwoordigheid van de secretaris.

 

 

 

 

 

Tegen deze beslissing kan binnen dertig dagen na dagtekening van verzending van het afschrift van de beslissing, hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Amsterdam, Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.

 

 

Meer informatie

Acties

Meta gegevens