Overheid.nl

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Terug naar overzicht

ECLI:
ECLI:NL:TADRAMS:2020:24
Datum uitspraak:
27-01-2020
Datum publicatie:
03-02-2020
Zaaknummer(s):
19-853/A/NH
Onderwerp:
Zorg voor de cliëntKwaliteit van de dienstverlening Zorg voor de cliëntKwaliteit van de dienstverlening Zorg voor de cliëntBeleidsvrijheid Zorg voor de cliëntFinanciën
Beslissingen:
Inhoudsindicatie:
Voorzittersbeslissing. Klacht over eigen advocaat in alle onderdelen kennelijk ongegrond. Dat verweerder niet altijd direct heeft gereageerd op e-mails of telefoontjes van klager is niet zonder meer tuchtrechtelijk verwijtbaar. Het kan immers niet van een advocaat worden verwacht dat hij altijd bereikbaar is en altijd direct reageert. Dat verweerder gedurende een (te) lange periode of op belangrijke momenten voor klager onbereikbaar was is de voorzitter niet gebleken, evenmin is gebleken dat klager hierdoor in zijn belangen zou zijn geschaad. Hoewel het wellicht beter was geweest als verweerder klager er expliciet op had gewezen dat de voertaal bij zittingen Nederlands is, acht de voorzitter een en ander onvoldoende om te kunnen leiden tot de conclusie dat sprake is van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen.

Noord-Holland

Beslissing van de voorzitter van de Raad van Discipline in het ressort Amsterdam

van 27 januari 2020

in de zaak 19-853/A/NH

naar aanleiding van de klacht van:

klager

over:

verweerder

De plaatsvervangend voorzitter van de raad van discipline (hierna: de voorzitter) heeft kennisgenomen van de brief van de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Noord-Holland (hierna: de deken) van 18 december 2019 met kenmerk ks/re/19-277/982215, door de raad ontvangen op 18 december 2019, en van de op de daarbij gevoegde inventarislijst vermelde stukken.

1    FEITEN

Voor de beoordeling van de klacht wordt, gelet op de stukken die aan de raad zijn voorgelegd, van de volgende feiten uitgegaan.

1.1    Klager is in geschil met de uitbater van een vlakbij zijn woning gelegen horecagelegenheid in verband met overlast. Verweerder heeft klager daarin bijgestaan als advocaat.

1.2    Op 17 december 2018 heeft verweerder een voorschotnota ter hoogte van 1.210,- inclusief BTW aan klager gestuurd. In de begeleidende e-mail staat, voor zover relevant, het volgende:

“With this I confirm our agreements, made during our discussion of Wednesday, December 12th.

You came to me for advice on the inconvenience caused by the exploration of the café next to your house.

Engaging the police and the municipality did not lead to a solution. The inconvenience often lasts until the early morning.

You have sent me a large number of records that I will study. I will also check the zoning plan and possibly contact the official concerned. I will notify you as soon as possible.

(…)

I use an hourly reate of € 150,- increased by 5% office costs, ex VAT. In the event of a procedure you still have to take account of court fees and bailiff costs.

enclosed you will find an advance bill. After the end of the case, this advance will be settled with the final invoice.”

1.3    Op 18 december 2018 heeft verweerder een e-mail gestuurd aan klager, met onder meer de volgende inhoud:

“I understand your concerns about the costs of legal assistance, but I do not expect the costs to be higher than € 2,500,-- ex VAT. If that seems to be the case, I will warn in time.”

1.4    Op 4 februari 2019 heeft er een gesprek plaatsgevonden op het gemeentehuis waarbij klager, de buurman van klager, verweerder en mevrouw W (beleidsadviseur van de gemeente) aanwezig waren.

1.5    Op 18 april 2019 heeft verweerder een e-mail gestuurd aan klager, met onder meer de volgende inhoud:

“Onderstaand tref je aan de reactie van [mevrouw W] op mijn email van heden, met daarbij gevoegd het meetrapport op grond waarvan mijns inziens vaststaat dat er sprake is van overlast. Kortheidshalve verwijs ik naar de inhoud van het rapport.

[Mevrouw W] geeft aan, dat op basis van het rapport vervolgstappen worden bepaald. Zij zal mij volgende week daarover berichten. Ik stel voor dat wij dat nog afwachten en dat zal ik haar dan ook bevestigen bij jouw accoord.

Het rapport is mijns inziens een uitstekend middel om zo nodig de rechter in te schakelen. Echter, ook vanuit kostenoogpunt adviseer ik je om in ieder geval volgende week nog af te wachten.”

1.6    Op 7 mei 2019 heeft verweerder een e-mail gestuurd aan klager, met onder meer de volgende inhoud:

“Ik heb eerder geadviseerd om een kort geding procedure te beginnen en dat advies handhaaf ik (...). Indien je overweegt een gerechtelijke procedure te willen starten, moet je rekening houden met griffierecht en deurwaarderskosten. (...)

Tot slot heb ik thans circa 9 uur aan de zaak besteed en zal ik een aanvullend voorschot aan je toezenden.”

1.7    Op 7 mei 2019, later op de dag, heeft klager een e-mail gestuurd aan verweerder, met onder meer de volgende inhoud:

“Once more I want to know if we got a strong case against [horecagelegenheid] as you say but also how about the city hall, because they didnt do their part here clearly, confirmed in the formal complain, caused me health issues, lots of stress and private greave.  Or are there two seperate lawsuites required?

And last but not least what about the cost who pays at the end lawyer, court etc?”

1.8    Op 7 mei 2019, later op de dag, heeft klager een e-mail gestuurd aan verweerder, met onder meer de volgende inhoud:

“So far I am very unsatisfied with the progress.

As I said this many times, the mandate is not only to enforce the regulation and law which is clearly confirmed now over and over again, but also to get reparations for my losses.

I thought this was clear from our initial conversations?”

1.9    Op 13 mei 2019 heeft verweerder een e-mail gestuurd aan klager, met onder meer de volgende inhoud:

“Wij hebben de afgelopen week  de email van [mevrouw W] besproken, waarin zij aangeeft dat zij op basis van het Horecasanctiebeleid niet direct kunnen overgaan tot sluiting, waar ik ook onder begrijp de mogelijkheid tot vervroeging van het sluitingstijdstip. In genoemd email wordt onder meer bevestigd dat het muziekgeluid wordt overgeschreden en dat een waarschuwingsbrief is uitgegaan op basis van de Algemene Plaatselijke Verordening. Een afschrift van die brief heb ik inmiddels opgevraagd en ook de melding Activiteitenbesluit en rapport.

Uit genoemde email blijkt ook dat er een nieuwe (andere) vergunning noodzakelijk is, waaraan voorwaarden kunnen worden verbonden, zoals beperking van de openingstijden.

Dit proces kan weer lang duren, op grond waarvan ik geadviseerd heb om een kort gedingprocedure te starten, waarbij rechtstreeks de uitbaters van [horecagelegenheid] voor de civiele rechter worden gedaagd. Alsdan zal worden gevraagd een beperking van de openingstijden en een dwangsom bij overtreding daarvan. Ook zal worden gevraagd om een dwangsom indien na bepaald tijdstip toch nog bezoekers worden toegelaten.

Ben je het daarmee eens, dan hoor ik dat graag. Ik zal dan tevens een nieuwe voorschotdeclaratie naar je toezenden, nu een gang naar de civiele rechter onder meer griffierechten ad. €297,-- en aan deurwaarderskosten circa € 100,--. Indien de procedure slaagt en de rechter maatregelen oplegt, wordt [horecagelegenheid] in de kosten veroordeeld. De griffierechten en deurwaarderskosten worden geheel vergoed, de advocaatkosten forfaitair, d.w.z. circa € 1.000,--.”

1.10    Op 13 mei 2019, later op de dag, heeft klager een e-mail gestuurd aan verweerder, met onder meer de volgende inhoud:

“Why didn’t you tell me that in our first meeting then?

In our initial conversation I was very clear what the problems are.

1.    Noise from the bar and customers

2.    The city hall doing absolute nothing effective to solve this.

As for the second issue there have been multiple delays, I filed a formal complaint, informed the mayor office, took days off to visit the city hall. Called the police 50 times, highlighted multiple issues like speeding, alcohol, drugs and pollution in the area. From my point of view there was not enough done by the gemeente to help me and other people living in that road.

This was my mandate the city hall issued the license without enough caution and this created this whole mess(can’t find a nicer word).

What can we do about the city hall? Am I just paying taxes for nothing?

As for your proposed action, what would be the end result who pays what at the end?

•    Can the court order the owner to also pay a compensation and what about the fixed lawyer cost will the court order to bar to pay them in full?

•    What are our chances of success?

•    Where will it go to court?

•    What is your experience with that particular court ?

And last but not least why didn’t you call me last week and tell me this, you said you going to draft something and I will have it within last week. You did not keep your promise to me and you did not even bother telling me that you will not be able to do so.

Thank you in advance.”

1.11    Op 14 mei 2019 heeft verweerder een e-mail gestuurd aan klager, met onder meer de volgende inhoud:

“Ik heb je meegedeeld dat de gemeente de eerst verantwoordelijke is om de wet- en regelgeving te handhaven en ook geluidsmetingen uit te voeren en verdere controles. Dat bespaart jou aanzienlijke kosten als je dat zelf zou moeten doen. Helaas is gebleken, dat de gemeente niet erg voortvarend is in handhaving.

Nu de resultaten van de controles bekend zijn en de gemeente van mening is dat de wet- en regelgeving wordt overtreden, heb ik je geadviseerd om rechtstreeks [horecagelegenheid] in een civiele procedure aan te spreken in kort geding, waarbij ik ook [mevrouw W] zal oproepen als getuige/informant.

Hopelijk is het resultaat van de rechter, dat een verbod wordt opgelegd tot het veroorzaken van overlast en tevens een beperking in sluitingstijdstip. Als dat wordt toegewezen zal [horecagelegenheid] in de kosten worden veroordeeld zoals ik al eerder heb aangegeven. Tevens zal een aanzienlijke dwangsom worden gevraagd van [horecagelegenheid] als zij toch van enige beslissing van de rechtbank in overtreding zijn.

De vraag is dus of ik een dagvaarding kan opstellen voor de Voorzieningenrechter? Gelet op de kosten zal ik je tevens een aanvullend voorschot moeten toezenden.”

1.12    Op 14 mei 2019, later op de dag, heeft klager een e-mail gestuurd aan verweerder, met onder meer de volgende inhoud:

“Ok, if you believe this is the best and fastest way forward to resolve this situation then please go ahead!

I said this already in our last week’s phone conversation but you did NOT deliver the letter you said you would.

On this note some personal issues with the way our interaction works so far and what a my expectations.

1.    I would also expect at least and apology and a reason why you didn’t keep your promise. I do not know if that is common in the Netherlands but in Germany and client / lawyer relationship is based on trust!

2.    I am not particular pleased that you never answer my calls, never call me back and that I usually need to chase you by 3 emails for an answer. I came to you in December 2017 and so far the situation has not improved.

3.    I also want to remind you about your statement: Finally, I understand your concerns about the costs of legal assistance, but I do not expect the costs to be higher than a maximum of € 2,500,-- ex VAT. If that seems to be the case, I will warn in time.

It appears that we will now exceed these cost.

I am looking forward to your reply and I hope you can regain my trust in you.”

1.13    Op 15 mei 2019 heeft verweerder een e-mail gestuurd aan klager, met onder meer de volgende inhoud:

“I apologize for not reporting you in time due to urgent court proceedings.

Of course, trust is important and is high on my agenda.

Finally, I have spent around 9 hours on the case so far. It appears that the costs are higher than initially budgeted, but this is mainly due to the unexpected attitude of the municipality.

I will send you a draft summons and a new advance declaration by Friday at the latest.”

1.14    Op 17 mei 2019 heeft verweerder een concept-dagvaarding aan klager gestuurd. In de begeleidende e-mail staat, voor zover relevant, het volgende:

“Bijgaand tref je aan een concept dagvaarding, zonder producties. Graag verneem ik per email je commentaar.

(...)

Als je instemt met de dagvaarding zal ik een datum voor het kort geding aanvragen. Als je de komende tijd verhinderd bent, dan verzoek je mij dat op te geven, zodat de rechtbank daarmee rekening kan houden.

Separaat zal ik een nieuw voorschot aan je toezenden, met griffierechten, die je moet voldoen.

Zoals ik je al heb laten weten, acht ik de eerdere calculatie van de kosten van rechtsbijstand niet langer haalbaar.”

1.15    Op 4 juni 2019 heeft verweerder een voorschotnota ter hoogte van 2.717,- inclusief BTW aan klager gestuurd. In de begeleidende e-mail staat, voor zover relevant, het volgende:

“Zoals al aangekondigd was mijn eerste inschatting over de kosten onjuist, vanwege de noodzaak een kort geding aan te spannen. Bijgaand tref je aan een aanvullend voorschot inclusief de griffierechten die ik aan de rechtbank moet betalen.”

1.16    Vervolgens is verweerder namens klager een kort geding gestart tegen de uitbater, waarbij (kort gezegd) is gevorderd: i) de uitbater bij wijze van voorlopige voorziening te verbieden geluid te (doen) produceren in zijn horecagelegenheid door middel van muziek die de norm, neergelegd in het Activiteitenbesluit, overschrijdt, ii) de uitbater te gebieden de geluidsinstallatie in zijn horecagelegenheid te voorzien van een begrenzer, iii) de uitbater te verbieden dat zijn horecagelegenheid na 01:00 uur is geopend, althans dat na 02:00 uur bezoekers worden toegelaten.

1.17    Op 12 juni 2019 heeft klager een e-mail gestuurd aan verweerder, met onder meer de volgende inhoud:

“I would like you to come to my place to discuss the case and strategy prior 28th of June, given that I got a broken ankle and are not very mobile.”

1.18    Op 14 juni 2019 heeft verweerder een e-mail gestuurd aan klager, met onder meer de volgende inhoud:

“I am in holiday right now. I Will be back in 24th june. I Will call you then to make An appointment.”

1.19    Op 14 juni 2019, later op de dag, heeft klager een e-mail gestuurd aan verweerder, met onder meer de volgende inhoud:

“this is only 4 days prior the court hearing sounds very short term to me.”

1.20    Op 14 juni 2019, later op de dag, heeft verweerder een e-mail gestuurd aan klager, met onder meer de volgende inhoud:

“We have time enough.”

1.21    Op 19 juni 2019 heeft verweerder een e-mail gestuurd aan klager, met onder meer de volgende inhoud:

“My last invoice is unpaid. I have already made a payment to the court.

 Waiting for your payment,”

1.22    Op 19 juni 2019, later op de dag, heeft klager een e-mail gestuurd aan verweerder, met onder meer de volgende inhoud:

“These cost exceed by far what you communicated to me and what your estimate was.

Your work has been not sufficient transparent to me and you did not uphold your promise to me to warn me preemptive, which you didn't.

This is what you previously communicated and this invoice does not reflect this:

Ben je het daarmee eens, dan hoor ik dat graag. Ik zal dan tevens een nieuwe voorschotdeclaratie naar je toezenden, nu een gang naar de civiele rechter onder meer griffierechten ad. €297,-- en aan deurwaarderskosten circa € 100,--. Indien de procedure slaagt en de rechter maatregelen oplegt, wordt [horecagelegenheid] in de kosten veroordeeld. De griffierechten en deurwaarderskosten worden geheel vergoed, de advocaatkosten forfaitair, d.w.z. circa € 1.000,--.

This amounts to a sum of 1397,00 Euro, which I am going to pay as it includes the cost for the court.

And then again and I can't stress this your mandate was to fix the situation with the city hall which remains unfixed with the upcoming court hearing.

 I asked you countless time about compensation for my loss of quality of life and my health issue and you never answered these questions.

I would suggest you get yourself over here and we discuss this matter!”

1.23    Op 19 juni 2019, later op de dag, heeft verweerder een e-mail gestuurd aan klager, met onder meer de volgende inhoud:

“Ik heb je uitgelegd waarom mijn eerste inschatting over de kosten onjuist was. Mijn eerste inschatting was gebaseerd op het feit om de gemeente te dwingen om adequate maatregelen te treffen. Dat is tot op heden niet gelukt, helaas. Vandaar dat in onderling overleg is besloten om een procedure (...) aan te spannen. Ik heb je verteld dat een nieuw voorschot in rekening zou worden gebracht en dat heb ik gedaan met mijn factuur van 4 juni jl. waartegen je niet hebt geprotesteerd.

Nu wil je het nieuwe voorschot niet betalen en verwacht je dat ik naar jou kom om dit punt te bespreken, terwijl ik al kosten heb voorgeschoten!

Dat ga ik dus niet doen. Ik verwacht dat je het aanvullend voorschot uiterlijk vrijdag a.s. Hebt voldaan. Na ontvangst van het bedrag ben ik bereid de zaak met je bespreken a. s. maandag.

Ontvang ik geen betaling, dan trek ik mij terug als advocaat en zal ik de rechter daarvan op de hoogte stellen. Ik zal je vervolgens een eindafrekening sturen.”

1.24    Op 21 juni 2019 heeft verweerder een e-mail gestuurd aan klager, met onder meer de volgende inhoud:

“Dank voor de betaling van mijn voorschotdeclaratie. Na afloop van de zaak volgt een finale afrekening.

Ik ben bereid a.s. maandag om 14.00 uur je te komen bezoeken. Schikt dat?

In de tussentijd had ik nog (telefonisch) overleg met [mevrouw W], die niet bereid is een toelichting te geven ter zitting van 28 juni a.s., hetgeen vanuit het standpunt van de gemeente niet onbegrijpelijk is. Wel gaf zij aan dat er inmiddels een advies ligt van de Omgevingsdienst voor het opleggen van zogenaamde maatvoorschriften. Ik heb [mevrouw W] gevraagd om een afschrift van dat advies, maar dat heb ik (niet verrassend) nog niet mogen ontvangen.

Tot slot acht ik het van belang, zoals eerder besproken, dat ook jouw buurman op de zitting aanwezig is om zonodig een toelichting te geven.

Tot slot is het handig als jij met behulp van een laptop een korte compilatie maakt van jouw camerabeelden, met duidelijke voorbeelden van de overlast, niet langer dan 1 à 2 minuten.

Graag hoor ik van je of a.s. maandag schikt.”

1.25    Op 27 juni 2019 heeft verweerder een e-mail gestuurd aan klager, met onder meer de volgende inhoud:

“Enclosed you will find a written summary of our arguments. If you have any remarks, please send me an email today.”

1.26    Op 28 juni 2019 heeft de mondelinge behandeling van het kort geding plaatsgevonden.

1.27    Op 28 juni 2019 heeft klager een e-mail gestuurd aan verweerder, met onder meer de volgende inhoud:

“If I would have know that only Dutch is allowed in court, I would have prepared a statement and also explanation for the video scenes.

I hope the court understands the timeline here and takes this into consideration.

1. I talked to doorman and was sent away with racist comments

2. I talked to him 4 times and his son 2 time

3. I complained to the city

4. Filled complain about the city complain

5. Several months and meetings and talks with police city etc. later I hire you as I got finally sick due to stress and lack of sleep to seek help

6. Civil lawsuit as last resort as all of the above didn't help, all the while nobody denies the problem as you know, not even Peter of course on court he does and plays the saint.

I really hope there will be justice.”

1.28    Op 2 juli 2019 heeft klager een e-mail gestuurd aan verweerder, met onder meer de volgende inhoud:

“Didn't you want to discuss something on Monday?”

1.29    Op 4 juli 2019 heeft klager een e-mail gestuurd aan verweerder, met onder meer de volgende inhoud:

“Any news?”

1.30    Op 5 juli 2019 heeft klager een e-mail gestuurd aan verweerder, met onder meer de volgende inhoud:

“When you said last week Friday:"let's discuss on Monday" did you refer to 2019 or another year?”

1.31    Op 5 juli 2019, later op de dag, heeft verweerder een e-mail gestuurd aan klager, met onder meer de volgende inhoud:

“First, we have to wait untill  12 juli for a court decision.

Further, I have written to the munical, that I have heard nothing on my request to enforce the law. I have send a notice of default. If the town hall does not give a decision on my request within 2 weeks (…), they have to pay to you a default fine.

So we have to wait untill 12 juli.”

1.32    Op 5 juli 2019, later op de dag, heeft klager een e-mail gestuurd aan verweerder, met onder meer de volgende inhoud:

“Ok, however I do not understand how it is law now to close at 01:00, is there already a court ruling?

According to the city there is only toelatingtijden and they are 2AM and are not enforced either.

Please update me as soon as you have any news!”

1.33    Op 7 juli 2019 heeft klager een e-mail gestuurd aan verweerder, met onder meer de volgende inhoud:

“[Verweerder] I don’t understand why you do things outside the mandate!

Also you said trust is important for you, you also said you have 30 years of experience and yet I find myself in court without knowing only Dutch is allowed. Am I you first none Dutch client?

Please answer my question, all of them, and comment on the email from 28th of June.

Last but not least why you say we talk Monday and then it takes 5 emails from me for you to respond.”

1.34    Op 8 juli 2019 heeft verweerder een e-mail gestuurd aan klager, met onder meer de volgende inhoud:

“I have done nothing outside the mandate! We spoke about two ways to achieve a stop concerning the nuisance of [horecagelegenheid]: first a civil procedure against [horecagelegenheid], second a reminder towards De Gemeente and that is what I did.

Second, in almost 30 years of experience I never met a judge who was not able tot speak English. However, you understood well the court hearing, I presume.

Your questions below:

•    a default fine? is a penalty for De Gemeente to be paid to you if they are to late

•    how high is it? max € ca 1.000,--

•    what law is that based on? Adminstrative Law

•    why didn’t we use this legal tool earlier in the process? Because De Gemeente first must do noice measurements.

If you have no confidence in my acting, I advice you to go to another laywer.”

1.35    Bij vonnis in kort geding van 12 juli 2019 zijn de vorderingen van klager afgewezen en is klager veroordeeld in de kosten van het geding.

1.36    Op 18 juli 2019 heeft klager bij de deken een klacht ingediend over verweerder.

2    KLACHT

2.1    De klacht houdt, zakelijk weergegeven, in dat verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld als bedoeld in artikel 46 Advocatenwet doordat hij:

a)    slecht met klager heeft gecommuniceerd;

b)    buiten de opdracht om een civiele procedure is gestart;

c)    een inschatting heeft gemaakt van de kosten en die inschatting heeft overschreden zonder klager daarover te informeren ondanks een daartoe strekkende toezegging;

d)    zijn werkzaamheden niet naar behoren heeft verricht;

e)    onduidelijke rekeningen heeft gestuurd;

f)    heeft gedreigd zijn werkzaamheden te staken als klager zijn rekeningen niet zou betalen;

g)    klager er niet over heeft geïnformeerd dat de voertaal bij rechtszittingen Nederlands is.

3    VERWEER

3.1    Verweerder voert verweer dat hierna,  voor zover relevant, zal worden weergegeven.

4    BEOORDELING

Ad klachtonderdeel a)

4.1    Klager verwijt verweerder dat hij slecht met klager heeft gecommuniceerd. Ter toelichting voert klager onder meer aan dat verweerder slecht telefonisch bereikbaar was, niet terugbelde en alleen reageerde na meerdere e-mails van klager.

4.2    Verweerder betwist dit. Verweerder stelt dat hij alles met klager heeft besproken en ook bij klager op bezoek is geweest om met de ouders van klager te spreken. Verweerder heeft in totaal 180 e-mails met klager gewisseld waarin de situatie is besproken en mogelijke oplossingen zijn voorgesteld. De telefoontjes van klager in de vroege ochtend, avond en in het weekend kon verweerder niet altijd direct beantwoorden. Van gebrekkige communicatie is evenwel geen sprake geweest, aldus steeds verweerder.

4.3    De voorzitter stelt voorop dat van een advocaat verwacht mag worden dat hij reageert op berichten en telefoontjes van zijn cliënt, en zijn cliënt op de hoogte houdt van zijn werkzaamheden ten behoeve van die cliënt. Uit het klachtdossier blijkt evenwel niet dat verweerder slecht met klager heeft gecommuniceerd. Dat verweerder niet altijd direct heeft gereageerd op e-mails of telefoontjes van klager is niet zonder meer tuchtrechtelijk verwijtbaar. Het kan immers niet van een advocaat worden verwacht dat hij altijd bereikbaar is en altijd direct reageert. Dat verweerder gedurende een (te) lange periode of op belangrijke momenten voor klager onbereikbaar was is de voorzitter niet gebleken, evenmin is gebleken dat klager hierdoor in zijn belangen zou zijn geschaad. Klachtonderdeel a) is kennelijk ongegrond.

Ad klachtonderdelen b) en d)

4.4    De klachtonderdelen b) en d) lenen zich voor gezamenlijke behandeling.

4.5    Klager verwijt verweerder dat hij buiten de opdracht om een civiele procedure is gestart. Voorts verwijt klager verweerder dat hij zijn werkzaamheden niet naar behoren heeft verricht.

4.6    Verweerder betwist een en ander. Verweerder voert aan dat hij aanvankelijk heeft geprobeerd de gemeente te bewegen iets te ondernemen tegen de overlast. Omdat er geen schot in de zaak zat heeft verweerder op een bepaald moment geadviseerd de uitbater aan te spreken via een kort geding, naast het parallelle handhavingstraject richting de gemeente. Een civiele actie richting de uitbater leek kansrijk, nu inmiddels de rapporten van de gemeente duidelijk maakten dat er sprake was van onaanvaardbare overlast én de gemeente niets ondernam. Klager is akkoord gegaan met het advies. Het kort geding is helaas niet goed afgelopen. De voorzieningenrechter heeft naar de mening van verweerder een onjuist vonnis gewezen, nu overduidelijk sprake was van onrechtmatige hinder. Van mandaatoverschrijding, in de zin van dat zonder overleg is overgegaan tot acties, is geen sprake geweest, aldus steeds verweerder.

4.7    De voorzitter overweegt als volgt. Uit het klachtdossier blijkt dat klager heeft ingestemd met het voorstel van verweerder om een civiele procedure te starten. Het is begrijpelijk dat klager teleurgesteld is over het feit dat de gevraagde voorlopige voorzieningen zijn afgewezen. Het enkele feit dat een zaak niet wordt gewonnen betekent echter nog niet dat de advocaat zijn werk niet goed heeft gedaan. Dat de door verweerder verrichtte werkzaamheden niet voldoen aan de daaraan te stellen kwaliteitseisen wordt betwist en is de voorzitter overigens ook niet gebleken. De klachtonderdelen b) en d) zijn kennelijk ongegrond.

Ad klachtonderdelen c), e) en f)

4.8    De klachtonderdelen c), e) en f) lenen zich voor gezamenlijke behandeling.

4.9    Klager verwijt verweerder dat hij een inschatting heeft gemaakt van de kosten en die inschatting heeft overschreden zonder klager daarover te informeren ondanks een daartoe strekkende toezegging. Voorts verwijt klager verweerder dat hij onduidelijke rekeningen heeft gestuurd. Ter toelichting voert klager aan dat de rekeningen niet het aantal uren bevatten dat verweerder heeft gewerkt en ook niet gedetailleerd met welk doel. Tot slot verwijt klager verweerder dat hij heeft gedreigd zijn werkzaamheden te staken als klager zijn rekeningen niet zou betalen.

4.10    Verweerder betwist een en ander. Verweerder voert aan dat er aanvankelijk contact is geweest met de gemeente in verband met de overlast. Omdat er onvoldoende gebeurde heeft verweerder vervolgens geadviseerd een kort geding te starten. Verweerder heeft daarbij tijdig aangegeven dat zijn eerste kosteninschatting overschreden zou worden. Met een beroep op het voorbehoud dat in de opdrachtbevestiging gemaakt was heeft verweerder een aanvullend voorschot aan klager toegezonden. Klager heeft het aanvullend voorschot zonder protest betaald. Van chantage is geen sprake geweest, van onduidelijke rekeningen evenmin. Er zijn twee voorschotnota’s verstuurd, er zal nog een definitieve afrekening voorzien van een urenspecificatie volgen, aldus steeds verweerder.  

4.11    De voorzitter overweegt als volgt. Uit het klachtdossier volgt dat de strategie in mei 2019 is gewijzigd, in die zin dat er een kort geding procedure tegen de uitbater zou worden gevoerd. Naar het oordeel van de voorzitter heeft verweerder, gelet op zijn e-mails van 7, 13 en 14 mei 2019 (zie hiervoor onder randnummers 1.6, 1.9 en 1.11) tijdig aangegeven dat zijn initiële kosteninschatting in verband met deze wijziging overschreden zou worden. Dat verweerder onduidelijke rekeningen heeft gestuurd wordt betwist en is de voorzitter ook niet gebleken. In het klachtdossier bevinden zich enkel voorschotnota’s, waarvan het begrijpelijk is dat deze geen urenspecificatie bevatten. Klager heeft dit standpunt onvoldoende onderbouwd. Dat verweerder in zijn e-mail van 19 juni 2019 aangeeft zich te zullen terugtrekken als de voorschotnota niet wordt betaald is evenmin tuchtrechtelijk verwijtbaar (zie hiervoor onder randnummer 1.23). Hiermee heeft verweerder weliswaar druk op klager uitgeoefend om de voorschotnota te betalen, maar geen ongeoorloofde druk. Van ongeoorloofde druk zou sprake kunnen zijn als verweerder gedreigd had zich te onttrekken op een dusdanige wijze dat verwacht mag worden dat klager daarvan procedurele schade zou ondervinden. Daarvan is de voorzitter in onderhavig geval niet gebleken. De klachtonderdelen c), e) en f) zijn kennelijk ongegrond.

Ad klachtonderdeel g)

4.12    Klager verwijt verweerder dat hij klager er niet over heeft geïnformeerd dat de voertaal bij rechtszittingen Nederlands is.

4.13    Verweerder acht het feit dat de zitting in de Nederlandse taal is gevoerd van een dusdanige vanzelfsprekendheid dat hij klager daar inderdaad niet  op heeft gewezen, mede omdat klager de taal wel verstaat en in het Engels (en Duits) uitstekend kan antwoorden. Dat de voorzieningenrechter eiste dat het Engels van klager door verweerder zou worden vertaald is geen beletsel geweest, aldus steeds verweerder.

4.14    De voorzitter overweegt als volgt. Hoewel het wellicht beter was geweest als verweerder klager er expliciet op had gewezen dat de voertaal bij zittingen Nederlands is, acht de voorzitter een en ander onvoldoende om te kunnen leiden tot de conclusie dat sprake is van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen. Klachtonderdeel g) is kennelijk ongegrond.

4.15    Concluderend zal de voorzitter de klacht, met toepassing van artikel 46j Advocatenwet, in alle onderdelen kennelijk ongegrond verklaren.

BESLISSING

De voorzitter verklaart:

de klacht, met toepassing van artikel 46j van de Advocatenwet, in alle onderdelen kennelijk ongegrond.

Aldus in het openbaar uitgesproken door mr. D.H. Steenmetser-Bakker, voorzitter, met bijstand van mr. P.J. Verdam als griffier op 27 januari 2020.

Griffier     Voorzitter

mededelingen van de griffier ter informatie:

Deze beslissing is in afschrift op 27 januari 2020 verzonden.

Meer informatie

Acties

Meta gegevens