Overheid.nl

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Terug naar overzicht

ECLI:
ECLI:NL:TADRSHE:2019:135
Datum uitspraak:
02-09-2019
Datum publicatie:
04-09-2019
Zaaknummer(s):
19-113/DB /ZWB
Onderwerp:
Zorg voor de cliëntFinanciën
Beslissingen:
Inhoudsindicatie:
Het is gebruikelijk dat het honorarium van een advocaat op een factuur zonder BTW wordt vermeld, welk bedrag vervolgens met de door de advocaat daarover verschuldigde BTW wordt vermeerderd. Hetzelfde geldt voor de vermindering met een eerder  betaald voorschot op de eindfactuur.Verzet ongegrond

Zeeland-West-Brabant

Beslissingvan de Raad van Discipline in het ressort  ‘s-Hertogenbosch

van 2 september 2019

in de zaak 19-113/DB/ZWB

 

naar aanleiding van het verzet tegen de beslissing van de voorzitter van de raad van discipline van 24 april 2019 inzake de klacht van:

 

klager

                



over:

 

 

verweerder

 

 

 

1         Verloop van de procedure

1.1     Per e-mail aan de raad van 1 maart 2019 met kenmerk K18-112, heeft de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Zeeland-West-Brabant de klacht ter kennis van de raad gebracht.

1.2     Bij beslissing van 24 april 2019 heeft de  voorzitter van de raad (hierna: de voorzitter) de klacht kennelijk ongegrond verklaard, welke beslissing op 25 april 2019 is verzonden aan klager en verweerder.

1.3     Bij brief van 8 mei 2019, door de raad ontvangen op 9 mei 2019,heeft klager verzet ingesteld tegen de beslissing van de voorzitter.

1.4     Het verzet is behandeld ter zitting van de raad van 1 juli 2019. Verweerder heeft de raad bij brief van 5 juni 2019 bericht niet ter zitting te zullen verschijnen. Klager is ter zitting niet verschenen.

1.5     De raad heeft kennisgenomen vande beslissing van de voorzitter waarvan verzet en van de stukken waarop de beslissing blijkens de tekst daarvan is gegeven, alsmede van het verzetschrift van klager van 8 mei 2019.

 

2         FEITEN en klacht

2.1     Voor een weergave van de vaststaande feiten en de omschrijving van de klacht verwijst de raad naar de beslissing van de voorzitter.

 

 

3         VERZET

De gronden van het verzet houden, zakelijk weergegeven, het volgende in:

klager kan zich op grond van het navolgende niet verenigen met de beslissing van de voorzitter omtrent de aan deze voorgelegde klachten:

1.           het onder 4.1. in de voorzittersbeslissing gegeven oordeel over de voorschotnota is niet juist, omdat de nota van 24 januari 2019 een vermindering van de voorschotnota met € 1.000,- bevat hetgeen nadeel veroorzaakt aan klager;

2.           verweerder heeft geen belang bij overleg met de notaris, omdat er een klacht tegen de notaris liep en verweerder eerst het antwoord van de notaris aan de Kamer voor het Notariaat had moeten afwachten;

3.           het procesdossier van klager is niet in overeenstemming met wat de raad van discipline schriftelijk bevestigd heeft.

 

 

4         BEOORDELING

4.1      De raad is van oordeel dat de voorzitter bij de beoordeling de juiste maatstaf heeft toegepast en voorts acht heeft geslagen op alle relevante omstandigheden van het geval. Klager voert in verzet aan dat uit de nota van 24 januari 2019 blijkt dat de voorschotnota niet juist was, omdat hierin slechts € 1.000,- in mindering is gebracht. De raad volgt klager hierin niet. Het is gebruikelijk dat het honorarium van een advocaat op een factuur zonder BTW wordt vermeld, welk bedrag vervolgens met de door de advocaat daarover verschuldigde BTW wordt vermeerderd. Hetzelfde geldt voor de vermindering met een eerder  betaald voorschot op de eindfactuur, waarbij eerst het betaald voorschot exclusief BTW in mindering wordt gebracht, waarna de daarover in rekening gebrachte BTW in mindering komt op het in de einddeclaratie verschuldigde BTW.  Ter zake valt verweerder tuchtrechtelijk niets te verwijten. De tweede verzetgrond is  een herhaling van hetgeen klager in zijn klachtschrijven reeds naar voren heeft gebracht en waarover de voorzitter in overweging 4.2 heeft geoordeeld, waarmee de raad zich kan verenigen. De derde verzetgrond heeft, zo begrijpt de raad, betrekking opde incomplete inventarislijst. Klager voert aan dat zijn brief van 11 oktober 2018 aan de deken uit twee pagina’s bestaat, terwijl de inventarislijst slechts één pagina vermeldt. De aan de raad overgelegde brief lijkt echter volledig en bestaat uit  één  pagina. Klager heeft de ontbrekende pagina ook niet aan de raad overgelegd. Naar het oordeel van de raad kunnen de door klager aangevoerde gronden niet slagen en heeft de voorzitter de klacht terecht en op juiste gronden kennelijk ongegrond bevonden.

4.2      Nu het verzet van klager tegen de beslissing van de voorzitter ook overigens geen nieuwe gezichtspunten oplevert is, er geen plaats voor verder onderzoek naar de klacht en moet het verzet ongegrond worden verklaard.

 

 

BESLISSING

 

De raad van discipline:

 

verklaart het verzet ongegrond.

 

Aldus beslist door mr. M.M.T. Coenegracht, voorzitter, mrs. L.R.G.M. Spronken en H.C.M. Schaeken, leden, bijgestaan door mr.I.J.M. Huysmans-van Opstalals griffier en uitgesprokenin het openbaar op 2 september 2019.

 

 

Griffier                                                                     Voorzitter

 

 

 

 

 

Meer informatie

Acties

Meta gegevens