Overheid.nl

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Terug naar overzicht

ECLI:
ECLI:NL:TADRAMS:2019:176
Datum uitspraak:
02-09-2019
Datum publicatie:
09-09-2019
Zaaknummer(s):
19-333/A/NH
Onderwerp:
Wat een behoorlijk advocaat betaamt t.o. de wederpartijBerichten aan derden Wat een behoorlijk advocaat betaamt t.o. de wederpartijConfraternele correspondentie/schikkingsonderhandelingen Wat een behoorlijk advocaat betaamt t.o. zijn medeadvocatenRegels die betrekking hebben op de juridische strijd Wat een behoorlijk advocaat betaamt t.o. zijn medeadvocatenWelwillendheid in het algemeen
Beslissingen:
Berisping Kostenveroordeling
Inhoudsindicatie:
Gezamenlijke klacht over advocaat wederpartij. Klacht grotendeels gegrond. Klagers in de zaak met nummer 19-312/A/NH en 19-333/A/NH dienen te worden beschouwd als een wederpartij. Verweerster heeft nagelaten kopieën van berichten aan de rechtbank aan klagers te versturen. Daarnaast heeft verweerster nagelaten kopieën toe te sturen van processtukken aan alle procespartijen. Tot slot heeft verweerster zich eenzijdig en zonder gelijktijdige mededeling aan de advocaat van de wederpartij tot de rechter gewend en heeft verweerster zonder toestemming van de advocaat van de wederpartij meer medegedeeld aan de rechter dan dat geen overeenstemming was bereikt. Niet gebleken is dat verweerster niet onafhankelijk of onpartijdig is jegens klagers. Gelet op de omvang, de aard en de ernst van de gegronde klachten en de toezegging van verweerster ter zitting om uitvoering te geven aan deze beslissing zal de maatregel van berisping worden opgelegd.

Noord-Holland

Beslissing van de Raad van Discipline in het ressort Amsterdam

van 2 september 2019

in de zaak 19-333/A/NH

naar aanleiding van de klacht van:

klagers

over:

verweerster

1    VERLOOP VAN DE PROCEDURE

1.1    Bij brief van 24 augustus 2018 heeft klager bij de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Noord-Holland een klacht ingediend over verweerster.

1.2    Bij brief aan de raad van 27 mei 2019 met kenmerk td/md/18-326-714667, door de raad ontvangen op diezelfde dag, heeft de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Noord-Holland de klacht ter kennis van de raad gebracht.

1.3    De klacht is behandeld ter zitting van de raad van 8 juli 2019 in aanwezigheid van klager 3, zijn gemachtigde en verweerster. De klacht is gelijktijdig behandeld met de zaak bij de raad bekend onder nummer 19-312/A/NH. De raad doet in die zaak vandaag eveneens uitspraak. Van de behandeling is proces-verbaal opgemaakt.

1.4    De raad heeft kennisgenomen van de in 1.2 vermelde brief van de deken met de bijlagen 1 tot en met 32.

2    FEITEN

Voor de beoordeling van de klacht wordt, gelet op de stukken en hetgeen ter zitting is verklaard, van de volgende feiten uitgegaan.

2.1    Klager 3 is advocaat van klaagster 1 en klager 2 (hierna gezamenlijk te noemen: Bluemay).

2.2    Verschillende vennootschappen uit de Novomatic groep van vennootschappen (hierna: Novomatic) hebben Bluemay plus Digitus Limited en de heer B (hierna gezamenlijk te noemen: Betsoft) betrokken in een bodemprocedure bij de rechtbank Den Haag (hierna ook: Bluemay bodem  en Betsoft bodem). Novomatic heeft in diezelfde procedure ook Redcorp S.A. in rechte betrokken, welke vennootschap niet in de procedure is verschenen. De zaak is bij de rechtbank Den Haag bekend onder zaak- en rolnummer: C/09/487488 / HA ZA 15-505.

2.3    Novomatic is bij afzonderlijke dagvaarding een bodemprocedure tegen Carmanco N.V. gestart bij de rechtbank Den Haag (hierna ook: Carmanco bodem). Deze zaak is bij de rechtbank Den Haag bekend onder zaak- en rolnummer: C/09/487499 / HA ZA 15-507.

2.4    Bij beslissing van 13 juli 2016 van de rechtbank Den Haag is de Carmanco bodem gevoegd bij de onder 2.2 vermelde procedure.

2.5    Op 19 april 2017 heeft Betsoft, in verband met een advocaatwisseling, verzocht alsnog voor antwoord te mogen concluderen in de Betsoft bodem. Op 9 mei 2017 heeft de rechtbank Den Haag Betsoft toegestaan om een conclusie van antwoord te nemen. Bij brief van 9 mei 2017 heeft verweerster verzocht het verzoek van Betsoft alsnog te weigeren. Er is geen kopie van deze brief aan Bluemay verzonden. De rechtbank Den Haag heeft vervolgens haar eerdere rolbeslissing teruggedraaid en heeft Betsoft geweigerd een conclusie van antwoord te mogen nemen. De Betsoft bodem is vervolgens verwezen naar de rolzitting van 11 oktober 2017 voor vonnis. De rechtbank Den Haag heeft deze rolbeslissing op 11 mei 2017 aan partijen gestuurd. Verweerster heeft vervolgens alleen de rechtbank Den Haag een e-mail gestuurd met het volgende bericht:

“Thx! Blij mee!”

2.6    Bij tussenvonnis van 17 mei 2017 is in de Betsoft en Carmanco bodem een comparitie van partijen bepaald. Op 29 augustus 2017 heeft een gezamenlijke comparitie van partijen plaatsgevonden.

2.7    Op 15 september 2017 heeft verweerster een brief verzonden aan de rechtbank Den Haag waarbij zij in de kop de naam ‘Betsoft’ vermeldt en verwijst naar het zaak- en rolnummer C/09/487488 / HA ZA 15-505. Verweerster heeft in deze brief, waarbij zij drie bijlagen heeft gevoegd, onder andere het volgende geschreven:

“(…) Ik verwijs naar (…) de brief van 13 september 2017 van [advocaat Carmanco]. (…)

Gelet op het bovenstaande verzoek ik u dus (i) aan [advocaat Carmanco] te vragen waarom zij zich terugtrekt (ii) Carmanco niet te ontslaan van haar verplichting de licentieovereenkomst over te leggen (iii) Carmanco geen verder uitstel te verlenen en (iv) ten aanzien van Carmanco aan te nemen dat er geen licentieovereenkomst is. (…)”

2.8    Bij brief van 18 september 2017 heeft de advocaat van Carmanco gereageerd op de onder randnummer 2.7 vermelde brief van verweerster. Naar aanleiding van de brieven van 15 respectievelijk 18 september 2017 heeft de rechtbank Den Haag bij brief van 21 september 2017 mede als volgt bericht aan verweerster en de advocaat van Carmanco:

“(…) De rechtbank stelt vast dat de brief van [verweerster] zich overigens niet beperkt tot een (tardief) bezwaar tegen de eerdere verzoeken van [advocaat Carmanco], maar in de nrs. 3 en 4 nieuwe feitelijke stellingen en daarnaast een tweetal producties bevat. Dit is buiten de orde nu het partijdebat inmiddels is gesloten. Deze onderdelen van de brief alsmede bijlagen 2 en 3 zullen dan ook buiten beschouwing worden gelaten. (…)”

2.9    Bij brief van 24 oktober 2017 heeft verweerster zich tot de rechtbank Den Haag gewend. Novomatic verzoekt de rechtbank Den Haag in die brief om zich, zoals bepaald in het proces-verbaal van de zitting van 29 augustus 2017, uit te mogen laten over de door Carmanco in het geding gebrachte licentieovereenkomst. Verweerster maakt voorts bezwaar tegen de uitvoerige akte bij de licentieovereenkomst en verzoekt de akte wegens napleiten buiten beschouwing te laten. Verweerster heeft geen kopie van de brief verzonden aan Betsoft en/of Bluemay. Een afschrift is wel verzonden aan Carmanco. Verweerster heeft in het briefhoofd mede vermeld:

“Inzake : Novomatic / Carmanco Dossier : 00084209/AMA /PH Uw ref. : C/09/4874499 HA ZA 15/505 (…)”

2.10    Op 8 november 2017 heeft verweerster een akte met een begeleidende brief aan de rechtbank Den Haag gezonden. Er is geen afschrift verzonden aan Betsoft en/of Bluemay. Verweerster heeft wel een afschrift van de brief met bijlage verzonden aan Carmanco. Verweerster heeft in de begeleidende brief onder andere het volgende geschreven:

“(…) Inzake : Novomatic /Carmanco – Betsoft e.a. Dossier : 0084209/AMA /PH Uw ref. : C/09/487499 en C/09/487488 (...)

Deze akte dient te worden toegevoegd aan de procedure Carmanco met rolnummer C/09/487499. Op het roljournaal staat de vermelding voor deze procedure “vonnis 22-11-17’. Bij procedure C/09/487488 staat de vermelding: ‘Akte eiser uitl.’. Waarschijnlijk zijn de instructies per ongeluk verwisseld. Ik verwijs u voor verdere uitleg naar mijn brief van 24 oktober 2017 waarna de instructie is gewijzigd. Voor zover mijn visie onjuist is, geldt deze akte als vermeld op de rol. (…)”

2.11    Op 21 november 2017 heeft verweerster een brief inclusief 19 bijlagen naar de rechtbank Den Haag gezonden. Er is geen kopie van deze brief naar Betsoft en/of Bluemay gestuurd. Er is wel een kopie naar Carmanco verzonden. Verweerster heeft onder andere geschreven:

“(…) Inzake : Novomatic / Carmanco (rolnummer: (…)) en Novomatic / Betsoft en Basil, Bluemay Enterprises, Redcorp en Raviv (rolnummer (…))

Dossier : 00084209/AMA (…)

Op verzoek van uw griffie stuur ik u hierbij het overzicht met betrekking tot de advocaatwisselingen en de rol van uw Rechtbank. Ik zal tot de conclusie komen dat de akte van 8 november 2017 van eiseressen is genomen in de zaak tegen Carmanco. (…)

Wij hebben aldus (primair) akte genomen in de zaak Novomatic Carmanco op 8 november 2017. Ik vertrouw u daarmee akkoord. Er is geen andere interpretatie mogelijk in mijn ogen.

Ik hoop dat u het voorgaande volgt en aanneemt dat de akte is genomen in de zaak tegen Carmanco en opdracht geeft de fout in de rol te herstellen. (…)”

2.12    In de Betsoft, Bluemay en Carmanco bodemprocedures is door de rechtbank Den Haag op 27 juni 2018 vonnis gewezen.

2.13    Naar aanleiding van het vonnis van 27 juni 2018 in de bodemprocedure zijn Betsoft en Bluemay een executie kort geding gestart bij de rechtbank Zeeland-West-Brabant.

2.14    Op 23 juli 2018 hebben Betsoft en Bluemay per e-mail aan de rechtbank Zeeland-West-Brabant bericht dat in de gelijktijdig behandelde kort gedingen geen overeenstemming is bereikt. Betsoft en Bluemay hebben verzocht vonnis te wijzen. Er heeft een e-mailwisseling plaatsgevonden tussen de advocaten van Betsoft en Bluemay enerzijds en verweerster anderzijds waarbij verweerster er herhaaldelijk op is gewezen dat zij de rechtbank, in lijn met de gedragsregels, neutraal diende te berichten. Op 23 juli 2018 heeft verweerster de rechtbank onder andere als volgt bericht:

“(…) Ik bevestig dat partijen geen schikking hebben kunnen treffen. De wederpartijen hebben mij verder verboden u in te lichten over de inhoud van de toezegging van Novomatic ten aanzien van de interpretatie van 6.10 los van een schikking. (…)”

In reactie op de e-mail van verweerster inzake de schikking heeft mr. P., advocaat van Bluemay, mede als volgt aan de rechtbank Zeeland-West-Brabant geschreven:

“(…) [Bluemay] achten het spijtig dat de mededeling van Novomatic (…) verder gaat dan de enkele mededeling dat om vonnis wordt gevraagd.

[Bluemay] verzoeken dat u geen acht slaat op de mededeling van Novomatic (…) in zoverre het bericht verder gaat dan het vragen in vonnis. (…)”

2.15    Op 7 augustus 2018 is door de rechtbank Zeeland-West-Brabant vonnis gewezen in het executie kort geding.

2.16    Bij dagvaardingen van respectievelijk 30 augustus 2018 en 3 september 2018 heeft Novomatic Betsoft en Bluemay in hoger beroep gedagvaard ten aanzien van het vonnis van 7 augustus 2018.

2.17    Op 4 september 2018 heeft Bluemay van verweerster in het kader van het Bluemay bodem hoger beroep een memorie van antwoord in incident, tevens houdende incidenteel hoger beroep en tevens houdende een incidentele vordering tot het doen stellen van zekerheid ontvangen. Bluemay heeft daarbij geen producties ontvangen, terwijl die producties wel bij het hof werden ingediend. Verweerster heeft geen kopie van de processtukken aan Betsoft gestuurd.

2.18    Verweerster heeft in de hoger beroep procedure een productie (productie 7) overgelegd die betrekking heeft op de schikkingsonderhandelingen ten tijde van het kort geding. Deze productie, die een e-mail is van verweerster aan de advocaat van Bluemay met meerdere advocaten in de cc, luidt mede als volgt:

“I repeat what has been stated in our offer how to interpret the judgment in respect to the information production. I also repeat that “hoofdelijk” means that if one party has complied the others do not have to comply anymore. I also repeat that The Netherlands has an abstract service system in respect to countries that are not a member of treaties governing the same. I will inform the court in a neutral manner of course. (…)”

Onder het hiervoor opgenomen citaat heeft verweerster het volgende geschreven:

“Opzettelijk blank in verband met Gedragsregels (…)

Opzettelijk blank in verband met Gedragsregels (…)”

2.19    In het hoger beroep van het executie kort geding heeft verweerster nagelaten, toen zich reeds een advocaat had gesteld voor Bluemay, deze advocaten een kopie van haar brief van 15 november 2018 en het H-formulier te sturen waarmee verweerster de dagvaarding indiende en de zaak aanhangig maakte.

2.20    Verweerster heeft op 13 maart 2019 om uitstel verzocht in het Betsoft bodem hoger beroep alsmede in het Bluemay bodem hoger beroep. De uitstelverzoeken zijn door verweerster enkel aan de advocaten van de appelanten gestuurd en niet naar de advocaten van de mede-geïntimideerden.

2.21    Verweerster is als verdachte aangemerkt in een strafprocedure. Betsoft is benaderd door de financieel-economische recherche en heeft aan de politie stukken verstrekt. Een medewerker van Betsoft, de heer L., is in 2016 als getuige gehoord in een strafprocedure waarin verweerster als verdachte is aangemerkt.

3    KLACHT

3.1    De klacht houdt, zakelijk weergegeven, in dat verweerster tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld als bedoeld in artikel 46 Advocatenwet doordat:

a)    in het geheel geen kopieën van berichten aan de rechtbank aan één van de procespartijen heeft toegestuurd, zowel ten tijde van de procedure als na verzoek daartoe van de gedaagde partijen;

b)    geen kopieën heeft toegestuurd van processtukken aan alle procespartijen;

c)    de rechtbank in strijd met de gedragsregels heeft benaderd;

d)    optreedt als advocaat tegen een partij die eerder in een strafzaak tegen verweerster in persoon heeft getuigd.

4    VERWEER

4.1    Verweerster voert verweer dat hierna, voor zover van belang, zal worden weergegeven.

5    BEOORDELING

5.1    De klacht ziet op het handelen van verweerster als advocaat van de wederpartij. Klagers doen daarbij mede een beroep op de gedragsregels. Voorop wordt gesteld dat naar vaste jurisprudentie van het Hof van Discipline geldt dat de gedragsregels de normen onder woorden brengen, die naar de heersende opvatting in de kring der advocaten behoren te worden in acht genomen bij de uitoefening van het beroep van advocaat en zijn bedoeld als richtlijn voor de advocaat. Bij de beoordeling van een tegen een advocaat ingediende klacht dient de tuchtrechter het aan de advocaat verweten handelen of nalaten te toetsen aan de in artikel 46 Advocatenwet omschreven normen. Bij deze toetsing is de tuchtrechter niet gebonden aan de gedragsregels, maar die regels kunnen, gezien het open karakter van de wettelijke normen, daarbij van belang zijn. Of het niet naleven van een bepaalde gedragsregel ook tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen oplevert, hangt af van de feitelijke omstandigheden en wordt door de tuchtrechter per geval beoordeeld.

5.2    De raad stelt daarnaast bij de beoordeling van de klachtonderdelen voorop dat de gedragsregels mede dienen tot de instandhouding van een onderlinge verhouding binnen de beroepsgroep die gebaseerd is op welwillendheid en vertrouwen. Dit draagt bij aan een goede beroepsuitoefening. Anderzijds vereist die beroepsuitoefening dat het te dienen partijbelang daaraan niet ondergeschikt wordt gemaakt. Partijdigheid is immers een kernwaarde van de advocatuur. Steeds zal daarom in een mogelijk spanningsveld tussen een welwillende confraternele verhouding en het partijbelang van de advocaat verlangd worden hierin een zorgvuldige afweging te maken waarbij de omstandigheden van de te behandelen zaak mede bepalend zijn. Eveneens neemt de raad in aanmerking dat naast de vereiste confraternaliteit de vrijheid die de advocaat in zijn (partijdig) optreden kent mede begrensd wordt door de beginselen van een behoorlijke procesorde. Deze zijn ook van toepassing op het beroepsmatig optreden in rechte.

5.3    De raad zal de klacht met inachtneming van bovenstaande uitgangspunten beoordelen.

5.4    Klagers waren het niet eens met de klachtomschrijving door de deken. Op zitting is dit besproken. Klagers hebben ermee ingestemd dat de klachten op datum van de verweten handeling zijn besproken. Klagers hebben verzocht om een gezamenlijke behandeling van hun klacht met de klacht bij de raad bekend onder nummer 19-312/A/NH. Alle relevante data zijn opgenomen in de door Betsoft overgelegde pleitnotitie. Eenvoudigheidshalve zal de klacht van klagers op dezelfde wijze worden beoordeeld als de klacht met het bij de raad bekende nummer 19-312/A/NH.

Ad klachtonderdeel a)

5.5    Klagers verwijten verweerster dat zij geen kopieën van berichten aan de rechtbank aan één van de procespartijen heeft toegestuurd, zowel ten tijde van de procedure als na verzoek daartoe van de gedaagde partijen. Klagers hebben in dit kader verwezen naar regel 1 onder 1, 20 onder 2, 21 onder 1 en 24 van de Gedragsregels 2018 (zie regel 1, 14, 15 en 17 Gedragsregels 1992). Samengevat komen deze gedragsregels erop neer dat de advocaat op het tijdstip van het overleggen van stukken aan de rechter, rekening moet houden met de belangen van de wederpartij, dat de advocaat zich niet zonder toestemming van de advocaat van de wederpartij mag wenden tot de rechter en dat advocaten in het algemeen behoren te streven naar een onderlinge verhouding die berust op welwillendheid en vertrouwen.

5.6    Klagers voeren aan dat verweerster nalaat, terwijl zij daar wel toe gehouden is, kopieën van berichten aan de rechtbank aan hen te versturen. Dit is nodig om te voorkomen dat de rechter kennisneemt van stellingen en/of informatie waarvan de wederpartij niet tijdig en deugdelijk kennis heeft kunnen nemen. Het beginsel van fair play kan ook meebrengen dat een afschrift wordt gestuurd aan partijen die niet door een advocaat worden bijgestaan, aldus steeds klagers.

5.7    Verweerster heeft niet weersproken dat zij geen kopieën van berichten aan de rechtbank aan klagers heeft gestuurd. Het gaat om immateriële en niet relevante mededelingen aan de griffie dan wel om stukken die geen betrekking hebben op de Betsoft en de Bluemay bodemprocedures tezamen maar op de afzonderlijke procedures of op de gevoegde Carmanco bodemprocedure. Verweerster is niet gehouden om aan Betsoft, Bluemay en Carmanco afschriften te sturen van alle brieven aan de rechtbank. Verweerster stuurt alleen kopieën aan de partij waarop het betreffende bericht ziet. Verweerster doet dit al jaren zo, het is haar reguliere praktijk en conform het kantoorbeleid, zo voert verweerster aan.

5.8    De vraag die mede voorligt is of Betsoft en Bluemay dienen te worden beschouwd als één wederpartij. Novomatic heeft Betsoft en Bluemay bij gelijkluidende dagvaarding gedagvaard, waarbij dezelfde materiële grondslag is gebruikt en dezelfde vordering is ingesteld. Verweerster heeft daarmee zelf één partij van Betsoft en Bluemay gemaakt. Voorts heeft de rechtbank Den Haag de zaken geregistreerd onder één zaak- en rolnummer (rolnummer: 15-505). Betsoft en Bluemay zijn gelet op het voorgaande dan ook als één wederpartij aan te merken en hadden daarom kopieën van de brieven van verweerster aan de rechtbank in de zaak met rolnummer 15-505 moeten ontvangen. De Carmanco bodem, die van de rechtbank het rolnummer 15-507 heeft gekregen, is gevoegd bij de Betsoft en Bluemay bodemprocedures. Daargelaten of een (rol)voeging in zijn algemeenheid leidt tot een verplichting om kopieën van brieven aan de rechtbank door te sturen, overweegt de raad dat dit hier in ieder geval had moeten gebeuren. Verweerster heeft zelf door één dossiernummer voor alle zaken in haar eigen systeem te hanteren (00084209/AMA) verwarring en onduidelijkheid gecreëerd. Verweerster, dan wel haar secretaresse voor wiens handelen zij verantwoordelijk is, haalt zelf de partijnamen dan wel zaak- en rolnummers met regelmaat door elkaar, laat staan dat het voor de rechtbank en partijen duidelijk is op welke procedures de berichten aan de rechtbank exact zien. De raad verwijst in dat verband bijvoorbeeld naar de brief van 24 oktober 2017 (randnummer 2.9) naar de rechtbank waarin verweerster de naam en het zaaknummer van de Carmanco bodem (C/09/4874499) noemt, maar het rolnummer in de Betsoft en Bluemay bodem (15-505) gebruikt. In de brieven van 8 en 21 november 2017 van verweerster (randnummer 2.10 en 2.11) aan de rechtbank verwijst verweerster naar alle zaken maar verzuimt vervolgens om een afschrift te sturen naar Betsoft en/of Bluemay. Het gaat niet aan dat verweerster naar haar eigen inzicht bepaalt welke partij welke brief ontvangt. Er geldt geen uitzondering voor niet relevante of niet gewichtige zaken. Aan verweerster is meerdere malen door klagers verzocht om in lijn met de gedragsregels, zowel die uit 1992 als 2018, aan hen te kopieën te verstrekken. Mede gelet op de reeds eerder aangehaalde onderlinge verhouding die gebaseerd is op welwillendheid en vertrouwen, valt niet in te zien waarom verweerster niet aan dit redelijke verzoek heeft voldaan. Partijen hebben een gerechtvaardigd belang om op de hoogte te zijn van de correspondentie die verweerster met de rechtbank voert. Verweerster heeft door aldus te handelen zich niet gedragen zoals een behoorlijk advocaat betaamt, zodat de raad dit klachtonderdeel gegrond acht.

Ad klachtonderdeel b)

5.9    Klagers verwijten verweerster tevens dat zij geen kopieën heeft toegestuurd van de processtukken aan alle procespartijen.

5.10    Klagers verwijzen ter onderbouwing van hun klacht mede naar de onder randnummer 2.5, 2.17 en 2.20 vermelde voorbeelden, welke voorbeelden verweerster niet heeft betwist. Betsoft en Bluemay zijn partij bij alle lopende procedures, zodat verweerster verplicht is om kopieën van de stukken toe te sturen. Die verplichting bestaat ook in de gevoegde Carmanco procedure. Verweerster kan niet zelf bepalen op wie een mededeling betrekking heeft en volstaan met het enkel toesturen van de stukken aan die ene partij, zo voeren klagers aan.

5.11    Verweerster heeft niet weersproken dat zij niet alle processtukken aan alle partijen heeft gestuurd. Er rust op verweerster geen verplichting om stukken die in de procedure aan de ene partij worden verzonden ook aan de andere partij te sturen. Indien er meerdere procespartijen zijn dan hoeven enkel de stukken te worden gestuurd aan de partij op wie de mededeling betrekking heeft. Indien gewenst kunnen de stukken worden opgevraagd bij de andere procespartij, aldus steeds verweerster.

5.12    Gelet op hetgeen onder randnummer 5.8 reeds is overwogen rust op verweerster de verplichting om kopieën van de processtukken aan alle procespartijen te sturen. Niet valt in te zien waarom voor verweerster, in afwijking van de gedragsregels, deze verplichting niet zou gelden. Ter zitting heeft verweerster verklaard bewust niet van alle stukken kopieën toe te sturen zodat zij weet wat partijen afzonderlijk zouden verklaren. Dat verweerster wellicht achteraf gezien om haar moverende redenen liever op een andere wijze de vordering had ingesteld, doet niets aan de verplichtingen die thans op haar rusten. Klachtonderdeel b) zal gelet op het voorgaande gegrond worden verklaard.

Ad klachtonderdeel c)

5.13    Klagers verwijten verweerster voorts dat zij de rechtbank in strijd met de gedragsregels heeft benaderd. Zij verwijzen in dit verband naar de regels 1, 21 onder 3, 24 en 27 van de Gedragsregels 2018 (zie regel 1, 15, 17 en 13 Gedragsregels 1992). In deze gedragsregels is samengevat opgenomen dat de advocaat nadat uitspraak is bepaald c.q. gevraagd niet zonder toestemming van de wederpartij zich mag wenden tot de rechter, dat advocaten in het algemeen behoren te streven naar een onderlinge verhouding die berust op welwillendheid en vertrouwen en dat over de inhoud van tussen advocaten gevoerde schikkingsonderhandelingen niets mag worden medegedeeld aan de rechter zonder toestemming van de advocaat van de wederpartij.

5.14    Ter onderbouwing van dit klachtonderdeel hebben klagers verwezen naar een aantal voorbeelden. Verweerster heeft buiten enige rolinstructie om de zaak nader inhoudelijk onderbouwd (napleiten) en stukken ingediend (zie randnummer 2.7). Verweerster heeft de rechtbank benaderd om zich uit te mogen laten over de door Carmanco ingebrachte licentieovereenkomst nadat op 11 oktober 2017 vonnis was bepaald (zie randnummer 2.9). Op 23 juli 2018 heeft verweerster de rechter niet alleen gevraagd om vonnis te wijzen, maar heeft zij ook aangegeven dat haar verboden is om de rechtbank in te lichten over de inhoud van haar toezegging in het kader van de schikkingsonderhandelingen (zie randnummer 2.14). Als laatste voorbeeld verwijzen klagers naar het inbrengen door verweerster van een productie in hoger beroep welke productie betrekking heeft op schikkingsonderhandelingen (zie randnummer 2.18).

5.15    Verweerster heeft de door klagers aangedragen voorbeelden niet weersproken. Wat betreft het benaderen van de rechtbank over het uitlaten over de licentieovereenkomst voert zij aan dat er sprake was van een apparaatsfout en dat zij het met de partij die het betrof, Carmanco, heeft afgekaart. Het staat verweerster niet bij dat zij iets is overeengekomen over het niet inlichten van de rechtbank inzake de schikkingsonderhandelingen. Ten aanzien van de ingebrachte productie voert zij aan dat deze niets te maken had met de schikkingsonderhandelingen. Het gedeelte dat zag op de schikkingsonderhandelingen is opzettelijk blank gelaten, aldus steeds verweerster.

5.16    Nu verweerster ook de deze door klagers aangehaalde en onderbouwde voorbeelden niet althans onvoldoende heeft weersproken, komen de door klagers aangevoerde feiten vast te staan. Verweerster heeft zich eenzijdig en zonder gelijktijdige mededeling aan de advocaat van de wederpartij tot de rechter gewend. Ook heeft zij zonder toestemming van de advocaat van de wederpartij meer medegedeeld aan de rechter dan dat geen overeenstemming was bereikt. Klachtonderdeel c) zal gelet op het voorgaande dan ook gegrond worden verklaard.

Ad klachtonderdeel d)

5.17    Tot slot verwijten klagers verweerster dat zij niet onafhankelijk c.q. onpartijdig is omdat zij als advocaat optreedt tegen een partij die eerder in een strafzaak tegen verweerster in persoon heeft getuigd (zie gedragsregel 2 1992 en 2018). In artikel 2 van de gedragsregels staat, samengevat, dat de advocaat dient te vermijden dat zijn onafhankelijkheid in de uitoefening van zijn beroep in gevaar zou kunnen komen.

5.18    Zoals hiervoor reeds overwogen is voor Novomatic sprake van een wederpartij. Niet in geschil is dat Betsoft stukken aan de politie heeft verschaft en dat een medewerker van Betsoft in de strafzaak, in welke strafzaak verweerster als verdachte is aangemerkt, een getuigenis heeft afgelegd. Desondanks treedt verweerster thans op als advocaat in een zaak tegen Betsoft. Nu dit de partij betreft die tegen haar heeft verklaard, kan verweerster onmogelijk met de vereiste onafhankelijkheid optreden. De agressieve proceshouding en de vele negatieve uitlatingen over Betsoft in de processtukken lijken dit te onderschrijven, zo voeren klagers aan.

5.19    Verweerster betwist dat zij niet onafhankelijk of onpartijdig is. Er is geen regel die zich ertegen verzet dat zij Novomatic bijstaat. Verweerster is niet aanwezig geweest bij het getuigenverhoor van de heer L. en zij is niet bekend met een verklaring tegen haar door Betsoft. Verweerster erkent dat zij zich negatief heeft uitgelaten over Betsoft. Dat heeft echter niets te maken met de informatievoorziening aan justitie maar met het aantoonbaar manipuleren van bewijsmateriaal door Betsoft. Verweerster procedeert niet agressief, maar professioneel en hard. Verweerster heeft verder ter zitting nog aangevoerd dat zij de getuigenis van de heer L. weinig chique vindt, maar dat zij daar verder geen gevoel bij of over heeft en dat zij hierdoor totaal niet geraakt is.

5.20    Verweerster heeft voldoende weersproken dat zij niet onafhankelijk of onpartijdig is. Niet is gebleken dat verweerster niet onafhankelijk of onpartijdig is jegens Betsoft als gevolg van de hiervoor vermelde getuigenis, zodat dit klachtonderdeel naar het oordeel van de raad ongegrond is.

5.21    Het voorgaande leidt ertoe dat de klachtonderdelen a), b) en c) gegrond zullen worden verklaard en klachtonderdeel d) ongegrond.

6    MAATREGEL

6.1    Naar aanleiding van de handelwijze van verweerster is door de gemachtigden van Betsoft namens Betsoft en namens zichzelf ook een klacht tegen verweerster ingediend. In die klachtzaak met zaaknummer 19-312/A/NH heeft de raad bij eveneens vandaag genomen beslissing de klacht grotendeels gegrond verklaard.

6.2    Gelet op de omvang, de aard en de ernst van de gegronde klacht en de hardnekkige houding van verweerster, dient een maatregel te worden opgelegd. Gezien de toezegging ter zitting van verweerster dat zij uitvoering zal geven aan deze beslissing, acht de raad de maatregel van berisping passend en geboden. In beide zaken zal de raad één en dezelfde maatregel opleggen.

7    GRIFFIERECHT EN KOSTENVEROORDELING

7.1    Omdat de raad de klacht gedeeltelijk gegrond verklaart, moet verweerster op grond van artikel 46e, vijfde lid, Advocatenwet het door klagers betaalde griffierecht van € 50 aan hen vergoeden.

7.2     Nu verweerster in de klachtzaak met zaaknummer 19-312/A/NH in de kosten is veroordeeld ziet de raad in de onderhavige zaak ervan af om verweerster opnieuw overeenkomstig artikel 48ac, eerste lid, Advocatenwet te veroordelen in de kosten in verband met de behandeling van de zaak, behoudens de door klagers gemaakte reiskosten die verweerster wel dient te vergoeden.

7.3     Verweerster moet het bedrag van € 50 aan reiskosten binnen vier weken nadat deze beslissing onherroepelijk is geworden betalen aan klagers. Klagers geven tijdig hun rekeningnummer schriftelijk aan verweerster door.

BESLISSING

De raad van discipline:

-    verklaart klachtonderdelen a), b) en c) gegrond;

-    verklaart klachtonderdeel d) ongegrond;

-    legt aan verweerster in deze zaak en in de zaak met zaaknummer            19-312/A/NH tezamen éénmaal de maatregel van berisping op;

-    veroordeelt verweerster tot betaling van het griffierecht van € 50 aan klagers;

-    veroordeelt verweerster tot betaling van de reiskosten van € 50 aan klagers, op de manier en binnen de termijn als hiervóór bepaald in 7.3.

Aldus beslist door mr. Q.R.M. Falger, voorzitter, mrs. E.C. Gelok en S.Wieberdink, leden, bijgestaan door mr. M.C. de Ruijter als griffier en uitgesproken in het openbaar op 2 september 2019.

Griffier    Voorzitter

mededelingen van de griffier ter informatie:

verzending

Deze beslissing is in afschrift op 2 september 2019 verzonden.

Meer informatie

Acties

Meta gegevens