Overheid.nl

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Terug

ECLI:
ECLI:NL:TNORDHA:2019:12
Datum uitspraak:
22-05-2019
Datum publicatie:
17-06-2019
Zaaknummer(s):
18-74
Onderwerp:
Overig
Beslissingen:
Inhoudsindicatie:
Ingevolge de Wet op het notarisambt (Wna) en de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) heeft klaagster als toezichthouder op 28 november 2016 een onderzoek ingesteld naar het handelen van de notaris.

Kamer voor het notariaat in het ressort Den Haag

Beslissing d.d. 22 mei 2019inzake de klacht onder nummer 18-74 van:

 

Bureau Financieel Toezicht (BFT),

hierna ook te noemen: klaagster,

 

tegen

 

[notaris],

notaris te [vestigingsplaats], thans oud-notaris werkzaam als kandidaat-notaris,

hierna ook te noemen: de notaris,

advocaat mr. drs. P.A. Visser.

De procedure

De Kamer heeft kennisgenomen van:

·        de klacht, met bijlagen, ingekomen op 20 november 2018,

·        het antwoord van de notaris.

 

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 17 april 2019. Daarbij waren aanwezig namens klaagster mr. R. Wisse en mr. Y. Oortwijn-Schilthuizen, en de notaris bijgestaan door advocaat mr. drs. P.A. Visser. Van het verhandelde is proces­verbaal opgemaakt met daaraan de door beide partijen overgelegde pleitnotities gehecht.

De feiten

Ingevolge de Wet op het notarisambt (Wna) en de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) heeft klaagster als toezichthouder op 28 november 2016 een onderzoek ingesteld naar het handelen van de notaris. Op 16 oktober 2017 was het onderzoek afgerond. Op 3 april 2018 was de conceptrapportage gereed en op 12 juli 2018 was de definitieve rapportage gereed. Op diezelfde dag is de rapportage naar de notaris verzonden.

Aanleiding van het onderzoek zijn onder meer signalen over de ondernemingspraktijk met cliënten die mogelijk betrokken zijn bij stelselmatige fraude.

Klaagster heeft een onderzoek ingesteld naar de naleving van de zwaarwegende zorgplichten in de ondernemingspraktijk van de notaris zoals de onderzoeks- en rechercheplicht, informatieplicht, ministerieplicht en plicht tot dienstweigering, alsmede de naleving van de Wwft.

Met name de volgende wetsartikelen zijn hierbij van belang:

- artikel 17 Wna (zorgplicht en zorgvuldigheid);

- artikel 21 Wna juncto artikel 6, tweede lid van de Verordening beroeps-en gedragsregels 2011 (ministerieplicht en plicht tot dienstweigeren);

- artikel 43 Wna (informatieplicht);

- artikelen 3, 5 en 8 Wwft (cliëntenonderzoek);

- artikel 16 Wwft (meldingsplicht ongebruikelijke transacties);

- artikel 35 Wwft (algemene Wwft-verplichtingen, opleidingsplicht);

- Specifieke leidraad naleving Wwft voor notarissen en overige instellingen genoemd in artikel 1 lid 1 letter a sub 12 en 13 Wwft, versie 15 juli 2014 en de daarbij behorende bijlage 1.

 

Dossier 1 tot en met 4 (dossiernummers 37241, 38114, 39938, 40256):

Op 5 februari 2014 heeft de notaris een akte van aandelenoverdracht gepasseerd, waarbij de aandelen [E]. worden overgedragen. Er is geen schriftelijke koopovereenkomst. De koopsom bedroeg € 3.750,-. In de akte wordt daarvoor kwijting verleend. De koper van de aandelen is de heer [A], geboren te [landsnaam] en woonachtig te [landsnaam]. Het dossier was aangebracht door tussenpersoon de heer [B]. Uit een telefoonnotitie van 30 januari 2014 met [B] blijkt dat een koopsom van € 2.750,- was afgesproken en er een tolk ten behoeve van de koper was ingeschakeld. Volgens aantekeningen in het dossier waren partijen niet in het bezit van een aandeelhoudersregister.

 

Op 30 oktober 2014 heeft de notaris een akte van aandelenoverdracht gepasseerd, waarbij de aandelen van [D]. worden overgedragen. Koper is de heer [V], geboren te [landsnaam] en wonende te [landsnaam]. Er is geen schriftelijke koopovereenkomst aanwezig.

Tussenpersoon was [B]. Er is een tolk ingeschakeld.

De koopsom bedraagt € 2.900,-. In de akte wordt daarvoor kwijting verleend. In de aantekeningen in het dossier van 15 september 2014 staat vermeld: “[B] komt langs om afspraak te verzetten en geeft mij 200 euro. Ik ga decla hiermee verhogen, maar wil hij niet, want is “fooi”. Doorgegeven dat dit echt niet mag, dus decla verhogen en opnieuw verzonden”.

Bij 30 oktober 2014 staat genoteerd: “Partijen wilden weer fooi van 30 euro geven, maar daar heeft [G] nog even decla voor gemaakt”.

In de aantekeningen van 29 oktober 2014 stond: “Over schulden kreeg ik een wat vaag verhaal, dat die bekend waren bij partijen. Gevraagd dit op schrift naar ons toe te zenden, maar hij zal het morgen bij passeren met [C] bespreken (?) Toch nog mailtje naar [B] verzonden”.

 

Op 26 oktober 2015 heeft de notaris een akte van aandelenoverdracht gepasseerd, waarbij de aandelen van [K] worden overgedragen. Verkoper was [B]. Koper is de heer [L], geboren te [landsnaam] en wonende te [landsnaam]. De heer [I] treedt op als tolk.

De koopsom voor de aandelen bedraagt € 2.850,-. In de akte wordt daarvoor kwijting verleend.

 

Op 23 december 2015 heeft de notaris een akte van aandelenoverdracht gepasseerd, waarbij de aandelen van [Y] worden overgedragen. Koper is de heer [U], geboren te [landsnaam] en wonende te [landsnaam]. [I] treedt op als tolk. [B] is tussenpersoon. De koopsom voor de aandelen bedraagt € 2.950,-. In de akte wordt daarvoor kwijting verleend. In het dossier is een door partijen zelf opgestelde kwitantie aanwezig, waarin wordt verklaard door partijen dat de koopsom is voldaan.

 

In alle vier de dossiers treedt [B] op als tussenpersoon en is volgens de vier akten [I] mede verschenen als beëdigd tolk. In alle vier de dossiers zijn geen aantekeningen aangetroffen ten aanzien van de prijs of onderzoek naar de koopprijs, ten aanzien van de mogelijke aanwezigheid van schulden en zijn geen (kopieën van) jaarrekeningen of andere financiële of administratieve stukken betreffende de vennootschappen en ondernemingen aangetroffen.

 

Dossier 5 (dossiernummer 37275):

Op 18 februari 2014 heeft de notaris een akte van aandelenoverdracht gepasseerd, waarbij de aandelen van [Z] worden overgedragen. De koopsom voor de aandelen bedraagt € 100,-. In de akte wordt kwijting verleend. Alle concepten, nota’s en toelichtingen zijn naar de tussenpersoon gezonden. In het dossier zitten geen aantekeningen waaruit blijkt dat de verkoper vooraf is geïnformeerd over de inhoud van de akte en de gevolgen en risico’s daarvan. De koper en verkoper zijn niet verschenen en hebben een volmacht afgegeven.

 

Dossier 6 (dossiernummers 38760 en 40302):

Op 12 februari 2015 heeft de notaris een akte van aandelenoverdracht gepasseerd, waarbij de aandelen van [N] worden overgedragen voor een koopsom van € 1.000,-. In de akte wordt kwijting verleend voor de voldoening van de koopsom. De koper is geboren te [landsnaam] en woont in [landsnaam]. De koper spreekt [naam van een taal] en [I] dient als tolk te worden ingeschakeld. Uit het dossier blijkt dat de heer [P] als tussenpersoon optreedt. De verkoper heeft een volmacht afgegeven, die niet is gelegaliseerd.

 

Op 14 januari 2016 heeft de notaris een akte van aandelenoverdracht van dezelfde aandelen gepasseerd voor een koopsom van € 1.000,-, waarbij de heer [R] de aandelen levert aan de heer [U]. In de akte wordt kwijting verleend voor de voldoening van de koopsom. De heer [O] is tussenpersoon. Uit het dossier blijkt niet wat de rol van de tussenpersoon is. In het dossier zijn door partijen zelf opgestelde kwitanties aanwezig, waarin wordt verklaard door partijen dat de koopsom is voldaan.

 

Dossier 7 (dossiernummer 39650):

Op 11 augustus 2015 heeft de notaris een akte van aandelenoverdracht gepasseerd, waarbij de aandelen van [H]. door Stichting [….] worden overgedragen aan Stichting [….] en Stichting [….] voor een koopsom van € 1,-.

In het dossier zijn geen stukken aangetroffen ten aanzien van de prijs of onderzoek naar de koopprijs, ten aanzien van de mogelijke aanwezigheid van schulden en zijn geen (kopieën van) jaarrekeningen of andere stukken betreffende de vennootschap en onderneming aangetroffen.

 

De klacht en het verweer van de notaris

De notaris wordt het volgende verweten:

1. onvoldoende voldoen aan de periodieke opleidingsplicht ex artikel 35 Wwft.

De notaris heeft voor de Wwft in het verleden slechts één bijeenkomst van de politie bijgewoond en een cursus van [X] van [W] in 2014. De medewerkers van het notariskantoor worden voor de Wwft alleen intern door de notaris op de hoogte gesteld van beleid en veranderingen. Met deze invulling van de opleidingsverplichting heeft de notaris onvoldoende voldaan aan de periodieke opleidingsverplichting, welk artikel bovendien sinds 1 januari 2013 is aangescherpt;

 

2. onvoldoende voldoen aan procedures ex artikel 3 en 8 Wwft en in strijd met artikel 17 Wna gehandeld. Een notaris dient een adequate en op risico gebaseerde interne procedure en controle te ontwikkelen met betrekking tot cliëntenonderzoek, cliëntmonitoring en de meldingsplicht. Bij een aandelenoverdracht maakt de notaris gebruik van een modelakte met daarin bijzondere bepalingen omtrent het uitsluiten van de controle door de notaris op de betaling van de koopsom en het onderzoek naar de hoogte van de koopsom en verder de eigen verklaring van partijen voor wat betreft onder meer de Wwft. Daarnaast stuurt de notaris aan cliënten bij een aandelenoverdracht een uitgebreid algemeen memo waarmee de notaris onder meer zijn notariële onderzoeksplicht jegens cliënten beperkt (exonereert). Deze in de modeltekst opgenomen werkwijze conform het memo is in strijd met de notariële zorgvuldigheidsplicht en onderzoeksplicht.

 

3. dossier gerelateerde bevindingen ten aanzien van de schending van de poortwachtersrol, te weten:

a. schending onderzoeksplicht ex artikel 17 Wna en schending weigeringsplicht althans opschortingsplicht ex artikel 21 Wna.

Door onvoldoende onderzoek te doen naar transacties en te weinig hierover vast te leggen, brengt een notaris zich in de positie dat hij geen goede afweging kan maken om te beoordelen of hij zijn dienst moet verlenen of verplicht is dienst te weigeren.

In de dossiers 1 tot en met 4 waren de volgende indicatoren die aanleiding voor de notaris hadden moeten zijn voor nader onderzoek naar het motief: lage koopsom zonder onderbouwing van de hoogte van de koopprijs, buitenlandse kopers die niet de Nederlandse taal machtig zijn en niet in de regio van de notaris wonen of actief zijn, van de baten en lasten van de ondernemingen blijkt niet uit jaarrekeningen of andere stukken, dezelfde mailadressen in verschillende dossiers opgegeven om mee te communiceren met één van partijen lijken feitelijk te worden gebruikt door tussenpersoon [B] (volgens de notaris drijft [B] een chocolaterie in [vestigingsplaats]), de verklaring van partijen dat de administratie bij de betreffende kopers bekend is zonder dat de notaris kennis heeft genomen van de administraties, de aangeleverde zaken door [B] altijd spoed hadden en hij extra geld aanbood.

De notaris had gezien de indicatoren voldoende aanleiding om zijn dienst vooralsnog op te schorten en eerst nader onderzoek te doen naar het motief en de reden van partijen om deze transacties aan te gaan en, zo zijn onderzoek daartoe aanleiding gaf, had hij zijn dienst moeten weigeren. Het slechts informeren naar de wil van partijen, is te beperkt.

In dossier 6 had de notaris gezien de signalen (onder andere de koopprijs van € 1.000,-) aanleiding om zijn dienstverlening vooralsnog op te schorten en eerst nader onderzoek moeten doen om zo nodig daarna zijn dienst te weigeren.

In dossier 7 waren de signalen onder meer dat de koopsom laag was, zonder onderbouwing hoe de koopsom is vastgesteld, en de vaststelling van de notaris dat hij niet kan overzien of deze overdracht vernietigd kan worden met een beroep op de actio pauliana, voor de notaris voldoende redenen hadden moeten zijn om (nader) onderzoek te verrichten naar het motief en de reden van vertegenwoordiger van partijen om deze transactie aan te gaan. De notaris had gezien voorgaande voldoende aanleiding om zijn dienstverlening vooralsnog op te schorten en eerst nader onderzoek te doen naar het motief en de reden van de transactie en, zo zijn onderzoek daartoe aanleiding gaf, zijn dienst te weigeren;

 

b. overtreding verscherpt cliëntenonderzoek en meldingsplicht ex artikel 3, 8 en 16 Wwft.

De wetgever acht het van belang dat voorkomen wordt dat de notaris wordt ingeschakeld voor mogelijk witwassen dan wel financieren van terrorisme.

Er was sprake van de volgende indicatoren: cliënt gebruikt tussenpersoon zonder aannemelijke verklaring (de relatie tussen de tussenpersoon en de cliënt is onduidelijk), transacties die door hun omvang, aard, frequentie of uitvoering ongebruikelijk zijn, cliënt is mogelijk katvanger, de koopprijs tussen koper en verkoper wordt onderling betaald zonder dat hiervoor een plausibele verklaring kan worden gegeven. Door deze indicatoren had de notaris nader onderzoek moeten doen wegens ongebruikelijke transacties en die moeten melden bij FIU-Nederland. De indicatoren komen overeen met indicatoren vermeld in de Specifieke Leidraad. In de Specifieke Leidraad is een aantal typen cliënten opgenomen waar een notaris extra aandacht aan zou moeten geven in verband met een hoger risico op witwassen. Enkele van deze type cliënten zijn cliënten waarbij de bedrijfsactiviteiten onduidelijk zijn of waarbij gebruik wordt gemaakt van tussenpersonen waarvan de rol onduidelijk is, zoals in onderhavige dossiers.

In dossier 6 heeft de notaris ondanks de indicatoren en omstandigheden nagelaten om verscherpt cliëntenonderzoek te doen en door het niet doen van melding van ongebruikelijke transacties gehandeld in strijd met artikel 8 en 16 Wwft;

 

c. schending informatieplicht ex artikel 43 Wna.

Onder omstandigheden kan een notaris niet volstaan met een in algemene bewoordingen gegeven toelichting. Hij zal zijn informatie moeten concretiseren en duidelijk moeten maken wat de rechtshandeling voor consequenties meebrengt voor juist deze partijen.

Aangezien in de vier dossiers correspondentie rechtstreeks met de betrokken partijen ontbreekt en bovendien geen aantekeningen of andere notities zijn aangetroffen waaruit blijkt dat partijen zelf vooraf zijn geïnformeerd over de inhoud van de akten, de rechtsgevolgen en mogelijke risico’s, is niet voldaan aan artikel 43 Wna.

In dossier 5 ontbreekt correspondentie rechtstreeks met de verkoper van de aandelen, de verkoper is niet aanwezig geweest bij het passeren van de akte en er zijn geen aantekeningen of andere notities aangetroffen waaruit blijkt dat de verkoper van de aandelen zelf vooraf is geïnformeerd over de inhoud van de akte en de gevolgen en risico’s daarvan.

 

De notaris heeft in meerdere dossiers de poortwachtersverplichtingen die moeten voorkomen dat een notaris mogelijk optreedt als facilitator onvoldoende vervuld.

 

De notaris heeft het volgende aangevoerd.

De Wwft is een “bizarre” wetgeving gelet op de open normen, onduidelijkheden en het toepassen van voor grote financiële instellingen geschreven regels voor kleine beroepsbeoefenaars. De Wwft heeft evenmin haar weerslag gevonden in de vorm van een gestandaardiseerd naslagwerk.

De notaris heeft nimmer advies gegeven of bijstand verleend bij het verkopen of kopen aangezien men dan volgens de notaris een specialist moet zijn op dat gebied.

De notaris zorgt er altijd voor dat hij zich pas vervoegt indien de koopovereenkomst al tot stand is gekomen. De Wwft is alsdan niet van toepassing. De wetgever heeft aangegeven dat bij toepassing van de Wwft het moet gaan om kopen of verkopen, ofwel het aangaan van de obligatoire rechtshandeling. De leveringshandeling vloeit voort uit deze obligatoire overeenkomst en mag niet worden verward met het aangaan van deze obligatoire overeenkomst. Wanneer de notaris een akte verlijdt, valt hij niet onder de Wwft. Dit zou anders zijn als de notaris op zou treden als partij-notaris. Die praktijk voert de notaris uitdrukkelijk niet.

Sinds de wetswijziging per 25 juli 2018 is de Wwft uitgebreid naar aandelen in vennootschappen. Dit betekent dat tot die datum het passeren van de akte van aandelen in geen geval onder de Wwft viel.

Evenmin gaf de Wwft een definitie van witwassen. De definitie van witwassen was aan de praktijk overgelaten, een open norm dus, waardoor interpretatieverschillen mogelijk zijn. Bij een aandelenoverdracht is de transactie dat de aandelen in andere handen overgaan tegen een bepaalde koopprijs. Deze aandelen zijn verkregen door oprichting of levering via een notaris. Die notariële akte kan niet worden aangeduid als een criminele actie waarbij crimineel vermogen is ontstaan. De aandelen zelf zijn niet “zwart”. De levering van aandelen kan evenmin witwassen zijn. Weinig rechtshandelingen zijn zo transparant en zo gedocumenteerd als de levering van aandelen.

Evenmin gaat het vermogen in de B.V. door aandelenoverdracht over op een derde.

Gelet op de praktijk van de notaris zijn er geen transacties in de sfeer van internationale grensoverschrijdende entiteiten. De cliënten van de notaris komen uit de lidstaten binnen de EU, waarvoor geldt dat er sprake is van een laag risico.

De aandelenoverdrachten spelen zich hoofdzakelijk af tussen verkoper en koper die vreemden zijn voor elkaar met een zeer kleine koopprijs. Hier is een zeer gering risico voor witwassen.

Evenmin is er sprake van complexe internationale vennootschapsrechtelijke constructies die als doel hebben om de UBO te verbergen of de herkomst van het geld te camoufleren.

Blijkens de Memorie van Toelichting moet er een cliëntenonderzoek worden verricht bij betaling of ontvangst van meer dan € 15.000,-.

Pas met de wetswijziging van juli 2018 is het verplicht de identificatie van betrokkenen vast te leggen. Bij een notariële akte gebeurde dat al automatisch, omdat de identiteit werd vastgesteld en vermeld in de akte dat identificatie heeft plaatsgehad.

De notaris concludeert dat de door klaagster gestelde verwijten enkel kunnen worden gemaakt op basis van een foute interpretatie van de wet. Ook houden een aantal verwijten geen stand, nu de regelingen pas sinds juli 2018 van kracht zijn gegaan.

Verder is er sprake van schending van een redelijke termijn, nu tussen bekendmaking eerste aanleg en de uiteindelijke afronding een termijn meer dan twee jaren zit.

 

Wat betreft de opleidingsplicht merkt de notaris het volgende op. Hoewel, zoals eerder aangegeven, de verplichting niet geldt voor de notaris, heeft de notaris wel meer aan opleiding gedaan dan klaagster stelt. De notaris neemt kennis van alle Wwft-Kamerstukken, het geleverde commentaar van de betreffende beroepsgroepen, KNB-publicaties en dergelijke en bezoekt daarnaast periodiek bijeenkomsten van estate planners. Daarnaast heeft de notaris een abonnement op de publicaties over de Wwft van een advocaat gespecialiseerd op het gebied van Wwft.

Het is voor de medewerkers van de notaris niet hun taak om een ongebruikelijke transactie te herkennen en een cliëntenonderzoek uit te voeren. De notaris heeft een kleine praktijk, waardoor deze taak bij de notaris zelf ligt.

Elk dossier wordt door de notaris zelf met een medewerker doorgenomen en er wordt gewezen op eventuele fouten en/of mogelijke verbeteringen. Relevante wetswijzigingen etc. worden periodiek met de betreffende medewerker doorgenomen en meegedeeld. Er is sprake van permante educatie.

 

De notaris heeft de onafhankelijkheid, de onpartijdigheid en de zorgvuldigheid niet geschonden (artikel 17 Wna).

 

Bij wat in de akte en in de Belehrung is opgenomen, heeft betrekking op de poortwachtersrol en is uitdrukkelijk besproken met partijen.

Met partijen is eveneens besproken en partijen hebben uitdrukkelijk bevestigd dat de notaris in de akte heeft vastgelegd dat de koopprijs klopt en betaling heeft plaatsgevonden, dat er geen sprake is van witwassen en/of financieren van terrorisme, benadeling van stakeholder en gevaar van insolventie en dat zij geen voornemen hebben tot het plegen van onrechtmatige daad door eventuele schulden van de vennootschap niet te voldoen.

Verder wijst de notaris verkoper/inkoper bij het passeren uitdrukkelijk erop dat verkeerde handelingen aansprakelijkheid kunnen opleveren van zowel verkoper als koper. De notaris meent op deze manier zijn poortwachtersrol naar behoren te vervullen.

 

Het is niet aan de notaris om de koopprijs te beoordelen of te waarderen.

 

Door het bestaan van een B.V. kan worden geconcludeerd dat alsdan een cliëntenonderzoek heeft plaatsgevonden conform artikel 3 Wwft, zodat blijkens artikel 5 Wwft de opvolgende instelling, te weten een notaris, de transactie mag uitvoeren zonder onderzoek aangezien de notaris reeds van oudsher, controleert en beschikt over alle identificatie -en verificatiegegevens terzake de identiteit van de betrokken personen.

 

Wat betreft de meldingsplicht ongebruikelijke transacties dient de instelling ter voorkoming van witwassen van crimineel vermogen ongebruikelijke transacties te melden. Er moet echter dan sprake zijn van een instelling, er moet sprake zijn van een onderneming, er moet crimineel vermogen zijn en er moet een verband zijn met witwassen. Conform vaste jurisprudentie moet er sprake zijn van een weten, hetzij van redelijkerwijs vermoeden van geld wat verkregen is door criminele activiteiten. Dit was niet het geval in de door de notaris behandelde dossiers.

 

De notaris heeft bij iedere wetswijziging de stappenplannen, handleidingen en toelichtingen van de KNB en BFT gedownload en vastgelegd. Wanneer deze stappenplannen, handleidingen en toelichtingen van KNB en BFT onvoldoende zijn valt dat de notaris niet aan te rekenen.

Wat de notaris wel is opgevallen is dat één van de medewerkers van klaagster bij het kantooronderzoek de mededeling heeft gedaan dat bepaalde bevolkingsgroepen niet vertrouwd mogen worden. In dat geval geeft het BFT aan dat er structureel etnisch moet worden getoetst. Dat is geen risicoprofilering en is niets meer dan structurele discriminatie.

 

Per dossier heeft de notaris het volgende aangevoerd.

Dossier 37275:

het ging hier om een eenvoudige levering. Er is sprake van een transparante structuur. De vennootschap is net opgericht. Er is dus geen jaarrekening aanwezig en de koopprijs is gelijk aan het geplaatste kapitaal. Er is een accountant betrokken. Er is niet ongebruikelijks aan de hand. Er is geen enkele indicatie van witwassen.

Koper heeft van tevoren de conceptakte gehad met Belehrung. Partijen hebben zich laten bijstaan. De akte bevat de tekst dat partijen de akte met Belehrung hebben ontvangen, hebben gelezen en begrepen en zo nodig zich hebben laten bijstaan door een extern adviseur. Partijen overzien de reikwijdte van de aangegane verplichtingen. De notaris heeft gewaarschuwd om geen faillissementsfraude te plegen.

Om twee redenen was de Wwft niet van toepassing:

- de verkoper zal aangifte moeten doen voor aanmerkelijk belangheffing. Die aangifte moet een jaar later worden gedaan, waarbij een accountant of belastingadviseur moet worden betrokken. Bij die beroepsgroepen zal niet snel worden meegewerkt aan een economisch delict;

- een te hoge of te lage koopprijs wordt door de belastingdienst gecorrigeerd op basis van IB-regelgeving. Wanneer zoiets gebeurt, wordt dit niet beschouwd als een misdrijf. Wanneer dit echter wel een misdrijf zou zijn, is dit een misdrijf in de toekomst. De Wwft heeft betrekking op bestaand crimineel vermogen.

De notaris treft in dit dossier geen verwijt.

 

Dossier 38760:

Ook hier was sprake van een transparant dossier. Het betrof een zeer eenvoudige transactie. De vennootschap was net opgericht. Er was nog geen jaarrekening aanwezig. De koopprijs is laag, want er zijn nog geen activiteiten.

Er zijn geen witwasindicaties.

Partijen hebben van tevoren de akte ontvangen met de Belehrung. Ook hier bevat de akte de tekst dat partijen tijdig een concept hebben ontvangen van de akte met Belehrung, dat partijen dit hebben gelezen en begrepen en zich zo nodig hebben laten bijstaan door een extern adviseur, zodat zij de reikwijdte van de aangegane verplichtingen overzien.

Ook hier heeft de notaris gewaarschuwd om geen faillisementsfraude te plegen.

 

Dossier 40302:

Ook hier was sprake van een transparant dossier. Het betrof een zeer eenvoudige transactie. Er is nog geen jaarrekening aanwezig. De koopprijs is laag, want er zijn nog geen activiteiten.

Er waren geen witwasindicaties.

Partijen hebben van te voren een conceptakte en Belehrung ontvangen en hebben zich laten bijstaan.

De notaris heeft gewaarschuwd om geen faillisementsfraude te plegen.

De notaris treft geen verwijt.

 

Dossier 39650:

Hier is sprake van een transparant dossier. De structuur is eenvoudig. Er zijn geen andere rechtspersonen betrokken. De notaris was bekend met de deelneming van [H] en wist door onderzoek dat hier sprake was van een onderneming die actief was in het economisch verkeer met diverse betrokken Wwft-instellingen, zodat er al diverse Wwft monitoringen plaatsvonden. [H] zat zelf niet in het bestuur en kon derhalve ook niet met die deelneming witwassen of fraude plegen.

De notaris heeft getoetst of er sprake zou kunnen zijn van schending van enige wettelijke verplichting hetzij onrechtmatig handelen. Er was bij het passeren geen sprake van paulianeuze transacties.

Evenmin is de notaris gebleken dat er sprake was van faillisementsfraude.

De notaris heeft gewaarschuwd om geen frauduleuze handelingen te verrichten. Ook hier is de Belehrung en akte tijdig verstrekt.

 

De verwijten die door klaagster worden gemaakt, raken de notaris zeer. Hij heeft zich gedwongen gevoeld zijn praktijk te beëindigen en te defungeren als notaris.

De notaris voelt zich aan de schandpaal genageld. Dit juist door één van de toezichthoudende organen die als oogmerk heeft de kwaliteit en integriteit in het notariaat te bevorderen. De notaris mist in het hele onderzoek die attitude van klaagster.

De notaris wil nogmaals benadrukken dat er sprake is van open normen. Open normen kunnen worden ingevuld door beroepsbeoefenaren, justitie en toezichthoudende organisaties, maar dan in de vorm van een dialoog. Deze dialoog heeft nooit plaatsgevonden.

De notaris meent dat, wanneer zijn interpretatie van een open norm in de perceptie van enig toezichthoudende instantie onvoldoende is geweest, de notaris daar in tuchtrechtelijke zin geen verwijt van behoort te worden gemaakt.

Een sanctie gebaseerd op een open norm gedraagt zich niet, althans nauwelijks met het legaliteitsbeginsel.

Verder is er sprake van schending van een redelijke termijn. Wanneer een verwijt wordt gemaakt, past het niet dat ruim twee jaar na dato een tuchtrechtelijke sanctie volgt.

 

 

De beoordeling van de klacht

Ter beoordeling van de Kamer staat of de notaris heeft gehandeld in strijd met de tuchtnorm als geformuleerd in artikel 93 Wna. Een notaris is aan tuchtrechtspraak onderworpen ter zake van handelen of nalaten in strijd met hetzij enige bij of krachtens deze wet gegeven bepaling, hetzij met de zorg die hij als notaris behoort te betrachten ten opzichte van degenen te wier behoeve hij optreedt, alsmede ter zake van handelen of nalaten dat een behoorlijk notaris niet betaamt. 

 

Vast is komen te staan dat de notaris begin september 2017 de brief van klaagster had ontvangen waarin hem vragen werden gesteld met betrekking tot het onderzoek. Aan de notaris is vervolgens uitstel verleend voor het beantwoorden van (een deel van) de vragen. De Kamer merkt op dat de periode die is verstreken tussen de aanvang van het onderzoek en het moment van het indienen van de klacht aanzienlijk is geweest. Het is naar het oordeel van de Kamer echter geen grond om klaagster niet-ontvankelijk te verklaren in de uit de rapportage voortvloeiende klachten, aangezien de vervaltermijn niet is verstreken.

 

Voor zover het klachtonderdeel 1 betreft overweegt de Kamer het volgende. De Wwft is van toepassing op de hele “instelling”, dus geldend voor alle kantoormedewerkers. Immers met bijvoorbeeld legalisaties hebben ook zij cliëntencontact. In ieder geval dienen de dossierbehandelaars geheel op de hoogte te zijn van de laatste ontwikkelingen met betrekking tot de Wwft. Dat de notaris alleen zelf naar de bijeenkomsten ging en pas indien van toepassing de betreffende kantoormedewerker bijpraatte is onvoldoende. Dit klachtonderdeel is gegrond.

 

Voor zover het klachtonderdeel 2 betreft overweegt de Kamer het volgende. Een goede invulling van de onderzoeksplicht door een notaris is relevant voor de rechtszekerheid. Pas als de notaris voldoende informatie heeft over de transactie, kan hij invulling geven aan de informatieplicht en de cliënten afdoende wijzen op de voor hen van toepassing zijnde rechtsgevolgen en waarschuwen voor eventuele (juridische) risico’s. De notaris vervult een poortwachtersrol. Artikel 8 Wwft bepaalt dat een verscherpt cliëntenonderzoek moet worden uitgevoerd indien de zakelijk relatie of transactie naar haar aard een hoger risico op witwassen of financieren van terrorisme met zich mee brengt. Uit de rapportage blijkt dat niet is voldaan aan de eis van artikel 3 lid 2 onder c Wwft die bepaalt dat de notaris het doel en de beoogde aard van de zakelijke relatie dient vast te stellen. Hij dient een voortdurende controle uit te oefenen op de zakelijke relatie en de tijdens de duur van de dossierbehandeling verrichte transacties, teneinde te verzekeren dat deze overeenkomsten met de kennis die de instelling heeft van de cliënt en diens risicoprofiel, met zo nodig een onderzoek naar de bron van de middelen die bij de zakelijke relatie of transactie worden gebruikt. Bij geen van de dossiers heeft de notaris vastgesteld welke redenen bestonden voor de aandelentransactie, terwijl ook de onderbouwing voor de hoogten van de gehanteerde koopprijzen niet is onderzocht, noch zijn aangetekend in het dossier. In alle besproken dossiers ging het om cliënten met een buitenlandse connectie. De notaris had derhalve uitgebreider cliëntenonderzoek moeten verrichten. Dit klachtonderdeel is gegrond.

 

Voor zover het klachtonderdeel 3a betreft overweegt de Kamer het volgende. In dossiers 1 tot en met 4 was [B] de tussenpersoon, die volgens de notaris chocolatier in [vestigingsplaats] was. Er waren indicatoren (lage koopsom zonder onderbouwing van de totstandkoming van de koopprijs, buitenlandse kopers die niet de Nederlandse taal machtig zijn en niet in de regio van de notaris wonen of actief zijn, baten en lasten behorende tot de ondernemingen blijken niet uit jaarrekeningen of andere stukken, dezelfde mailadressen in verschillende dossiers opgegeven om mee te communiceren met één van partijen lijken feitelijk te worden gebruikt door tussenpersoon [B] , de verklaring van partijen dat de administratie bij de betreffende kopers bekend is zonder dat de notaris kennis heeft genomen van de administraties, de aangeleverde zaken door [B] altijd spoed hadden en hij wel extra geld aanbood) aanwezig die de notaris aanleiding hadden moeten geven tot het opschorten van zijn diensten en het verrichten van nader onderzoek.

Vast is komen te staan dat in dossier 6 de notaris, onder andere gezien de koopprijs van € 1.000,-, aanleiding had om zijn dienstverlening op te schorten en eerst nader onderzoek had moeten doen om zo nodig daarna zijn dienst te weigeren.

In dossier 7 hadden de indicatoren (de koopsom was laag, zonder onderbouwing hoe de hoogte van de koopsom is vastgesteld, en de vaststelling van de notaris dat hij niet kan overzien of deze overdracht vernietigd kan worden met een beroep op de actio pauliana) aanleiding voor de notaris moeten zijn om (nader) onderzoek te verrichten naar het motief en de reden van vertegenwoordiger van partijen om deze transactie aan te gaan. De notaris had gezien voorgaande voldoende aanleiding om zijn dienstverlening vooralsnog op te schorten en eerst nader onderzoek te doen naar het motief en de reden van de transactie en, zo zijn onderzoek daartoe aanleiding gaf, zijn dienst te weigeren.

Dit klachtonderdeel is gegrond.

 

Voor zover de klacht ziet op klachtonderdeel 3b overweegt de Kamer als volgt. Vast is komen te staan dat de indicatoren in de diverse dossiers (cliënt gebruikt tussenpersoon zonder aannemelijke verklaring, transacties die door hun omvang, aard, frequentie of uitvoering ongebruikelijk zijn, cliënt is mogelijk katvanger, de koopprijs tussen koper en verkoper wordt onderling betaald zonder dat hiervoor een plausibele verklaring kan worden gegeven) de notaris aanleiding had moeten geven nader onderzoek te doen wegens ongebruikelijke transacties en die moeten melden bij FIU-Nederland.

Dit klachtonderdeel is gegrond.

 

Voor zover de klacht ziet op klachtonderdeel 3c overweegt de Kamer het volgende. Vast is komen te staan dat uit dossiers 1 tot en met 4 niet blijkt dat de notaris rechtstreeks met partijen heeft gecommuniceerd. Er zijn geen stukken in de dossiers aangetroffen waaruit blijkt dat partijen vooraf zijn geïnformeerd over de inhoud van de akten en de daaruit voortvloeiende gevolgen en risico’s. Er is uitsluitend gecommuniceerd met de tussenpersoon. De informatieve notitie is niet aan alle partijen verstrekt.

Uit dossier 5 blijkt niet dat er rechtstreeks met de verkoper is gecommuniceerd. Dit is relevant, nu partijen niet bij het passeren aanwezig waren, maar de akte bij volmacht is getekend.

Dit klachtonderdeel is gegrond.

 

Maatregel

De notaris heeft laakbaar gehandeld. De Kamer acht de handelwijze van de notaris in strijd met de eer en het aanzien van het notarisambt. De gegronde klachtonderdelen raken de kern van het notariaat. Daarbij komt dat ze niet zien op één akte, maar op acht akten van aandelenoverdrachten in zeven dossiers. De conclusie is gerechtvaardigd dat de notaris de ondernemingsrechtelijke afdeling van zijn kantoor niet onder controle had. Zowel in aard als in aantal betreffen het ernstige kwesties, die in de notariële praktijk niet mogen voorkomen. Aan het verweer van de notaris dat er open normen waren wordt voorbij gegaan, aangezien de onderhavige regelgeving binnen het notariaat sinds 2014/2015 bekend was of moest zijn.

Ter zitting heeft de notaris verder geen blijk gegeven van het feit dat zijn handelwijze in de diverse dossiers zorgvuldiger had gemoeten. De notaris ziet niet in dat hij onjuist heeft gehandeld. De Kamer acht het opleggen van de maatregel van schorsing voor de duur van vier weken passend en geboden.

 

Kostenveroordeling

Omdat de Kamer de klacht gegrond verklaart ziet de Kamer aanleiding om de notaris, gelet op artikel 103b lid 1 sub b Wna en de tijdelijke richtlijn kostenveroordeling kamers voor het notariaat, te veroordelen in de kosten die in verband met de behandeling van de zaak zijn gemaakt. Deze kosten worden vastgesteld op € 3.500,-. De Kamer bepaalt dat deze kosten binnen vier weken na het onherroepelijk worden van deze beslissing moeten worden betaald aan de Kamer. De notaris ontvangt hiervoor een nota van het LDCR te Utrecht.

 

De beslissing

De Kamer voornoemd:

 

verklaart de klacht gegrond;

 

legt de notaris de maatregel van schorsing als waarnemer in de uitoefening van het ambt op voor de duur van vier weken;

 

bepaalt dat de secretaris binnen een maand nadat deze beslissing onherroepelijk is geworden, aan de notaris bij aangetekende brief de datum zal meedelen waarop de opgelegde maatregel van kracht wordt;

 

veroordeelt de notaris tot betaling van de kosten in verband met de behandeling van de zaak, vastgesteld op € 3.500,- , op de wijze en binnen de termijn als hiervóór onder ‘kostenveroordeling’ bepaald.

 

 

Deze beslissing is gegeven door mrs. G.P. van Ham, voorzitter, O. van der Burg, R.J. Groenhof, P.H.B. Gorsira en E.S. Voskamp, en in tegenwoordigheid van de secretaris, mr. F.S. Pietersma-Smit, in het openbaar uitgesproken op 22 mei 2019.

 

 

 

 

Kopie van deze beslissing wordt bij aangetekende brief aan partijen gezonden. Tegen deze beslissing staat hoger beroep open bij het Gerechtshof te Amsterdam, postbus 1312, 1000 BH  Amsterdam. Het beroepschrift dient binnen dertig dagen na de dagtekening van genoemde brief door het Hof te zijn ontvangen, waarbij de datum van ontvangst door het Hof bepalend is.

Meer informatie

Acties

Meta gegevens