Overheid.nl

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Terug

ECLI:
ECLI:NL:TGDKG:2018:213
Datum uitspraak:
05-10-2018
Datum publicatie:
22-02-2019
Zaaknummer(s):
624221
Onderwerp:
Ambtshandelingen (art. 2 Gdw)
Beslissingen:
Inhoudsindicatie:
Openbare verkoop van auto is niet doorgegaan. De gerechtsdeurwaarder weigert echter het beslag op de auto op te heffen. Beslag laten liggen op auto zonder het doel deze openbaar te verkopen is klachtwaardig.

KAMER VOOR GERECHTSDEURWAARDERS TE AMSTERDAM

 

Beslissing van 5 oktober 2018 zoals bedoeld in artikel 43 van de Gerechtsdeurwaarderswet inzake de klacht met nummer C/13/624221 / DW RK  17/174 MdV/RH ingesteld door:

 

wonende te ,

klagers,

 

tegen:

 

,

beklaagde.

 

Ontstaan en loop van de procedure

Bij brief met bijlagen, ingekomen op 19 februari 2017, hebben klagers een klacht ingediend tegen beklaagde, hierna: de gerechtsdeurwaarder. Bij verweerschrift, ingekomen op 6 april 2017, heeft de gerechtsdeurwaarder op de klacht gereageerd. De klacht is behandeld ter openbare terechtzitting van 24 augustus 2018. Klagers noch de gerechtsdeurwaarder zijn verschenen. Van de behandeling ter zitting zijn aantekeningen gemaakt. De uitspraak is bepaald op 5 oktober 2018.

 

1. De feiten

Uitgegaan wordt van de volgende feiten en omstandigheden:

 

is veroordeeld tot het betalen van een vordering van

, dit vonnis is op 29 april 2016 betekend aan klaagster;

aanzegging van openbare verkoop;

betekend op 31 januari 2017.

 

2. De klacht

Klagers beklagen zich samengevat over het volgende.

a. De gerechtsdeurwaarder heeft meerdere malen beslag gelegd waardoor onnodig kosten worden gemaakt. Inmiddels bedragen de kosten 133% van de oorspronkelijke vordering.

b. Er wordt geen rekening gehouden met de beslagvrije voet op een eventuele nabetaling door het .

c. Het beslag op de auto is niet geëffectueerd ondanks dat openbare verkoop is aangezegd op 9 december 2016. De gerechtsdeurwaarder weigert echter het beslag op de auto op te heffen.

 

3. Het verweer van de gerechtsdeurwaarder

De gerechtsdeurwaarder heeft de klacht gemotiveerd weersproken. Voor zover van belang wordt hierna op dat verweer ingegaan.

 

4. De beoordeling van de klacht

4.1 Op grond van artikel 34 lid 1 van de Gerechtsdeurwaarderswet zijn gerechtsdeurwaarders, waarnemend gerechtsdeurwaarders, toegevoegd gerechtsdeurwaarders, kandidaat -gerechtsdeurwaarders en degene die is toegevoegd in het kader van de stageverplichting bij de in artikel 25, eerste lid bedoelde opleiding, onderworpen aan tuchtrechtspraak ter zake van enig handelen of nalaten in strijd met enige bij of krachtens deze wet gegeven bepaling en ter zake van enig handelen of nalaten dat een behoorlijk gerechtsdeurwaarder niet betaamt. Ter beoordeling staat of de handelwijze van de gerechtsdeurwaarder een tuchtrechtelijk verwijtbare gedraging in de zin van dit artikel oplevert.

 

4.2 Ten aanzien van klachtonderdeel a overweegt de kamer als volgt. De gerechtsdeurwaarder kan niet worden verweten dat hij meerdere malen beslag heeft gelegd ter invordering van de vordering van . Op een gerechtsdeurwaarder rust de plicht een vonnis ten uitvoer te leggen als daarom wordt verzocht. Klagers staan op grond van artikel 3:276 BW met hun hele vermogen in voor de vordering. Het staat de gerechtsdeurwaarder op grond van artikel 435 Rv vrij om beslag te leggen op alle vermogensobjecten van klagers. Dat daarmee kosten zijn gemoeid is een logische gang van zaken.

 

4.3 Ten aanzien van klachtonderdeel b overweegt de kamer dat klager een claim stelde te hebben op het . Naast het feit dat het  die claim heeft afgewezen, was de gerechtsdeurwaarder niet genoodzaakt een beslagvrije voet vast te stellen. Een beslagvrije voet geldt alleen in het geval van periodieke betalingen. Daarvan is hier niet gebleken.

 

4.4 Over klachtonderdeel c overweegt de kamer als volgt. Het beslag op de auto van klagers is niet opgeheven ondanks dat de openbare verkoop niet is doorgegaan. De gerechtsdeurwaarder heeft geweigerd het beslag op te heffen, ondanks dat uit niets is gebleken dat er nog een voornemen was tot verkoop over te gaan. Het beslag diende geen enkel doel meer en is daarom zinloos geworden. Een beslaglegging vormt de inleiding tot de verkoop van het desbetreffende vermogensbestanddeel van de geëxecuteerde. Als dat beslagen bestanddeel echter niet wordt verkocht omdat de executiewaarde te gering is, dan dient handhaving van het beslag geen enkel doel. Klagers worden benadeeld omdat zij, nu er beslag ligt op de auto, deze niet van de hand kunnen doen.  Handhaving van dit beslag is onder de gegeven omstandigheden dan ook klachtwaardig. Er bestaan echter geen termen om tot opleggen van een maatregel over te gaan.

 

4.5Op grond van het voorgaande wordt beslist als volgt.

 

BESLISSING

 

De Kamer voor Gerechtsdeurwaarders:

 

-      verklaart klachtonderdelen a en b ongegrond,

-      verklaart klachtonderdeel c gegrond.

 

Aldus gegeven door mr. W.M. de Vries, plaatsvervangend-voorzitter, mr. C.W. Inden en M.W. de Ruijter, leden, uitgesproken ter openbare terechtzitting van 5 oktober 2018, in tegenwoordigheid van de secretaris.

 

 

 

 

 

Meer informatie

Acties

Meta gegevens