Aankondigingen over uw buurt

Zoals bouwplannen en verkeersmaatregelen.

Dienstverlening

Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies.

Beleid & regelgeving

Officiële publicaties van de overheid.

Contactgegevens overheden

Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.

ECLI:NL:TAHVD:2011:3 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 6121

ECLI: ECLI:NL:TAHVD:2011:3
Datum uitspraak: 12-12-2011
Datum publicatie: 25-07-2018
Zaaknummer(s): 6121
Onderwerp: Zorg voor de cliënt, subonderwerp: Kwaliteit van de dienstverlening
Beslissingen: Onvoorwaardelijke schorsing
Inhoudsindicatie: De klacht dat door traag optreden de claim tegen de arts/ziekenhuis is verjaard en dat verweerder niet reageerde op telefoontjes en brieven van klaagster, is ook in hoger beroep gegrond. Onvoorwaardelijke schorsing van 2 weken. Bekrachtiging.  

Beslissing

van 12 december 2011

in de zaak 6121

naar aanleiding van het hoger beroep van:

verweerder

tegen:

klaagster

1    HET GEDING IN EERSTE AANLEG

Het hof verwijst naar de beslissing van de Raad van Discipline in het ressort ‘s Hertogenbosch (verder: de raad) van 23 mei 2011, onder nummer R238-2010, aan partijen toegezonden op 24 mei 2011, waarbij de klacht van klaagster tegen verweerder gegrond is verklaard en de maatregel van onvoorwaardelijke schorsing in de uitoefening van de praktijk voor de duur van twee weken is opgelegd.

2    HET GEDING IN HOGER BEROEP

2.1    De memorie waarbij verweerder van deze beslissing in hoger beroep is gekomen, is op 14 juni 2011 ter griffie van het hof ontvangen.

2.2    Het hof heeft voorts kennis genomen van:

-    de stukken van de eerste aanleg;

-    de antwoordmemorie van klaagster;

-    schrijven van klaagster aan het hof van 29 juni 2011 en van 21 juli 2011.

2.3    Het hof heeft de zaak mondeling behandeld ter openbare zitting van 7 oktober 2011, waar verweerder en klaagster zijn verschenen.

3    KLACHT

De klacht houdt, zakelijk weergegeven, in dat:

-    door traag optreden de claim tegen arts/ziekenhuis is verjaard. Immers, verweerder had het dossier in januari 2005 in handen gekregen, in oktober 2005 is het vorderingsrecht verjaard en verweerder heeft geen stuitingshandeling verricht;

-    verweerder niet reageerde op telefoontjes en brieven van klaagster.

4    FEITEN

De raad heeft vastgesteld van welke feiten in deze procedure wordt uitgegaan. de door de raad vastgestelde feiten, welke niet zijn betwist, vormen ook in hoger beroep het uitgangspunt.

5    BEOORDELING

5.1    Met grieven 1 en 2 komt verweerder op tegen de gegrondverklaring van de klacht in beide onderdelen. Te dezer zake heeft het onderzoek in hoger beroep niet geleid tot andere beschouwingen en gevolgtrekkingen dan die vervat in de beslissing van de raad, waarmee het hof zich verenigt. De grieven falen.

5.2    Met grief 3 komt verweerder op tegen de hem opgelegde maatregel van onvoorwaardelijke schorsing in de uitoefening van de praktijk voor de duur van twee weken.

5.3    Het hof oordeelt hierover als volgt. Het hof acht het ernstig laakbaar dat verweerder klaagster niet heeft ingelicht over het aanstaande verstrijken van de verjaringstermijn en haar niet de mogelijkheid van stuiting van de verjaring heeft voorgehouden. Door dit nalaten heeft verweerder klaagster bij voorbaat de mogelijkheid ontnomen haar vordering geldend te maken. Aan de ernst van het verwijt dat verweerder op dit punt treft doet niet af dat, zoals verweerder aanvoert, klaagster als gevolg van het nalaten van verweerder geen schade heeft geleden, nu de vordering ‘niet haalbaar’ zou zijn geweest.

5.4    Het hof neemt voorts in aanmerking dat aan verweerder meerdere malen tuchtrechtelijke maatregelen zijn opgelegd, waarvan in elk geval vier wegens tekortkomingen van verweerder in de behartiging van de belangen van zijn cliënten.

5.5    Onder deze omstandigheden acht het hof de maatregel van onvoorwaardelijke schorsing in de uitoefening van de praktijk voor de duur van twee weken passend en aangewezen. Ook grief 3 faalt derhalve.

    BESLISSING

Het Hof van Discipline:

bekrachtigt de beslissing van de raad van discipline in het ressort ‘s Hertogenbosch van 23 mei 2011, gewezen onder nummer R238-2010.

Aldus gewezen door mr. C.J.J. van Maanen, voorzitter, mrs. A.D.R.M. Boumans, G.R.J. de Groot, J.G. Vegter-Fieten, W.F. van Zant, leden, in tegenwoordigheid van mr. L.G.J. Hendrix, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 12 december 2011.