Aankondigingen over uw buurt

Zoals bouwplannen en verkeersmaatregelen.

Dienstverlening

Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies.

Beleid & regelgeving

Officiële publicaties van de overheid.

Contactgegevens overheden

Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.

ECLI:NL:TADRAMS:2016:162 Raad van Discipline Amsterdam 16-568/A/A

ECLI: ECLI:NL:TADRAMS:2016:162
Datum uitspraak: 21-07-2016
Datum publicatie: 28-07-2016
Zaaknummer(s): 16-568/A/A
Onderwerp: Ontvankelijkheid van de klacht, subonderwerp: Tijdverloop tussen gewraakte gedraging en indienen van de klacht
Beslissingen:
Inhoudsindicatie: Voorzittersbeslissing. Klacht niet-ontvankelijk vanwege tijdsverloop.  

Beslissing van de voorzitter van de Raad van Discipline in het ressort Amsterdam

van 21 juli 2016

in de zaak 16-568/A/A

naar aanleiding van de klacht van:

klager

tegen:

verweerder

De plaatsvervangend voorzitter van de raad van discipline (hierna: de voorzitter) heeft kennisgenomen van de brief van de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Amsterdam (hierna: de deken) van 16 juni 2016 met kenmerk 4016-0227, door de raad ontvangen op 17 juni 2016, en van de op de daarbij gevoegde inventarislijst vermelde stukken.

1 FEITEN

Voor de beoordeling van de klacht wordt, gelet op de stukken, van de volgende feiten uitgegaan.

1.1 Klager was één van de adviseurs van de in de gemeente Veenendaal gevestigde Stichting Freule Lauta van Aysma (hierna de stichting Freule), die in het verleden betrokken is geraakt bij een beleggingsarrangement. Het beleggingsarrangement is misgelopen en de stichting Freule heeft in mei 2002 haar hele beschikbare vermogen verloren. Daardoor kon de stichting Freule niet meer aan haar lopende verplichtingen voldoen, waaronder aflossingsverplichtingen ten opzichte van een tweetal banken en een pensioenfonds. De gemeente Veenendaal (hierna de gemeente) is als borg voor deze verplichtingen van de stichting Freule aangesproken. De vorderingen van de stichting Freule zijn nadien overgedragen aan de gemeente.

1.2 De gemeente heeft diverse voor de “Freule-affaire” verantwoordelijke betrokkenen aangesproken en tegen hen geprocedeerd. Een van die procedures betrof een vordering tot schadevergoeding tegen de dagelijks bestuursleden en de twee adviseurs van de Stichting Freule, waaronder klager.

1.3 Op 11 februari 2004 is klager failliet verklaard. Als gevolg daarvan is de hiervoor in § 1.2 genoemde procedure (alleen) ten aanzien van klager geschorst.

1.4 Bij vonnis van 25 juli 2007 heeft de rechtbank Utrecht voor recht verklaard dat de hiervoor in § 1.2 genoemde personen (met uitzondering dus van klager) aansprakelijk zijn voor de door de Stichting Freule geleden schade en hen hoofdelijk veroordeeld deze schade aan de gemeente te voldoen. Voor wat betreft de hoogte van de schade is de zaak verwezen naar de schadestaatprocedure.

1.5 In november 2009 heeft verweerder namens de gemeente een vordering in het faillissement van klager ingediend ten bedrage van (uiteindelijk) € 5.714.121,68.

1.6 Op 10 december 2009 is in het faillissement van klager een verificatievergadering gehouden. Tijdens die vergadering heeft de curator de vordering van de gemeente volledig erkend. Klager heeft de vordering volledig betwist.

1.7 Bij vonnis van 13 juli 2011 heeft de rechtbank ’s-Gravenhage de gemeente tot het bedrag van de door haar ingediende vordering toegelaten in het faillissement van klager. Bij arrest van 23 september 2014 heeft het gerechtshof Den Haag het vonnis van de rechtbank van 13 juli 2011 bekrachtigd.

1.8 Het faillissement van klager is op 24 september 2015 geëindigd. De curator heeft een bedrag van € 74.641,23 uit de boedel uitgekeerd aan de gemeente.

1.9 Verweerder heeft klager bij brief van 10 maart 2016 onder meer het volgende geschreven:

“Namens de (…) gemeente Veenendaal (…) stel ik u hierbij aansprakelijk voor alle door (…) de Stichting Freule (…) geleden schade, als gevolg van de u welbekende Freule-affaire. (…) De grondslag van de vorderingen op u van de gemeente Veenendaal is onrechtmatige daad ten opzichte van de Stichting Freule, wier vorderingen aan de gemeente Veenendaal zijn verpand. Als pandhouder van de betreffende vorderingen van de Stichting Freule vordert de gemeente Veenendaal betaling door u van de schade.

(…)

Echter, deze civiele procedure is voor zover het u als medegedaagde betrof al vrij snel na aanvang ervan geschorst als gevolg van het feit dat u op 11 februari 2004 in staat van faillissement bent verklaard.

Deze civiele procedure tegen voornoemde overige gedaagden is wel voortgezet en uitgemond in het vonnis van 25 juli 2007 (…) van de rechtbank Utrecht. (…)

De door de gemeente te vorderen schade is vastgesteld op een bedrag van € 6.759.586 (…)

Het is evident dat ook uw aansprakelijkheid (…) in rechte zal komen vast te staan na een door de gemeente Veenendaal tegen u te starten civiele procedure. (…)

Naast uw aansprakelijkstelling, stuit ik namens de gemeente Veenendaal tevens bij deze de verjaring van de vordering tot vergoeding van de schade van de Stichting Freule (…) Hierbij deel ik u mede dat de gemeente Veenendaal zich ondubbelzinnig het recht voorbehoudt op nakoming door u van de verbintenis tot schadevergoeding. U dient zich er dus van bewust te zijn dat de gemeente Veenendaal u mogelijk in de toekomst nog in rechte zal betrekken met een vordering tot schadevergoeding. (…)

1.10 Bij brief van 28 maart 2016 heeft klager bij de deken een klacht ingediend over verweerder.

2 KLACHT

2.1 De klacht houdt, zakelijk weergegeven, in dat verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld als bedoeld in artikel 46 Advocatenwet doordat hij willens en wetens en onder valse voorwendselen en middels misleiding een vordering in het faillissement van klager in te dienen, terwijl hij wist dat aan deze vordering elke rechtskracht ontbrak.

3 VERWEER

3.1 Verweerder voert verweer waarop hierna, voor zover van belang, zal worden ingegaan.

4 BEOORDELING

4.1 Allereerst dient te worden nagegaan of klager kan worden ontvangen in zijn klacht. Ingevolge artikel 46g, lid 1 onder a, Advocatenwet wordt een klacht door de voorzitter van de raad van discipline niet-ontvankelijk verklaard indien de klacht wordt ingediend na verloop van drie jaren na de dag waarop de klager heeft kennisgenomen of redelijkerwijs kennis heeft kunnen nemen van het handelen of nalaten van de advocaat waarop de klacht betrekking heeft.

4.2 Klager verwijt verweerder, kort gezegd, dat hij in november 2009 namens de gemeente een (volgens klager onterechte) vordering in het faillissement van klager heeft ingediend.

4.3 De voorzitter overweegt dat vast staat dat klager al in 2009 kennis heeft genomen van de door verweerder namens de gemeente ingediende vordering. Klager heeft de vordering op de verificatievergadering van 10 december 2009 immers betwist. Door pas op 28 maart 2016 een klacht in te dienen, heeft klager de in artikel 46g, lid 1 onder a, Advocatenwet genoemde termijn ruimschoots overschreden. Van een verschoonbare termijnoverschrijding is niet gebleken.

4.4 Op grond van het voorgaande zal de voorzitter de klacht, met toepassing van artikel 46g, eerste lid, onder a, Advocatenwet, dan ook niet-ontvankelijk verklaren.

BESLISSING

De voorzitter verklaart:

de klacht, met toepassing van artikel 46g, eerste lid, onder a, Advocatenwet, niet-ontvankelijk.

Aldus beslist door mr. D.H. Steenmetser-Bakker, plaatsvervangend voorzitter, met bijstand van mr. S. van Excel als griffier op 21 juli 2016.

Griffier  Voorzitter

mededelingen van de griffier ter informatie:

Deze beslissing is in afschrift op 21 juli 2016

verzonden aan:

- klager

- verweerder

- de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Amsterdam.

Ingevolge artikelen 46j en 46h van de Advocatenwet kunnen klager, verweerder en de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Amsterdam binnen dertig dagen na verzending van het afschrift van deze beslissing schriftelijk verzet doen bij de Raad van Discipline in het ressort Amsterdam, kamer BRO 3.31, Postbus 76334, 1070 EH Amsterdam. Het verzet wordt ingesteld door middel van indiening van een verzetschrift (in tweevoud), waarin de gronden van het verzet voorzien van een motivering worden omschreven. De termijn van dertig dagen begint op de dag volgend op die van verzending van de beslissing. Uiterlijk op de dertigste dag van die termijn moet het verzetschrift derhalve ontvangen zijn op de griffie van de raad van discipline. Verlenging van de termijn van dertig dagen is niet mogelijk.

Informatie ook op raadvandiscipline.nl