We werken hard aan het herstel van de stabiliteit van tuchtrecht.overheid.nl. Excuus voor het ongemak.

ECLI:NL:TNORARL:2014:53 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden AL/2013/157

ECLI: ECLI:NL:TNORARL:2014:53
Datum uitspraak: 18-06-2014
Datum publicatie: 23-09-2015
Zaaknummer(s): AL/2013/157
Onderwerp: Personen- en Familierecht
Beslissingen: Klacht gegrond met waarschuwing
Inhoudsindicatie: De notaris heeft een patstelling doen ontstaan, waardoor klager nog steeds niet over een door hem gewenst gewaarmerkt afschrift van het testament kan beschikken.

KAMER VOOR HET NOTARIAAT IN HET RESSORT ARNHEM-LEEUWARDEN                               

Kenmerk: AL/2013/157

Beslissing van de Kamer voor het notariaat in het ressort Arnhem-Leeuwarden op de klacht van

[X],

wonende te [..],

gemachtigde: mr. R.M. Capelle te Amsterdam,

tegen

[Z],

notaris te [..].

Partijen zullen hieronder ook klager en de notaris worden genoemd.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

-        de brief met bijlagen, gedateerd 10 oktober 2013, waarin de klacht tegen de notaris is neergelegd (door de KNB bij brief van 18 oktober 2013 doorgestuurd naar de Kamer);

-          de brief met bijlagen van de notaris van 15 november 2013;

-          de brief met bijlage, namens klager, van 9 april 2014;

-        de mondelinge behandeling van de klacht op 16 april 2014, waarbij klager, bijgestaan door zijn gemachtigde, is verschenen; de notaris is met bericht van verhindering niet verschenen.

2. De feiten

De oom van klager, de heer [A] (hierna te noemen: erflater) is overleden op 8 juli 2013. Hij heeft op 23 december 2012 bij testament over zijn nalatenschap beschikt. Het testament is door de notaris opgemaakt. Erflater heeft iemand die niet tot de familiekring behoort, tot enig erfgenaam benoemd. Noch klager noch enig ander familielid is in het testament genoemd.

3. De klacht en het verweer

3.1.  Klager verwijt de notaris dat hij uitsluitend tegen een betaling vooraf een gewaarmerkt afschrift van het testament wil verstrekken, maar dat hij daarvoor vooraf geen declaratie  wenst af te geven. Voorts verwijt klager de notaris dat hij heeft gehandeld op een wijze die een notaris onwaardig is.

3.2.  De notaris heeft gemotiveerd verweer gevoerd, waarop de Kamer in de beoordeling, voor zover van belang, nader zal ingaan.

4. De beoordeling van de klacht

4.1  Ingevolge artikel 93 lid 1 Wet op het notarisambt (Wna) zijn notarissen, toegevoegd notarissen en kandidaat-notarissen aan het tuchtrecht onderworpen ter zake van enig handelen of nalaten in strijd met hetzij enige bij of krachtens deze wet gegeven bepaling of een op deze wet berustende verordening, hetzij de zorg die zij als notaris, toegevoegd notaris of kandidaat-notaris behoren te betrachten ten opzichte van degenen te wier behoeve zij optreden en ter zake van enig handelen of nalaten dat een behoorlijk notaris, toegevoegd notaris of kandidaat-notaris niet betaamt.

De Kamer dient derhalve te onderzoeken of de handelwijze van de notaris een verwijtbare gedraging in de zin van dit artikel oplevert.

4.2.  De gemachtigde van klager heeft de notaris verzocht om hem een gewaarmerkt afschrift van het testament toe te sturen. Klager beschikte al over een kopie van de tekst van het testament, waarop geen handtekeningen stonden. De notaris heeft de gemachtigde van klager daarop laten weten dat vooraf een bepaald bedrag op zijn rekening moet worden overgemaakt en dat klager dan een gewaarmerkt uittreksel van het testament bij hem kan afhalen tegen overlegging van legitimatie. Vervolgens heeft de gemachtigde van klager de notaris laten weten dat hij bereid is om voor een gewaarmerkt afschrift van het testament te betalen, maar dat hij het benodigde bedrag alleen kan overmaken wanneer hij over een declaratie beschikt. De notaris heeft daarop gereageerd met “het lijkt wel alsof u niet kunt lezen. In mijn mail van 1 augustus geef ik aan onder welke condities een afschrift kan worden verkregen (…)”. In zijn verweerschrift heeft de notaris verklaard dat hij pas achteraf een factuur opmaakt, omdat het regelmatig voor komt dat een afschrift toch niet wordt opgehaald en betaald.

4.3.  De Kamer overweegt als volgt. De gemachtigde van klager is werkzaam bij DAS Rechtsbijstand. De Kamer heeft geen reden om te twijfelen aan de verklaring van de gemachtigde dat DAS uitsluitend betalingen verricht indien er een declaratie ligt. Nu de notaris om een betaling vooraf vraagt en de gemachtigde van klager heeft verklaard dat hij bereid is om dit bedrag te betalen, is er naar het oordeel van de Kamer voor de notaris geen reden om te weigeren om een declaratie vooraf op te maken. Als gevolg van de halsstarrige houding van de notaris heeft klager nog geen afschrift van het testament. De Kamer acht dit klachtonderdeel gegrond.

4.4.  Het tweede klachtonderdeel ziet op de bejegening van klager en zijn gemachtigde. Klager stelt dat hij zich bij andere notarissen heeft laten voorlichten en dat deze verklaarden dat de notaris zich zeer merkwaardig heeft opgesteld, een notaris onwaardig. Voorts stelt klager dat de notaris in ieder geval zijn eigen financiële belang laat prevaleren boven het belang van een cliënt. Ter onderbouwing hiervan heeft klager bij zijn brief van 9 april 2014 een transcriptie overgelegd van het telefoongesprek dat klager op 12 juli 2013 met de notaris heeft gevoerd.  De notaris heeft niet gereageerd op deze brief van klager.

4.5.  De Kamer is van oordeel dat, op basis van de thans voorliggende informatie, niet kan worden geoordeeld dat de opstelling van de notaris merkwaardig is en een notaris onwaardig. Dat klager het gevoel heeft gekregen dat er iets niet klopt, alsof de notaris iets te verbergen heeft, is iets wat de notaris niet, althans niet zonder meer, kan worden verweten. Dat de notaris vooraf voor zijn werkzaamheden betaald wenst te worden, acht de Kamer niet onbegrijpelijk. Daarbij merkt de Kamer wel op dat de toonzetting van de notaris niet altijd prettig en constructief is. Dit is evenwel niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. De Kamer acht dit klachtonderdeel ongegrond.

4.6.  Ten aanzien van het klachtonderdeel dat gegrond is verklaard overweegt de Kamer dat de notaris door zijn halsstarrige houding een patstelling heeft doen ontstaan, waardoor klager nog steeds niet over een door hem gewenst gewaarmerkt afschrift van het testament kan beschikken. De notaris had dit op eenvoudige wijze kunnen voorkomen. Nu hij dat niet heeft gedaan acht de Kamer de maatregel van waarschuwing passend en geboden.

5. De beslissing

De Kamer voor het notariaat verklaart de klacht tegen de notaris:

- gegrond voor zover de klacht betrekking heeft op het feit dat de notaris uitsluitend tegen een betaling vooraf een gewaarmerkt afschrift van het testament wil verstrekken, maar dat hij daarvoor vooraf geen declaratie wenst te verstrekken en

- ongegrond voor zover de klacht betrekking heeft op het verwijt dat de notaris merkwaardig heeft gehandeld op een wijze die een notaris onwaardig is,

en legt voor de klachtonderdeel dat gegrond is verklaard de maatregel van waarschuwing op.

Deze beslissing is gegeven door mr. O. Nijhuis, plv. voorzitter,

mrs. I. van Dorp, F. Drost, F.L.M. van de Graaff en L.P. Oostveen-ter Braak, plv. leden, en in tegenwoordigheid van mr. C. van Schelven, secretaris, uitgesproken in het openbaar op 18 juni 2014.

De secretaris                                                                           De plv. voorzitter