ECLI:NL:TGZRAMS:2023:215 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2023/5519

ECLI: ECLI:NL:TGZRAMS:2023:215
Datum uitspraak: 03-10-2023
Datum publicatie: 03-10-2023
Zaaknummer(s): A2023/5519
Onderwerp: Onjuiste verklaring of rapport
Beslissingen: Gegrond, berisping
Inhoudsindicatie: Gegronde klacht tegen een gz-psycholoog. De gz-psycholoog heeft op verzoek van een cliënte die bij haar in behandeling was een verklaring opgesteld en afgegeven ten behoeve van de advocaat van cliënte. Die verklaring bevatte onder meer informatie over klager als zijnde de ex-partner van cliënte met wie zij in een echtscheidingsprocedure verwikkeld was. De gz-psycholoog wist dat deze verklaring zou worden ingebracht in die procedure. Klager had geen toestemming gegeven voor deze verklaring. Het college is van oordeel dat de gz-psycholoog met het afgeven van de verklaring niet heeft gehandeld overeenkomstig de voor haar geldende beroepsnorm. Het college acht de maatregel van berisping passend, gegeven de aard van de tuchtrechtelijke fout en de gegeven omstandigheden, daarbij meegewogen de toelichting van de gz-psycholoog ter zitting. Klacht gegrond, berisping.


REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG
AMSTERDAM


Beslissing van 3 oktober 2023 op de klacht van:


A,
wonende te B,
klager,


tegen


C,
gz-psycholoog,
werkzaam te B,
verweerster, hierna ook: de gz-psycholoog,
gemachtigde: mr. S. Slabbers, werkzaam te Utrecht.

1. Waar gaat de zaak over?
1.1 De gz-psycholoog heeft op verzoek van een cliënte die bij haar in behandeling was een verklaring opgesteld en afgegeven ten behoeve van de advocaat van cliënte. Die verklaring bevatte onder meer informatie over klager als zijnde de ex-partner van cliënte met wie zij in een echtscheidingsprocedure verwikkeld was. De gz-psycholoog wist dat deze verklaring zou worden ingebracht in die procedure. Klager had geen toestemming gegeven voor deze verklaring. Klager vindt dat de gz-psycholoog met deze handelwijze tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Het college komt tot gegrondverklaring van de klacht en legt de gz-psycholoog de maatregel van berisping op. Dit oordeel wordt hierna toegelicht.

2. De procedure
2.1 Het college heeft de volgende stukken ontvangen:
- het klaagschrift met de bijlagen, ontvangen op 29 maart 2023;
- het verweerschrift met de bijlagen.

2.2 De partijen hebben de gelegenheid gekregen om onder leiding van een secretaris van het college met elkaar in gesprek te gaan (mondeling vooronderzoek). Daarvan hebben zij geen gebruik gemaakt omdat klager dit niet wilde.

2.3 De zaak is behandeld op de openbare zitting van 22 augustus 2023. De partijen zijn verschenen. De gz-psycholoog werd bijgestaan door haar gemachtigde. De partijen en de gemachtigde van verweerster hebben hun standpunten mondeling toegelicht.


3. Wat is er gebeurd?
3.1 De gz-psycholoog is werkzaam in een éénmanspraktijk. Zij heeft tussen 12 augustus
2021 en 5 oktober 2021 de ex-partner van klager in behandeling gehad. Klager en zijn ex-partner (hierna: cliënte) waren verwikkeld in een echtscheidingsprocedure.


3.2 Op 5 oktober 2021 heeft de gz-psycholoog een verklaring (hierna: de verklaring)
opgesteld en afgegeven op verzoek van cliënte ten behoeve van haar advocaat, in de wetenschap dat deze verklaring zou worden ingebracht in de echtscheidingsprocedure. De verklaring luidt, voor zover van belang, als volgt:
“ Betreft: Medische informatie mw. [naam cliënte, college]
Geachte heer E,
In antwoord op uw verzoek om medische informatie bericht ik u als volgt.
(…)
Beschrijvende diagnose bij intake
37-jarige vrouw van Marokkaanse afkomst, zeven maanden zwanger van haar 1e kind, sinds drie jaar in het kader van de huwelijksmigratie woonachtig in Nederland, meldt zich aan in verband met (reactieve) depressieve klachten, stress- en spanningsklachten. Voorts bestaan ondermeer angst- en paniekklachten als gevolg van chronische slapeloosheid, blootstelling aan langdurige stress, herhaalde psychische en emotionele mishandeling door echtgenoot in het huwelijk. Volgens patiënt is er het eerste jaar van het huwelijk sprake geweest van isolement en opsluiting, onthouding van medische zorg door echtgenoot. Patiënt heeft een medische voorgeschiedenis van herhaalde miskramen, waarvan een buitenbaarmoederlijke zwangerschap, die operatief is weggehaald. Patiënt geeft te kennen tot tweemaal toe door echtgenoot uit huis te zijn gezet, waarvan de laatste keer twee maanden geleden is toen zij vijf maanden zwanger was. Patiënt verblijft momenteel in een Blijf Groep in B. Om onbekende redenen moet zij binnenkort daar weg, e wordt zie mogelijkerwijs overgeplaatst naar een andere Blijf Groep in D. Patiënt heeft weinig tot geen steunsysteem. Ze heeft een zus en zwager in B wonen, die haar bijstaan. patiënte wilt graag in B blijven wonen. Patiënt maakt zich ernstig zorgen hierover, en dat lijkt een voortdurende spanning te geven. Ze is de Nederlandse taal niet machtig, en heeft daar geen steunsysteem
Beleid
Steunende gesprekken waarbij aandacht wordt besteed aan crisispreventie, stabilisatie, en aan wat er nodig is om haar veiligheid en die van haar ongeboren kind te kunnen garanderen.
Advies Concluderend is er geen sprake van psychiatrie in engere zin, maar is de problematiek meer passend bij psychosociale problematiek. De klachten van patiënt zullen blijven voortbestaan zolang de actuele stressoren aanwezig zijn. Naast alle veranderingen die patiënt in haar leven heeft ondergaan is het creeren van veiligheid en stabiliteit een belangrijk onderdeel voor haar herstel. (…)”


3.3 Klager heeft geen toestemming gegeven voor vermelding van informatie over hem in
deze verklaring.


4. De klacht en de reactie van de gz-psycholoog
4.1 Klager verwijt de gz-psycholoog door de brief d.d. 5 oktober 2021 aan de advocaat van de ex-partner van klager te hebben geschreven onvoldoende maatregelen te hebben genomen om te voorkomen dat de brief onwaarheden bevat of zou worden gebruikt voor een ander doel dan waarvoor de brief was geschreven, dat zij heeft gerapporteerd over een ander dan haar eigen cliënte en de rapportage niet heeft beperkt tot noodzakelijke gegevens. Zij heeft de indruk gewekt dat zij een oordeel over klager had, terwijl het alleen het verhaal van haar cliënte is. Hierdoor heeft zij de geldende beroepsregels geschonden.


4.2 De gz-psycholoog heeft aangevoerd dat de verklaring van 5 oktober 2021 geen waardeoordeel over haar patiënt en klager bevat. Zij is ervan op de hoogte dat het Nederlands Instituut van Psychologen (het NIP) het afgeven van verklaringen afraadt, maar het is niet verboden. Zij heeft niets gesteld over klager, maar zich beperkt tot een weergave zoals zij die van haar cliënt heeft gehoord. Zij heeft niet de indruk gewekt dat zij een oordeel over klager had. Dit blijkt ook uit de woordkeuze in de verklaring. De gz-psycholoog wist dat de verklaring voor de echtscheidingsprocedure zou worden gebruikt en heeft daarom hetgeen haar cliënt heeft verteld niet als feiten gepresenteerd. Het is niet aan haar om aan waarheidsvinding te doen. Dat zij zich niet heeft beperkt tot noodzakelijke gegevens heeft klager onvoldoende onderbouwd, aldus de gz-psycholoog.


5. De overwegingen van het college


De beroepsnorm
5.1 Het college stelt voorop dat het bij de tuchtrechtelijke toetsing van professioneel handelen er niet om gaat of dat handelen beter had gekund, maar om het geven van een antwoord op de vraag of de beroepsbeoefenaar bij het beroepsmatig handelen is gebleven binnen de grenzen van een redelijk bekwame beroepsuitoefening, rekening houdend met de stand van de wetenschap ten tijde van het klachtwaardig geachte handelen en met hetgeen toen in de beroepsgroep ter zake als norm of standaard was aanvaard.

De inhoudelijke beoordeling van de klacht
5.2 Op de website van het NIP staat het volgende vermeld:
“Aan behandelend psychologen wordt regelmatig door cliënten (of door derden) gevraagd een verklaring af te geven over hun psychisch functioneren of over het psychisch functioneren van anderen dan hun cliënt (bijvoorbeeld de ex-partner van de cliënt). Mede op basis van tuchtrechtelijke uitspraken raadt het NIP het afgeven van verklaringen door behandelend psychologen uitdrukkelijk af waarmee een juridisch of materieel belang is gemoeid. De behandelend psycholoog dient zich te beperken tot feitelijke behandelinformatie die geen waardeoordeel inhoudt.”


5.3 Het is vaste jurisprudentie van de tuchtcolleges voor de gezondheidszorg dat de psycholoog zich zeer terughoudend dient op te stellen bij het afgeven van een verklaring waarvan hij of zij weet dat deze in een juridische procedure kan worden gebruikt. Wanneer de psycholoog dat toch besluit te doen moet hij zich in ieder geval onthouden van verklaringen of suggesties m.b.t. anderen dan zijn cliënt. Een voorbeeld is de verklaring die een bepaald professioneel oordeel inhoudt over de ex-partner van cliënt als het gaat om de omgangsregeling met de kinderen. Indien de ex-partner niet in behandeling is bij de psycholoog en ook geen toestemming heeft gegeven voor een dergelijke verklaring, mag de psycholoog geen verklaring betreffende de ex-partner afgeven.


5.4 Het college is van oordeel dat de gz-psycholoog met het afgeven van de verklaring niet heeft gehandeld overeenkomstig de voor haar geldende beroepsnorm zoals hiervoor is weergegeven. Redengevend is het volgende.


5.5 De gz-psycholoog wist dat de verklaring in de echtscheidingsprocedure zou worden gebruikt. De verklaring bevat onder meer informatie over klager, te weten, onder het kopje “Beschrijvende diagnose bij intake”: “Voorts bestaan ondermeer angst- en paniekklachten als gevolg van (…) herhaalde psychische en emotionele mishandeling door echtgenoot in het huwelijk.”
Deze passage (hierna: de passage) kan niet anders gelezen worden dat dat de daarin genoemde klachten van cliënte mede een gevolg zijn van “herhaalde psychische en emotionele mishandeling door klager in het huwelijk met cliënte”. Daar staat niet bij dat dit (alleen) de beleving betreft van cliënte. Door dit niet te expliciteren wekt de gz-psycholoog de indruk dat de passage (ook) haar eigen visie betreft en dat zij daarmee dan ook een eigen professioneel oordeel geeft over klager, te weten dat (i) sprake is geweest van herhaalde psychische en emotionele mishandeling door klager in het huwelijk met cliënte en dat (ii) de in de passage genoemde klachten van cliënte mede daardoor zijn veroorzaakt.
Dit wordt nog versterkt nu de passage vermeld staat onder het kopje “Beschrijvende diagnose bij intake”. De term ‘diagnose’ veronderstelt immers dat daaraan de expertise van de gz-psycholoog ten grondslag ligt. Dit geldt temeer doordat de gz-psycholoog vervolgens onder het kopje “Advies” noteert: “De klachten van patiënt zullen blijven voortbestaan zolang de actuele stressoren aanwezig zijn”. De term “de actuele stressoren” slaat redelijkerwijs terug naar de onder het kopje “Beschrijvende diagnose bij intake” vermelde factoren. Hieruit zal redelijkerwijs worden afgeleid dat de gz-psycholoog de daar door haar beschreven herhaalde psychische en emotionele mishandeling door klager in het huwelijk met cliënte” beschouwt als één van “de actuele stressoren”. Ook onder het kopje “Advies” voegt de gz-psycholoog echter niet toe dat deze specifiek door haar benoemde stress-factor (alleen) de beleving van cliënte betreft.

5.6 Beschouwing van de passage in samenhang met de overige inhoud van de verklaring laat dit oordeel onverlet. De passage wordt weliswaar voorafgegaan door een beschrijving van andere klachten waarbij wél staat dat cliënte “zich aanmeldt” met die klachten, maar die beschrijving gaat niet gepaard met een gevolgtrekking en eindigt met een punt. In de (daarop volgende) passage noemt de gz-psycholoog vervolgens andere klachten van cliënte mét de vermelding dat dié klachten mede het gevolg zijn “psychische en emotionele mishandeling door echtgenoot in het huwelijk”. Dat de gz-psycholoog daarmee wil zeggen dat deze gevolgtrekking en kwalificatie (slechts) de visie van cliënte inhoudt, valt uit de samenhang met de voorgaande beschrijving redelijkerwijs niet af te leiden.
In de op de passage volgende zin voegt de gz-psycholoog wél toe “volgens patiënt”: “Volgens patiënt is er het eerste jaar van het huwelijk sprake geweest van isolement en opsluiting, onthouding van medische zorg door echtgenoot”. Deze beschrijving zou begrepen kunnen worden als een weergave van de visie van cliënte ter toelichting op de in (de daaraan voorafgaande) passage door de gz-psycholoog genoemde “psychische en emotionele mishandeling door echtgenoot in het huwelijk”. Maar dat laat onverlet dat de kwalificatie van de door cliënte beschreven gang van zaken als “psychische en emotionele mishandeling door echtgenoot in het huwelijk” in de passage – bij gebreke van een nadere toelichting die duidelijk maakt dat het hier alleen om de beleving of visie van cliënte gaat –
redelijkerwijs zal kunnen worden gelezen als een professioneel oordeel van de gz-psycholoog zelf in plaats van (alleen) een mening van cliënte.


5.7 Gegeven de volgens de beroepsnorm te betrachten terughoudendheid en de ratio daarvan, kwam het voor de gz-psycholoog die desondanks een verklaring wilde verstrekken met informatie over klager als derde (niet-cliënt) zonder diens toestemming, aan op een formulering die eenduidig is en waarbij dus buiten kijf staat dat deze geen verklaring of suggestie die een professioneel oordeel over die derde inhoudt. Uit het voorgaande volgt dat de gz-psycholoog hieraan niet heeft voldaan. Zij heeft hierdoor tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld.

Slotsom
5.8 Uit de overwegingen hiervoor volgt dat de klacht gegrond is. Daarbij merkt het college nog het volgende op. De opmerking van klager dat de verklaring van de gz-psycholoog heeft bijgedragen aan het blokkeren van contact tussen hem en zijn dochter gaat over de door hem gestelde gevolgen van de verklaring. Die stelling, wat daar verder van zij, staat niet ter toetsing van dit college en is dan ook geheel buiten beschouwing gebleven bij de beoordeling.

De op te leggen maatregel
5.9 Het college acht de maatregel van berisping passend, gegeven de aard van de tuchtrechtelijke fout en de gegeven omstandigheden, daarbij meegewogen de toelichting van de gz-psycholoog ter zitting. De gz-psycholoog heeft ter zitting te kennen gegeven dat zij vooraf wel nagedacht heeft over de vraag of zij de verzochte verklaring mocht afgeven. Zij wist dat haar cliënt deze zou gebruiken in een echtscheidingsprocedure. Ook was zij op de hoogte van het nadrukkelijke advies van het NIP om geen verklaring af te geven in geval van een gerechtelijke procedure. Dat zij toch een verklaring heeft opgesteld en afgegeven kwam omdat zij haar cliënt wilde helpen. De gz-psycholoog, die in een eenmanspraktijk werkt, heeft desgevraagd meegedeeld dat zij voorafgaand aan deze beslissing, geen overleg heeft gepleegd met collega beroepsgenoten bij wijze van intervisie. Het college heeft daarop gesuggereerd dat het beter ware geweest dit wel te doen omdat dit haar mogelijk minder kwetsbaar had gemaakt voor tuchtrechtelijke missers zoals in het onderhavige geval. De gz-psycholoog is evenwel ook ter zitting blijven volhouden dat de verklaring de toets kan doorstaan omdat zij geen waardeoordelen zou hebben genoteerd en dat zij uit betrokkenheid bij haar cliënte heeft gehandeld. De gz-psycholoog heeft toegelicht dat zij niet nog eens een verklaring zou verstrekken, omdat zij nooit meer voor het tuchtcollege wilde verschijnen. Deze redenering lijkt eerder te zijn ingegeven door hindsight bias dan door inzicht in haar professioneel handelen, in relatie tot haar (in dit geval te) grote betrokkenheid bij haar cliënten en gegeven het belang van de onderhavige tot terughoudendheid nopende beroepsnorm. Eén en ander baart het college zorgen. Het college komt daarom tot oplegging van een berisping, met als doel tuchtrechtelijke fouten in de toekomst te voorkomen.

5.10 In het algemeen belang zal deze beslissing worden gepubliceerd. Dit algemeen belang is erin gelegen dat andere gz-psychologen mogelijk iets kunnen leren van deze zaak. De publicatie zal plaatsvinden zonder vermelding van namen of andere tot personen of instanties herleidbare gegevens.

6. De beslissing
Het college:
- verklaart de klacht gegrond;
- legt de gz-psycholoog de maatregel op van berisping;
- bepaalt dat deze beslissing, nadat die onherroepelijk is geworden, zonder vermelding van namen of andere herleidbare gegevens in de Nederlandse Staatscourant zal worden bekendgemaakt en ter publicatie zal worden aangeboden aan het maandblad van het NIP, De Psycholoog.


Deze beslissing is gegeven door P.J. van Eekeren, voorzitter, A.P. den Exter, lid-jurist, C.H.J.A.M. van de Vijfeijken, T.A.W. van der Schoot en N.J. Kroon, leden-beroepsgenoten, bijgestaan door S. Verdaasdonk, secretaris, en in het openbaar uitgesproken op 3 oktober 2023.