Aankondigingen over uw buurt

Zoals bouwplannen en verkeersmaatregelen.

Dienstverlening

Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies.

Beleid & regelgeving

Officiële publicaties van de overheid.

Contactgegevens overheden

Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.

ECLI:NL:TGZRAMS:2022:35 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2021/3451

ECLI: ECLI:NL:TGZRAMS:2022:35
Datum uitspraak: 05-04-2022
Datum publicatie: 12-04-2022
Zaaknummer(s): A2021/3451
Onderwerp: Grensoverschrijdend gedrag
Beslissingen: Gegrond, waarschuwing
Inhoudsindicatie: Klacht tegen een fysiotherapeut. Klaagster verwijt de fysiotherapeut dat hij tijdens een onderzoek aan haar buikspieren zich schuldig heeft gemaakt aan ongewenste intimiteiten door met zijn hand nabij de schaamstreek te komen. Als de handelingen van de fysiotherapeut al noodzakelijk waren voor het onderzoek, dan verwijt klaagster hem secundair dat hij haar onvoldoende heeft geïnformeerd en geen toestemming heeft gevraagd voor het onderzoek. Het college acht het eerste klachtonderdeel ongegrond. Om de onderste buikspier, die is vastgehecht aan het schaambeen, te kunnen onderzoeken is het onvermijdelijk dat de fysiotherapeut nabij de schaamstreek komt. De handelingen van de fysiotherapeut waren functioneel en passen binnen normaal fysiotherapeutisch handelen. Wat betreft het onvoldoende informeren en het niet vragen van toestemming aan klaagster, komt het college tot het oordeel dat dit klachtonderdeel gegrond is. De fysiotherapeut had zich ervan bewust moeten zijn dat hij in een voor de patiënt kwetsbaar en intiem gebied kwam en had beter moeten informeren en expliciet toestemming moeten vragen. Waarschuwing.

REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG

AMSTERDAM

Beslissing naar aanleiding van de op 20 september 2021 binnengekomen klacht van:

A,

wonende in B,

klaagster,

gemachtigde: mr. M. Meijer, werkzaam in Amsterdam,

tegen

C,

fysiotherapeut,  

werkzaam in B,

verweerder, hierna: de fysiotherapeut,

gemachtigde: mr. S.J. Muntinga, werkzaam in Utrecht.

1. De procedure

1.1       Het college heeft kennisgenomen van:

  • het op 20 september 2021 binnengekomen klaagschrift met de bijlagen;
  • het verweerschrift met de bijlagen;
  • de op 16 februari 2022 binnengekomen brief van klaagster met bijgevoegd een brief van haar psycholoog;
  • de op 24 februari 2022 binnengekomen brief van verweerder met bijgevoegd een afschrift van (een deel van) het medisch dossier van klaagster.

1.2       De partijen hebben afgezien van de mogelijkheid om in het vooronderzoek mondeling te worden gehoord.

1.3       De klacht is op de openbare zitting van 1 maart 2022 behandeld. De partijen, bijgestaan door hun gemachtigden, zijn verschenen en hebben hun standpunten mondeling toegelicht.
 

2. Waar gaat deze zaak over en wat is de beslissing?


Op 8 juli 2021 heeft de fysiotherapeut een onderzoek uitgevoerd aan de buikspieren van klaagster. Om de onderste buikspier te kunnen onderzoeken heeft de fysiotherapeut de broek en onderbroek van klaagster een stukje naar beneden geschoven en vervolgens de buikspier tot op het schaambeen bevoeld. Klaagster verwijt de fysiotherapeut (primair) dat hij zich hiermee schuldig heeft gemaakt aan ongewenste intimiteiten c.q. aanranding. Als de handelingen van de fysiotherapeut noodzakelijk waren voor het onderzoek, dan verwijt klaagster hem (subsidiair) dat hij haar onvoldoende heeft geïnformeerd over dit onderzoek en geen toestemming heeft gevraagd om dit uit te voeren. Het college komt tot de conclusie dat het subsidiaire deel van de klacht gegrond is. Het primaire klachtonderdeel dat de fysiotherapeut zich schuldig heeft gemaakt aan ongewenste intimiteiten of aanranding, is ongegrond. Hierna licht het college deze beslissing toe.
 

3. De feiten

3.1 Klaagster was al een aantal jaren cliënt bij de fysiotherapeut en kwam voor de behandeling van verschillende sportgerelateerde klachten. Terugkerende klachten waren pijn en spanning in de bilspieren en hamstrings. De fysiotherapeut behandelde klaagster door middel van mobilisatietechnieken, massage en rekoefeningen. Klaagster nam weer contact op als de klachten terugkwamen. Er zaten enkele maanden tot ruim een half jaar tussen deze behandelingen. Het contact verliep altijd goed en zakelijk.

3.2 Op 4 juni 2021 en 8 juli 2021 bezocht klaagster de fysiotherapeut opnieuw vanwege de klachten in haar bilspieren en hamstrings. In het medisch dossier van 8 juli 2021 staat de hulpvraag van klaagster als volgt genoteerd: ‘pijn in mijn lage rug en voel veel spanning in mijn bil en hamstrings en hier wil ik snel vanaf zodat ik weer vrij kan sporten’. De fysiotherapeut heeft klaagster uitgelegd dat hij wilde kijken of in haar buik belemmeringen zaten die mogelijk pijnklachten zouden kunnen veroorzaken in haar onderrug.

3.3 Bij de start van het onderzoek heeft de fysiotherapeut gevraagd of klaagster haar shirt omhoog wilde schuiven, zodat hij haar buikspieren kon onderzoeken. Dit heeft zij gedaan, tot aan haar beha. Hierna heeft de fysiotherapeut de buikspieren vanaf het borstbeen tot op het schaambeen nagelopen. Om de onderste buikspieren te kunnen onderzoeken, heeft de fysiotherapeut de broek en onderbroek van klaagster iets naar beneden geschoven.

3.4 Klaagster gaf tijdens het onderzoek geen pijnprikkels aan en de fysiotherapeut zag daarom geen indicatie voor de bedoelde belemmeringen. Hierna heeft de fysiotherapeut de lage rugspieren en bilspieren verder behandeld op de voor klaagster gebruikelijke wijze.

4. De klacht en het standpunt van klaagster

De klacht houdt, zakelijk weergegeven, in dat de fysiotherapeut:

primair: zich schuldig heeft gemaakt aan ongewenste intimiteiten c.q. aanranding, en

subsidiair: indien hij een goede reden had om het onderzoek uit te voeren, hij klaagster daarover onvoldoende heeft geïnformeerd en haar geen toestemming heeft gevraagd.

5. Het standpunt van verweerder

5.1       Volgens de fysiotherapeut heeft hij, omdat klaagster al na kortere tijd dan gebruikelijk terugkwam met terugkerende klachten, besloten om het onderzoek naar de oorzaak van de klachten te gaan richten op de bredere spierketen en om de buikspieren van klaagster na te lopen op de aanwezigheid van eventuele triggerpoints (ook wel spierknopen genoemd). Zo’n triggerpointonderzoek houdt in dat een fysiotherapeut één voor één de spieren naloopt en met de hand druk uitoefent op de spier. Als een cliënt daarbij pijn of druk ervaart, kan dat duiden op een overactief triggerpoint en kan dat triggerpoint behandeld worden. De fysiotherapeut heeft dit triggerpointonderzoek op de gebruikelijke wijze uitgevoerd. Daarbij heeft hij de broek en onderbroek van klaagster iets naar beneden geschoven, niet meer dan voor het onderzoek noodzakelijk, zodat hij de onderste buikspier kon bevoelen. Hij betwist dat hij andere dan professionele bedoelingen heeft gehad.

5.2       Wat betreft het tweede klachtonderdeel stelt de fysiotherapeut dat hij het doel van het onderzoek heeft uitgelegd aan klaagster en ook heeft verteld waaruit het onderzoek zou bestaan. Er kwam geen wedervraag of reactie van klaagster na zijn uitleg. Gezien de lange behandelrelatie met klaagster ging de fysiotherapeut ervan uit dat klaagster het goed vond dat hij het onderzoek zou uitvoeren. Hij heeft haar daarom niet expliciet om toestemming gevraagd. Achteraf denkt hij dat zijn uitleg voor klaagster mogelijk te beperkt is geweest.  Voor zover nodig gaat het college hierna verder in op het verweer.

6. De beoordeling

6.1 Het is duidelijk dat de gebeurtenis op 8 juli 2021 veel impact heeft gehad op klaagster. Zij voelt zich hierdoor aangetast in haar persoonlijke integriteit en heeft daar nog steeds psychische klachten van. De fysiotherapeut is enorm geschrokken van de klacht. Hij vindt het heel erg voor klaagster dat zij de behandeling op 8 juli 2021 als grensoverschrijdend heeft ervaren en dat zij hier veel last van heeft.

6.2 Het college beoordeelt of de fysiotherapeut iets heeft gedaan of heeft nagelaten in strijd met de zorg die van hem verwacht mag worden. Dat is een zakelijke beoordeling. De norm daarvoor is een redelijke bekwame en redelijk handelende fysiotherapeut. Bij de beoordeling houdt het college rekening met de stand van de wetenschap ten tijde van het handelen en met hetgeen toen in de beroepsgroep als norm of standaard was aanvaard.

Primaire klacht: ongewenste intimiteiten/aanranding

6.3 Het college is van oordeel dat dit klachtonderdeel ongegrond is. Het is te begrijpen dat de fysiotherapeut het onderzoek naar triggerpoints wilde uitvoeren. Klaagster heeft in haar klaagschrift en ter zitting aangegeven dat zij geen pijn had in haar lage onderrug, maar in haar bil en hamstrings, en dat er daarom geen aanleiding was voor het onderzoek aan de buikspieren. Het college onderschrijft echter de uitleg van de fysiotherapeut in zijn verweer dat klachten aan de bilspier en de hamstrings hun oorsprong kunnen vinden in de buikspieren. Daarnaast is er geen duidelijke grens tussen de bil en de lage rug. Het is daarom te volgen dat de fysiotherapeut de klachten van klaagster onder andere heeft genoteerd als pijn in de lage rug. Omdat klaagster korte tijd na haar bezoek op 4 juni 2021 met vergelijkbare klachten terugkwam en de fysiotherapeut geen oorzaak kon vinden voor haar klachten, is het verdedigbaar dat hij het onderzoeksgebied heeft uitgebreid en wilde kijken naar de bredere spierketen. Het college merkt op dat de triggerpointmethode een algemeen aanvaarde behandeling is voor de lichamelijke klachten die klaagster ervoer.

6.4 Het onderzoek is daarnaast volgens de gebruikelijke werkwijze uitgevoerd. De onderste buikspier is vastgehecht aan het schaambeen. Dat brengt mee dat de fysiotherapeut deze buikspier tot op het schaambeen moest onderzoeken en dat daarvoor de broek en onderbroek van klaagster iets naar beneden moesten worden verschoven. Het gaat om een functionele handeling, die past binnen normaal fysiotherapeutisch handelen. Uit dit handelen kunnen dus op zichzelf geen seksuele of anderszins grensoverschrijdende bedoelingen van de fysiotherapeut worden afgeleid. Ook in wat de fysiotherapeut ter zitting heeft verklaard, ziet het college daarvoor geen enkele aanwijzing. Verder heeft de fysiotherapeut ook volgens klaagster in de reeds jarenlang bestaande behandelrelatie nooit seksueel getinte opmerkingen gemaakt of ongepast gedrag laten zien. De conclusie is dan ook dat het college geen seksueel grensoverschrijdend gedrag heeft kunnen vaststellen.

Subsidiaire klacht: onvoldoende informatie/geen toestemming

6.5 Klaagster stelt dat, indien het onderzoek inderdaad geïndiceerd was, zij vooraf niet voldoende is geïnformeerd over het onderzoek en dat haar geen toestemming is gevraagd. De fysiotherapeut heeft erkend dat hij het onderzoek wel heeft besproken met klaagster, maar dat hij mogelijk te beperkt uitleg heeft gegeven en klaagster niet expliciet om toestemming heeft gevraagd.

6.6 Het college merkt op dat de fysiotherapeut het medisch dossier gebrekkig heeft bijgehouden. In het dossier is geen notitie te vinden over de specifieke uitleg aan klaagster en de daaraan gekoppelde toestemming van klaagster voor het onderzoek. Een fysiotherapeut moet er in het algemeen zorg voor dragen dat sprake is van geïnformeerde toestemming van de cliënt voordat hij met de behandeling begint. Zeker bij een behandeling waarbij de fysiotherapeut in kwetsbaar of intiem gebied komt – zoals bij een cliënt die op de rug ligt de (onder)buik –, geldt een zwaardere verplichting tot het geven van uitleg en het vragen van toestemming. In dit geval had de fysiotherapeut zich er meer bewust van moeten zijn dat dit onderzoek voor klaagster onprettig of ingrijpend kon zijn. Hij had klaagster daar beter op moeten voorbereiden en haar bijvoorbeeld kunnen vragen om zelf haar broek en onderbroek iets naar beneden te schuiven. Hij heeft haar wel verteld dat hij aan haar buikspieren wilde voelen om eventuele belemmeringen daarin op te sporen, maar hij heeft klaagster er onvoldoende over geïnformeerd dat hij daarbij ook in haar schaamstreek zou komen. Daarvoor had hij haar expliciet toestemming moeten vragen. De fysiotherapeut mocht er niet vanuit gaan dat klaagster het goed vond dat hij het onderzoek ging uitvoeren, omdat zij geen wedervraag stelde of geen reactie gaf. Het college acht dit klachtonderdeel gegrond.

Maatregel

6.7 De conclusie van het voorgaande is dat de klacht gedeeltelijk gegrond is. De oplegging van de maatregel van waarschuwing is daarvoor passend. Daarbij weegt het college mee dat de fysiotherapeut erkent dat hij klaagster beter had moeten informeren en om toestemming had moeten vragen. Hij heeft verklaard dat hij inmiddels meer tijd neemt voor uitleg en dat hij ook expliciet zal uitvragen of een cliënt de uitleg heeft begrepen.

6.8 Om redenen aan het algemeen belang ontleend zal het college bepalen dat deze beslissing op de voet van artikel 71 Wet BIG in geanonimiseerde vorm wordt gepubliceerd zoals hierna vermeld. Dit algemene belang is erin gelegen dat zorgverleners mogelijk leerpunten aan deze casus kunnen ontlenen. Het college verwijst hiervoor naar de overwegingen onder 6.6.

7. De beslissing

Het college:

  • verklaart het subsidiaire gedeelte van de klacht gegrond;
  • legt aan de fysiotherapeut de maatregel van waarschuwing op;
  • verklaart de klacht voor het overige ongegrond;
  • bepaalt voorts dat de beslissing geanonimiseerd in de Nederlandse Staatscourant zal worden bekendgemaakt en aan het tijdschrift FysioPraxis ter bekendmaking zal worden aangeboden.

Aldus beslist door:

N.B. Verkleij, voorzitter,

S.E. Dekker, J.L. Keijzer, J.M. Uijen, leden-beroepsgenoten,

S. Colsen, lid-jurist,

bijgestaan door E.A. Weiland, secretaris,

en in het openbaar uitgesproken op 5 april 2022 door de voorzitter in aanwezigheid van de secretaris.