ECLI:NL:TGZCTG:2025:183 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2665 en C2024/2666
| ECLI: | ECLI:NL:TGZCTG:2025:183 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 19-11-2025 |
| Datum publicatie: | 20-11-2025 |
| Zaaknummer(s): | C2024/2665 en C2024/2666 |
| Onderwerp: | Onvoldoende informatie |
| Beslissingen: | Ongegrond/afwijzing |
| Inhoudsindicatie: | Gedeeltelijk gegronde klacht tegen een plastisch chirurg. De plastisch chirurg is directeur-eigenaar van een kliniek. Klaagster heeft zich in deze kliniek door een collega van de plastisch chirurg laten opereren aan de hals- en kaaklijn. Klaagster was niet tevreden over het resultaat van deze ingreep, waarna een tweede operatie is ingepland. Een dag voor deze tweede operatie heeft een gesprek tussen klaagster en de plastisch chirurg plaatsgevonden, waarbij de eerder voorgestelde (tweede) behandeling is aangepast. De volgende dag is de operatie uitgevoerd door de collega-plastisch chirurg. Klaagster maakt de plastisch chirurg verschillende verwijten. Het Regionaal Tuchtcollege heeft het klachtonderdeel over het niet geven van bedenktijd gegrond verklaard en aan de plastisch chirurg een waarschuwing opgelegd. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het door klaagster en het door de plastisch chirurg ingestelde beroep. |
C E N T R A A L T U C H T C O L L E G E
voor de Gezondheidszorg
Beslissing in de zaak onder nummer C2025/2665 van:
A. plastisch chirurg, werkzaam in B.,
appellant, verweerder in eerste aanleg,
gemachtigde: mr. E.J.C. de Jong, advocaat te Utrecht,
tegen
C. wonende in D.,
verweerster in beroep, klaagster in eerste aanleg,
en in de zaak onder nummer C2024/2666 van:
C. wonende in D.,
appellante in beroep, klaagster in eerste aanleg,
tegen
A. plastisch chirurg, werkzaam in B.,
verweerder in beide instanties,
gemachtigde: mr. E.J.C. de Jong, advocaat te Utrecht.
1. Kern van de zaak
1.1 De plastisch chirurg is directeur eigenaar van een kliniek. Klaagster heeft
zich in deze kliniek om cosmetische redenen door een collega van de plastisch chirurg
laten opereren aan de hals- en kaaklijn. Klaagster was niet tevreden over het resultaat
van deze ingreep, waarna een tweede operatie is ingepland. Een dag voor deze tweede
operatie heeft een gesprek tussen klaagster en de plastisch chirurg plaatsgevonden,
waarbij de eerder voorgestelde (tweede) behandeling is aangepast. De volgende dag
is de operatie uitgevoerd door de collega-plastisch chirurg. Klaagster maakt de plastisch
chirurg verschillende verwijten.
1.2 Het Regionaal Tuchtcollege te Zwolle heeft klachtonderdeel b (over het niet geven van bedenktijd) gegrond verklaard, de klachtonderdelen a en c ongegrond verklaard, klachtonderdeel d deels niet-ontvankelijk en deels ongegrond verklaard en aan de plastisch chirurg de maatregel van een waarschuwing opgelegd. Bovendien heeft dat college bepaald dat de beslissing nadat die onherroepelijk is geworden, in geanonimiseerde vorm in de Nederlandse Staatscourant zal worden bekendgemaakt en ter publicatie aan het Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Gezondheidszorg Jurisprudentie en Medisch Contact zal worden aangeboden. Het Centraal Tuchtcollege is het eens met deze beslissing en zal zowel het beroep van klaagster als dat van de plastisch chirurg verwerpen.
2. Verloop van de procedure
2.1 Klaagster en de plastisch chirurg hebben beiden beroep ingesteld tegen de
beslissing van het Regionaal Tuchtcollege te Zwolle met nummer Z2023/5855 (ECLI:NL:TGZRZWO:2024:124). De beslissing van het Regionaal Tuchtcollege is als bijlage toegevoegd aan deze
beslissing.
2.2 Het Centraal Tuchtcollege heeft kennisgenomen van het in eerste aanleg samengestelde procesdossier, de beide beroepschriften met bijlagen, de beide verweerschriften en aanvullende correspondentie en stukken van klaagster.
2.3 De zaken zijn op de zitting van 17 september 2025 gelijktijdig behandeld. Klaagster en de plastisch chirurg waren beiden aanwezig. De plastisch chirurg werd bijgestaan door zijn gemachtigde mr. E.J.C de Jong. Partijen hebben hun standpunten nader toegelicht en vragen van het college beantwoord. Klaagster had daarbij de hulp van een schrijftolk. De spreekaantekeningen van klaagster zijn aan het dossier toegevoegd.
3. Feiten
3.1 Het Centraal Tuchtcollege gaat uit van de volgende feiten. Deze zijn in beroep
niet of onvoldoende bestreden.
3.2 Klaagster meldde zich in 2018 met een wens voor een hals- en kaaklijncorrectie bij de kliniek waar de plastisch chirurg als zodanig werkzaam is en waarvan hij ook directeur-eigenaar is. Een collega plastisch chirurg van de plastisch chirurg, die eveneens werkzaam was in de kliniek, zag klaagster voor het eerst op 28 september 2018. Omdat de collega-plastisch chirurg onvoldoende Nederlands sprak, was bij het consult een consulente aanwezig die (ook) vertaalde. Volgens de anamnese stelde de collega-plastisch chirurg een platysmaplastiek voor. Klaagster ondertekende dezelfde dag een informed-consentformulier.
3.3 De operatie vond plaats op 19 oktober 2018 en werd uitgevoerd door de collega-plastisch chirurg. Klaagster was niet tevreden met het resultaat van deze operatie.
3.4 Tijdens een consult op 20 september 2019 stelde de collega-plastisch chirurg een na correctie voor. Klaagster ging hiermee akkoord. De consulente bevestigde op 23 september 2019 per e-mail het voorstel van een na-correctie voor € 250,00. In een e-mail van 3 oktober 2019 bevestigde de consulente de na correctie in te zullen plannen voor 8 november 2019. De kosten ad € 250,00 zou klaagster op de dag zelf mogen betalen.
3.5 Op 22 oktober 2019 heeft de plastisch chirurg klaagster vergeefs geprobeerd telefonisch te bereiken. Twee dagen later, op 24 oktober 2019, slaagde de plastisch chirurg hier wel in en heeft hij met klaagster over de tweede operatie gesproken. Klaagster benoemde bij dit gesprek dat zij vond dat er na de platysmaplastiek onvoldoende effect was op het huidsurplus van de hals. De plastisch chirurg concludeerde dat het nekhuidoverschot alleen te corrigeren was door middel van een minilift. Hij noteerde in het dossier (onder meer):
“Anamnesverslag Gezichtscorrectie
(…)
onder lokaal anesthesie: minilift (pt gaat akkoord met plastisch chirurg dr E. opnieuw)
ook besproken samen met dr E. en gezamenlijke beslissing van plast chir. Team. pt
akkoord met deze operatie tegen betaling coulance prijs (korting ivm eerdere platysmalift)”
3.6 Op 25 oktober 2019 ontving klaagster per e-mail een factuur van € 1.475,00, de behandelingsovereenkomst en nadere informatie. In de behandelingsovereenkomst stond als behandeling een “mini-facelift” genoemd en als prijs € 1.475,00. De behandeling was gepland op 8 november 2019.
3.7 Klaagster vroeg in de periode tot de operatie in diverse e-mailberichten meer
informatie over de geplande ingreep, die deels per e-mail zijn beantwoord door de
plastisch chirurg. Kort vóór 8 november 2019 heeft zij de factuur van € 1.475,00 voor
de aangepaste behandeling betaald.
3.8 Op 7 november 2019 kwam klaagster in de avond bij de plastisch chirurg op
consult. In het dossier noteerde deze dat klaagster toch ook een MACS-lift wilde in
verband met een wens tot correctie van de nasolabiaalplooi en wangen. De prijs van
€ 1.475,00 werd in verband met de uitgebreidere behandeling verhoogd met € 1.000,00.
3.9 Klaagster heeft de behandelingsovereenkomst op 7 november 2019 ondertekend. Ook ondertekenden klaagster en de plastische chirurg die dag het informed-consentformulier voor de MACS-lift.
3.10 De collega-plastisch chirurg voerde op 8 november 2019 de MACS-lift uit bij klaagster.
4. Beoordeling van het beroep
Waar gaan de beroepen over
4.1 Klaagster verwijt de plastisch chirurg - samengevat - dat:
a) hij een diagnose heeft gesteld en een behandelvoorstel heeft gemaakt op
24 oktober 2019, terwijl hij haar toen nog nooit had ontmoet;
b) hij haar de wettelijke bedenktijd niet heeft gegund;
c) hij haar privacy heeft geschonden door kennis te nemen van haar behandeldossier;
d) hij als eigenaar, dan wel als regievoerder, verantwoordelijk is voor misstanden
in de kliniek. Het gaat dan om het volgende handelen:
- het disfunctioneren van zijn collega-plastisch chirurg die de Nederlandse taal
onvoldoende beheerst om tot informed consent te komen;
- onvoldoende informatie geven over de voorgestelde behandeling;
- het onvoldoende voorbereiden van de operatie op 8 november 2019;
- het onjuist uitvoeren van de behandeling op 8 november 2019;
- het zonder overleg de behandeling wijzigen ná informed consent;
- het niet nakomen van de (prijs)afspraken;
- het opstellen van misleidende/onjuiste facturen, verslagen, overeenkomsten, checklist
en ontslagbrief.
4.2 Klaagster is het niet eens met de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege voor zover daarbij haar klacht ongegrond is verklaard. Zij verzoekt het Centraal Tuchtcollege om de ongegrond verklaarde klachtonderdelen alsnog gegrond te verklaren. De plastisch chirurg is het niet eens met het oordeel van het Regionaal Tuchtcollege over klachtonderdeel b en met de opgelegde waarschuwing. Hij verzoekt het Centraal Tuchtcollege om dit klachtonderdeel alsnog ongegrond te verklaren en de waarschuwing te vernietigen.
4.3 Klaagster en de plastisch chirurg hebben beiden tegen het beroep van de ander gemotiveerd verweer gevoerd.
4.4 Het vorenstaande betekent dat de oorspronkelijke klacht in volle omvang ter beoordeling van het Centraal Tuchtcollege voorligt.
Toetsingskader
4.5 De vraag is of de plastisch chirurg de zorg heeft verleend die van hem verwacht
mocht worden. De norm daarvoor is een redelijke bekwame en redelijk handelende plastisch
chirurg. Bij de beoordeling wordt rekening gehouden met de voor de zorgverlener geldende
beroepsnormen en andere professionele standaarden. Dat een zorgverlener beter anders
had kunnen handelen is niet altijd genoeg voor een tuchtrechtelijk verwijt.
Standpunten partijen
4.6 Klaagster betoogt in de kern dat zij met de collega van de plastisch chirurg
een duidelijke afspraak had gemaakt over de na-correctie die hij zou gaan uitvoeren.
De afspraak betrof zowel de aard van de behandeling als de prijs en de dag waarop
deze zou plaatsvinden. Klaagster was tevreden met deze afspraak. Volgens haar heeft
de plastisch chirurg vervolgens zonder dat zij hem daarom had gevraagd en zonder haar
toestemming op 24 oktober 2019 met haar contact opgenomen om een gewijzigd behandelvoorstel
met haar te bespreken dat veel duurder was. De behandelovereenkomst die zij de volgende
dag, op 25 oktober 2019, heeft ontvangen heeft zij welbewust niet getekend. Vervolgens
heeft de plastisch chirurg haar tijdens het consult in de avond van 7 november 2019
onder dwang weer een andere behandeling, een MACS-lift, opgedrongen en haar toen ten
onrechte niet de voorgeschreven bedenktijd gegund. Het is onjuist dat zij zelf om
dit consult had gevraagd en dat zij zelf de wens had geuit om dit consult pas één
dag voor de operatie te laten plaatsvinden, omdat zij anders twee keer zou moeten
rijden, aldus klaagster.
4.7 De plastisch chirurg betoogt dat klaagster veel vragen had over de tweede ingreep en dat hij - als collega van de plastisch chirurg die de ingreep zou uitvoeren - die vragen zo veel als mogelijk per mail heeft beantwoord. Omdat klaagster ook na het telefoongesprek op 24 oktober 2019 nog veel vragen had, is aan klaagster aangeboden om voorafgaand aan de operatie op consult te komen. Doel hiervan was om de wensen van klaagster goed te inventariseren. De collega-plastisch chirurg was op dat moment niet in de kliniek. Volgens de plastisch chirurg wilde klaagster zelf pas op 7 november 2019, een dag voor de geplande ingreep, op consult komen. Dit consult duurde ongeveer anderhalf uur. De plastisch chirurg heeft met klaagster de mogelijkheden bezien, waarna overeenstemming is bereikt over de ingreep die de volgende dag zou plaatsvinden en de prijs. Klaagster heeft hiertegen niet geprotesteerd, is de volgende dag voor de operatie naar de kliniek gekomen en heeft na afloop ook betaald. Volgens de plastisch chirurg was er in dit geval geen verplichting om klaagster een bedenktijd te geven, omdat de ingreep vergelijkbaar was met de eerdere operatie en zij de mogelijkheid had om de behandeling te weigeren of uit te stellen. Klaagster heeft ook nooit aangegeven dat zij van de ingreep zou hebben afgezien indien zij meer bedenktijd zou hebben gehad, aldus de plastisch chirurg.
Klachtonderdeel a
4.8 Klaagster verwijt de plastisch chirurg met dit klachtonderdeel dat hij op
24 oktober 2019 een behandelvoorstel heeft opgesteld, zonder haar ooit ontmoet te
hebben. Dit verwijt is niet terecht. Het Centraal Tuchtcollege acht het in de gegeven
omstandigheden aanvaardbaar dat de plastisch chirurg telefonisch een behandelvoorstel
deed zonder patiënte zelf gezien te hebben. Dit college neemt daarbij in aanmerking
dat klaagster bekend was bij de kliniek, meermalen op consult was geweest bij de collega-plastisch
chirurg die haar al eerder had geopereerd en ook de volgende operatie zou doen, en
dat de plastisch chirurg na het telefonische behandelvoorstel heeft overlegd met deze
collega-plastisch chirurg, die ook instemde met de door de plastisch chirurg voorgestelde
behandeling. Klachtonderdeel a is dus ongegrond.
Klachtonderdeel b
4.9 Klaagster verwijt de plastisch chirurg met dit klachtonderdeel dat hij haar
geen bedenktijd heeft gegeven. In de ‘Leidraad plastische chirurgie en esthetische
behandelingen in particuliere klinieken’, die ten tijde van de ingreep van 8 november
2019 van toepassing was, staat dat een zorgverlener een patiënt voldoende bedenktijd
moet geven om voor een behandeling te kiezen. In de uitwerking van deze kwaliteitseis
is te lezen dat de bedenktijd bij een hoog-complexe verrichting (waarbij lokale of
geheel anesthesie nodig is) tussen het besluitvormend consult waarin de behandeling
wordt voorgesteld en de beslissing om de behandeling door te laten gaan ten minste
één week is.
4.10 Vast staat dat de bedenktijd in dit geval niet in acht is genomen: het besluitvormend
consult heeft ’s avonds op 7 november 2025 plaatsgevonden, waarna de operatie op 8
november is uitgevoerd. Voor de beantwoording van de vraag of de plastisch chirurg
hiervan een tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt, moet in de eerste plaats worden
bezien wat zijn rol was bij de behandeling van klaagster.
4.11 Het Centraal Tuchtcollege stelt op grond van de stukken en dat wat partijen op de zitting hebben gezegd, net als het Regionaal Tuchtcollege vast dat de plastisch chirurg een actieve en inhoudelijke rol heeft gehad bij de behandeling van klaagster. Hij is betrokken geweest in het voortraject en bij de totstandkoming van de definitieve behandelingsovereenkomst met klaagster. Hij heeft meermalen per e-mail vragen van klaagster beantwoord, heeft op 24 oktober 2019 telefonisch contact met haar gehad over de tweede ingreep en heeft klaagster gezien tijdens een consult op 7 november 2019. Tijdens dat consult heeft de plastisch chirurg advies gegeven over de uit te voeren behandeling en is de eerder voorgestelde behandeling aangepast (MACS-lift in plaats van minilift). Die avond is ook een nieuwe behandelingsovereenkomst en het informed consentformulier ondertekend. Gelet hierop, kan de conclusie geen andere zijn dan dat de rol van de plastisch chirurg die van medebehandelaar was, naast de collega-plastisch chirurg die de tweede operatie heeft uitgevoerd.
4.12 Gezien de rol van de plastisch chirurg van medebehandelaar, heeft het Regionaal Tuchtcollege terecht overwogen dat het (mede) op de weg van de plastisch chirurg lag om de verplichte bedenktijd te bewaken. Dat de verplichting om voldoende bedenktijd te geven daarnaast ook rustte op de collega plastisch chirurg die de operatie zou uitvoeren, ontslaat de plastisch chirurg niet van zijn eigen verantwoordelijkheid in deze. De plastisch chirurg kan niet worden gevolgd in zijn betoog dat deze verplichting niet op beide zorgverleners van toepassing kan zijn.
4.13 Anders dan de plastisch chirurg stelt, was er in dit geval geen reden op grond waarvan van het geven van een bedenktijd mocht worden afgezien. Daarbij neemt het Centraal Tuchtcollege in aanmerking dat een MACS-lift een ingrijpender behandeling is dan een minilift, met een groter risico op complicaties, waaronder facialisletsel. Bovendien was de voor MACS-lift overeengekomen prijs aanzienlijk hoger (te weten € 1000,00 hoger) dan de prijs die eerder was overeengekomen voor de minilift. Klaagster heeft (kennelijk daarom ook) na de keuze voor de MACS-lift in plaats van de minilift op 7 november 2019 een nieuwe behandelingsovereenkomst en een nieuw informed-consentformulier moeten ondertekenen. De omstandigheid dat klaagster veel vragen had gehad over de eerder voorgestelde minilift en het feit dat de MACS-lift een niet-noodzakelijke medische ingreep betrof, zijn reden te meer voor het oordeel dat de plastisch chirurg in het belang van klaagster de bedenktijd in acht had moeten nemen. Juist bij electieve ingrepen moet de patiënt in de gelegenheid worden gesteld een weloverwogen beslissing te nemen en is de bedenktijd dus extra belangrijk.
4.14 De conclusie is dat het Regionaal Tuchtcollege terecht heeft geoordeeld dat de plastisch chirurg tuchtrechtelijk kan worden verweten dat de bedenktijd niet in acht is genomen. Hetgeen de plastisch chirurg in dit kader verder nog heeft aangevoerd leidt het Centraal Tuchtcollege niet tot een ander oordeel.
Klachtonderdeel c
4.15 Klaagster verwijt de plastisch chirurg met dit klachtonderdeel dat hij zonder
toestemming haar medisch dossier heeft ingezien en aangepast. Gelet op de rol van
de plastisch chirurg van medebehandelaar, is dit verwijt niet juist. De plastisch
chirurg had vanuit zijn rol van medebehandelaar rechtmatig toegang tot het medisch
dossier van klaagster en mocht uit dien hoofde daarin ook aantekeningen maken. Het
Regionaal Tuchtcollege heeft dit verwijt terecht ongegrond geacht.
Klachtonderdeel d
4.16 Klaagster vindt dat de plastisch chirurg als eigenaar van de kliniek verantwoordelijk
moet worden gehouden voor een aantal door haar bedoelde misstanden binnen de kliniek.
Het Centraal Tuchtcollege deelt dit standpunt niet. Dit college is het eens met de
overwegingen van het Regionaal Tuchtcollege over dit klachtonderdeel en neemt deze
overwegingen integraal over.
Conclusie en maatregel
4.17 De conclusie is dat het Regionaal Tuchtcollege terecht en op goede gronden
heeft geoordeeld dat alleen klachtonderdeel b over het niet gunnen van een bedenktijd
gegrond is en dat de klacht voor het overige ongegrond is (dan wel niet-ontvankelijk).
Het Centraal Tuchtcollege is het ook eens met het oordeel dat in dit geval kan worden
volstaan met de oplegging van een waarschuwing. Dit college neemt daarbij in aanmerking
dat de plastisch chirurg weliswaar een belangrijk patiëntenrecht niet in acht heeft
genomen, maar dat hij voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zijn handelen was ingegeven
door de wens om klaagster de best passende behandeling te bieden. Van dwang of het
opdringen van een behandeling door de plastisch chirurg is het Centraal Tuchtcollege
niet gebleken.
4.18 Dit betekent dat de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege in stand kan blijven. Het Centraal Tuchtcollege zal zowel het beroep van klaagster als dat van de plastisch chirurg verwerpen.
Publicatie
4.19 Deze beslissing zal in het algemeen belang worden gepubliceerd. Dit algemeen
belang is erin gelegen dat andere beroepsbeoefenaren mogelijk kunnen leren over het
in acht nemen van de bedenktijd. De publicatie zal plaatsvinden zonder vermelding
van namen of andere tot personen of instanties herleidbare gegevens.
Beslissing
Het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg:
In de zaak met nummer C2024/2665:
verwerpt het beroep van de plastisch chirurg;
In de zaak met nummer C2024/2666:
verwerpt het beroep van klaagster;
In beide beroepen:
verstaat dat de maatregel van waarschuwing in stand blijft;
bepaalt dat deze beslissing op de voet van artikel 71 Wet BIG zal worden bekendgemaakt in de Nederlandse Staatscourant, en zal worden aangeboden aan het Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Gezondheidszorg Jurisprudentie en Medisch Contact met het verzoek tot plaatsing.
Deze beslissing is genomen door C.H.M. van Altena, voorzitter,
J. Legemaate en H.M. Wattendorff, leden-juristen, en W.J.B. Mastboom en R.L. Huisinga,
leden beroepsgenoten, bijgestaan door E.D. Boer, secretaris.
Uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 november 2025.
Voorzitter w.g. Secretaris w.g.