Aankondigingen over uw buurt

Zoals bouwplannen en verkeersmaatregelen.

Dienstverlening

Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies.

Beleid & regelgeving

Officiële publicaties van de overheid.

Contactgegevens overheden

Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.

ECLI:NL:TGDKG:2021:59 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/689697 / DW RK 20/462

ECLI: ECLI:NL:TGDKG:2021:59
Datum uitspraak: 08-09-2021
Datum publicatie: 16-09-2021
Zaaknummer(s): C/13/689697 / DW RK 20/462
Onderwerp: Andere werkzaamheden (art. 20 Gdw)
Beslissingen:
Inhoudsindicatie:   Het kan de gerechtsdeurwaarder niet worden verweten dat de opdrachtgever niet wilde reageren op inhoudelijke vragen van klager. De gerechtsdeurwaarder had het dossier van klager inmiddels gesloten, heeft dit duidelijk met klager besproken en heeft klager verwezen naar de opdrachtgever. Klacht ongegrond.

KAMER VOOR GERECHTSDEURWAARDERS TE AMSTERDAM

Beslissing van 8 september 2021 zoals bedoeld in artikel 43 van de Gerechtsdeurwaarderswet inzake de klacht met nummer C/13/689697 / DW RK 20/462 MdV/WdJ ingesteld door:

[ ], als bestuurder van [ ],

gevestigd te [ ],

klager,

tegen:

[ ],

gerechtsdeurwaarder te [ ],

beklaagde.

1. Ontstaan en loop van de procedure

Bij klachtenformulier met bijlagen, ingekomen op 8 september 2020, heeft klager een klacht ingediend tegen beklaagde, hierna: de gerechtsdeurwaarder. Bij verweerschrift, ingekomen op 29 januari 2021, heeft de gerechtsdeurwaarder op de klacht gereageerd. De klacht is behandeld ter openbare terechtzitting van 21 juli 2021 alwaar de gerechtsdeurwaarder is verschenen. Klager is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet ter zitting verschenen. De uitspraak is bepaald op 8 september 2021.

2. De feiten

Uitgegaan wordt van de volgende feiten en omstandigheden:

-           De gerechtsdeurwaarder is belast met een ten laste van klager gewezen vonnis van de voorzieningenrechter te Zwolle van 21 februari 2020.

-           Op 15 juni 2020 zijn executoriale derdenbeslagen ten laste van klager gelegd onder de Belastingdienst en [ ].

-           Op 18 juni 2020 is executoriaal derdenbeslag ten laste van klager gelegd onder [ ].

-           Op 19 juni 2020 is executoriaal beslag gelegd op roerende zaken van klager.

-           Bij brief van 29 juni 2020 heeft klager bezwaar gemaakt tegen de inbeslagneming van de inboedel.

-           Op 2 juli 2020 is executoriaal derdenbeslag ten laste van klager gelegd onder [ ].

-           Bij e-mail van 15 juli 2020 heeft de gerechtsdeurwaarder aan klager medegedeeld dat het dossier van klager op verzoek van de opdrachtgever gesloten werd en alle beslagen zouden worden opgeheven. De gerechtsdeurwaarder heeft klager voor nadere informatie verwezen naar de opdrachtgever.

-           Bij e-mail van 16 juli 2020 heeft klager de gerechtsdeurwaarder om nadere informatie verzocht. 

-           Bij e-mail van 17 juli 2020 heeft de gerechtsdeurwaarder aan klager medegedeeld dat het beslag onder [ ] ten laste van klager niet opgeheven diende te worden en dat dit beslag dan ook niet was opgeheven.

3. De klacht

Klager beklaagt zich er samengevat over dat:

a: de gerechtsdeurwaarder zijn klachten niet in behandeling neemt;

b: de gerechtsdeurwaarder bij herhaling niet aan zijn informatieplicht voldoet;

c: de gerechtsdeurwaarder louter handelt in het belang van zijn opdrachtgever.

4. Het verweer van de gerechtsdeurwaarder

De gerechtsdeurwaarder heeft de klacht gemotiveerd weersproken. Voor zover van belang wordt hierna op dat verweer ingegaan.

5. De beoordeling van de klacht

5.1 Gerechtsdeurwaarders (waaronder mede wordt begrepen waarnemend gerechts­deur­waar­ders, toegevoegd gerechtsdeurwaarders, kandidaat-gerechtsdeurwaar­ders en degenen die zijn toegevoegd in het kader van de stageverplichting bij de in artikel 25, eerste lid, bedoelde opleiding) zijn ingevolge artikel 34 van de Gerechtsdeurwaar­ders­­wet aan tuchtrechtspraak onderworpen ter zake van enig handelen of nalaten in strijd met enige bij of krachtens deze wet gegeven bepaling en ter zake van enig handelen of nalaten dat een behoorlijk gerechtsdeurwaarder, waarnemend gerechts­deur­waar­der, toegevoegd gerechtsdeurwaarder of kandidaat-gerechtsdeurwaarder niet betaamt.

5.2 De klacht is gericht tegen een met naam genoemde gerechtsdeurwaarder. Op grond van het arrest van het gerechtshof Amsterdam van 12 augustus 2014 (ECLI:NL:GHAMS:2014:3696) dienen klachten die zijn gericht tegen met naam genoemde gerechtsdeurwaarders te worden afgehandeld als zijnde tegen hen gericht. Klager heeft daarnaast de naam van [ ] genoemd, maar die is blijkens het register van gerechtsdeurwaarders geen (toegevoegd) gerechtsdeurwaarder. De in aanhef genoemde gerechtsdeurwaarder wordt daarom als beklaagde aangemerkt. Ter beoordeling staat of de handelwijze van de gerechtsdeurwaarder een tuchtrechtelijk verwijtbare gedraging in de zin van artikel 34 van de Gerechtsdeurwaarderswet oplevert.

5.3 Ten aanzien van klachtonderdelen a en b overweegt de kamer dat van een gerechtsdeurwaarder mag worden verwacht dat hij brieven met betrekking tot een bij hem in behandeling zijnde incasso binnen een redelijke termijn beantwoordt. Klager heeft bij brief van 29 juni 2020 bezwaar gemaakt tegen het beslag op zijn roerende zaken. De gerechtsdeurwaarder stelt in zijn verweerschrift dat hij de bezwaren van klager heeft doorgezonden naar de opdrachtgever met het verzoek om een reactie. Gebleken is dat de opdrachtgever het niet noodzakelijk vond om de gerechtsdeurwaarder van alle benodigde gegevens te voorzien teneinde een deugdelijke reactie aan klager te kunnen verstrekken. Hierop hebben de gerechtsdeurwaarder en de opdrachtgever geconcludeerd dat verdere behandeling van het dossier van klager door de gerechtsdeurwaarder niet mogelijk was en heeft de opdrachtgever te kennen gegeven het dossier te willen sluiten. Op 15 juli 2020 heeft de gerechtsdeurwaarder een gesprek met klager gehad waarbij de gerechtsdeurwaarder klager heeft geïnformeerd dat het dossier van klager op verzoek van de opdrachtgever werd gesloten. Dit heeft de gerechtsdeurwaarder ook per

e-mail van 15 juli 2020 aan klager bevestigd. In de e-mail is vermeld dat de gerechtsdeurwaarder geen bemoeienissen meer in de zaak van klager had, dat alle beslagen werden opgeheven en dat klager voor verdere vragen contact kon opnemen met de opdrachtgever. Klager heeft hierop bij e-mail van 16 juli 2020 niettemin nadere vragen aan de gerechtsdeurwaarder gesteld. De gerechtsdeurwaarder heeft ter zitting verklaard dat hij de e-mail van klager van 16 juli 2020 aan de opdrachtgever heeft doorgezonden, maar dat hierop geen reactie is gekomen. Het kan de gerechtsdeurwaarder niet worden verweten dat de opdrachtgever niet wilde reageren op inhoudelijke vragen van klager. De gerechtsdeurwaarder had het dossier van klager inmiddels gesloten, heeft dit duidelijk met klager besproken en heeft klager verwezen naar de opdrachtgever. Van tuchtrechtelijk laakbaar handelen is de kamer niet gebleken. Nu klager niet ter zitting is verschenen om vragen te beantwoorden en het de kamer niet duidelijk is welke informatie klager nog meer van de gerechtsdeurwaarder wenste, dienen deze klachtonderdelen op grond van het voorgaande als ongegrond te worden afgewezen.

5.4 Ten aanzien van klachtonderdeel c stelt de kamer voorop dat op een gerechtsdeurwaarder een ministerieplicht rust indien hem wordt verzocht een titel ten uitvoer te leggen. De gerechtsdeurwaarder heeft dan ook niet tuchtrechtelijk laakbaar gehandeld door de titel te executeren. Klager staat op grond van artikel 3:276 van het Burgerlijk Wetboek met zijn hele vermogen in voor de vordering. Het staat de gerechtsdeurwaarder op grond van artikel 435 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering vrij om beslag te leggen op alle vermogensobjecten van klager. Tegen de tenuitvoerlegging van de titel kan klager slechts opkomen door een executiegeschil aan te spannen tegen de opdrachtgever van de gerechtsdeurwaarder. Het tuchtrecht biedt daarvoor niet de geëigende weg.

5.5 Op grond van het voorgaande wordt beslist als volgt.

BESLISSING

De Kamer voor Gerechtsdeurwaarders:

-        verklaart de klacht ongegrond.

Aldus gegeven door mr. W.M. de Vries, voorzitter, mr. I.M. Nusselder en

mr. A.W. Veth, leden en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 8 september 2021, in tegenwoordigheid van de secretaris.

Tegen deze beslissing kan binnen dertig dagen na dagtekening van verzending van het afschrift van de beslissing, hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Amsterdam, Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.