Aankondigingen over uw buurt

Zoals bouwplannen en verkeersmaatregelen.

Dienstverlening

Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies.

Beleid & regelgeving

Officiële publicaties van de overheid.

Contactgegevens overheden

Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.

ECLI:NL:TGDKG:2021:29 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam 673407 DW/RK 19/543

ECLI: ECLI:NL:TGDKG:2021:29
Datum uitspraak: 29-01-2021
Datum publicatie: 23-04-2021
Zaaknummer(s): 673407 DW/RK 19/543
Onderwerp: Andere werkzaamheden (art. 20 Gdw)
Beslissingen:
Inhoudsindicatie: De gerechtsdeurwaarder dient te communiceren met de bewindvoerder als de schuldenaren onder bewind zijn gesteld. Ondanks dat de bewindvoerder de gerechtsdeurwaarder meerdere keren heeft meegedeeld dat haar cliënten onder bewind staan, heeft de gerechtsdeurwaarder hen rechtstreeks benaderd. Maatregel van waarschuwing opgelegd. 

Beslissing van 29 januari 2021 zoals bedoeld in artikel 43 van de Gerechtsdeurwaarderswet inzake de klacht met nummer C/13/673407 / DW RK 19/543 ingesteld door:

[…] ,

bewindvoerder van […] en […],                                                                                                                 

gevestigd te […],

klaagster,

tegen:

[…] ,

gerechtsdeurwaarder te […],

beklaagde.

Ontstaan en loop van de procedure

Bij klachtenformulier met bijlagen, ingekomen op 9 oktober 2019, heeft klaagster een klacht ingediend tegen de gerechtsdeurwaarder. Bij verweerschrift, ingekomen op 13 november 2019, heeft de gerechtsdeurwaarder op de klacht gereageerd. In verband met de coronacrisis is op verzoek van klaagster, met instemming van de gerechtsdeurwaarder, de klacht schriftelijk behandeld. Klaagster is op 18 december 2020 in de gelegenheid gesteld te reageren op het verweerschrift van 13 november 2019. Van deze gelegenheid heeft zij gebruik gemaakt op 23 december 2020. Vervolgens heeft de gerechtsdeurwaarder hierop gereageerd op 4 januari 2021, door de kamer ontvangen op 8 januari 2021. De uitspraak is bepaald op 29 januari 2021.

1. De feiten

Uitgegaan wordt van de volgende feiten en omstandigheden:

-           de besloten vennootschap Tele2Nederland B.V. (hierna: Tele2) heeft een vordering op mevrouw […] en Tele2 heeft ook een vordering op de partner van de cliënte, de heer […];

-           bij beschikking van 14 februari 2014 is […] onder bewind gesteld;

-           bij beschikking van 18 februari 2014 is […] onder bewind gesteld;

-           op 11 februari 2019 heeft de gerechtsdeurwaarder in opdracht van Tele2 aan de onderbewindgestelden een dagvaarding betekend;

-           bij brief van 12 februari 2019 heeft klaagster aan de gerechtsdeurwaarder medegedeeld dat […] ook onder bewind is gesteld en beide beschikkingen naar de gerechtsdeurwaarder verzonden;

-           bij verstekvonnissen zijn de onderbewindgestelden veroordeeld tot betaling van een geldsom aan Tele2. Nadien heeft de gerechtsdeurwaarder in opdracht van Tele2 de inning van de vorderingen in behandeling genomen. Het dossier 218224876 betreft de vordering op […] en het dossier 218224987 betreft de vordering op […];

-           op 2 september 2019 is de gerechtsdeurwaarder bij de onderbewindgestelden langs gekomen voor een beslagpoging op de inboedel;

-           bij brief 3 september 2019 heeft de gerechtsdeurwaarder de betalingsregeling in het dossier 218224876 aan de bewindvoerder bevestigd;

-           op 25 september 2019 heeft de gerechtsdeurwaarder […] aangeschreven. Daarin is haar een boedelbeslag op 3 oktober 2019 aangezegd indien betaling van de vordering uitblijft;

-           bij e-mail van 2 oktober heeft klaagster weer aan de gerechtsdeurwaarder meegedeeld dat […] en […] onder bewind staan van […] Bewind. Zij heeft bij de gerechtsdeurwaarder geklaagd dat deze […] heeft aangeschreven in plaats van de bewindvoerder ;

-           bij e-mail 7 oktober 2019 heeft een medewerkster van de gerechtsdeurwaarder aan […] meegedeeld dat in het dossier 218224987 geen betalingsregeling is getroffen;

-           bij e-mail van 8 oktober 2019 heeft klaagster de gerechtsdeurwaarder nogmaals medegedeeld dat […] en […] onder bewind staan.

-           bij e-mail van 8 oktober 2019 heeft de medewerkster klaagster geïnformeerd dat een betalingsregeling voor beide dossiers mogelijk is als het aflosbedrag wordt verhoogd.

2. De klacht

Klaagster beklaagt zich er samengevat over dat de gerechtsdeurwaarder:

a:         correspondentie naar het adres van […] heeft gestuurd;

b:         een verhoging van de betalingsregeling eist terwijl het inkomen van haar cliënte onder de beslagvrije voet ligt.

3. Het verweer van de gerechtsdeurwaarder

De gerechtsdeurwaarder heeft de klacht gemotiveerd weersproken.

4. Reactie op het verweerschrift door klaagster  

De gerechtsdeurwaarder zet klaagsters cliënten onder druk door poststukken bewust naar het woonadres van haar cliënten te sturen in plaats van naar de bewindvoerder. De aankondiging van een beslag hoeft evenmin te worden verzonden naar het woonadres van cliënten. De wijze van communiceren was aanleiding om de klacht in te dienen.

5. Nadere reactie van de gerechtsdeurwaarder

De gerechtsdeurwaarder ontkent ten zeerste dat de cliënten van klaagster bewust onder druk zijn gezet door verzending van een brief naar het woonadres. Er is sprake van een fout, waardoor de bewindvoering over […] niet in haar dossier is opgenomen. Van het bewust onder druk zetten door post naar de onderbewindgestelden te sturen is geen sprake. Op 2 september 2019 is het woonadres bezocht en daarbij is een brief achtergelaten. ‘Verzending’ was dus niet aan de orde..

4. De beoordeling van de klacht

4.1 Op grond van het bepaalde in artikel 34 van de Gerechtsdeurwaarderswet zijn gerechtsdeurwaarders en kandidaat-gerechtsdeurwaarders onderworpen aan tuchtrechtspraak ter zake van enig handelen of nalaten in strijd met die wet of in strijd met hetgeen een behoorlijk handelend gerechtsdeurwaarder betaamt. In het verweer heeft bovengenoemde gerechtsdeurwaarder zich opgeworpen als beklaagde, omdat hij verantwoordelijkheid draagt voor zijn medewerkers. Hiermee is in de aanhef van de beslissing rekening gehouden. Ter beoordeling staat of er sprake is van tuchtrechtelijk laakbaar handelen in de zin van artikel 34 van de Gerechtsdeurwaarderswet.

4.2 Ten aanzien van klachtonderdeel a. overweegt de kamer als volgt. Een gerechtsdeurwaarder dient de correspondentie te richten tot de bewindvoerder als deze op de hoogte is dat de schuldenaar onder bewind is gesteld. Uit de overgelegde producties blijkt dat de gerechtsdeurwaarder bij brief van 12 februari 2019 is geïnformeerd over het bewind. Klaagster heeft bij haar brief ook de twee beschikkingen gevoegd. Op 25 september 2019 heeft de gerechtsdeurwaarder een aankondiging beslag op inboedel gestuurd aan het woonadres van[…]. Klaagster heeft bij e-mail van 2 oktober 2019 onder vermelding van beide dossiernummers de gerechtsdeurwaarder wederom geïnformeerd dat […] en […] onder bewind zijn gesteld. Vervolgens heeft de gerechtsdeurwaarder op 7 oktober 2019 een e-mail gericht aan […] naar het e-mailadres van […] toegestuurd.

In het verweerschrift heeft de gerechtsdeurwaarder erkend dat het bericht dat […] en […] onder bewind zijn gesteld niet in beide dossiers is verwerkt. Dat de gerechtsdeurwaarder bewust de onderbewindgestelde onder druk zet door niet met de bewindvoerder te communiceren, zoals door klaagster gesteld in de reactie op het verweerschrift, is niet gebleken. De kamer oordeelt dat het tuchtrechtelijk laakbaar is dat de gerechtsdeurwaarder zijn administratie niet op orde heeft en daardoor in ieder geval op 25 september 2019 en nadat de gerechtsdeurwaarder op 2 oktober 2019 opnieuw was geïnformeerd over het beschermingsbewind op 7 oktober 2019 de onderbewindgestelden rechtstreeks heeft benaderd.

4.3 Ten aanzien van klachtonderdeel b. overweegt de kamer als volgt. In het dossier 218224876 is tussen […] en de schuldeiser een betalingsregeling tot stand gekomen. In het dossier 218224987 is er tussen […] en de schuldeiser nog geen betalingsregeling tot stand gekomen. Ingevolge het bepaalde in artikel 6:29 van het Burgerlijk Wetboek is een schuldenaar zonder toestemming van de schuldeiser niet bevoegd het verschuldigde in gedeelten te voldoen. Dit artikel brengt derhalve mee dat de schuldeiser gedeeltelijke nakoming kan weigeren. In het onderhavige geval gaat de schuldeiser kennelijk niet akkoord met het voorstel van klaagster om beide dossiers samen te voegen en waarbij er in totaal maandelijks € 40,- wordt afgelost. Klaagster kan dat de gerechtsdeurwaarder niet verwijten. Naar het oordeel van de kamer is dit klachtonderdeel ongegrond.

4.4 Gelet op het onder 4.2 overwogene verklaart de kamer de klacht gedeeltelijk gegrond. Aan de gerechtsdeurwaarder zal voor het gegronde klachtonderdeel de maatregel van waarschuwing worden opgelegd.

4.5 Onder de voorwaarden dat een klacht (gedeeltelijk) gegrond wordt verklaard en een maatregel wordt opgelegd, kan, ingevolge het bepaalde in artikel 43a lid 1 van de Gerechtsdeurwaarderswet en de Tijdelijke Richtlijn kostenveroordeling kamer voor gerechtsdeurwaarders (Staatscourant 1 februari 2018, nr. 5882), een kostenveroordeling worden opgelegd.

4.6 Op grond van voormelde richtlijn is het uitgangspunt dat een kostenveroordeling wordt opgelegd, tenzij er bijzondere omstandigheden zijn om dat niet te doen, dan wel een lagere kostenveroordeling op te leggen. In dit geval ziet de kamer aanleiding om af te zien van een kostenveroordeling, omdat de op te leggen maatregel een zakelijke terechtwijzing inhoudt van de onjuistheid van de handelwijze van de gerechtsdeurwaarder, zonder daarop een stempel van laakbaarheid te drukken. Met het opleggen van deze maatregel wordt de gerechtsdeurwaarder in de gelegenheid gesteld zich te verbeteren, terwijl tevens de verwachting wordt uitgesproken dat een dergelijke handelswijze niet opnieuw plaatsvindt. De kamer acht het onder deze omstandigheden niet billijk dat de gerechtsdeurwaarder de kosten van de behandeling bij de kamer moet vergoeden.

4.7 Op grond van artikel 37 lid 7 van de Gerechtsdeurwaarderswet bepaalt de kamer dat de gerechtsdeurwaarder aan klaagster het betaalde griffierecht vergoedt.

Daarom wordt beslist als volgt.

BESLISSING

De Kamer voor Gerechtsdeurwaarders:

-      verklaart klachtonderdeel 4.2 gegrond;

-      legt de gerechtsdeurwaarder de maatregel van waarschuwing op;

-      ziet af van het opleggen van een kostenveroordeling;

-      bepaalt dat de gerechtsdeurwaarder het door klaagster betaalde griffierecht ad € 50,00 vergoedt.

Aldus gegeven door mr. L. Voetelink, plaatsvervangend-voorzitter, mr. I.M. Nusselder en mr. J.N. Reijn, leden, uitgesproken ter openbare terechtzitting van 29 januari 2021, in tegenwoordigheid van de secretaris.

Tegen deze beslissing kan binnen dertig dagen na dagtekening van verzending van het afschrift van de beslissing, hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Amsterdam, Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.