Aankondigingen over uw buurt

Zoals bouwplannen en verkeersmaatregelen.

Dienstverlening

Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies.

Beleid & regelgeving

Officiële publicaties van de overheid.

Contactgegevens overheden

Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.

ECLI:NL:TGDKG:2019:47 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/634444 DW RK 17/855

ECLI: ECLI:NL:TGDKG:2019:47
Datum uitspraak: 26-03-2019
Datum publicatie: 02-05-2019
Zaaknummer(s): C/13/634444 DW RK 17/855
Onderwerp: Ambtshandelingen (art. 2 Gdw)
Beslissingen:
Inhoudsindicatie: beslagvrije voet bij bankbeslag. Beslag op een bankrekening mag niet worden misbruikt om beslagvrije voet te omzeilen. De gerechtsdeurwaarder was op de hoogte dat klager een bijstandsuitkering had. Uit het feit dat klager was verhuisd, kon niet zomaar de conclusie worden getrokken dat klager geen uitkering meer zou hebben. Mede gelet op de hoogte van het getroffen bedrag had de gerechtsdeurwaarder moeten overgaan tot het doen van nader onderzoek om te bepalen of de rekening alleen werd gevoed door de uitkering. Er was onvoldoende aanleiding te veronderstellen dat de beslagen bankrekening door andere inkomsten dan een bijstandsuitkering werd gevoed. De gerechtsdeurwaarder heeft onvoldoende zorgvuldig gehandeld, reden waarom de maatregel van berisping opgelegd.

Beslissing van 26 maart 2019 zoals bedoeld in artikel 43 van de Gerechtsdeurwaarderswet inzake de klacht met nummer C/13/634444 / DW RK 17/855 ED/RH ingesteld door:

[..],

wonende te [..],

klager,

tegen:

mr. [..],

gerechtsdeurwaarder te [..],

beklaagde,

gemachtigde: [..].

Ontstaan en loop van de procedure

Bij brief met bijlagen, ingekomen op 23 augustus 2017, heeft klager een klacht ingediend tegen beklaagde, hierna: de gerechtsdeurwaarder. Op 21 september 2017 heeft klager stukken nagezonden. Bij verweerschrift, ingekomen op 10 oktober 2017, heeft de gerechtsdeurwaarder op de klacht gereageerd. De klacht is behandeld ter openbare terechtzitting van 12 februari 2019 alwaar klager, de gerechtsdeurwaarder en diens gemachtigde zijn verschenen. Van de behandeling ter zitting zijn aantekeningen gemaakt. De uitspraak is bepaald op 26 maart 2019.

1. De feiten

Uitgegaan wordt van de volgende feiten en omstandigheden:

a) De gerechtsdeurwaarder heeft op 18 augustus 2017 ten laste van klager

bankbeslag gelegd. De bank heeft op 15 september 2017 een verklaring

gedaan welk bedrag door het beslag is getroffen.

b) Bij brief van 15 september 2017 heeft de gerechtsdeurwaarder klager een

afschrift van de verklaring toegezonden.

c) Bij brief van 20 september 2017 heeft klager bij de gerechtsdeurwaarder

bezwaar gemaakt tegen het beslag vanwege het feit dat zijn uitkering door

het beslag is getroffen.

2. De klacht

Klager verwijt de gerechtsdeurwaarder dat deze bankbeslag heeft gelegd waardoor

zijn uitkering is getroffen terwijl de gerechtsdeurwaarder door de uitkeringsinstantie

op de hoogte is gesteld dat zijn inkomen onder de beslagvrije voet ligt.

3. Het verweer van de gerechtsdeurwaarder

De gerechtsdeurwaarder heeft de klacht gemotiveerd weersproken. Voor zover van belang wordt hierna op dat verweer ingegaan.

4. De beoordeling van de klacht

4.1 Op grond van artikel 34 lid 1 van de Gerechtsdeurwaarderswet zijn gerechtsdeurwaarders, waarnemend gerechtsdeurwaarders, toegevoegd gerechtsdeurwaarders, kandidaat -gerechtsdeurwaarders en degene die is toegevoegd in het kader van de stageverplichting bij de in artikel 25, eerste lid bedoelde opleiding, onderworpen aan tuchtrechtspraak ter zake van enig handelen of nalaten in strijd met enige bij of krachtens deze wet gegeven bepaling en ter zake van enig handelen of nalaten dat een behoorlijk gerechtsdeurwaarder niet betaamt. Ter beoordeling staat of de handelwijze van de gerechtsdeurwaarder een tuchtrechtelijk verwijtbare gedraging in de zin van dit artikel oplevert.

4.2 De vraag ligt voor of de gerechtsdeurwaarder tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld door op het bankbeslag geen beslagvrije voet toe te passen. Beslag op een bankrekening mag niet worden misbruikt om de regeling van de beslagvrije voet te omzeilen. Als een gerechtsdeurwaarder weet dat de betreffende bankrekening uitsluitend door een uitkering of loon wordt gevoed, terwijl de beslagene geen ander inkomen heeft waaruit zijn primaire levensbehoeften kunnen worden voldaan, kan dit handelen tuchtrechtelijk laakbaar zijn.

4.3 De gerechtsdeurwaarder heeft beslag gelegd op de bankrekening van klager terwijl hij op de hoogte was van het feit dat klager een uitkering had, zoals meegedeeld door [..] . Uit het feit dat klager was verhuisd, kon niet zomaar de conclusie worden getrokken dat klager geen uitkering meer zou hebben. Daarnaast heeft klager op 20 september 2017 aan de gerechtsdeurwaarder laten weten dat het bankbeslag zijn uitkering had getroffen. Mede gelet op de hoogte van het bankbeslag getroffen bedrag, te weten € 820,63, had de gerechtsdeurwaarder moeten overgaan tot het doen van nader onderzoek om te bepalen of  de rekening alleen werd gevoed door de uitkering en het saldo nodig was voor het betalen van de maandelijkse vaste lasten, om zonodig alsnog over te gaan tot het vaststellen van de beslagvrije voet. Er was onvoldoende aanleiding te veronderstellen dat de beslagen bankrekening door andere inkomsten dan een bijstandsuitkering werd gevoed. Door niet te reageren op de brief van klager van 20 september 2017, en ook niet te onderzoeken of een beslagvrije voet moest worden toegepast heeft de gerechtsdeurwaarder naar het oordeel van de kamer tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld.

 

4.4 Bij het inzetten van een ingrijpend middel als beslaglegging waardoor een periodieke uitkering wordt getroffen en het (niet) vaststellen van de beslagvrije voet mag van de gerechtsdeurwaarder uiterste zorgvuldigheid worden verwacht. Die zorgvuldigheid is hier niet in acht genomen, reden waarom na te melden maatregel wordt opgelegd.

4.5 Op grond van het voorgaande wordt beslist als volgt.

 

 

BESLISSING

De Kamer voor Gerechtsdeurwaarders:

-      verklaart de klacht gegrond,

-      legt de maatregel van berisping op.

Aldus gegeven door mr. E. Diepraam, plaatsvervangend-voorzitter, mr. L. Voetelink en mr. J.N. Reijn, leden, uitgesproken ter openbare terechtzitting van 26 maart 2019, in tegenwoordigheid van de secretaris.

Tegen deze beslissing kan binnen dertig dagen na dagtekening van verzending van het afschrift van de beslissing, hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Amsterdam, Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.