Aankondigingen over uw buurt

Zoals bouwplannen en verkeersmaatregelen.

Dienstverlening

Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies.

Beleid & regelgeving

Officiële publicaties van de overheid.

Contactgegevens overheden

Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.

ECLI:NL:TGDKG:2019:166 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/649655 / DW RK 18/329 LV/SM

ECLI: ECLI:NL:TGDKG:2019:166
Datum uitspraak: 19-11-2019
Datum publicatie: 06-12-2019
Zaaknummer(s): C/13/649655 / DW RK 18/329 LV/SM
Onderwerp: Ambtshandelingen (art. 2 Gdw)
Beslissingen:
Inhoudsindicatie:   Klacht ongegrond. Klaagster is het niet eens met de vaststelling van beslagvrije voet. Het is niet aan de tuchtrechter zich hierover te buigen.

KAMER VOOR GERECHTSDEURWAARDERS TE AMSTERDAM

Beslissing van 19 november 2019 zoals bedoeld in artikel 43 van de Gerechtsdeurwaarderswet inzake de klacht met nummer C/13/649655 / DW RK 18/329 LV/SM ingesteld door:

[   ],

wonende te [   ],

klaagster,

gemachtigde: [   ] (bewindvoerder),

tegen:

1. [   ],

en

2. [   ],

gerechtsdeurwaarders te [   ],

beklaagden.

Ontstaan en loop van de procedure

Bij brief met bijlagen, ingekomen op 15 juni 2018, heeft klaagster een klacht ingediend tegen het gerechtsdeurwaarderskantoor van beklaagden, hierna: de gerechtsdeurwaarders. Bij verweerschrift, ingekomen op 20 juli 2018, hebben de gerechtsdeurwaarders op de klacht gereageerd. De klacht is behandeld ter openbare terechtzitting van 24 september 2019 alwaar de gemachtigde van klaagster en gerechtsdeurwaarder sub 1 zijn verschenen. Van de behandeling ter zitting zijn aantekeningen gemaakt. De uitspraak is bepaald op 5 november 2019. Daarna is de uitspraakdatum schriftelijk bepaald op 19 november 2019.

1. De feiten

Uitgegaan wordt van de volgende feiten en omstandigheden:

-           bij beschikking van de rechtbank Amsterdam van 14 november 2017 is klaagster onder bewind gesteld;

-           op 23 april 2018 heeft het bewindvoerderskantoor [   ] de gerechtsdeurwaarders aangeschreven dat klaagster onder bewind staat en verzocht de beslagvrije voet vast te stellen alsmede deze met terugwerkende kracht toe te passen;

-           uit de op 23 april 2018 meegezonden stukken blijkt dat klaagster als wanbetaler is aangemeld en de bestuursrechtelijke premie in rekening wordt gebracht;

-           de gerechtsdeurwaarders verzoeken [   ] om aanvullende stukken welke op 7 mei 2018 zijn aangeleverd;

-           de beslagvrije voet is op 15 mei 2018 herberekend naar € 823,65 per maand terwijl volgens [   ] de beslagvrije voet € 979,21 is.

2. De klacht

Klaagster verwijt de gerechtsdeurwaarders dat deze niet de juiste beslagvrije voet hebben gehanteerd.

3. Het verweer van de gerechtsdeurwaarders

De gerechtsdeurwaarders hebben de klacht weersproken. Voor zover van belang

4. Beoordeling van de klacht

4.1 Indien een klacht is ingediend tegen een gerechtsdeur­waarderskantoor dient te worden vastgesteld tegen welke gerechtsdeurwaarder(s) van dat kantoor de klacht zich richt. In eerdere jurisprudentie oordeelde het Gerechtshof Amsterdam dat het in zo’n geval niet aan dat kantoor is toegestaan zelf een - willekeurige - gerechtsdeurwaarder naar voren te schuiven die de tuchtrechtelijke verantwoordelijkheid op zich neemt. Bij klachten tegen een samenwer­kings­verband dient de tuchtrechter zelf te onderzoeken tegen welke gerechtsdeurwaarder(s) van het samenwerkingsverband de klacht zich richt (ECLI:NL:GHAMS:2014:3696). Uit de klacht alsmede de overgelegde producties kan niet worden opgemaakt tegen welke gerechtsdeurwaarder de klacht is gericht. Namens de gerechtsdeurwaarders wordt hieromtrent ook niets gesteld. Daarom worden de verweervoerende gerechtsdeurwaarders aangemerkt als beklaagden. Hiermee is in de aanhef van de beslissing rekening gehouden

4.2 Ter beoordeling van de klacht dient als uitgangspunt te gelden dat klaagster zich dient te wenden tot de gewone rechter, indien zij het niet eens is met de hoogte van de vastgestelde beslagvrije voet. Gelet op haar bevoegdheid kan de kamer zich niet hierover buigen. Ontevredenheid op dat punt zal niet direct tot het gevolg leiden dat er sprake is van tuchtrechtelijk laakbaar handelen van de gerechtsdeurwaarder. Dit kan anders zijn, indien de gerechtsdeurwaarder evident een onjuiste benadering heeft gehanteerd die geleid heeft tot de onjuiste vaststelling. Daarvan is hier geen sprake.

4.3 Bij het verzoek om herberekening in april 2018 (welke feitelijk in mei 2018 heeft plaatsgevonden) heeft de gemachtigde van klaagster een brief van het [   ] van 12 december 2017 bijgevoegd. De gemachtigde van klaagster heeft hiermee willen aantonen dat er een inhoudingen door het [   ] werden gedaan op het inkomen van klaagster en dat bestuursrechtelijke premie (ad € 136,67) ten gevolge daarvan in plaats moest komen van de door gerechtsdeurwaarders gehanteerde premie ziektekostenverzekering. Een en ander had ertoe moeten leiden dat er minder onder het beslag zou komen te vallen. De gerechtsdeurwaarder heeft verklaard uit de brief te begrijpen dat het een eenmalige (dan wel kortstondige) inhouding betrof, althans niet dat de situatie van inhouding op het inkomen thans (in april 2018 ) nog een kwestie was.

4.4 De kamer is van oordeel dat de gerechtsdeurwaarder slechts is afgegaan op informatie dat op dat moment relevant was voor de herberekening van de beslagvrije voet. Voor het bestrijden van de hoogte van de vaststelling zal klaagster zich moeten wenden tot de gewone rechter, omdat van een evidente fout, dan wel onjuiste benadering bij het vaststellen niet is gebleken. Wel had het anders gemoeten. De kamer merkt daartoe op dat het op de weg van de gerechtsdeurwaarder had gelegen om bij de vermelding van het [   ] verder door te vragen. Bij de problematiek die speelt wanneer het [   ] in beeld komt, is het niet erg aannemelijk dat een inhouding eenmalig is.

4.5 Op grond van het voorgaande wordt beslist als volgt.

BESLISSING

De Kamer voor Gerechtsdeurwaarders:

-        verklaart de klacht ongegrond.

Aldus gegeven door mr. L. Voetelink, plaatsvervangend-voorzitter, en mr. D. Bode en A.M. Maas, leden en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 november 2019, in tegenwoordigheid van de secretaris.

Tegen deze beslissing kan binnen dertig dagen na dagtekening van verzending van het afschrift van de beslissing, hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Amsterdam, Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.