Aankondigingen over uw buurt

Zoals bouwplannen en verkeersmaatregelen.

Dienstverlening

Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies.

Beleid & regelgeving

Officiële publicaties van de overheid.

Contactgegevens overheden

Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.

ECLI:NL:TGDKG:2018:268 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/637369 / DW RK 17/1048

ECLI: ECLI:NL:TGDKG:2018:268
Datum uitspraak: 02-10-2018
Datum publicatie: 09-05-2019
Zaaknummer(s): C/13/637369 / DW RK 17/1048
Onderwerp: Ambtshandelingen (art. 2 Gdw)
Beslissingen:
Inhoudsindicatie: Van een gerechtsdeurwaarder mag worden verwacht dat hij correspondentie met betrekking tot een bij hem in behandeling zijnde incasso of executie binnen een redelijke termijn beantwoordt, zeker als het hierbij gaat om de herberekening van de beslagvrije voet. Beantwoording van (herhaalde) verzoeken is aanvankelijk uitgebleven en vervolgens veel te laat opgepakt. Klacht gegrond met maatregel van waarschuwing

KAMER VOOR GERECHTSDEURWAARDERS TE AMSTERDAM

Beslissing van 2 oktober 2018 zoals bedoeld in artikel 43 van de Gerechtsdeurwaarderswet inzake de klacht met nummer C/13/637369 / DW RK 17/1048 ingesteld door:

[   ] ,

wonende te [   ],

klaagster,

tegen:

[   ],

gerechtsdeurwaarder te [   ],

beklaagde,

gemachtigde: [   ].

Ontstaan en loop van de procedure

Bij brief met bijlagen, ingekomen op 20 oktober 2017, heeft klaagster een klacht ingediend tegen (het kantoor van) beklaagde, hierna: de gerechtsdeurwaarder. Bij verweerschrift met bijlagen, ingekomen op 12 december 2017, heeft de gerechtsdeurwaarder op de klacht gereageerd. Klaagster heeft schriftelijk medegedeeld niet ter zitting te zullen verschijnen. De klacht is behandeld ter openbare terechtzitting van 21 augustus 2018 alwaar alleen de gemachtigde van de gerechtsdeurwaarder is verschenen. Van de behandeling ter zitting zijn aantekeningen gemaakt. De uitspraak is bepaald op 2 oktober 2018.

1. De feiten

Uitgegaan wordt van de volgende feiten en omstandigheden:

-        de gerechtsdeurwaarder heeft ten aanzien van klaagster zes, uitsluitend (zogenaamde) verdeeldossiers in behandeling;

-        klaagster heeft in de loop van 2017, in elk geval, twee mails (met de nodige bijlagen) naar de gerechtsdeurwaarder gestuurd met het verzoek om aanpassing van de beslagvrije voet.

2. De klacht

Klaagster beklaagt zich er samengevat over dat zij door de hoogte van het beslag (momenteel) de huur niet kan betalen. Het is klaagster onduidelijk wat de hoogte van de beslagvrije voet zou moeten zijn. De gerechtsdeurwaarder geeft ook geen gehoor aan de (telefonische) verzoeken van klaagster. Klaagster heeft nog steeds geen antwoord gekregen op de door haar ingestuurde gegevens ten behoeve van de aanpassing van de beslagvrije voet. Ook krijgt klaagster geen dossierinformatie.

3. De reactie van de gerechtsdeurwaarder

3.1 De in de tegen klaagster in behandeling zijnde dossiers gelegde beslagen dateren vanaf 2013. Weliswaar is het beslag dat de gerechtsdeurwaarder als eerste beslaglegger had gelegd indertijd al opgeheven, maar op grond van de richtlijn van de Koninklijke Beroepsorganisatie van Gerechtsdeurwaarders is de verdeling voortgezet ten behoeve van de overige beslagleggers. In de loop der jaren is de beslagvrije voet zeer regelmatig, ook op verzoek van klaagster, aangepast aan de veranderde omstandigheden. Als complicatie gold dat de beslagen ook meer dan eens zijn doorkruist door preferente beslagen die niet ter verdeling waren aangemeld. In de loop van de behandeling is er dan ook ruim aandacht en zorg geweest voor de juiste vaststelling van de beslagvrije voet.

3.2 De gerechtsdeurwaarder vindt het des te betreurenswaardiger dat het verzoek van klaagster om in de loop van 2017 andermaal tot herberekening van de beslagvrije voet over te gaan niet adequaat is behandeld. Klaagster heeft na telefonische aankondiging daartoe twee-mails (met de nodige bijlagen) verzonden. Per abuis is in de administratie van de gerechtsdeurwaarder bij het koppelen van die mails aan het dossier een fout gemaakt. Daardoor was de behandelaar niet in staat adequaat te reageren. Pas toen op 20 oktober 2017 de klacht bij de Kamer werd ingediend is dat onderkend. Er is daarop direct contact geweest met klaagster.

4. De beoordeling van de klacht

4.1 De klacht is ingediend tegen een gerechtsdeurwaarderskantoor hetgeen op grond van het bepaalde in artikel 34, eerste lid, van de Gerechtsdeurwaarderswet niet kan. Bij het onderzoek wie als beklaagde kan worden aangemerkt geldt als leidraad de uitspraak van het gerechtshof Amsterdam van 12 augustus 2014 (ECLI:NL:GHAMS:2014:3696). Uit dit arrest volgt dat bij klachten tegen een samenwerkingsverband de tuchtrechter zelf dient te onderzoeken tegen welke gerechtsdeurwaarder(s) van het samenwerkingsverband de klacht zich richt.

4.2 De in aanhef genoemde en aan het kantoor te Nijmegen verbonden gerechts­deur­­waarder wordt als beklaagde aangemerkt, omdat het betreffende dossier onder zijn verantwoordelijkheid wordt behandeld. Ter beoordeling staat of er sprake is van tuchtrechtelijk laakbaar handelen in de zin van artikel 34 van de Gerechtsdeurwaarderswet.

4.3 Van een gerechtsdeurwaarder mag worden verwacht dat hij correspondentie met betrekking tot een bij hem in behandeling zijnde incasso of executie binnen een redelijke termijn beantwoordt, zeker als het hierbij gaat om de herberekening van de beslagvrije voet. Vast is komen te staan dat klaagster op enig moment (vermoedelijk augustus 2017) geen reactie heeft ontvangen op haar laatste verzoek om de beslagvrije voet opnieuw te berekenen. Evenmin is in geschil dat niet adequaat is gereageerd op haar rappel van half september 2017. Nu beantwoording van (herhaalde) verzoeken aanvankelijk is uitgebleven en deze vervolgens veel te laat zijn opgepakt, is de klacht terecht voorgesteld.

BESLISSING

De Kamer voor Gerechtsdeurwaarders:

-      verklaart de klacht gegrond;

-      legt de gerechtsdeurwaarder de maatregel van waarschuwing op.

Aldus gegeven door mr. W.M. de Vries, plaatsvervangend-voorzitter, en

mr. C.A. van Dijk en mr. J.N. Reijn, leden en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 2 oktober 2018, in tegenwoordigheid van de secretaris.

Tegen deze beslissing kan binnen dertig dagen na dagtekening van verzending van het afschrift van de beslissing, hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Amsterdam, Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.