Aankondigingen over uw buurt

Zoals bouwplannen en verkeersmaatregelen.

Dienstverlening

Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies.

Beleid & regelgeving

Officiële publicaties van de overheid.

Contactgegevens overheden

Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.

ECLI:NL:TGDKG:2018:255 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/623648 DW RK 17/135

ECLI: ECLI:NL:TGDKG:2018:255
Datum uitspraak: 11-09-2018
Datum publicatie: 09-05-2019
Zaaknummer(s): C/13/623648 DW RK 17/135
Onderwerp: Ambtshandelingen (art. 2 Gdw)
Beslissingen:
Inhoudsindicatie:   Klacht gegrond. Maatregel: waarschuwing. De gerechtsdeurwaarder stelt zich ten onrechte op het standpunt dat hij er vanuit mocht gaan dat de invoering van de kostendelersnorm door de gemeente niet het gevolg heeft gehad dat de beslagvrije voet het inkomen (uitkering) van klager oversteeg. Te meer nu de gerechtsdeurwaarder beschikte over een brief waarin de gemeente had meegedeeld dat inhouding niet meer mogelijk was vanwege voornoemde invoering. Als de gemeente, ondanks de mededeling in de brief, dan toch inhoudingen overmaakt aan de gerechtsdeurwaarder, lag het op de weg van de gerechtsdeurwaarder contact op te nemen met de gemeente om de juistheid van de afdrachten te verifiëren.

KAMER VOOR GERECHTSDEURWAARDERS TE AMSTERDAM

Beslissing van 11 september 2018 zoals bedoeld in artikel 43 van de Gerechtsdeurwaarderswet inzake de klacht met nummer C/13/623648 DW RK 17/135 ingesteld door:

[   ] ,

wonende te [   ],

klager,

gemachtigde [   ],

tegen:

[   ],

gerechtsdeurwaarder te [   ],

beklaagde.

Ontstaan en loop van de procedure

Bij klachtenformulier met bijlagen ingekomen op 9 februari 2017 heeft klager een klacht ingediend tegen beklaagde, hierna: de gerechtsdeurwaarder. Bij verweerschrift, ingekomen op 8 maart 2017 heeft de gerechtsdeurwaarder op de klacht gereageerd. De klacht is behandeld ter openbare terechtzitting van

31 juli 2018 alwaar zowel de (gemachtigde van de) gerechtsdeurwaarder, als klager niet zijn verschenen. Dit is vooraf schriftelijk door partijen bekend gemaakt. De uitspraak is bepaald op 11 september 2018.

1. De feiten

a)     De gerechtsdeurwaarder is belast met de tenuitvoerlegging van een op

15 november 2011 door de rechtbank Zwolle-Lelystad, locatie Zwolle tegen klaagster gewezen vonnis.

b)     Op 19 maart 2012 is ten laste van klager beslag gelegd onder de gemeente Leeuwarden op de uitkering van klager met toepassing van een beslagvrije voet.

c)     Bij de gerechtsdeurwaarder hebben zich opvolgende beslagleggers gemeld, waaronder een preferent beslag van het Zorginstituut Nederland (het ZIN) in verband met de verdeling van de onder het beslag vallende gelden.

d)     Bij brief van 21 juli 2015 heeft de gemeente Leeuwarden de gerechtsdeurwaarder medegedeeld dat vanwege toepassing van de kostendelersnorm er geen inhouding meer mogelijk was.

e)     Desondanks is de gemeente Leeuwarden na 21 juli 2015 gelden uit het beslag blijven afdragen welke gelden door de gerechtsdeurwaarder zijn geboekt in het dossier van het ZIN en conform de richtlijnen van de KBvG binnen

14 dagen zijn doorbetaald aan de gerechtsdeurwaarder die namens het ZIN beslag had gelegd.

f)      Klager heeft zich op 7 december 2016 tot de gerechtsdeurwaarder gewend met het verzoek de beslagvrije voet met terugwerkende kracht vanaf 1 juli 2015 aan te passen en het bedrag dat teveel is ingehouden terug te betalen.

g)     Bij brief van 21 december 2016 heeft klager daarover een klacht ingediend bij de gerechtsdeurwaarder.

h)     Bij brief van 10 januari 2017 heeft de gerechtsdeurwaarder de klacht ongegrond verklaard en afgewezen.

2. De klacht

Klager verwijt de gerechtsdeurwaarder de beslagvrije voet niet met terugwerkende kracht aan te willen passen. Klager voert aan dat per 1 juli 2015 de kostendelersnorm werd ingevoerd met het gevolg dat de beslagvrije voet van klager de uitkering oversteeg, waardoor vanaf 1 juli 2015 onterecht gelden zijn afgedragen. Klager wenst deze terug te ontvangen.

3. Het verweer van de gerechtsdeurwaarder

De gerechtsdeurwaarder heeft de klacht gemotiveerd betwist. Voor zover van belang wordt hierna op dat verweer ingegaan.

4. Beoordeling van de klacht

4.1 De gerechtsdeurwaarder, waarnemend gerechtsdeurwaarder, toegevoegd gerechtsdeurwaarder, kandidaat-gerechtsdeurwaarder en degene die is toegevoegd in het kader van de stageverplichting bij de in artikel 25, eerste lid, bedoelde opleiding, zijn aan tuchtrechtspraak onderworpen ter zake van enig handelen of nalaten in strijd met enige bij of krachtens deze wet gegeven bepaling en ter zake van enig handelen of nalaten dat een behoorlijk gerechtsdeurwaarder, waarnemend gerechtsdeurwaarder, toegevoegd gerechtsdeurwaarder of kandidaat-gerechtsdeurwaarder niet betaamt. Ter beoordeling staat of de handelwijze van de gerechtsdeurwaarder een tuchtrechtelijk verwijtbare gedraging in de zin van dit artikel oplevert.

4.3 Ten aanzien van de beslagvrije voet gelden onder meer – voor zover voor de beoordeling van de klacht van belang – de volgende wettelijke bepalingen.

De beslaglegger dient, zodra de schuldenaar gegevens aanlevert om de beslagvrije voet aan te passen, de beslagvrije voet opnieuw te berekenen en met terugwerkende kracht aan te passen (art. 475d, lid 7 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering). De terugwerkende kracht geldt ook in gevallen dat de beslagvrije voet van aanvang af niet juist is vastgesteld door onbekendheid bij de gerechtsdeurwaarder. Als deze onbekendheid evenwel te wijten is aan (toerekenbaar) onjuiste of onvolledige inlichtingen van de zijde van de beslagene, bestaat voor een wijziging met terugwerkende kracht geen aanleiding (kamerstukken II 2007-2008, 24 515, nr. 138, p. 3-41). Volgens vaste jurisprudentie van het gerechtshof Amsterdam is het tuchtrechtelijk niet laakbaar dat ontvangen gelden die door de gerechtsdeurwaarder al te goeder trouw aan de opdrachtgever of andere beslagleggers zijn doorbetaald, niet meer worden terugbetaald.

4.4 De kamer overweegt dat de gerechtsdeurwaarder zich terecht op het standpunt stelt dat terugbetaling slechts mogelijk is voor wat betreft gelden die hij nog onder zich heeft. Daarvan is hier echter geen sprake meer. De gerechtsdeurwaarder is op grond van andere van toepassing zijnde regels gehouden de door hem ontvangen bedragen zo spoedig mogelijk aan zijn opdrachtgever af te dragen. Hetgeen ook is gebeurd, waardoor de gerechtsdeurwaarder niet tot terugbetaling van die gelden kan overgaan, al dan niet met terugwerkende kracht.

4.5 Volgens de gerechtsdeurwaarder ligt de oorzaak van het probleem (overigens) in het feit dat de gemeente Leeuwarden, ondanks haar bericht dat geen gelden meer zouden worden afgedragen (wegens toepassing van de kostendelersnorm), toch is blijven afdragen. De gerechtsdeurwaarder stelt zich op het standpunt dat hij er daarom vanuit mocht gaan dat de invoering van de kostendelersnorm niet het gevolg heeft gehad dat de beslagvrije voet het inkomen (uitkering) oversteeg. Met dit argument maakt de gerechtsdeurwaarders zich er naar het oordeel van de kamer te gemakkelijk vanaf. De gerechtsdeurwaarder beschikte immers over een brief waarin de gemeente had meegedeeld dat inhouding niet meer mogelijk was. Nu er sprake was van een daarmee in strijd zijnde inhouding en afdracht door de gemeente, had het op de weg gelegen van de gerechtsdeurwaarder hierover contact op te nemen met de gemeente om de juistheid van zijn aanname te verifiëren. Had hij dit gedaan dan zou eenvoudig de kennelijke misvatting uit de wereld zijn geweest en had de gerechtsdeurwaarder het ten onrechte ontvangen bedrag kunnen terug storten aan de gemeente. Het is dan ook laakbaar dat de gerechtsdeurwaarder de ten laste van klager ingehouden en afgedragen gelden heeft betaald aan zijn opdrachtgever, zonder eerst daarover navraag bij de gemeente te doen.

4.6 Op grond van het voorgaande wordt beslist als volgt.

BESLISSING

De Kamer voor Gerechtsdeurwaarders:

-        verklaart de klacht gegrond;

-        legt de gerechtsdeurwaarder de maatregel van waarschuwing op.

Aldus gegeven door mr. M. Nijenhuis, voorzitter, en mr. C.A. van Dijk en

M.J.C. van Leeuwen, leden en uitgesproken ter openbare terechtzitting van

11 september 2018, in tegenwoordigheid van de secretaris.

Tegen deze beslissing kan binnen dertig dagen na dagtekening van verzending van het afschrift van de beslissing, hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Amsterdam, Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.