Aankondigingen over uw buurt

Zoals bouwplannen en verkeersmaatregelen.

Dienstverlening

Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies.

Beleid & regelgeving

Officiële publicaties van de overheid.

Contactgegevens overheden

Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.

ECLI:NL:TADRSHE:2022:61 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 21-922/DB/LI

ECLI: ECLI:NL:TADRSHE:2022:61
Datum uitspraak: 25-04-2022
Datum publicatie: 25-04-2022
Zaaknummer(s): 21-922/DB/LI
Onderwerp: Wat een behoorlijk advocaat betaamt, subonderwerp: Wat in het algemeen niet betaamt
Beslissingen: Regulier
Inhoudsindicatie: In reactie op een verzoek van het gerechtshof is namens de voormalig advocaat ten onrechte een stelbrief uitgegaan. De fout is gebaseerd op een misverstand en direct na ontvangst van een e-mail van de opvolgend advocaat, gecorrigeerd. Dat, zoals klager stelt, de zaak van klager is vertraagd en de belangen van klager daardoor nodeloos zijn geschaad, is onvoldoende aannemelijk gemaakt.Klacht ongegrond.

Beslissing van de Raad van Discipline in het ressort ‘s-Hertogenbosch

van 25 april 2022

in de zaak 21-922/DB/LI

naar aanleiding van de klacht van:

klager

over:

verweerder

1  VERLOOP VAN DE PROCEDURE

1.1 Op 17 juni 2021 heeft klager bij de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Limburg (hierna: de deken) een klacht ingediend over verweerder.

1.2 Op 17 november 2021 heeft de raad het klachtdossier met kenmerk K21-069 van de deken ontvangen.

1.3 De klacht is behandeld op de zitting van de raad van 7 maart 2022. Daarbij waren klager en verweerder aanwezig. Van de behandeling is proces-verbaal opgemaakt.

1.4 De raad heeft kennisgenomen van het in 1.2 genoemde klachtdossier en van de op de inventarislijst genoemde bijlagen 1 tot en met 9. Ook heeft de raad kennisgenomen van de door klager overgelegde en voorgedragen spreekaantekeningen en van hetgeen overigens ter zitting naar voren is gebracht.

2 FEITEN

2.1 Klager is in een strafzaak in eerste aanleg bijgestaan door mr. A, kantoorgenoot van verweerder. Klager is bij vonnis van de rechtbank van 16 september 2020 veroordeeld.

2.2 Verweerder schreef per e-mail van 25 september 2020 onder meer het volgende aan klager: “We hebben u uitvoerig uitgelegd dat we -door het verschillende inzicht over gebeurtenissentussen u en uw zus- we in dat geschil niet verder kunnen optreden. (…..)“.

2.3 Mr. P heeft mr. A op 5 oktober 2020 bericht dat hij de belangen van klager tijdens de procedure in hoger beroep verder zou behartigen. Mr. P heeft op 12 oktober 2020 een appelschrift bij het gerechtshof ingediend. Mr. P heeft per e-mail van 26 maart 2021 aan het gerechtshof geïnformeerd naar de stand van zaken in het strafdossier van klager en verzocht hem toegang te verlenen tot het digitale strafdossier. Het gerechtshof heeft mr. P per email van 29 maart 2021 bericht dat het gerechtshof het strafdossier noch de appelschriftuur van de rechtbank had ontvangen.

2.4 Het gerechtshof heeft per e-mails van 6 en 28 april 2021 aan (het kantoor van) verweerder verzocht een stelbrief aan het gerechtshof toe te sturen indien klager ook in appel door (het kantoor van) verweerder werd bijgestaan. Verweerder heeft zich op 29 april 2021 bij het gerechtshof gesteld als advocaat van klager en verzocht hem alle op de zaak betrekking hebbende stukken te verstrekken. De stelbrief is door het secretariaat van het kantoor van verweerder namens verweerder verzonden vanuit het algemeen e-mailadres van het kantoor van verweerder. Op 5 mei 2021 is het dossier inclusief de appelschriftuur van 12 oktober 2021 digitaal aan (het kantoor van) verweerder verstrekt.

2.5 Mr. P heeft per e-mail van 15 juni 2021 om opheldering gevraagd. Verweerder heeft per e-mail van 15 juni 2021 bericht dat het op een misverstand berustte. Hij schreef: “Gebeurde waarschijnlijk omdat ik via mobiel bericht zag van Hof!”.

3 KLACHT

3.1 De klacht houdt, zakelijk weergegeven, in dat verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld als bedoeld in artikel 46 Advocatenwet. Klager verwijt verweerster het volgende:

Verweerder heeft zich, hoewel klager hem nimmer heeft verzocht om namens hem op te treden, bij het gerechtshof gesteld als advocaat van klager en daarbij verzocht hem alle informatie te verstrekken die betrekking had op de zaak van klager.

4 VERWEER

4.1 Verweerder heeft tegen de klacht verweer gevoerd. De raad zal hierna, waar nodig, op het verweer ingaan.

5 BEOORDELING

5.1 Vast staat dat verweerder klager per e-mail van 25 september 2020 heeft bericht dat zijn kantoor niet meer voor hem kon optreden. Voorts staat vast dat verweerder zich, na een daartoe strekkend verzoek van het gerechtshof, op 29 april 2021 bij het gerechtshof als advocaat van klager heeft gesteld en verzocht hem alle op de zaak betrekking hebbende stukken te verstrekken. De raad gaat voorbij aan het verweer dat de stelbrief niet door verweerder maar als gevolg van een misverstand door het secretariaat vanuit het algemeen e-mailadres van het kantoor van verweerder aan het gerechtshof is toegezonden. Verweerder is immers ook tuchtrechtelijk verantwoordelijk voor de door het secretariaat namens hem verzonden correspondentie.

5.2 De raad stelt vast dat in reactie op het verzoek van het gerechtshof ten onrechte namens verweerder een stelbrief is uitgegaan en voorts dat, direct na ontvangst van de e-mail van mr. P van 15 juni 2021, deze fout is gecorrigeerd en zijn excuses aangeboden. Dat, zoals klager stelt, de zaak van klager is vertraagd en de belangen van klager daardoor nodeloos zijn geschaad, is door klager onvoldoende aannemelijk gemaakt. Ook mr P heeft in zijn e-mail van 15 juni 2021 aan verweerder geen melding gemaakt van door de ten onrechte verzonden stelbrief gerezen problemen. Hoewel het naar het oordeel van de raad ongelukkig is dat door het secretariaat ten onrechte namens verweerder een stelbrief is verzonden, heeft verweerder aangetoond dat de verzonden stelbrief was gebaseerd op een misverstand; de raad verwijst naar de interne e-mail van 29 april 2021 waarin hij vraagt of deze strafzaak mogelijk van een voormalig kantoorgenoot was. Onder  bovenvermelde bijzondere omstandigheden, valt hem tuchtrechtelijk geen verwijt te maken. De raad zal de klacht daarom ongegrond verklaren. 

BESLISSING

De raad van discipline:

verklaart de klacht ongegrond;

Aldus beslist door mr. J.M.H. Schoenmakers, voorzitter, mrs. W.H.N.C. van Beek en M.M.C. van de Ven, leden, bijgestaan door mr. I.J.M. Huysmans-van Opstal, als griffier en uitgesproken in het openbaar op 25 april 2022.

Griffier                                                                            Voorzitter

Verzonden op: 25 april 2022