Overheid.nl

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Terug

ECLI:
ECLI:NL:TADRSHE:2014:159
Datum uitspraak:
30-06-2014
Datum publicatie:
02-07-2014
Zaaknummer(s):
OB 306 - 2013
Onderwerp:
Zorg voor de cliëntKwaliteit van de dienstverlening Zorg voor de cliëntKwaliteit van de dienstverlening
Beslissingen:
Inhoudsindicatie:
Klaagster heeft geen belang bij afgifte van polisblad na melding beroepsfout bij verzekeraar. Verweerder heeft niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door geen excuses aan te bieden nu hij heeft aangeboden om de kwestie te bespreken noch door dossier niet terug te geven, nu hij daartoe vanwege een inbraak niet meer in staat is.Klacht ongegrond

Oost-Brabant

Beslissing van 30 juni 2014

     in de zaakOB306-2013

naar aanleiding van de klachtvan:

 

 

klaagster

 

tegen:

 

 

 

                  

verweerder

 

 

 

 

1         Verloop van de procedure

1.1     Bij brief aan de raad van 4 oktober 2013 met kenmerk 48|13|157KII, door de raad ontvangen op 7 oktober 2013,heeft de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Oost-Brabant de klacht ter kennis van de raad gebracht.

1.2     Ter zitting van 22 april 2014is verweerder, vergezeld van zijn gemachtigde, mevrouw mr.B. verschenen. Klaagster is niet verschenen.Van de behandeling is proces-verbaal opgemaakt.

1.3     De raad heeft kennis genomen van:

-      De brief van de deken d.d. 4 oktober2013 met bijlagen;

-      De beslissing van de raad op de door klaagster tegen verweerder ingediende klacht met zaaknummer H305-2013 d.d. 1 juli 2013;

-      De brief van de griffier aan klaagster d.d. 15 april 2014 waarin wordt bevestigd dat klaagster telefonisch aan de griffier te kennen heeft gegeven dat zij wegens medische redenen niet ter zitting zou verschijnen en dat zij niet om aanhouding vroeg.

 

 

2         FEITEN

         Voor de beoordeling van de klacht wordt, gelet op de stukken en hetgeen ter zitting is verklaard, van de volgende vaststaande feiten uitgegaan:

2.1     Verweerder heeft klaagster in diverse procedures bijgestaan. Bij beslissing van de raad d.d. 1 juli 2013 met kenmerk H305-2013 heeft de raad geoordeeld dat verweerder een drietal beroepsfouten heeft gemaakt en is aan verweerder een berisping opgelegd.

 

2.2     Klaagster heeft verweerder aansprakelijk gesteld. Verweerder heeft de aansprakelijkheidsstelling doorgeleid aan zijn verzekeraar. De verzekeraar heeft klaagster bij e-mailbericht d.d. 16 september 2013 verzocht om kenbaar te maken welke verwijten zij verweerder maakt, waaruit haar schade bestaat en hoe de verwijten tot de schade hebben geleid. Hierop heeft klaagster niet inhoudelijk gereageerd.

 

2.3     Klaagster heeft verweerder verzocht om het door haar aan hem ter beschikking gestelde dossier aan haar terug te geven. Verweerder wilde het dossier aan klaagster overhandigen bij gelegenheid van het bezoek aan de rechtbank te Groningen, maar toen vond klaagster het te belastend om de stukken mee terug te nemen in de trein. Vervolgens heeft verweerder het dossier meegenomen naar de zitting van de raad op 13 mei 2013, maar omdat klaagster deze zitting voortijdig geëmotioneerd verliet, kreeg verweerder niet de kans om de stukken aan klaagster te overhandigen. Op 23 mei 2013 heeft een medewerkster van verweerders kantoor aangifte gedaan bij de politie van een op 22 mei 2013 gepleegde inbraak. Verweerder heeft de stukken thans niet meer in zijn bezit.

 

 

3         KLACHT

 

3.1     De klacht houdt, zakelijk weergegeven, in dat verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld als bedoeld in artikel 46 van de Advocatenwet doordat hij:

 

1.   niet meewerkt aan de afwikkeling van de schadeclaim; hij weigert namelijk afgifte van het polisblad;

 

2.   zijn excuses niet aanbiedt;

 

3.   weigert om dossiers aan klaagster af te geven.

 

           

4         VERWEER

 

4.1     Ad klachtonderdeel 1

Verweerder heeft de aansprakelijkheidsstelling doorgeleid aan zijn verzekeraar. Er bestaat geen verplichting tot afgifte van het polisblad.

 

4.2     Ad klachtonderdeel 2

Verweerder heeft klaagster bij e-mail d.d. 15 november 2012 uitgenodigd voor een gesprek teneinde een en ander uit te kunnen praten. Klaagster is op dat verzoek niet ingegaan. Het niet aanbieden van excuses is niet tuchtrechtelijk verwijtbaar.

 

4.3     Ad klachtonderdeel 3

Verweerder heeft de stukken diverse malen aan klaagster willen overhandigen. Ten gevolge van een inbraak op 22 mei 2013, waarvan ook aangifte is gedaan bij de politie, heeft verweerder de stukken niet meer tot zijn beschikking. Hiervan kan verweerder geen tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt. Van alle processtukken heeft klaagster steeds kopieën ontvangen en de stukken aangaande de verkoop van de woning zijn thans niet meer van zakelijk belang.

 

 

5         BEOORDELING

 

5.1     Klachtonderdeel 1

De raad stelt vast dat verweerder de aansprakelijkheidsstelling heeft doorgeleid aan zijn verzekeraar. Bij afgifte van het polisblad heeft klaagster naar het oordeel van de raad geen enkel belang. Verweerder kan geen tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt van het feit dat hij het polisblad niet aan klaagster heeft overhandigd. Dit onderdeel van de klacht is derhalve ongegrond.

              5.2   Klachtonderdeel 2

Uit de aan de raad overgelegde stukken en hetgeen ter zitting naar voren is gebracht blijkt dat verweerder klaagster bij e-mail d.d. 15 november 2012 heeft uitgenodigd voor een gesprek teneinde een en ander uit te kunnen praten. Klaagster is op dat verzoek kennelijk niet ingegaan. Naar het oordeel van de raad handelt een advocaat voorts niet tuchtrechtelijk verwijtbaar door het enkele feit dat hij zijn excuses niet aanbiedt. Ook dit onderdeel van de klacht is derhalve ongegrond.

5.3   Klachtonderdeel 3

Uit de aan de raad overgelegde stukken en hetgeen ter zitting naar voren is gebracht blijkt dat verweerder tot tweemaal toe heeft geprobeerd de stukken aan klaagster te overhandigen, hetgeen zij toen niet kon of niet wilde. Op 23 mei 2013 heeft een medewerkster van verweerders kantoor aangifte gedaan bij de politie van een op 22 mei 2013 gepleegde inbraak in het kantoor van verweerder. Verweerder stelt dat het niet anders kan zijn, dan dat klaagsters dossier toen is ontvreemd. Inmiddels heeft verweerder de stukken dan ook niet meer tot zijn beschikking, zodat het simpelweg onmogelijk is geworden om deze aan klaagster te overhandigen. De raad is van oordeel dat verweerder hiervan geen tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt, zodat dit klachtonderdeel ongegrond is.

              5.4     De raad komt tot de slotsom dat de klacht in al haar onderdelen ongegrond moet worden verklaard.

 

BESLISSING

De raad van discipline:

verklaart de klacht in alle onderdelen ongegrond.

 

 

Aldus gegeven door mr. G.J.E. Poerink, voorzitter, mrs. W.H.N.C. van Beek, Th. Kremers, E.J.P.J.M. Kneepkens, R.G.A.M. Theunissen, leden, bijgestaan door mw. mr. Th.H.G. van de Langenberg als griffier en uitgesproken ter openbare zitting van 30 juni 2014.

 

 

griffier                                                                         voorzitter                                  

 

Deze beslissing is in afschrift op 1 juli 2014     

 

per aangetekende brief verzonden aan:

-      klaagster

-      verweerder

-      de deken in het arrondissementOost-Brabant

-      de deken van de Nederlandse Orde van Advocaten

 

Van deze beslissing kan hoger beroep bij het Hof van Discipline worden ingesteld door:

-              klaagster

-             verweerder

-             de deken in het arrondissement Oost-Brabant

-              de deken van de Nederlandse Orde van Advocaten

 

Het hoger beroep moet binnen een termijn van 30 dagen na verzending van de beslissing worden ingesteld door middel van indiening van een beroepschrift, waarin de gronden van het beroep zijn vermeld en van een motivering zijn voorzien. Het beroepschrift moet in zevenvoud worden ingediend tezamen met zes afschriften van de beslissing waarvan beroep.

De eerste dag van de termijn van 30 dagen is de dag volgend op de dag van de verzending van de beslissing. Uiterlijk op de dertigste dag van die termijn moet het beroepschrift dus in het bezit zijn van de griffie van het Hof van Discipline. Verlenging van de termijn van 30 dagen is niet mogelijk.

Het beroepschrift kan op de volgende wijzen worden ingediend bij het Hof van Discipline:

a.       Per post

Het postadres van de griffie van het Hof van Discipline is:

Postbus 9679, 4801 LT Breda.

 

b.       Bezorging

De griffie is gevestigd aan het adresThorbeckeplein 8, 4812 LS Breda .

Teneinde er zeker van te zijn dat voor de ontvangst getekend kan worden of dat pakketten die niet in een reguliere brievenbus besteld kunnen worden, afgegeven kunnen worden dient u telefonisch contact op te nemen met de griffie van het hof.

c.       Per fax

Het faxnummer van het Hof van Discipline is 076 - 548 4608. Tegelijkertijd met de indiening per fax dient het beroepschrift tezamen met de beslissing waarvan beroep in het vereiste aantal per post te worden toegezonden aan de griffie van het hof.

Nadere informatie over hoger beroep en over (de griffie van) het hof

076 - 548 4607 of griffie@griffiehvd.nl

Praktische informatie vindt u op www.hofvandiscipline.nl           

 

 

Meer informatie

Acties

Meta gegevens