Aankondigingen over uw buurt

Zoals bouwplannen en verkeersmaatregelen.

Dienstverlening

Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies.

Beleid & regelgeving

Officiële publicaties van de overheid.

Contactgegevens overheden

Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.

ECLI:NL:TADRSGR:2022:68 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-009/DH/DH/D

ECLI: ECLI:NL:TADRSGR:2022:68
Datum uitspraak: 09-05-2022
Datum publicatie: 11-05-2022
Zaaknummer(s): 22-009/DH/DH/D
Onderwerp:
  • Wat een behoorlijk advocaat betaamt, subonderwerp: Bezwaren van de deken
  • Wat een behoorlijk advocaat betaamt, subonderwerp: Bezwaren van de deken
Beslissingen: Regulier
Inhoudsindicatie: Dekenklacht over te laat ingediend CCV-formulier gegrond. Waarschuwing.

Beslissing van de Raad van Discipline in het ressort Den Haag van 9 mei 2022 in de zaak 22-009/DH/DH/D naar aanleiding van de klacht van:


de deken van de Orde van Advocaten 
in het arrondissement Den Haag
ambtshalve klaagster

over:

verweerster

1    VERLOOP VAN DE PROCEDURE
1.1    Op 4 januari 2022 heeft de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Den Haag (hierna: de deken) een bezwaar ingediend over verweerster.
1.2    Het bezwaar is behandeld op de zitting van de raad van 28 maart 2022. Daarbij waren de deken en verweerster aanwezig. 
1.3    De raad heeft kennisgenomen van het in 1.1 genoemde bezwaar. De raad heeft verder kennis genomen van de berichten van verweerster en de deken van 29 maart 2022, waaruit blijkt dat verweerster haar CCV-opgave voor 2021 op 29 maart 2022 heeft ingediend. 

2    FEITEN
2.1    Voor de beoordeling van de klacht gaat de raad, gelet op het klachtdossier en de op de zitting afgelegde verklaringen, uit van de volgende feiten.
2.2    Op 19 april 2021 heeft de deken verweerster verzocht om het formulier centrale controle op de verordening (CCV) voor het jaar 2020 in te vullen en uiterlijk 17 mei 2021 terug te sturen. 
2.3    Op 7 juni 2021 heeft een medewerker van de deken verweerster een rappel gestuurd voor het invullen van het CCV-formulier, uiterlijk binnen veertien dagen. 
2.4    Op 15 oktober 2021 heeft de medewerker van de deken verweerster opnieuw gevraagd om binnen veertien dagen het CCV-formulier in te vullen. 
2.5    Door middel van een ongedateerd bericht heeft de medewerker van de deken verweerster verzocht om uiterlijk 31 december 2021 het CCV-formulier in te vullen. Er wordt een dekenbezwaar in het vooruitzicht gesteld als een reactie uitblijft. 
2.6    Op 4 januari 2022 heeft verweerster aan de deken het volgende geschreven:
“Excuses, het schiet er elke keer bij in! Ik zal er echt deze week voor gaan zitten.“
2.7    Op 16 januari 2022 heeft verweerster het CCV-formulier voor 2020 ingevuld.

3    BEZWAAR
3.1    Het bezwaar houdt, zakelijk weergegeven, in dat verweerster tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld als bedoeld in artikel 46 Advocatenwet. De deken verwijt verweerster dat zij onvoldoende voortvarend heeft gereageerd op verzoeken van of namens de deken om de CCV-opgave over 2020 in te vullen.
3.2    De deken heeft ter onderbouwing van het bezwaar verwezen naar de hiervoor onder de feiten opgesomde correspondentie. Zij heeft daarnaast gesteld dat (het bureau van de) deken tweemaal tevergeefs telefonisch contact is opgenomen met verweerster; op twee ingesproken voicemailberichten heeft verweerster niet gereageerd. 

4    VERWEER 
4.1    Verweerster heeft op de zitting van 28 maart 2022 haar standpunt kenbaar gemaakt.

5    BEOORDELING
5.1    Als onweersproken staat vast dat verweerster haar CCV opgave voor 2020 veel te laat, pas twee weken nadat de deken in dat verband een dekenbezwaar had ingediend, heeft ingevuld. Dit is onzorgvuldig en onbetamelijk en het dekenbezwaar is daarmee gegrond. 

6    MAATREGEL
6.1    De deken heeft op de zitting van de raad onweersproken verklaard dat verweerster ook niet voortvarend heeft gereageerd op herhaalde verzoeken om het CCV-formulier voor 2021 in te vullen. Verweerster heeft, zakelijk weergegeven, verklaard dat zij slordig en laks omgaat met de administratieve verplichtingen die haarzelf aangaan. Volgens verweerster handelt zij wel zorgvuldig als het gaat om zaken die haar cliënten aangaan. Verweerster heeft verklaard dat zij – afgezien van een accountant – geen hulp heeft bij (de administratieve kant van) haar praktijk, dat zij wel voornemens is om hulp te zoeken en dat zij daartoe een afspraak heeft gemaakt met haar huisarts. 
6.2    Ter zitting is afgesproken dat verweerster uiterlijk 30 maart 2022 het CCV-formulier voor 2021 zou invullen en uit de hiervoor in 1.3 genoemde berichten van partijen blijkt dat verweerster dat ook heeft gedaan.
6.3    Niettemin maakt de raad zich zorgen over de wijze waarop verweerster met tamelijk eenvoudige administratieve verplichtingen omspringt. Verweerster is kennelijk niet zonder stok achter de deur in staat om daaraan te voldoen. Dit is verontrustend voor een advocaat die in haar eentje praktijk voert. 
6.4    Hoewel de raad van oordeel is dat sprake is van een ernstig verzuim, ziet de raad in de omstandigheden dat verweerster geen tuchtrechtelijke antecedenten heeft en dat het verzuim naar zijn aard geen ernstige nadelige gevolgen heeft voor derden grond om te volstaan met een waarschuwing. 

7    GRIFFIERECHT EN KOSTENVEROORDELING 
7.1    Omdat de raad een maatregel oplegt, zal de raad verweerster daarnaast op grond van artikel 48ac lid 1 Advocatenwet veroordelen in de volgende proceskosten:
a) € 750,- kosten van de Nederlandse Orde van Advocaten en
b) € 500,- kosten van de Staat. 
7.2    Verweerster moet het bedrag van € 1.250,- (het totaal van de in 7.1 onder a en b genoemde kosten) binnen vier weken nadat deze beslissing onherroepelijk is geworden, overmaken naar rekeningnummer lBAN: NL85 lNGB 0000 079000, BIC: INGBNL2A, Nederlandse Orde van Advocaten, Den Haag, onder vermelding van “kostenveroordeling raad van discipline" en het zaaknummer.

BESLISSING
De raad van discipline:
-    verklaart het bezwaar gegrond;
-    legt aan verweerster de maatregel van waarschuwing op;
-    veroordeelt verweerster tot betaling van de proceskosten van € 1.250,- aan de Nederlandse Orde van Advocaten, op de manier en binnen de termijn als hiervóór bepaald in 7.2.

Aldus beslist door mr. G.A.F.M. Wouters, voorzitter, mrs. J.H.M. Nijhuis en A.B. Baumgarten, leden, bijgestaan door mr. A. Tijs als griffier en uitgesproken in het openbaar op 9 mei 2022.