Overheid.nl

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Terug

ECLI:
ECLI:NL:TADRSGR:2014:132
Datum uitspraak:
02-06-2014
Datum publicatie:
27-07-2014
Zaaknummer(s):
R. 4415/13.322
Onderwerp:
Zorg voor de cliëntKwaliteit van de dienstverlening Wat een behoorlijk advocaat betaamtWat in het algemeen niet betaamt
Beslissingen:
Voorwaardelijke schorsing
Inhoudsindicatie:
Klacht client. Op basis van de stukken en het verhandelde ter zitting is de raad van oordeel dat verweerder een beroepsfout heeft gemaakt. Verweerder heeft immers de termijn ex artikel 89 Wetboek van Strafvordering laten verlopen en heeft dit niet aan zijn cliënt bericht. De klacht is gegrond; maatregel voorwaardelijke schorsing voor de duur van één week met een proeftijd van twee jaar.

's-Gravenhage

 

1. VERLOOP VAN DE PROCEDURE

1.1 Bij brief van 23 december 2013 aan de Raad van Discipline met kenmerk K371 2013 bm/ksl, door de raad ontvangen op 24 december 2013, heeft de deken van de Orde van Advocaten bij de Hoge Raad der Nederlanden de klacht ter kennis van de raad gebracht.

1.2 De klacht is behandeld ter zitting van 7 april 2014 van de raad in aanwezigheid van verweerder. Klager is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen. Van de behandeling is proces-verbaal opgemaakt.

1.3 De raad heeft kennis genomen van de stukken die op grond van het bepaalde in artikel 49 lid 2 van de Advocatenwet ten kantore van de griffier ter inzage hebben gelegen.

 

2 FEITEN

2.1 Voor de beoordeling van de klacht wordt, gelet op de stukken en hetgeen ter zitting is verklaard, van de volgende vaststaande feiten uitgegaan.

2.2 De heer T. heeft zich tot verweerder gewend nadat hij door de politie was aangehouden en 21 dagen in voorlopige hechtenis had doorgebracht.

2.3 Op 25 juni 2012 heeft de zaak inhoudelijk gediend bij de Politierechter te Den Haag waar de heer T. werd ontslagen van alle rechtsvervolging.

2.4 Bij brief van 10 juli 2012 heeft verweerder de heer T. laten weten dat de mogelijkheid bestaat om een schadevergoedingsverzoek in te dienen.

2.5 De heer T. heeft telefonisch laten weten dat het zijn wens was een dergelijk verzoek in te dienen.

2.6 Nadien heeft de heer T. bij navraag geen uitsluitsel gekregen omtrent de behandeling van een dergelijk verzoek. Op schriftelijke verzoeken van klager is geen reactie gegeven.

2.7 Bij brief van 21 oktober 2013 hebben klagers een klacht tegen verweerder ingediend bij de deken.

 

3 KLACHT

3.1 Klager verwijten verweerder dat hij niets meer van hem heeft vernomen ondanks pogingen om informatie te verkrijgen over de stand van zaken met betrekking tot het verzoek tot schadevergoeding ex art. 552a Wetboek van Strafrecht.

 

4 VERWEER

4.1 Verweerder heeft ter gelegenheid van de behandeling ter zitting verweer gevoerd en gesteld dat hij zijn brief aan de heer T. ongelukkig heeft geformuleerd, waardoor de heer T. in de veronderstelling verkeerde dat verweerder een schadevergoedingsverzoek zou indienen.

 

5 BEOORDELING

5.1 Op basis van de stukken en het verhandelde ter zitting is de raad van oordeel dat verweerder een beroepsfout heeft gemaakt. Verweerder heeft immers de termijn ex artikel 89 Wetboek van Strafvordering laten verlopen en heeft dit niet aan zijn cliënt bericht. Verweerder heeft zelf erkend dat zijn brief aan de heer T. aan duidelijkheid te wensen over heeft gelaten. Voorts staat vast dat verweerder niet met klager heeft gecommuniceerd c.q. heeft nagelaten te reageren op de brieven van klager van 4 september 2013 en de faxbrief van 30 september 2013. Het handelen van verweerder is niet zoals een zorgvuldig handelend advocaat betaamt. De klacht is derhalve gegrond.

 

6 MAATREGEL

 Gelet op de aard en de ernst van de begane overtreding, meer in het bijzonder het feit dat verweerder heeft nagelaten aan zijn cliënt te melden dat hij een beroepsfout heeft gemaakt door een termijn te laten verlopen, acht de raad de maatregel van een voorwaardelijke schorsing voor de duur van één week passend en geboden.

 

7 BESLISSING

De Raad van Discipline:

- verklaart de klacht gegrond en legt aan verweerder de maatregel op van een voorwaardelijke schorsing voor de duur van één week met een proeftijd van twee jaar.

 

Aldus gewezen door mr. C.H. van Breevoort-de Bruin, plaatsvervangend voorzitter, mrs. M. Aukema, L.P.M. Eenens, P.S. Kamminga, A.J.N. van Stigt, (plaatsvervangend) leden, bijgestaan door mr. M. Boender-Radder als griffier en uitgesproken ter openbare zitting van 2 juni 2014.

 

griffier voorzitter                     

 

Deze beslissing is in afschrift op 4 juni 2014 per aangetekende brief verzonden aan:

- klager

- verweerder

- de deken van de Orde van Advocaten bij de Hoge Raad der Nederlanden

- de deken van de Nederlandse Orde van Advocaten.

Van deze beslissing kan hoger beroep bij het Hof van Discipline worden ingesteld door:

- klager

- verweerder

- de deken van de Orde van Advocaten bij de Hoge Raad der Nederlanden

- de deken van de Nederlandse Orde van Advocaten

Het hoger beroep moet binnen een termijn van 30 dagen na verzending van de beslissing worden ingesteld door middel van indiening van een beroepschrift, waarin de gronden van het beroep zijn vermeld en van een motivering zijn voorzien. Het beroepschrift moet in zevenvoud worden ingediend tezamen met zes afschriften van de beslissing waarvan beroep.

De eerste dag van de termijn van 30 dagen is de dag volgend op de dag van de verzending van de beslissing. Uiterlijk op de dertigste dag van die termijn moet het beroepschrift dus in het bezit zijn van de griffie van het Hof van Discipline. Verlenging van de termijn van 30 dagen is niet mogelijk.

Het beroepschrift kan op de volgende wijzen worden ingediend bij het Hof van Discipline:

a.  Per post

Het postadres van de griffie van het Hof van Discipline is:

Postbus 9679, 4801 LT Breda.

b.  Bezorging

De griffie is gevestigd aan het adres Thorbeckeplein 8, 4812 LS Breda.

Indien u bij de griffie van het Hof van Discipline een stuk wenst af te geven en daarvoor een ontvangstbewijs wenst te ontvangen, dient u tijdig contact op te nemen teneinde er zeker van te zijn dat het stuk onder verkrijging van de ontvangstbevestiging kan worden afgegeven.

c.  Per fax

Het faxnummer van het Hof van Discipline is 076 - 548 4608. Tegelijkertijd met de indiening per fax dient het beroepschrift tezamen met de beslissing waarvan beroep in het vereiste aantal per post te worden toegezonden aan de griffie van het hof.

Nadere informatie over hoger beroep en over (de griffie van) het hof

076 - 548 4607 of griffie@griffiehvd.nl

Praktische informatie vindt u op www.hofvandiscipline.nl

 

Meer informatie

Acties

Meta gegevens