ECLI:NL:TACAKN:2026:9 Accountantskamer Zwolle 25/1455 Wtra AK
| ECLI: | ECLI:NL:TACAKN:2026:9 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 23-02-2026 |
| Datum publicatie: | 23-02-2026 |
| Zaaknummer(s): | 25/1455 Wtra AK |
| Onderwerp: | |
| Beslissingen: |
|
| Inhoudsindicatie: | De Accountantskamer legt een doorhaling van vijf jaar en een geldboete van € 5.000 op aan een accountant die zich voor een kantoortoetsing onbereikbaar houdt en ook niet reageert op de daarmee verband houdende tuchtklacht. |
ACCOUNTANTSKAMER
UITSPRAAK van 23 februari 2026 op grond van artikel 38 Wet tuchtrechtspraak accountants (Wtra) in de op 16 mei 2025 ontvangen klacht met nummer 25/1455 Wtra AK van
DE KONINKLIJKE NEDERLANDSE BEROEPSORGANISATIE VAN ACCOUNTANTS
gevestigd in Amsterdam
K L A A G S T E R
gemachtigde: [A]
t e g e n
Y
voorheen accountant-administratieconsulent
kantoorhoudende te [plaats1]
B E T R O K K E N E
1. De procedure
1.1. De Accountantskamer heeft kennisgenomen van het klaagschrift met bijlagen.
1.2. De Accountantskamer heeft de klacht per brief van 3 juni 2025 aan betrokkene doorgestuurd. Daarbij is betrokkene in de gelegenheid gesteld om een verweerschrift in te dienen en om verhinderdata voor de mondelinge behandeling door te geven. De Accountantskamer heeft per brief van 18 juni 2025 betrokkene aan de brief van 3 juni 2025 herinnerd. De uitnodiging voor de mondelinge behandeling is op 24 juli 2025 verzonden. Daarna heeft de Accountantskamer nog op 25 juli 2025 betrokkene eraan herinnerd dat hij een verweerschrift kan indienen. Op geen van deze brieven heeft betrokkene gereageerd. Op 13 november 2025 heeft de Accountantskamer telefonisch contact opgenomen met betrokkene om te vernemen of hij voornemens is ter zitting te verschijnen. Betrokkene betoonde zich bij die gelegenheid bekend met het klaagschrift maar wist niet of hij de uitnodiging voor de zitting had ontvangen. De datum en het tijdstip is hem vervolgens doorgegeven, alsmede de toezegging dat dit per mail zou worden bevestigd, waarmee betrokkene akkoord ging. Vervolgens is de zittingdatum en -tijdstip per e-mailbericht van 13 november 2025 bevestigd.
1.3. De klacht is behandeld op de openbare zitting van 12 december 2025. Voor klaagster is mr. [B] verschenen. Betrokkene is zonder voorafgaand bericht van verhindering niet verschenen.
2. De uitspraak samengevat
2.1. Betrokkene heeft geweigerd om mee te werken aan de kantoortoetsing. Daardoor kan klaagster niet vaststellen of het stelsel van kwaliteitsbeheersing voldoet. Betrokkene heeft door nergens op te reageren geen verantwoording afgelegd en handelt tuchtrechtelijk laakbaar en verwijtbaar. De Accountantskamer legt betrokkene niet alleen een doorhaling op voor de duur van vijf jaren, ook moet betrokkene een geldboete betalen van € 5.000.
3. De feiten
3.1. Betrokkene was sinds 2009 ingeschreven in het accountantsregister van de NBA. Zijn inschrijving is op eigen verzoek doorgehaald met ingang van 1 juli 2025. Betrokkene is of was verbonden aan [accountantskantoor1] in [plaats1].
3.2. Begin 2023 heeft de Raad voor Toezicht van klaagster (hierna: de Raad) aangekondigd dat het accountantskantoor van betrokkene zal worden getoetst. Betrokkene heeft om uitstel gevraagd omdat zijn kantoor per 1 januari 2021 [administratiekantoor1] heeft overgenomen en betrokkene nog bezig is met de fusie. De Raad heeft dat verzoek afgewezen op 30 maart 2023, maar is betrokkene alsnog tegemoet gekomen door de kantoortoetsing eind 2023 te plannen.
3.3. In overleg met de teamleider is overeengekomen dat de kantoortoetsing op 24 oktober 2023 zou plaatsvinden. De teamleider heeft de kantoortoetsing echter die dag moeten afzeggen in verband met ziekte.
3.4. De teamleider maar ook de dossierbehandelaar bij klaagster hebben daarna geprobeerd om een afspraak te maken voor een nieuwe datum waarop de kantoortoetsing kan plaatsvinden. Telefonisch contact is echter niet tot stand gekomen. De Raad heeft in elektronische berichten van 8 november 2023, 28 november 2023, 4 januari 2024, 17 januari 2024, 9 februari 2024 en 28 februari 2024 (telkens) aan betrokkene verzocht om telefonisch contact op te nemen met de teamleider om een datum af te spreken. Daarop heeft betrokkene niet gereageerd. Per aangetekende brief van 2 april 2024 (die ook per mail is verzonden op 3 april 2024) is betrokkene gesommeerd om uiterlijk op 9 april 2024 een datum af te spreken voor de kantoortoetsing. Daarop heeft betrokkene evenmin gereageerd.
3.5. Op 14 mei 2024 heeft de Raad betrokkene geïnformeerd over het voornemen om een tuchtklacht in te dienen vanwege zijn weigering om gehoor te geven aan de sommatie van 9 april 2024. Van de gelegenheid om een zienswijze in te dienen naar aanleiding van dit voornemen heeft betrokkene geen gebruik gemaakt.
3.6. De Raad heeft betrokkene op 7 november 2023 ook verzocht om de monitoringsvragenlijst 2024 in te vullen en af te ronden. Aan dat verzoek is betrokkene (grotendeels geautomatiseerd) herinnerd op 12 december 2023, 20 december 2023, 8 januari 2024, 9 februari 2024 en 20 februari 2024. In de sommatie van 2 april 2024 was tevens opgenomen dat betrokkene de monitoringsvragenlijst 2024 moet invullen en afronden. Betrokkene is daar nogmaals aan herinnerd in het bericht van 17 juni 2024. Een en ander heeft er niet toe geleid dat betrokkene de monitoringsvragenlijst 2024 heeft ingevuld.
4. De beoordeling
4.1. Het handelen en/of nalaten waarop de klacht betrekking heeft moet worden getoetst aan de Verordening gedrags- en beroepsregels accountants (VGBA), de Verordening op de kwaliteitsbeoordelingen (VoKwb) en onderliggende regelgeving.
De uitschrijving uit het register.
4.2. De omstandigheid dat betrokkene zich per 1 juli 2025 vrijwillig heeft laten uitschrijven uit het accountantsregister staat niet in de weg aan een tuchtrechtelijke beoordeling van handelen of nalaten dat heeft plaatsgevonden ten tijde van de inschrijving. Vast staat dat betrokkene op het tijdstip waarop de gedragingen hebben plaatsgevonden waarover geklaagd wordt, nog wel stond ingeschreven in het register. De Accountantskamer is dan ook bevoegd om de klacht inhoudelijk te beoordelen.
De klacht.
4.3. Betrokkene handelt volgens klaagster in strijd met de beroepsregels, omdat hij niet meewerkt aan het inplannen van een reguliere kantoortoetsing en nalaat de monitorings-vragenlijst 2024 in te vullen.
4.4. In artikel 3 van de VoKwb is bepaald dat het bestuur van klaagster de kwaliteit van de beroepsuitoefening van een accountant beoordeelt (lid 1). In dat kader toetst het bestuur eenmaal in de zes jaar of het kwaliteitssysteem van een accountantseenheid in opzet en werking voldoet aan wet- en regelgeving (lid 2). Artikel 5, eerste lid, van de VoKwb verplicht de accountant tot medewerking aan een dergelijke kantoortoetsing.
4.5. Ook vraagt het bestuur van klaagster jaarlijks informatie door middel van een monitoringsvragenlijst om inzicht te krijgen in de accountantseenheid, zo staat in artikel 4, eerste lid, van de VoKwb. Artikel 5, tweede lid, van de VoKwb verplicht de accountant deze inlichtingen te verschaffen.
Het niet meewerken aan de kantoortoetsing.
4.6. Klaagster stelt dat betrokkene niet heeft meegewerkt aan het inplannen van de kantoortoetsing. Aanvankelijk zou de kantoortoetsing plaatsvinden op 24 oktober 2023, maar die dag kon de toetsing wegens ziekte van de teamleider niet doorgaan. Daarna heeft klaagster (in de persoon van de teamleider en de dossierbehandelaar) herhaaldelijk geprobeerd om in contact te komen met betrokkene teneinde een datum vast te stellen. Telefonisch was betrokkene steeds onbereikbaar. Op het verzoek aan betrokkene om zelf telefonisch contact op te nemen kwam geen reactie. Klaagster is daarbij niet over één nacht ijs gegaan: het verzoek is ten minste zes maal per elektronisch bericht aan betrokkene verzonden, klaagster heeft een aangetekende sommatie gestuurd en betrokkene in de gelegenheid gesteld om zijn zienswijze op het voornemen om een tuchtklacht in te dienen kenbaar te maken. Omdat al deze pogingen tevergeefs waren, concludeert klaagster dat betrokkene tekortschiet in zijn verplichting mee te werken aan de kantoortoetsing.
4.7. De Accountantskamer deelt die conclusie. Betrokkene heeft geen verklaring geboden voor het negeren van de berichten van zijn beroepsorganisatie, zodat de Accountantskamer hierover verder kort kan zijn: betrokkene heeft in strijd gehandeld met de VoKwb door niet mee te werken aan de kantoortoetsing en daarmee het fundamentele beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid geschonden. De klacht is in zoverre gegrond.
De monitoringsvragenlijst.
4.8. Betrokkene heeft ook nagelaten om op verzoek van klaagster de monitoringsvragenlijst in te vullen. Klaagster heeft in dit verband gewezen op de zes verzoeken die in de periode van 7 november 2023 tot en met 17 juli 2024 aan betrokkene zijn gericht, maar waarop geen reactie is gekomen.
4.9. De Accountantskamer overweegt dat ook het invullen en indienen van de monitoringsvragenlijst een verplichting is die in dit geval op betrokkene als verantwoordelijk voor het kwaliteitssysteem rust. Betrokkene heeft geen verklaring gegeven voor het niet invullen van deze vragenlijst, zodat de Accountantskamer hierover ook kort kan zijn: betrokkene heeft in strijd gehandeld met de VoKwb door niet mee te werken aan de indiening van de vragenlijst en daarmee in strijd gehandeld met het fundamentele beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid. De klacht is in zoverre gegrond.
5. De maatregel
5.1. De klacht is gegrond. Daarom legt de Accountantskamer de tuchtrechtelijke maatregel op van doorhaling, waarbij de termijn waarbinnen betrokkene niet opnieuw in het register kan worden ingeschreven op 5 (vijf) jaren wordt bepaald. Daarbij is in aanmerking genomen dat het stelsel van kwaliteitsbeheersing de basisvoorwaarde is voor de goede uitoefening van het beroep van accountant. Het is aan betrokkene te wijten dat hij op dat fundament van het beroep niet toetsbaar is gebleken. De Accountantskamer rekent betrokkene bovendien aan dat hij ook in deze tuchtprocedure geen enkele verantwoording aflegt en daarmee de tijd en energie van alle betrokkenen (zowel klaagster als de Accountantskamer) zonder goede grond in beslag neemt.
5.2. Betrokkene heeft financieel voordeel kunnen genieten door langere tijd niet te voldoen aan de voor hem geldende eisen. Ook heeft hij het financiële voordeel gehad dat hij niets heeft hoeven betalen voor de kantoortoetsing, waarvoor klaagster normaal gesproken zo’n € 2.500 in rekening brengt (afhankelijk van de kantooromzet). Gelet op die omstandigheden ziet de Accountantskamer aanleiding om betrokkene, gezamenlijk met de hiervoor genoemde maatregel van doorhaling van de inschrijving in de registers, de maatregel van een geldboete van € 5.000 op te leggen.
5.3. De omstandigheid dat de inschrijving van betrokkene in het accountantsregister per 1 juli 2025 is doorgehaald vormt geen aanleiding om de op te leggen maatregelen te matigen. Betrokkene heeft kennelijk pas actie ondernomen na indiening van deze klacht.
6. De beslissing
De Accountantskamer:
- verklaart de klacht gegrond;
- legt aan betrokkene op de maatregel van:
- geldboete van € 5.000 (vijfduizend euro), die binnen een maand na het door de voorzitter van de Accountantskamer uitvaardigen van een last tot ten uitvoerlegging dient te worden betaald door overmaking van voormeld bedrag op IBAN NL 58 INGB 0705 0032 21 (BIC/SWIFT-code: INGBNL2A) ten name van het FIN-Financieel Dienstencentrum te Den Haag onder vermelding van het zaaknummer 25/1455 Wtra AK;
- doorhaling van de inschrijving van de accountant in de registers als bedoeld in artikel 2, eerste lid onder e. van de Wtra, welke maatregelingaat op de tweede dag volgend op de dag waarop deze beslissing onherroepelijk is geworden én de voorzitter van de Accountantskamer een last tot tenuitvoerlegging heeft uitgevaardigd;
- bepaalt de termijn waarbinnen betrokkene niet opnieuw in de registers kan worden ingeschreven op vijf jaren ;
- verstaat dat de AFM en de voorzitter van de NBA na het onherroepelijk worden van deze uitspraak én de uitvaardiging van een last tot tenuitvoerlegging door de voorzitter van de Accountantskamer, zorgen voor opname van deze tuchtrechtelijke maatregelen in de registers, voor zover betrokkene daarin is of was ingeschreven;
Aldus beslist door mr. C.H. de Haan, voorzitter, mr. A.M. van Amsterdam en mr. A.A.T. van Rens (rechterlijke leden) en drs. D. van der Bij RA en C.M. Verdiesen AA (accountantsleden), in aanwezigheid van mr. C.J.H. Terwal, secretaris, en uitgesproken in het openbaar op 23 februari 2026.
_________ __________
secretaris voorzitter
Deze uitspraak is aan partijen verzonden op:_____________________________
Op grond van artikel 43 Wtra kan tegen deze uitspraak binnen 6 weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld door middel van het indienen van een beroepschrift bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven (adres: Postbus 20021, 2500 EA Den Haag). Het beroepschrift moet de gronden van het beroep bevatten en moet zijn ondertekend.